Gully Ravine Turkije.
'Britse Waterput'.
Gully Ravine Turkije.

Na een bombardement van twee dagen begon op 28 juni ’15, om 10 u45, de strijd bij Gully Ravine (28 juni tot 5 juli). Eerst was er een voorafgaande raid om Boomerang Redoubt op Gully Spur te veroveren, kort daarna volgde de algemene aanval. Het artillerievuur op Gully Spur was overweldigend. De 2e compagnie van het 10e Gurka Rifles en het 2e bataljon van de Royal Fusiliers rukten vlug op. Ze geraakten tot bij een op 800 meter gelegen punt, die de naam “Fusilier Bluff” droeg. Dat punt zou de meest noordelijke geallieerde positie worden op Helles. In het ravijn konden de troepen van het 1e bataljon van het Border Regiment niet zo ver oprukken als de troepen op de uitloper, want daar waren de Ottomaanse troepen enigszins beschermd tegen de dodelijke bombardementen van op zee. Hun laatste positie werd versterkt met steenblokken en rotsen en werd bekend als “ Border Barricade”.

 

Ondanks de grote verliezen kon Faik Paşa in de morgen van 30 juni de aanval stoppen. Hoewel hij van hogerhand onder druk stond om in de tegenaanval te gaan wou Faik Paşa zijn gedecimeerde troepen een dag rust verlenen. De twijfel van Faik Paşa  maakte Weber Paşa, die het bevel voerde in deze sector, bloednerveus. Hij beschouwde dat het best was om terug te trekken achter de strategische Alçitepe, die diende als laatste toevluchtoord. Maar Liman Paşa (Otto Liman von Sanders)  kon hem dat afraden, was hij daar niet in gelukt dan zou dit de geallieerden de overwinning gegeven hebben.

 

Rechts van de oprukkende troepen, langsheen Fir Tree Spur, verliep het gevecht niet zo goed voor de Britten. De onervaren militairen van de 156e Brigade die de nodige artillerieondersteuning niet kregen werden afgeslacht door het Turkse mitrailleurvuur en de bajonetaanvallen. Ondanks de tegenstand kregen zij het bevel om de aanval te drukken, zo konden de ondersteuning- en reserve troepen vooruitgestuurd worden, doch ook zij boekten geen vooruitgang. Tegen dat de aanval gestopt werd was de brigade de helft van haar manschappen kwijt, ze verloren er 1.400 man, 800 van hen waren dood! Sommige bataljons waren zo opgebruikt dat ze versmolten werden in samengestelde eenheden. Wanneer de rest van de 52e divisie landde was de bevelhebber, majoor generaal Granville Egerton, furieus over de manier waarop de mannen van 156e brigade opgeofferd waren.

 

Uiteindelijk voerde de 1e Ottomaanse divisie op 2 juli om 18uur opnieuw een tegenaanval uit. Ze geraakte tot op 30 meter van de Britse loopgraven, de verliezen waren ondragelijk. Voor de rijen mitrailleurs smolten de mannen weg als sneeuw. De aanval ging de hele nacht door. Uiteindelijk beval Faik Paşa hen om zich in te graven en om er een defensieve houding in te nemen. Liman Paşa haalde hem onmiddellijk weg en verving hem door Mehmet Ali Paşa. Zodra de 3e divisie, die juist de Narrows doorkruist had, rond middernacht bij de linies aankwam, beval Mehmet Ali Paşa hen om 3u45 aan te vallen. Nadat een zekere majoor Eggert, een staflid van Mehmet Ali Paşa, persoonlijk bemiddeld had bij Liman Paşa werd de aanval met 24 uren uitgesteld. Op 5 juli werd de laatste grote aanval ingezet, weer stapelden de Turkse lijken zich op! Gelukkig kon majoor Eggert, Liman Paşa ervan overtuigen om een einde te maken aan dit hopeloze gevecht.

 

De Ottomaanse verliezen, tussen 28 en 5 juli, werd geschat tussen de 14.000 en 16.000 man, viermaal zoveel als de Britten. Waar mogelijk werden de Turkse doden verbrand maar een wapenstilstand om hen te begraven werd hen geweigerd. De Britten oordeelden dat de lijken een effectieve barrière waren en dat de Ottomaanse strijders zouden weigeren om aan te vallen over de corpussen van hun gesneuvelde kameraden. Dat was één van de echt onsympathieke en onaannemelijke handelingen die de geallieerden hier uithaalden, een daad die de Turken woedend en bloedlink maakte.

 

De Britse waterput aan de ingang van het ravijn word vandaag nog gebruikt door de landbouwers om hun vee te drinken te geven,...

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Deutscher Studentenfriedhof Langemarck. 10-11-2014
Langemark (Langemark-Poelkapelle) België.

Meer dan 3.000 studenten-vrijwilligers van het 22e t.e.m. 27e Reservekorps vonden hier hun laatste rustplaats.  Ze sneuvelden in oktober en november 1914 tijdens herhaalde aanvallen in de Eerste Slag bij Ieper.  Door het grote aantal studenten onder deze vrijwilligers, kreeg de begraafplaats de naam 'Studentenfriedhof'.

lees meer ...
Poperinghe Old Military Cemetery. 19-09-2016
Poperinge België.

Poperinge was gedurende bijna de gehele oorlog in Britse handen, de stad was een belangrijke plek omdat ze behoorlijk groot was en omdat het de dichtste plaats was bij Ieper waar men relatief veilig was voorartilleriebeschietingen.

lees meer ...
Lijsenthoek Military Cemetery 'Pte R. Van Neste'. 06-11-2017
Poperinge België.

Tussen de vele Britse doden hier begraven op Lijsenthoek Military Cemetery vinden we de grafsteen van een gesneuvelde Canadese Private.

lees meer ...