Oud - Stuivekenskerke België.
Monument Belgische Regimenten.
Oud - Stuivekenskerke België.

Op de herinnering site te Oud - Stuivekenskerke worden er ook een aantal Belgische artillerie eenheden herdacht. Doordat de artillerie in de periode tussen 1870 en 1914 een geweldige technologische verbetering kende moest ook de Belgische artillerie zich gaan vernieuwen.

 

Vanaf 31 juli 1914 zat het Belgische leger vastgeklemd tussen de grootmachten Frankrijk en het Duitse Keizerrijk. Het Belgisch leger nam haar defensieve stellingen rond Namen en Luik in en stelde bij de Gete haar veldleger in een afwachtende houding op. De artillerie vond je er toen als vestingartillerie en als veldartillerie. De vestingartillerie maakte de dienst uit (samen met de vestigingsinfanterie) in de kringvestigingen van Namen, Luik en Antwerpen. De veldartillerie werd uitgerust met door paarden getrokken 75mm snelvuurkanonnen. Deze veldartillerie werd nog verder opgedeeld in rijdende artillerie en bereden artillerie.  De bereden artillerie steunde het maneuver van het veldleger waarvan het tempo bepaald werd door de infanterie-eenheden. De rijdende artillerie volgde de snellere cavalerie-eenheden. Deze veldartillerie volgde het maneuver van het veldleger die het grondgebied probeerde te verdedigen, maar dat lukte niet en het werd een snelle terugtocht naar de IJzer. Op deze linie werd de Duitse opmars dan toch gestopt. In de komende vier jaar transformeerde deze linie zich tot nieuwe soort fortificatie.

 

Alle mobiele en nog bruikbare lichte artilleriestukken werden achter de IJzer getrokken. Deze stukken waren geschikt om een veldleger te volgen en te steunen, maar waren toch minder geschikt om gebruikt te worden in een positieoorlog. Vanaf het begin van 1915 begonnen de Duitsers, met hun mortieren, de Belgische stellingen te bombarderen. De gevolgen van deze beschietingen waren een reden om na te denken over een tegenzet, want de Belgische troepen hadden op dat moment geen bescherming en geen gelijkwaardige wapens. De 5de Legerdivisie was toen een eenheid die in de sector Diksmuide streed, daar waar het Belgisch front het meest contact had met de vijand. Haar commandant gaf zijn Genie de opdracht een antwoord te zoeken op de vijandelijke Minenwerfer (mortieren).

 

Men speelde met het idee om de 37 mm kanonnen van een Franse kanonneerboot, die gezonken was in het kanaal van Veurne, te gaan recycleren. Het voortstuwingssysteem was een patroon zonder projectiel. Dat nieuwe projectiel bestond uit een houten vierkante doos van 10 bij 15 cm die volgepropt werd met knalpoeder en schroot. Een houten cilinder met een diameter van 37 mm, bedoeld om in de kanonsloop te passen, was bevestigd op één van de zijden van het kistje. Hoewel dit systeem zeker niet perfect was, behaalden de eerste exemplaren aanwezig in de Belgische loopgraven toch verschillende successen, deze  warene een beantwoording op de Duitse mortieren. Ze krikten het moreel van de troepen op! Een nieuw type van artillerie was geboren, de loopgraafartillerie. Deze artillerie kon met krombaanvuur op een effectieve wijze in de loopgraven van de tegenstrever schieten

 

Vanaf maart 1915 werd de Loopgraafartillerie bediend door mannen van de Genie van de 5de Legerdivisie (Gn/5LD). Wanneer in augustus 1915 deze grote eenheid de sector Diksmuide verliet, maakte de vervangende divisie er geen gebruik meer van.

 

De eerste bestelde Franse kanonnen van 58 (1bis) kwamen aan in mei 1915 maar het duurde nog een hele tijd eer de Loopgraafartilleristen degelijk georganiseerd en opgeleid waren om hun wapens te bedienen. In elk van de legerdivisies werd een peloton van 6 kanonnen van 58 opgericht ,verbonden aan een Infanterieregiment. Een batterij van 13 kanonnen van 58 (nr. 2) werd speciaal samengesteld en aangeduid voor de sector Diksmuide. Daar moest die nieuw gevormde batterij in het bijzonder de Duitse mortieren gaan bestrijden.

 

De mortieren “Van Deuren” (VD), een Belgisch concept van de Generaal-majoor Van Deuren, verscheen in 1916. De batterijen VD werden opgericht en kwamen vanaf april 1916 geleidelijk aan het front. Elke legerdivisie kreeg vervolgens één, later twee batterijen van 12 mortieren Van Deuren alsook een 3e batterij van 12 mortieren van 75 mm Schneider. Deze groep die werd opgericht hing af van het regiment Artillerie van de legerdivisie. In 1916 kwamen ook de granaatwerpers “Delattre” er aan die op hun beurt een nieuwe batterij van de Groep Loopgraafartillerie vormden. Op het einde van de oorlog telde de Loopgraafartillerie zowat 350 stukken.

 

Naast de dreiging vanuit de vijandelijke stellingen moest men ook het gevaar vanuit de lucht aanpakken. Aanvankelijk waren het de luchtbombardementen vanuit de Zeppelins, die vanaf de zomer 1914, onze steden bedreigden. Deze luchtschepen werden met een geïmproviseerde luchtdoelartillerie, bestaande uit veldkanonnen, onder vuur genomen. Nadien tijdens de stellingoorlog kwamen er observatieballonnen en vliegtuigen die moesten bekampt worden, daarvoor werden de C75 SP Schneider kanonnen ingezet. Gedurende de oorlog breidde de Belgische artillerie haar arsenaal uit met zwaardere stukken, er kwamen kanonnen, houwitsers en mortieren met een kaliber van gaande van 105, 120, 150 tot 155mm. De artilleriestukken waren vooral van Franse makelij.

 

Technisch werd er vooruitgang geboekt in alle domeinen. De verbeterde munitie verhoogde de vuurkracht en de dracht van de artilleriestukken. Maar die vuurkracht zorgde ook voor een zwaar gehavend terrein. Vele aanvallen stokten in de bomkraters die de eigen artillerie zelf had gevormd in het vijandelijk bestookte gebied. In dit kapot geschoten gebied kon alleen nog de infanterie vorderen, de artillerie bleef er vaststeken in haar eigen bomkraters. Door het zware en vaak modderige terrein moest men op zoek naar nieuwe tractiemiddelen voor de zware artilleriestukken. Vanaf 1915 verschenen de eestte tractoren en vrachtwagens die de paarden geleidelijk aan moesten vervangen.

 

Op 4 september 1915 kon men in het officiële Belgische krantje De Legerbode het volgende lezen: “ Er valt niets bijzonders aan te stippen, buiten de artillerieverrichtingen die geweldig en geleidelijk over het grootste gedeelte van het front voortgezet worden.”

 

 

 

Meer artikels
Rijselpoort. 08-02-2016
Ieper België.

De Ieperse Vauban vestingen en haar kazematten werden in de oorlog door de Britten voor allerlei zaken gebruikt, ja zelfs voor het drukken van een frontkrantje.

lees meer ...
MEBU voor MG compagnie 'In Treue Fest' 04-04-2016
Apremont Frankrijk.

Wanneer wij het oude front gaan bezoeken spreken de gidsen er vaak over Engeland, meestal bedoelen ze hier eigenlijk het Britse Rijk mee.

lees meer ...
Guard Alpine. ( Alpijnse Schildwacht). 03-07-2017
Pocol Italië.

De Sacrario militare di Pocol (ook bekend als Ossario di Pocol) is een ossuarium, begraafplaats, bedehuis en vooral een gedenkplaats voor oorlogsslachtoffers van de Grote Oorlog die hier in de regio het leven lieten.

lees meer ...