Morto Bay Turkije.
Resten van een Frans Monument.
Morto Bay Turkije.

De op 18 maart 1915 gevormde 5/15 compagnie van het 2e Franse Genie Regiment (onder bevel van kapitein Varnier) bestond uit 3 officieren, 20 onderofficieren, 17 korporaals, 213 sappeurs-mineurs, 1 brigadier en 16 sappeurs-chauffeurs.  Op 6 mei 1915 maakte de compagnie deel uit van de 2e D.I.(infanteriedivisie) van het Franse oostelijk expeditiekorps dat zonder incidenten tussen Cap Helles en de ruines van Sedd-ul-Bahr, ten zuiden van het schiereiland Gallipoli, aan wal kwam. Nadat ze het plateau ten noorden van Sedd-ul-Bahr en de vlakte van Morto-Bay doorkruist had, arriveerde de compagnie in het zicht van de linies. Met opeenvolgende sprongen infiltreerden de secties bij de infanteristen in de loopgraven. Tijdens die troepenbeweging leden ze hun eerste verliezen. Een sergeant en negen sappeurs werden zwaar gewond.

 

Op 8 mei vond de eerste aanval plaats waar de sappeurs aan deelnamen. De aanval slaagde niet, maar hun inzet en voorbeeldige houding bevestigde wel alle hoop die er in hen gesteld werd. In het vooruitzicht van de uit te voeren operaties werden er nieuwe disposities genomen. Onvermoeid werkten de sappeurs dag en nacht aan defensieve organisatie van de sector. Het hoofdkwartier en de diensten van de D.I. werden geïnstalleerd op de  dalende taluds naar de Kanli-Deri, de 5/15 compagnie zelf bivakkeerde ten noorden van Morto-Bay. De schuilplaatsen, die in dit zandachtige terrein, niet bekist konden worden waren in feite mijngroeven zonder enige veiligheid. Het was in die oncomfortabele condities dat de Franse troepen van de D.I. daar vijf maanden zouden verblijven, ze werden er niet alleen blootgesteld aan de vijandelijke artillerieprojectielen van de vijandelijke batterijen op het schiereiland maar ook aan de batterijen die vuurden van op de Aziatische kust, die amper vier kilometer verder lag en de Franse achterzijde bestookte. Tijdens haar vele werkzaamheden leed de compagnie serieuze verliezen. Een tyfuskoorts- en dysenterie epidemie begon een ware ravage aan te richten in het Franse expeditiekorps. Deze epidemieën, toegevoegd aan de tekortkomingen en aan de strengheid van een moordend klimaat zorgde er voor dat het dispositief van de compagnie met een vierde daalde. De verliezen bij de compagnie werden gedeeltelijk opgevangen door de aankomst van versterkingen, er arriveerden 6 onderofficieren,3 korporaals en 40 sappeurs. Ondertussen hadden de sappeurs de eerste linie, en dat in een relatief korte tijd, gemiddeld 200 meter dichter bij de vijand gebracht. Ondanks het gevaarlijke werk bleven ze de linies vooruitschuiven. Tijdens een tweede aanval op 22 mei die ondanks de nodige voorbereidingen mislukte bracht sappeur-verpleger Zerbib ondanks het hevige vuur een aantal gewonden binnen, zijn stoutmoedige gedrag leverde hem een vermelding op in het legerorder. 

 

Op 4 juni trokken de troepen van de 4e Franse gemengde brigade in de aanval naar de vijandelijke loopgraven. De 3e sectie van de 5/15 compagnie moest in volle dag en onder hevig geweer en artillerievuur nabij de loopgraven een communicatieloopgraaf delven. Twee sergeanten werden al van in het begin van de werkzaamheden uitgeschakeld, maar de sappeurs werkten voort. Zeven uur lang zwoegden ze er onder een hevig artillerievuur. Ze slaagden erin om dicht bij de Turkse verschansingen te geraken. Nadat ze 19 man van hun sectie hadden verloren, de sectie telde 40man, kregen ze het bevel om zich terugtrekken. Sergeant Pize die die dag zwaar gewond werd toen hij op kop van zijn eenheid de borstwering  van de loopgraaf in de eerste linie overschreed, en sappeur Girma  die zeven uur doorwerkte in de communicatieloopgraaf dicht bij de Turkse stellingen en er het moreel hielp hooghouden,  werden geciteerd in het legerorder.

 

Rond deze periode begon men ook te lijden aan een water te kort en er heerste terecht een bezorgdheid voor de komende maanden, men ging actief op zoek naar water. Luitenant Biliotti slaagde er in om enkele plaatsen te vinden waar men water kon ophalen.

 

Op 21 juni trokken de Fransen opnieuw in de aanval, het 176e R.I. (infanterieregiment) kende succes. De Turkse positie van Haricot werd veroverd. Na de aanval waar het 5/15 deelnam delfden de sappeurs vier loopgraven. Die moesten het veroverde gebied verbinden met de loopgraaf van waar ze vertrokken waren. Ze werkten onafgebroken gedurende 15 uur, en lagen er constant onder artillerie en infanterie beschietingen. Ze verloren er 50% van hun ingezette manschappen. Een van hen was korporaal Carrière. Hij was gewond aan zijn buik en voelde dat zijn einde naderde, hij leunde tegen de achterzijde van de communicatie loopgraaf die zijn mannen aan het graven waren. Ze werkten onder een dodelijk vuur, de gewonde korporaal moedigde zijn mannen aan om verder te werken en mochten zich niet om hem bekommeren! Na twee uren afzien van de pijn en gedurende de gehele tijd zijn mannen te hebben aangepord, stierf hij ter plaatste.

 

Tegen eind juli bleven van de mannen die hier enkele maanden geleden geland waren met de compagnie nog slecht 30 man over. Alle eenheden van het korps hadden dringend een rustpauze nodig, ze trokken voor acht dagen naar het eiland Ténedos. Het deed de mannen van de compagnie zeker deugd. Tegen 6 augustus zaten ze weer aan het front en zouden in Gallipoli blijven tot 30september 1915, toen scheepte de compagnie in bij Cap Helles.

 

Frans Militair in Gallipoli 1915

 

 

 

.

Meer artikels
The Lone Tree. 07-09-2015
Loos ( Loos-en-Gohelle) Frankrijk.

Tussen Vermelles en Loos staat 'The Lone Tree', de eenzame boom.

lees meer ...
The Beach Cemetery'The Man with a Donkey'. 11-05-2015
Ariburnu Turkije.

The Beach cemetery bevind zich in het gebied dat in 1915 bekend was als Hell Spit, het situeert zich aan de zuidelijke punt van Anzac Cove, de graven liggen tussen de Kelia - Suvla Road en het strand.

lees meer ...
The Never Forget Memorial. 25-12-2017
Alrewas Verenigd Koninkrijk.

Het National Memorial Arboretum van Alrewas eert de gevallenen en erkent het offer en de dienst, dat bevordert bij de Britten de trots in hun land.

lees meer ...