Oud - Stuivekenskerke België.
Stuyvekenskerke.
Oud - Stuivekenskerke België.

Stuyvekenskerke is een klein dorp ten westen langs de IJzer. In 1914  telde het dorp  drie gehuchten, Vicogne, Tervate en Oud–Stuyvekenskerke. De oorlog  zou hier letterlijk dwars door het dorp lopen. Stuyvekenskerke lag volledig in het onder water gezet IJzergebied, Hier en daar waren er hoger gelegen gebieden die niet onder water stonden. Na de IJzerslag waren de eilandjes van Tervate, de dorpskom en het kasteel van Vicogne in Duitse handen, ook Oud –Stuyvekenskerke lag in Duits gebied en was te gevolge van de overstroming van de Belgische linies gescheiden.

 

In oktober- november was het hier vreselijk, aan beide kanten ploeterden de mannen er verstijfd in het ijskoude water en slijk. Veel Belgische soldaten liepen hier rond met kapotte en doorweekte bottines of op klompen en sommigen liepen hier zelfs blootsvoets rond. Hun kapotte uniformen vervingen ze met burgerkledij die ze hier ter plaatse vonden, maar ze trokken ook op rooftocht in de overstroomde loopgraven. Men pikte er de uniformen van de rottende lijken, ook hun schoenen waarvan ze het eerst rotte vlees moest wegsnijden werden meegenomen.

 

Op 1 november ’14 trok een Belgische patrouille van het 10de Linieregiment naar Oud –Stuyvekenskerke op verkenning, de mannen bereikten het gehucht en konden het in hun bezit houden zodat Oud–Stuyvekenskerke nu voor goed in Belgische handen bleef. Vanaf 3 november 1914 werd het gebied geleidelijk uitgebouwd. In Reigersvliet, gelegen op een kilometer van Oud –Stuyvekenskerke, werd evenals in een Oud–Stuyvekenskerke een 'Grote Wacht 'opgericht, die men  de Noordelijke en Zuidelijke Grote Wacht noemde. Beide posten werden onderling met kleinere posten verbonden, beetje bij beetje vormde deze verbinding de 'Tranchee R'.  In 1916 kregen de loopbruggen een betonnen scherm, de genie bracht er kogelbestendige betonnen platen aan om de infanteristen te beschermen bij de aflossing van de wacht. Het geniebataljon van de 1ste Legerdivisie bouwde in 1916 een betonnen schuilplaats tussen de zijgevels van de toren. Via een mangat in het dak kon de bovenste ruimte bereikt worden, die diende als mitrailleurs- en observatiepost. Naast de puinhopen van de hoeve kwamen twee betonnen constructies, één voor de commandopost en één voor de hulppost. Tegen 1917 was de 'Grand Garde Sud' uitgebreid tot een complex van posten en postjes, loopgraven en verbindingsgangen, prikkeldraadversperringen en loopbruggen. De grote wachtpost kon een infanteriecompagnie herbergen en de omliggende kleinere voorposten, met waarnemings- en luisterposten werden van hieruit bemand. Uiteraard werd deze plaats vaak aangevallen door Duitse patrouilles of stoottroepen, maar alle Belgische eenheden die hier verbleven hielden moedig stand.

 

Een van de opmerkelijkste figuren die hier rond liepen was Eduard  Martial Lekeux. Hij werd op 19 juni 1884 in Aarlen geboren. Lekeux was een goed student en behaalde na vier jaar studie aan de Koninklijke Militaire School het brevet van artillerieofficier. Doch in 1911, na maanden van twijfel en nadenken trad hij binnen in het noviciaat om Franciskaan te worden onder de naam van Frère Martial.

 

Hij studeerde theologie. Toen de oorlogsdreiging dichterbij kwam kon hij echter de drang niet weerstaan, met de nodige toestemming wisselde hij zijn monnikspij met zijn oude officiersuniform. Na de IJzerslag bevond luitenant Lekeux zich in het station van Pervijze, dat dienst deed als artilleriewaarnemingspost. Hij besefte dat hij daar te ver van het front zat om zijn werk degelijk te kunnen uitvoeren en daarom besliste hij om een waarnemingspost op te richten in de oude kerktoren van Oud –Stuyvekenskerke. Eind december beklom hij de toren, dit bleek inderdaad een goede observatieplaats te zijn. Op 15 februari 1915 werd het bovenste stuk van de toren kapot weggeschoten. Wanneer luitenant Lekeux op 17 februari, na enkele dagen verlof, terugkeerde naar Oud–Stuyvekenskerke moest hij in de ruïne van de toren op een lange lader staan om er zijn observaties uit te voeren. Bij zware beschietingen voelde hij de torenresten wankelen en schommelde hij heen en weer op zijn ladder. De toren werd uiteindelijk gereduceerd tot een puinhoop, Lekeux verhuisde zijn waarnemingspost dan maar naar de zolder van de hoeve die 50 meter verder lag.  Hij zou er blijven tot in mei ’16. Een niet-ontplofte obus, net onder een Onze-Lieve-Vrouwbeeldje ingeslagen, bracht Lekeux ertoe een kapel in te richten, een kapel die na de oorlog een waardige opvolger zou krijgen in de vorm van de herdenkingskapel 'Onze- Lieve-Vrouw der Zege'. Luitenant Lekeux, later kapitein, werd bij het publiek bekend als le moine-soldat (de monnik – soldaat). Na de oorlog keerde hij terug naar het kloosterleven, schreef boeken en hielp geld inzamelen voor de oprichting van het Onze-Lieve-Vrouwehoekje in Oud–Stuyvekenskerke nu een beschermde oorlogssite. Frère Martial stierf op 18 oktober 1962.

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Nabij Locre N°10 Cemetery. 22-05-2017
Loker (Heuvelland) België.

In het veld ten westen van Locre N°10 Cemetery staat er tussen de gewassen een eenzame eik.

lees meer ...
Tyne Cot Cemetery 'Remembrance Ceremony'. 02-11-2015
Passendale (Zonnebeke) België.

Nacht over Passendale

lees meer ...
Deutscher Soldatenfriedhof Tarabya 'Generalfeldmarschall Colmar Freiherr von der Goltz'. 18-04-2016
Tarabya (Istanbul) Turkije.

Achter een zwaarbewaakte ingangspoort ligt een Duitse militaire begraafplaats.

lees meer ...