Passendale (Zonnebeke) België.
Ceremonie 'Crest Farm Memorial'
Passendale (Zonnebeke) België.

Zonnebekes wereldbekende deelgemeente Passendale of door de Britten beter bekend in de oude spelling als ‘Passchendaele’ lag gans de oorlog in de vuurlinie, maar in 1917 speelde de gemeente een hoofdrol tijdens één van de gruwelijkste veldslagen van de oorlog.

 

De tot een klassieker uitgegroeide Passchendaele Ceremony herdenkt ieder jaar in november het einde van de Slag van Passendale, 10 november 1917. Op die plechtigheid worden in feite, en dit ongeacht hun nationaliteit, alle slachtoffers herdacht. De ceremonie start met een ingetogen gedachte bij het Canadese monument op Crest Farm, die reflectie wordt dan gevolgd door een fakkeltocht langs de Canadalaan. Hier marcheren zowel Canadese, Belgische en Duitse militaire detachementen evenals de prominenten gezamenlijk in alle sereniteit door het dorp. De optocht volgt het traject van de bloedige laatste honderd meter van de aanval en eindigt in het dorp Passendale. In november  2014, herdacht men de volgende personen:

 

  • Fitter Sergeant Albert Edward Slough 952121 R.F.A.  (Royal Field Artillery).
  •  

Albert werd in Zuid Londen geboren, hij had vier broers en één zuster. Voor de oorlog diende hij in het territoriaal leger als medic in het R.A.M.C. (Royal Army Medical Corps). In 1907 huwde hij met Ellen Sams, het koppel kreeg drie zonen. Albert werkte als fitter ( iemand die fit = aanbrengen van buisleidingen, kranen enz.)  bij the Nugget Boot Polish Company. Toen de oorlog uitbrak nam hij opnieuw dienst bij het leger ditmaal als chauffeur. Later werd hij opgeleid als fitter in de R.F.A.( Veldartillerie). In 1915 verklaarde hij zich bereid om overzee te gaan vechten, al vlug moest hij afscheid nemen van zijn drie zonen en zijn zwangere echtgenote, die in verwachting was van haar vierde zoon.

Albert werd samen met zijn batterij naar Frankrijk overgebracht, daar verhuisde hij van de ene naar de andere batterij en kwam in actie in de noordelijke sector van België. Zijn batterij kreeg een nieuwe naam  en kwam  als de “A” Battery 18th Army Field Artillery Brigade bij de 4e Canadese divisie terecht. In lente van 1917 vocht zijn batterij gedurende vier maanden nabij Vimy (Fr.) waar ze meer dan 10.000 projectielen afvuurde. De batterij bleef in het vuur van de strijd en trok als aanloop van de Derde Slag om Ieper naar Clapham Junction, Inverness Copse and Sterling Castle, dit waren drie gekende plaatsen in de regio van de Ieperboog. Tegen oktober 1917 was de batterij weer actief in de flank van het Canadese leger, hun kanonnen vuurden van langs het kanaal aan Oosthoek. Van daaruit bestookten ze Hill 60. Op 22 oktober werd Albert gewond, men bracht hem naar het dressing station “The Huts” in Dikkebus maar toen hij daar aankwam was hij al overleden. Albert werd er begraven naast een kanonnier van de zelfde batterij. De begraafplaats draagt nu de zelfde naam als het toenmalige dressing station: “ The Huts Cemetery” in Dikkebus.

 

 

  • Offz.Stv. (Offiziersstellvertreter) Wilhelm Julius Verdieck (Offiziersstellvertreter = hoger onderofficier die dienst deed als officier).

     

    Wilhem kwam op 23 mei 1883, in Friedrichstadt (Holstein), ter wereld als zoon van een conrector. Na zijn studies in Kiel kon hij als schooldecaan aan de slag in Appenrade. In maart 1910 huwde hij met Ingeborg Appelberg. Zij was de dochter van een Zweedse koopman en tevens de eigenaar van een traditioneel eethuis in Lübeck. In december 1910 werd Hans, hun eerste zoontje geboren. Begin 1912 werd Wilhelm docent aan de lerarenschool in Bad Segeberg. Nog in dat zelfde jaar, in november, werd hun dochtertje Ilse geboren.

    Kort na de eerste dagen van de oorlog werd op 22 augustus 1914 het Grossherzoglich Mecklenburgische Reserve Infanterieregiment No. 214 (R.I.R. 214) opgericht. Wilhelm werd samen met andere mannen uit de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein bij het IIe bataljon, dat zich in Schwerin bevond, ingedeeld. Vanaf 26 september 1914 bevond zijn regiment zich in het opleidingskamp in Lockstedt. Al op 12 oktober vertrokken ze samen met de gehele 46e Infanterie Divisie (onderdeel van deze divisie) per trein naar Haalter in België.

    In de nacht van 16 oktober leed het regiment, tijdens patrouille per fiets in de omgeving van Staden, haar eerste verliezen. In de periode tot 23 oktober marcheerde het regiment over Pittem en Roeselare tot in een stelling ten noordoosten van Langemark. Vanuit die stelling probeerde het IIe bataljon meermaals om het centrum van Langemark in te nemen. Doch op 29 oktober zijn ze terug op hun uitgangstelling bij de Bultehoek in Merkem. In de volgende dagen trok het regiment naar een reservestelling ten noorden van de Kippe (Merkem). Op 4 november werd  Offz.Stv.  Wilhelm Verdieck overgeplaatst naar het IIIe regimentsbataljon, waar hij het bevel van de 12e compagnie op zich nam. Daarna trok het IIIe bataljon naar een nieuwe stelling bij Poesele nabij het IJzerkanaal waar het tot 10 november in de stellingen verbleef. In de morgen van 10 november trok het R.I.R. 214 samen met andere eenheden ten aanval ze moesten bij Steenstraate een overgang van het kanaal veroveren. In de loop van de dag geraakte het IIIe bataljon over het kanaal, maar het hevige artillerievuur van de tegenstander maakte hen het verder oprukken onmogelijk.  Wilhelm geraakte hier met tien van zijn mannen vermist, men vermoedt dat hij verdronk in het IJzerkanaal. In januari 1915 werd zijn tweede zoon Wilhelm geboren, hij kreeg de naam van zijn als vermist opgegeven vader. Beide broers, Hans en Wilhelm, sneuvelden in de Tweede Wereldoorlog aan het Russische oostfront!

     

  • Private (soldaat) Samuel Seed Cooper, 21st Battalion Canadian Expeditionary Force.

 

Samuel werd op 5 oktober 1892 geboren in Belfast, in het huidige Noord-Ierland. In april 1902 emigreerde de familie Seed naar Hammond, Ontario (Canada). Samuel nam in januari 1917 in Ottawa dienst in het Canadese Expeditiekorps. In maart 1917 scheepte hij in aan boord van de SS Saxonia en stoomde richting Liverpool. Op 20 juni werd hij ingedeeld  bij de versterkingen van het 21th Battalion Canadian Expeditionary Force in Etaples (Frankrijk). Samuels deelname aan de oorlog zou niet lang duren! Op 8 november maakte het bataljon een trage mars van aan het gehucht  Potyze richting Passendale, ze trokken door een gebied dat  vol lag met granaattrechters en werden bijna constant door kanonvuur bestookt. De ruïnes van het dorp Passendale waren twee dagen voordien door de Canadezen ingenomen. In de loop van de volgende dagen probeerden de Canadese eenheden om de frontlinie verder over de heuvelkam op te schuiven.

Het 21e Canadese bataljon kreeg de taak om een aantal werken uit te voeren en moest ook de andere strijdende Canadese eenheden gaan versterken. Het was tijdens die mens-verspillende acties dat Private Samuel Cooper om het leven kwam, dat gebeurde waarschijnlijk toen hij met zijn groep werken uitvoerde aan de rechterzijde van de Canadese troepen. Hij was één van de vele slachtoffers die het bataljon hier in een korte periode van enkele dagen telde. Er bestond een onbevestigd rapport dat zijn lichaam begraven werd op Tyne Cot Cemetery, maar de Graves Registration Commison kon zijn stoffelijke resten niet terug vinden zodat hij nu word herdacht de “Menin Gate memorial for the missing” of  voor ons beter bekend als de Menenpoort.

 

  • Warrant Officer Patrice Vincent & Corporal Nathan Cirillo.

 

Tijdens diezelfde herdenkingsceremonie in 2014 werden ook twee militairen van de huidige Canadian Armed Forces herdacht.

 

Op 20 oktober 2014, enkele weken voor de plechtigheid in Passendale raakten twee militairen gewond tijdens een aanslag in Saint-Jean-sur-Richelieu ( Quebec) Canada. Patrice Vincent die onderofficier was bij de Canadese luchtmacht overleed nog dezelfde dag aan zijn verwondingen.

 

Slechts 2 dagen later op 22 oktober 2014 werd  de 24 jarige korporaal Nathan Cirillo neergeschoten terwijl hij op wacht stond bij het graf van de Onbekende Soldaat naast het National War Memorial ( Ottawa ) Canada.

 

 

 

 

Meer artikels
Antoine Fonck 'De Eerste Belgische militair die sneuvelde in WOI'. 04-08-2014
Thimister- Clermont België.

Toen op 4 augustus om 07.30 uur de Duitse inval bekend werd kreeg het 2de Lansiers, dat een verkenningsopdracht ter hoogte van de Oostelijke grens uitvoerde, het bevel om onmiddellijk hun alarmkantonnement te vervoegen. Het 1ste Eskadron onder bevel van Commandant Morisseaux ontplooide zich ter hoogte van Battice van waaruit ze verkenningspatrouilles moesten uitvoeren. De 21 jarige Antoine Fonck maakte deel uit van één van die patrouilles.  

lees meer ...
Duits veldaltaar 'Alpha &Omega'. 13-06-2016
Buxerulles Frankrijk.

Tijdens de oorlog was het organiseren van religieuze diensten uiteraard ook voor de Duitsers van groot belang.

lees meer ...
Belgische Militaire Begraafplaats Westvleteren. 26-12-2016
Westvleteren ( Vleteren ) België.

De militaire begraafplaats van Westvleteren werd aangelegd in de herfst van 1914 toen de Franse militaire overheid haar graven van in de sector Boezinge hier groepeerde.

lees meer ...