Ariburnu Turkije.
Anzak Koyu ( Anzac Cove).
Ariburnu Turkije.

De ANZAC-troepen bestonden uit manhaftige Australiërs en Nieuw Zeelanders, die de oorlog eigenlijk nog als een soort sport taxeerden. Hun landingsplaats was Z-beach bij Gaba Tepe. Ze moesten er aan land komen met ongeveer 15.000 (andere bronnen vermelden 12.000) man

 

De schepen brachten hen tot voor de kust, daar werden ze overgezet in kleinere bootjes die hen op de juiste landingsplaatsen moesten afzetten. Deze nachtelijke operatie duurde veel te lang, veel langer dan gepland en pas in de vroege morgen gingen ze aan land. Door een sterke stroming waren de boten geland op een plaats die bijna twee kilometer ten noorden van de geplande landingsplaats lag. Het terrein, een kleine inham bij Ari Burnu, had een smal strand en was omringd door steile kliffen, het gebied was dus zeer moeilijk toegankelijk en onbekend. In tegenstelling tot de plaats waar ze in feite hadden moeten landen, was dit gebied zwak verdedigd. Toen de 3de Australische Brigade in de morgen van 25 april hier aan land kwam ondervond ze een minimale weerstand. In een half uur tijd waren er al 4.000 man aan land. Over die minieme weerstand schreef Private Walter Stagles (1e Australische divisie) het volgende: “Ineens weergalmde er één luid schot en een geelachtig licht flakkerde hoog in de lucht op. Vanaf dat moment begonnen de Turken de boten met zwaar mitrailleur- en geweervuur te bestoken. We sprongen uit de sloepen en de warm ingeduffelde roeiers startten weer met roeien. Zodra het vaartuigen aan land kwamen, was het ieder voor zich, je moest gewoon uitstappen en er het beste van trachten te maken.”

 

Toen het licht werd beseften ze al vlug dat ze op de verkeerde plaats terecht waren gekomen. Toch klauterden enthousiaste kleine groepjes ANZAC’s op de steile kliffen en trokken dan landinwaarts op verkening.

 

De troepen waren nu veilig aan land maar toch verliep de organisatie op het strand krampachtig. Private Frank Brant van de 2e Australische divisie getuigde: “Er was zeker geen sprake van een goed gecoördineerde actie. We waren gewoon een bende Australiërs die allemaal aan het werk waren. We vertrouwden elkaar blindelings. Nadat we even hadden gedolven, vuurde de Queen Elizabeth plots enkele artilleriegranaten af, het geluid van die granaten werkte als een stimulans. De vent naast mij, Robbie Robinson, was een korporaal van mijn bataljon. Ik zie hem nog voor mij, grijnslachend, maar de volgende tel viel zijn hoofd op mijn schouder. Een scherpschutter schoot recht door zijn halsader. Dat was dus eigenlijk mijn vuurdoop, Robbies bloed droop over mijn hele uniformjas.”

 

Intussen had Mustafa Kemal zijn 55e en 77e regiment (19e in de richting van de ANZAC’ s gestuurd om die te bekampen. Ook zo'n 80 soldaten  van het 27e regiment   onder leiding van de turkse onderluitenant Ibradili Ibrahim Hayrettin die verantwoordelijk was voor het bewaken en beveiligen van ongeveer 4 km kusstrook zorgde voor veel tegenstand.  Van op een heuvel zo'n 30 meter boven de zeespiegel ongeveer 1 km van Ariburnu waar vlakbij een stenen huisje van een lokale visser was gevestigd werden de Anzac's onder vuur genomen.  Deze 'Fisherman's hut' is op dag van vandaag nauwelijks veranderd. De gevechten op de kliffen en in de ravijnen ontaarden in een vreselijke strijd, één op de twee ingezette manschappen werd een slachtoffer. De landing degenereerde in een complete wanorde. De situatie werd zelfs zo nijpend dat bevelvoerder generaal William Birdwood in de nacht van 25 op 26 april aan generaal Hamilton toestemming vroeg zich te mogen terugtrekken maar die vraag werd genegeerd.

 

Sergeant Frank Kennedy van de 2e Australische divisie getuigde: “Er moest een hulppost opgericht worden, het eerste bevel dat ik er kreeg was om te proberen de gewonden naar een veilige plek te verplaatsen. Maar met een draagbaar afdalen langsheen die steile zandhellingen, was ongeveer het moeilijkste dat een brancardier kon doen. We moesten constant trapsgewijs naar beneden, af en toe struikelend over robuust struikgewas, en terzelfdertijd probeerden we de pijn van die jongen op de brancard te verlichten.”

 

Deze inham werd een bekende site in de Australische geschiedenis van de oorlog. De 600 meter lange inham van werd de hoofdbasis van de Australische en Nieuw-Zeelandse troepen tijdens de achtmaand durende Gallipoli campagne. Op 29 april doopte generaal Birdwood deze inham en de naamloze omgeving bezet door zijn korps om tot “ANZAC cove”.

 

 

 

 

Meer artikels
1914-1918 War Memorial London Exchange City. 12-02-2018
Londen Verenigd Koninkrijk.

Het Verenigd Koninkrijk stuurde heel wat van hun zonen naar het “Poor Little Belgium” en naar de andere Fronten in WO1.

lees meer ...
Cambrai East Military Cemetery. 20-11-2017
Cambrai Frankrijk.

Langs een oostelijke uitvalsweg van Cambrai, net voorbij de stadsgrens, ligt de grote en fraaie militaire begraafplaats van Cambrai.

lees meer ...
Bois-le-PrĂȘtre. 15-09-2014
Muerthe-et-Moselle Frankrijk.

In Muerthe-et-Moselle ligt het beruchte bos het Bois-le-Prêtre. Tussen september 1914 en juli 1915 werden er in dit bos verbeten gevechten gestreden. Het bos werd aan beide zeiden omgetoverd tot een web van prikkeldraad met daarachter een labyrint van loopgraven. De verliezen waren zwaar, zowel voor de Fransen als voor de Duitsers, er waren duizenden doden en gewonden.

lees meer ...