Poperinge België.
Executieplaats.
Poperinge België.

Desertie was en is in alle legers een misdrijf, ook in vredestijd.  De cijfers over geëxecuteerden in de Eerste Wereldoorlog in de diverse legers van het toenmalige uitstrekte British Empire lopen nogal uiteen. Hoewel het Britse leger bekend stond voor haar harde aanpak had zij niet altijd invloed op de strijdkrachten afkomstig uit haar dominions. Australië wenste de doodstraf niet in te voeren voor haar vrijwilligers die vochten in een oorlog ver van huis, en dat hoezeer de Britten er ook op aandrongen. Weliswaar werden er door Britse krijgsraden meer dan honderd Australiërs ter dood veroordeeld, maar voor de effectieve executie was toestemming van de Australische overheid nodig en die werd in alle gevallen gerefuseerd.

 

Ook het Indische leger maakte toen deel uit van de Britse keizerlijke strijdkrachten, maar het Indische leger telde weinig deserteurs. De meeste Indische deserteurs kwamen uit 40e Pathan Regiment dat op 8 april 1915 het front bereikte. De handleiding, van 1911, betreffende de Indische militaire wet was gebaseerd op de Britse militaire wetgeving. Die voorzag dat alle deserties, weliswaar na een veroordeling van de krijgsraad, bestraft werden met de doodstraf. Officiële statistieken tonen aan dat er geen ter dood veroordelingen zijn geweest in het Indische Corps op het westelijkfront.

 

Een van de aanstokers tot desertie was sectieverantwoordelijke luitenant Mir Mast. In de nacht van 2 op 3 maart deserteerde hij samen met zijn twaalf mannen, allemaal Pathans. Dit feit speelde zich af in de sector van Neuve-Chapelle, hij en zijn mannen vervoegden er het Duitse leger. Luitenant Mir Mast kreeg hiervoor het IJzerenkruis, hij nam ook deel aan een missie in Afghanistan. In juni 1915 werd hij dan met zijn mannen gerepatrieerd naar Tirah (ten noorden van India) gelegen in de zone die niet onder de Britse jurisdictie viel. Ondanks dit voorval bleef de eer van de familie Mir toch gehandhaafd, want zij broer Mir Dast had het Victoria Cross ontvangen voor zijn actie bij Ieper in de nacht van 26 op 27 april’ 15.

 

 

Aan het westelijkfront was het voor een Indiër zeker niet evident om te deserteren, want hun typisch Indisch uiterlijk zou hen al vlug verlinken! In totaal deserteerden er maar 38 Indiërs, ze vervoegden het Duitse kamp. De meerderheid van hen waren Pathans:35. De andere drie waren: 1 Dogra en 2 Sikhs. De Pathans waren allemaal moslims en werden door de Duitsers naar Afghanistan gerepatrieerd. De Pathans streden in verschillende compagnies van het Indische Corps maar men had er ook het 40e Pathan regiment. De diverse Pathan stammen waren tijdens de vroegere Afghaanse oorlogen een te duchten tegenstander geweest van de Engelsen. Het waren goede strijders maar waren ongedisciplineerd en behielden hun tribale tradities, maar ook hun afwijkende gewoontes, zoals homoseksualiteit tussen mannen van dezelfde rang, merkwaardig genoeg werd dit door de Britten getolereerd. Hun desertie was waarschijnlijk niet te wijten aan lafheid maar eerder aan een gevoel van haat tegen de Engelse onderdrukker. De eerste Indiër die gedecoreerd werd met het Victoria Cross was trouwens ook een Pathan, dat was  de 26 jarige sepoy (soldaat) Khudadad Khan van het 129th Duke of Connaught's Own Baluchis, Hij verdiende zijn V.C. de tijdens gevechten bij Hollebeke  op 31 oktober 1914.

 

Ook in het Belgisch leger werd desertie gestraft, normaal gebeurde dat met de inlijving in een strafcompagnie. Ging het om desertie in bijzijn van de vijand (dus aan het front), dan kon men in de gevangenis terechtkomen. De doodstraf was enkel mogelijk als men meerdere malen na elkaar deserteerde of als de desertie gerelateerd werd met een ander misdrijf, zoals het verlaten van zijn post, wat in oorlogstijd uiteraard een ernstig vergrijp was. De doodstraf gold wel voor desertie naar de vijand. Dat is echter geen desertie in de eigenlijke zin, maar zonder meer het overlopen naar de vijandelijke linies. Na de oorlog kregen tientallen overlopers de doodstraf, maar niet één werd geëxecuteerd.

 

Onderzoek van de historicus Stanislas Horvat toonde aan dat de Belgische krijgsraden gedurende de hele oorlog vier doodstraffen uitgesproken voor herhaaldelijk deserteren en twaalf doodstraffen voor desertie gecombineerd met postverlating. De meeste van die straffen werden daarenboven in beroep verminderd. Van de 222 doodvonnissen die tijdens de Eerste Wereldoorlog door Belgische militaire rechtbanken werden uitgesproken, werden er twintig voltrokken, dus nog geen één op de tien. Onder hen waren er twaalf Belgische militairen ( daarvan waren er drie veroordeeld wegens moord ), de anderen waren Duitsers en Belgische burgers die van spionage werden verdacht. Elf militairen werden gefusilleerd, één werd onthoofd. Negen executies gingen om zuiver militaire vergrijpen, zoals desertie en ongehoorzaamheid. Slechts één kreeg uitdrukkelijk en uitsluitend wegens desertie de dood met de kogel. Het ging dan wel om een recidivist die meermalen gedeserteerd had. Die negen executies vonden allemaal plaats gedurende het eerste jaar na het begin van de oorlog. Ze zijn achteraf – terecht – bekritiseerd.

 

De negen veroordeelden werden in mensonwaardige omstandigheden berecht en ze waren allen van zeer bescheiden afkomst en hadden ten hoogste een beperkte opleiding genoten. Allen werden veroordeeld na bijzonder korte processen, vaak op basis van flinterdunne dossiers en verkeerde informatie. De krijgsraden pleegden procedurefouten en baseerden zich op wetten die ongeldig waren. Voorzieningen in cassatie tegen arresten en vonnissen van het krijgsgerecht waren voor allen die zich niet in bezet België bevonden bij besluitwet van 18 december 1915 opgeheven voor de duur van de oorlog.

 

Maar men kan dit niet veralgemenen voor de duizenden gevallen van desertie. Hoeveel precies is niet geweten, maar de militaire rechtbank behandelde tijdens de oorlog meer dan 87.000 zaken). Omdat er  vaak verzachtende omstandigheden golden waren de straffen dan ook meestal redelijk licht.

 

 

De laatste executie van een Belgisch soldaat tijdens  WO1. De  21 jarige Grenadier Aloïs Wulput voor het vuurpeloton op 3 juni 1918 in Oostduinkerke wegens desertie.(foto IFF)

 

Meer artikels
Ondergelopen loopgraven. 09-02-2015
Pilkem Ridge Boezinge (Ieper) België.

Getuigenis van Lieutenant C. Tennant uit  Lyn MacDonald, 1915 The Death of Innocence ( Het verlies van de onschuld) over de 'weersomstandigheden' tijdens de winter van 1914/1915.

lees meer ...
'Piper'. 10-10-2016
Ploegsteert (Comines-Warneton) België.

Bij Britse herdenkingsceremonies, zijn de Schotse pipers (doedelzakspelers) steeds een meerwaarde die voor een kippenvelmoment zorgen.

lees meer ...
Vrije vlucht nabij Respect To History Park. 28-12-2015
Eceabat Turkije.

Geen terugtocht via een ferryboot of de bus in eind 1915!

lees meer ...