Eceabat Turkije.
Respect for History Park 'Gevechtscene'.
Eceabat Turkije.

 

De strijd bij Hill 60 (Kaiajik Aghala) was het laatste grote gevecht op het schiereiland Gallipoli. De aanval brak los op 21 augustus 1915 en viel samen met de aanval op Scimitar Hill die door het Britse IX Corps werd uitgevoerd vanuit Suvla. Hill 60 was een laag heuveltje ten noorden van de regio Sari Bair die de landingstroepen op Suvla domineerde. De verovering van de beide heuvels zou het contact tussen de ANZAC’s en de gelande troepen op Suvla veilig stellen. De geallieerde strijdkrachten voerden twee grote aanvallen uit, de eerste op 21 augustus en de tweede op 27 augustus.

 

In de morgen van 21 augustus werd er beslist dat de ondersteuning van de Nieuw-Zeelandse artillerie die de aanval moest voorbereiden omgeleid zou worden om het Suvla offensief te ondersteunen. De starttijd voor de aanval op Hill 60 werd met 30 minuten verzet, men dacht als men de aanval later van start liet gaan dat tegen dan de artillerie terug beschikbaar zou zijn. Dat had als resultaat dat Hill 60 en haar omgeving bijna niet bestookt werd en dat de aanvallers er een harde tegenstand konden verwachten van de ondertussen verwittigde Turken.

 

Om 3u30 trokken de manschappen van het NEW ZEALAND MOUNTED RIFLES (NZMR) vooruit en stapten 400 meter in de richting van de Turken. Een aantal  Turken die de Nieuw-Zeelanders in hun richting zagen komen verlieten hun voorste loopgraaf en liepen naar de achtergelegen loopgraven. Tegen 3u45 begonnen de Nieuw-Zeelanders de eerste Turkse linie te bezetten. Tegen 4u waren de NZMR in hun eerste positie, maar noch de Indische brigade (aan hun linkerkant) noch de 4e Australische Infanterie brigade (aan hun rechterkant) konden de Nieuw-Zeelanders bijhouden, doch de Connaughts Rangers hadden hun eerste positie de waterputten bij Kabak veilig gesteld. Brigadier-Generaal Andrew Hamilton Russell, de bevelhebber van  het NZMR, beval de Australiërs om verder voorwaarts te pushen en vroeg de Connaughts Rangers om hen te ondersteunen op de linkerflank. Doch slechts alleen de A compagnie werd vooruit gestuurd, maar de Connaughts waren ondertussen onderling fameus gemengd geraakt zodat de aanval eigenlijk werd uitgevoerd door een samenraapsel van mannen uit alle compagnieën, het waren kerels die laaiend waren van de goesting om te vechten! Wanneer ze de eerstelijns loopgraaf, ten westen van de heuvel, passeerden en de Turken voor hen uit liepen werden de Connaughts plots gestopt door zwaar geweer- en mitrailleurvuur. De kogels kwamen, net als het accurate kanonvuur, van op de heuvelkam. De overlevenden consolideerden hun positie in de eerstelijns loopgraaf, en werden om 5u15 afgelost door de Gurkas, de Connaughts moesten zich concentreren op de beveiliging en het versterken van hun positie bij de waterputten.

 

De rechterflank had het nog steeds moeilijk. Van op Heuvel 100 naar beneden op Heuvel 60(Hill 60 ), hadden de Turkse loopgraven en kanonnen het overwicht op de Kaiajik Dere vallei die de 4e Australische Infanterie brigade en de mannen van het Hampshire Regiment moesten doorkruisen. Zij die de oversteek van de vallei overlevenden begonnen zich omstreeks 17 u in te graven. Een artilleriegranaat had er de droge plantengroei laten vlamvatten, het zich vlug verspreidende vuur bracht er heel wat gewonden een vreselijke dood! Tegen 19 uur vervoegden de  Connaughts  de rechterzijde van het NZMR, maar er was nog steeds een opening tussen het NZMR en de 4e Australische Infanterie brigade

 

 

 

Op 22 augustus werd de aanval versterkt met het 18e Australische bataljon, dat deel uitmaakte van de pas aangekomen 2e Australische divisie.  Deze mannen waren, in tegenstelling tot de oudgedienden op het schiereiland, wel fris en gezond maar hadden geen ervaring en waren slecht geëquipeerd. Gedurende hun aanval op Hill 60, uitgevoerd in het ochtendgloren en met de bajonet op het geweer, verloren de Aussies 383  man van de 750 die ten aanval trokken! De eerste aanval resulteerde in een gelimiteerde vooruitgang in de lagere delen van de heuvel, maar de Turkse verdedigers slaagden erin om de hoogtes te behouden.

 

Hoewel er versterkingen werden ingezet zou de tweede grote aanval gelijkaardig verlopen. Op 27augustus werd er wat vooruitgang geboekt maar de heuveltop bleef in Turkse handen.  In de loop van de avond werd het 9th Light Horse Regiment van de Australische 3rd Light Horse Brigade  ter versterking gestuurd. Een golf van 75 man geleid door hun nieuwe bevelhebber, luitenant-kolonel Carew Reynell, verloor haar weg en werd in het openveld gepakt door het Turkse mitrailleurvuur. Ook het 10th Light Horse Regiment werd betrokken in de gevechten. Op 28 augustus werden er een aantal loopgraven op de heuveltop veroverd, maar de Turken bleven zich vastklemmen aan de vitaal belangrijke  noordelijke heuvelkant die Suvla overschouwde. De aanvallen en tegenaanvallen volgden elkaar op tot op 29 augustus ’15, toen eindigde de strijd om Hill 60. De Britten spraken van een succes, maar in feite was de helft van Hill 60 nog steeds in Turkse handen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Gorjansko Austro – Der österreichisch-ungarische Soldatenfriedhof. 20-06-2016
Gorjansko Slovenië.

De militaire Oostenrijks-Hongaarse begraafplaats uit de eerste Wereldoorlog in Gorjansko ligt naast de gemeentelijke begraafplaats en bij de regionale weg die naar Klanec en Brestovica leidt.

lees meer ...
Forte Verena. 25-05-2015
Verena Italië.

Het fort Verena was een Italiaanse vesting gebouwd tussen 1912 en 1914.

lees meer ...
Place des Martyrs. 18-08-2014
Tamines België

Na de Duitse inval, met de bedoeling om Frankrijk vanuit het noorden aan te vallen, bood het kleine Belgische leger hardnekkig weerstand. Maar de Duitse overmacht was te groot zelfs de hulp van het Franse leger kon daar niets aan veranderen. Om geen last te hebben van de Naamse forten wilden de Duitsers hier te Tamines op 19 en 20 augustus 1914 over de Samber trekken. Maar ze werden er twee dagen tegengehouden door de Fransen die aan de overkant van de rivier zaten.

lees meer ...