Poperinge België.
Talbot House '1915-? Every Man's Club'.
Poperinge België.

Tijdens de oorlog maakte Poperinge deel uit van het kleine stukje onbezet België. Achter de gewelddadigheid van de Ieperse frontstreek, groeide de stad uit tot het zenuwcentrum van de Britse sector. Op het hoogtepunt verbleven er ongeveer 250.000 militairen in en rond Poperinge, heel wat meer dan de 20.000 bewoners die de stad voor de oorlog telde. De troepen brachten om de beurt vijf opeenvolgende dagen door in de loopgraven. Nadien konden ze wat bedaren en ontspannen in het centrum van Poperinge, dat ze ‘Pop’ noemden. De vele cafés, bars, bordelen, bioscopen, concert, feestzalen en andere oorden van entertainment gaven de stad de bijnaam ‘Little Paris’. Voor de Britten was Poperinge ook een plaats waar ze op verlof konden komen. Hoewel ze meestal sliepen in kampementen net buiten Poperinge zoals die van Krombeke, Proven en Reningelst, speelde hun uitgaansleven zich af in de straten van Pop. Het is binnen dat perspectief dat we het Talbot House moeten plaatsen.

 

Eerwaarde Philip Byard Clayton, beter gekend als Tubby (Tonnetje), kreeg de opdracht om een huis in te richten. Een huis waar de troepen, na hun dienst in de loopgraven, op adem konden komen. Daarmee wou Neville Talbot, de hoofdaalmoezenier van de kerk, een alternatief bieden voor het nachtleven in de stad en de mannen er de nodige rust schenken. Te midden van die drukte openden de aalmoezeniers Neville Talbot en Philip "Tubby" Clayton dus een soort clubhuis waar de militairen “ae home from home” vonden. Het home werd op 11 december 1915, in een groot woonhuis uit de 18e eeuw en gelegen in de Gasthuisstraat, ingericht. De woning was de eigendom van de Poperingse familie Coevoet.

 

Op voorstel van kolonel Reginald May, en ondanks het protest van hoofdlegeraalmoezenier Neville Talbot ontleende het huis haar naam aan de gesneuvelde officier Gilbert Talbot. Hij was de zoon van de Anglicaanse bisschop van Winchester en de broer van Neville. Gilbert was 23 jaar toen hij op 30 juli 1915 nabij de wijk ‘t Hooghe in Zillebeke sneuvelde. Gilbert Talbot stond symbool voor een generatie jonge mannen die hun leven offerden tijdens de oorlog, hij ligt nu begraven op Sanctuary Wood Cemetery in Zillebeke.

 

 

Talbot House werd een 'Every Man’s Club' en stond open voor alle Britse militairen, zonder onderscheid van rang of stand. Een club voor Jan en alleman die de kameraadschap en de christelijke waarden moest bevorderen. Drie jaar lang zouden de militairen er terecht kunnen voor een zeldzaam moment van rust en ontspanning. De telegrafische code voor "T" was in die tijd "Toc", zo werd het huis in soldatenjargon bekend onder de naam "Toc H". Aalmoezeniers Tubby Clayton en Neville Talbot schiepen hier zonder het echt zelf te beseffen een unieke plek. Talbot House zou uitgroeien tot een van de belangrijkste instellingen van het Britse leger. In Ieper werd later in de oorlog een dochterhuis, het Little Talbot House, opgericht.

 

Talbot House bood tussen 1915 en 1918 aan meer dan een half miljoen mannen onderdak. Het was een plek om echte vrienden te vinden, om gebroken harten te herstellen en om elkaar op te vrolijken. Een oord vol licht en vreugde, broederschap en vrede. Als verantwoordelijke voor het clubhuis deed Tubby er alles aan om het er gezellig en huiselijk te maken. Hij was zonder twijfel de juiste persoon op het juiste moment op de juiste plaats. Samen met zijn soldaat-schrijver Arthur Pettifer, een ritselaar van formaat, zorgde hij dat het de mannen aan niets ontbrak.

 

Iedereen was er welkom! In het huis was het dan ook verboden om bevelen te geven. Boven de chaplains spreekkamerdeur  hing een bordje waarop te lezen stond (met een knipoog naar Dante): ‘All rank abandon, ye who enter here’. (vrij vertaald: “Wie hier binnenstapt, laat zijn militaire rang buiten”).

 

Talbot House moest vooral een plek zijn waar men de oorlog even kon vergeten. Het hing er vol humoristische slagzinnen en boodschappen zoals “pessimisten niet welkom!” en “als u thuis de gewoonte hebt om op het tapijt te spugen, doe dat dan hier ook!” Op een subtiele manier probeerde hij de sfeer van een echt huis op te roepen. Hier konden ze in wat moet hebben aangevoeld als een thuis ver van huis brieven schrijven of bevriende soldaten, een broer of zelfs hun vader ontmoetten.

 

 

Op het gelijkvloers was er een tea-bar en een winkeltje. In het huis stond ook een biljart, en er waren een aantal slaapkamers, waaronder ‘The Generals Room’, de enige slaapkamer met een laken, dat voor een luttel bedrag kon worden gehuurd, zodat elke soldaat een keer als een generaal zou kunnen slapen. Een andere kamer was als bibliotheek ingericht. Bezoekers mochten een boek lenen tegen inlevering van hun kepie of soldatemuts, zodat de bibliothecaris er zeker van kon zijn dat de uit geleende boeken ook weer terugkwamen.

 

In het voormalige hopmagazijn werd een kapel ingericht, maar het huis en de tuin werden al snel te klein voor de vele enthousiaste Britse bezoekers en dus werden in het oude hopmagazijn ook variétéshows, muziek- en filmvoorstellingen en zelfs debatten georganiseerd. Zelfs de Sinterklaasfeestjes voor de Poperingse kinderen vonden hier plaats. Omdat er teveel concerten waren, kreeg het hopmagazijn als snel de naam “the Concert Hall” en daarom verhuisde de kapel naar de zolder of “the Upper Room”. In deze zolderkapel, het belangrijkste onderdeel van Talbot House had dominee Clayton de wens uitgesproken dat deze ‘near to heaven’ moest zijn en om die reden werd de kapel dan uiteindelijke ingericht op de zolder. Een goed idee, maar niet gevaarloos, want er waren avonden dat er zich op de zolder meer dan honderdtwintig mensen samenpakten voor het avondgebed. En dat op een plankenvloer, die helemaal niet was aangelegd om zoveel gewicht te torsen. Niemand werd verplicht om er naartoe te gaan, maar heel wat militairen vonden en zochten troost in het geloof dat hier gezamenlijk beleden en beleefd werd. Velen onder hen werden hier gedoopt of ontvingen er voor het eerst de Heilige Communie, doch voor velen was het ook de laatste keer. 

 

Talbot House groeide uit tot één van de belangrijkste instellingen van het Britse Leger, en bleef open tot in de lente van 1918, toen het Duitse offensief Poperinge binnen de oorlogszone bracht. De stad werd ontruimd, ook Talbot House moest de deuren sluiten. 'Tubby' Clayton trok noordwaarts waar hij de club in vier houten hutten ergens in een weiland voortzette. Eén ervan bleef bewaard.

 

Na de wapenstilstand keerden de eigenaars van Talbot House terug. De Britse troepen verlieten de stad, ook aalmoezenier 'Tubby' trok huiswaarts. De ontheemde Talbotousians konden het huis en wat ze er hadden ervaren echter niet vergeten en droomden van een 'Toc H'  in vredestijd. In 1922 blies de geest van Talbot House de internationale Toc H-vereniging officieel tot leven. Pluralisme, tolerantie, en onderling respect vormden de sleutelwaarden van groeiende internationale Toc H-beweging. Na de oorlog bouwden zij ontmoetingshuizen voor oud-strijders en voor de bezoekers van Britse slagvelden en oorlogsbegraafplaatsen. In Londen en andere Britse steden werden dergelijk huizen opgericht en in zowat alle landen van het Britse Rijk kwamen mensen samen die Talbot House in het begin hadden gekend. De spirit van het Poperingse Talbot House herrees. Geregeld organiseerde de beweging ook pelgrimstochten naar de streek rond Ieper, en steevast stond Talbot House op het programma en dat met of zonder medeweten van de familie Coevoet, de bewoners van het huis.

 

Al onmiddellijk na de oorlog groeide het huis in Poperinge uit tot een waar pelgrimsoord voor de oud-militairen en hun families. Op 17 maart 1919 werd het hoppemagazijn verkocht, en eind de jaren '20 werd ook de hele woning zélf te koop gesteld. Toc H greep deze unieke kans en in 1929 kocht majoor P. Slessor (in opdracht van Lord Wakefield of Hythe, een goede vriend van 'Tubby' Clayton) de voormalige ‘Every Man’s Club’ terug. Met de vraag om het huis voor altijd te bewaren en de geest ervan te bepleiten schonk Lord Wakefield het in 1930 aan een speciaal hiertoe opgerichte vzw. Van bij het begin tot in 1949 speelde majoor Slessor als secretaris een centrale rol in de vzw. Hij liet de herwonnen thuishaven inrichten en ombouwen tot pelgrims- en herinneringsoord voor de Toc H-beweging. Zo werd in 1933 in de tuin een nieuw badhuis gebouwd (het 'Slessorium', naar hem genoemd), de twee verdiepingen werden ingericht voor het verschaffen van slaapgelegenheid. Deze eerste periode wees het onomkeerbare spoor aan waarop Talbot House zich tot op vandaag bevindt.

In 1996 kreeg de vzw Talbot House de kans om het ondertussen verwaarloosde hoppemagazijn, de voormalige Concert Hall, aan te kopen en zo de originele eenheid te herstellen met het Huis. In 1998 werd het magazijn beschermd als monument. De restauratie en de herinrichting werd in 2003-2004 uitgevoerd. In 2004 werd Talbot House met zijn tuin en slessorium bij Ministerieel Besluit eveneens als monument beschermd.

 

Dominee Tubby Clayton handelde van uit het geloof van Jezus van Nazareth, vanuit die levensbeschouwing was hij tijdens de oorlog voor heel veel Britse militairen een engel in de hel. Hij werd tot ereburger van Poperinge benoemd, en was jaren lang als hof predikant werkzaam bij de Queen Mum. Bij zijn dood in 1972 nam de BBC op radio en TV een minuut stilte in acht. Heel veel oorlogsveteranen zullen een traan gelaten hebben bij de herinnering aan deze bijzonder geestelijk verzorger, een man Gods en een mens met de mensen.

Meer artikels
Colonna Mozza 12-06-2017
Monte Ortigara Italië.

De Agnelizza-vallei, boordevol met doden, de skeletten van de strijd van vorig jaar en de gezwollen lijken van dit jaar, afkomstig uit een strijd die twee weken duurde.

lees meer ...
Grafsteen 'Joh. Adam Mast'. 20-07-2015
Ledegem België.

Tijdens de stellingoorlog kwam Ledegem in het Duitse Operationsgebiet terecht.

lees meer ...
Piper of Loos. 31-08-2015
Ieper België.

De piper (doedelzakspeler) doet denken aan de fiere Schotten. 

lees meer ...