Diksmuide België.
Pax-poort en 'verdwenen' Minoterie.
Diksmuide België.

De bloemmolens of Minoterie van Diksmuide stonden tot aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op de huidige Bloemmolenkaai bij de IJzer. Van 1836 tot 1881 herbergden de gebouwen bij de Hoge Brug een suikerfabriek. Vanaf 1890 werd de fabriek door industrieel Eugene Devos-Quatannens omgebouwd om er op stoomkracht graan te malen. Deze bijzonder stevig uit ijzer en beton gebouwde constructie en bestaande uit meerdere verdiepingen, stond op de drassige oostoever van de IJzer, ongeveer ter hoogte van waar nu de Pax-poort en de IJzertoren staan  aan de andere kant van het water.

 

Vanaf midden oktober 1914, toen er hevig gevochten werd rond Diksmuide, waren de ruïnes van de fabriek een schuiloord voor de Franse en Belgische militairen. Nadat de Duitsers op 10 november 1914 Diksmuide innamen en daar mee het laatste geallieerde bolwerk aan de noordoostelijke kant van de IJzer oprolden zou de Minoterie een uitgelezen steunpunt in hun verdedigingslijn worden. De Duitsers begonnen de ruïnes van de Bloemmolens te versterken en rondom werden er geduchte stellingen gebouwd die nauwelijks op 50 meter van de Belgisch-Franse linie op de linkeroever van de IJzer lagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De verbouwingen rond de Minoterie vereisten een voortdurende aanvoer van materiaal zoals beton, kiezel en cement. Bij de Einsdijk, aan het Handzamekanaal, richtten de Duitsers een daartoe bestemd pionierspark in met daarin een betonfabriek waar arbeiders van de Duitse genie en opgeëiste arbeiders (simentarbeiders) versterkte betonblokken van 40x40x40cm fabriceerden. De betonnen blokken waren voorzien van draagopeningen, die dienden voor de aanleg van betonnen borstweringen. Achter deze betonmuren werden vervolgens betonnen schuilplaatsen gebouwd. Dat gebeurde eveneens met materialen die vanaf de Einsdijk werden aangevoerd. Zo kwam in de periode tussen februari 1915 en maart 1916 de Kückstellung aan de oostelijke oever van de IJzer, ter hoogte van Diksmuide, tot stand. De Minoterie en de bijbehorende Duitse stellingen bleken heel moeilijk in te nemen. Vanuit de versterkte Bloemmolens konden de Belgen aan de overkant van de IJzer in het vizier genomen worden, maar ook de Belgische stellingen aan kilometerpaal 16, waar de Boyau de la mort( Dodengang) zou ontstaan, werden vanuit de stellingen aan de Minoterie onder vuur genomen.

 

De sluipschutters die van hieruit opereerden waren berucht. In de bijna vier jaar dat ze actief waren vanuit dit gebouw zouden ze ongeveer 3.000, al dan niet dodelijke, slachtoffers gemaakt hebben.

Eén van die vermoedelijke slachtoffers was de 21 jarige grenadier Sylvain Ryckeboer (1é Grenadiers / 1é Cie) uit Leisele, Op 27 september 1915 kreeg Sylvain bij kilometer paal 18 aan de IJzer, dus aan de overkant van de geduchte Minoterie een kogel in de rug! De levensgevaarlijk gewonde Sylvain werd haastig afgevoerd naar het militair hospitaal De Clep te Hoogstade, dat ongeveer op 15 kilometer van Diksmuide lag. Maar uiteindelijk werd de ernstige verwonding hem toch fataal, Sylvain stierf op 29 september in het hospitaal.

 

Uiteraard probeerden de Belgen deze versterkte fabriek te vernietigen, maar hoewel het gebouw vrij snel in een ruïne veranderde en steeds meer stuk geschoten werd, belette dit niet dat de Duitse sluipschutters er tot aan het eindoffensief van 1918 actief bleven.

Een oud-strijder die het allemaal meemaakte, schreef er het volgende over : “Dien bloemmolen, men zag hem tegen wil en dank, schier altijd bleven wij er lijdzaam tegenover gedurende vele jaren loopgravenoorlog. Een oog met vuur en staal in die blik, een oog dat beval aan een machtige artillerie, aan talrijke Minenwerfer en ook aan loerders (scherpschutters) die al te dikwijls de onvoorzichtigen of vermetelen neerschoten.”

 

Eind oktober – begin november 1917 waagde de Belgische legerleiding drie nachtelijke raids op de oostelijke IJzeroever. Het was de bedoeling om er de vijandelijke stellingen te verkennen als voorbereiding op een geplande aanval op Diksmuide, maar alle verkenningsaanvallen waren voor het grootste deel een flop. De stellingen zouden pas tijdens het eindoffensief heroverd worden.

 

Kort na de oorlog werden de restanten van de Minoterie een ware attractie in het ontluikende fronttoerisme. De uiteindelijke bescherming van de voormalige Minoterie als oorlogssite door het Ministerie van Defensie in 1922 verhinderde de wederopbouw van de Bloemmolens op dezelfde plaats. De Société kreeg een nieuw bouwterrein toegewezen bij de samenvloeiing van de Handzamevaart en de IJzer. Met de financiële steun van de Dienst der Verwoeste Gewesten trok de firma Schneider-Jaquet er een nieuw industrieel complex op. Tot 1952 werd de voormalige Minoterie bewaard als "site de guerre" (nr. 15). Nadien kwam het complex jammerlijk onder de sloophamer terecht. Tijdens graafwerkzaamheden in maart 2004, in het kader van de her aanleg van "de Portus Dixmuda", stootten arbeiders op de funderingen van de vroegere meelfabriek. De arbeiders vonden er toen eveneens allerhande oorlogstuig.

 

 

 

 

 

Meer artikels
Mausoleum Maurizio Ferrante Gonzaga. 19-03-2018
Vodice Slovenië.

Op de Vodice berg werd  hevig gevochten, één van de Italiaanse aanvoerders hier was princepe (prins) Gonzaga.

lees meer ...
Duits Mausoleum. 30-11-2015
Leffinge (Middelkerke) België.

De huidige begraafplaats van Leffinge die langs de waterloop Ieperleed ligt, vervangt het oude kerkhof rondom de kerk.

lees meer ...
Deutscher Soldatenfriedhof Bousbecque 'Johann Weimer' 23-04-2018
Bousbecque Frankrijk.

Op het Deutscher Soldatenfriedhof in de Franse gemeente Bousbecque, ook gekend als Busbeke, liggen de doden in individuele graven aangeduid met kruisjes, alleen de acht joodse graven zijn anders van vorm.

lees meer ...