Ieper België.
Menin Road South Military Cemetery.
Ieper België.

De Meenseweg beter bekend als de gevreesde Menin Road liep vanaf het centrum van Ieper en verbond de steden Ieper, die in Britse handen was, met Menen, die werd bezet door de Duitsers. In Menen sprak de veroveraar niet over de Menin Road maar wel over de Ypernstrasse (Ieperstraat). Voor velen, zowel voor geallieerde als Duitse militairen, was het de weg naar het front, het begin van een lijdensweg die vaak hand in hand liep met de dood.

 

Al van in augustus 1914 kwam het langs de weg af en toe tot een treffen tussen cavaleriepatrouilles.  Twee maanden later, half oktober maakten de geregelde legers hier hun opwachting en begon de Eerste Slag bij Ieper. Tussen Oude Kruiseke en Veldhoek werd er buitengewoon hevig gevochten. Op 11 november 1914 werd Duitse overmacht er tegengehouden. In de winter 1914-15 werden de Britten afgelost door Fransen, maar vanaf april 1915 keerden ze terug.

 

Als gevolg van de Tweede Slag bij Ieper schoof de frontlijn eind april - begin mei 1915 op naar Hooge waar er een meer dan twee jaar durende stellingenoorlog in een brede boog rond de stad Ieper begon. De steenweg Ieper-Menen kwam haaks op de frontlijn te liggen en werd aan weerszijden ervan door de strijdende partijen intensief gebruikt. De Duitsers zouden nooit in Ieper raken en de Britten zouden pas half oktober 1918 Menen bevrijden! De burgers die in het gebied tussen Koelenberg en Hell Fire Corner woonden waren al in de oktoberdagen van 1914 geëvacueerd. Door het opschuiven van de frontlijn in de periode april-mei 1915 werd ook de Stad Ieper ontruimd en wanneer de geallieerden in de zomer van 1917 in het offensief trokken, werden ook Geluwe en een deel van Menen geëvacueerd.

 

De weg was niet alleen belangrijk voor de aanvoer van materiaal maar het werd ook dé medische evacuatieroute bij uitstek. Langs de steenweg ontstond er een uitgebreid netwerk van eerstehulpposten dicht bij het front, tot echte hospitalen (lazaretten) in Menen. In alle stadia van de evacuatie bezweken er militairen  aan  hun opgelopen verwondingen, waardoor er in de nabijheid van de medische posten tientallen militaire begraafplaatsen ontstonden. Zo ontstond ook het Menin Road South Military Cemetery. Het werd voor eerst gebruikt in januari 1916 door het 8e bataljon van het South-Stafford Regiment en het 9e bataljon van het East Surrey Regiment. Lance Sergeant  Thomas  Hill was vermoedelijk  een van de eersten  die begraven werd op  het Menin Road South Military Cemetery, hij overleed op 7 januari 1916 en behoorde bij 9e bataljon van het East Surrey Regiment die hier in die periode begon met het gebruik van deze militaire begraafplaats.

 

Thomas Hill, bij zijn familie bekend als Tom, was de zoon van Mary (Matthews) en Alfred Hill. Tom werd geboren in 1894. Hij had twee broers en drie zusters. Tegen 1911 werkte Tom als huisknecht, hij woonde samen met zijn broer George (boothersteller) en zijn zussen Agnes (thuiswerkster) en Margery (dienstmeid) in Finchampstead Road, Wokingham. Hun vader verbleef niet op dit zelfde adres, en moeder was al in 1894 gestorven. Thomas nam dienst bij het East Surrey Regiment (9e Bataljon) en werd er Lance Sergeant (onderofficier, een rang tussen korporaal en sergeant).

 

In het oorlogsdagboek van Thomas zijn bataljon lezen we dat zijn eenheid op 7 januari 1916 het 9e bataljon van de Northumberland Fuseliers afloste in de loopgraven C.4, C.5, C.6 en C.7 ten noorden van de weg Ieper – Menen, bij Hooge Crater. Tegen 10u30 was de aflossing voltooid en iedere man was uitgerust met rubberen trenchboots (loopgraaflaarzen). Bij de A compagnie vielen er drie doden en één gewonde die werd weggevoerd. Thomas was zeker een van de vier slachtoffers bij de A Coy. Was hij de gewonde die werd weggevoerd?

 

 

 

Het bataljon van Thomas bleef hier nog enkele dagen actief. Hooge 8 januari, een aantal compagnies losten elkaar af. De 9e werd een rustige dag maar de loopgraven C.6 en C.7 verkeerden in zeer slechte staat, hun borstwering was zeer laag. De vijand voor hen bleef rustig, maar hun artillerie bleef niet zo bedaard. Er werd één sluipschutter gedood. De volgende dag, op 10 januari, werd het hoofdkwartier beschoten maar er vielen geen slachtoffers. Op 11 januari was het vijandelijke artillerie vuur agressief en er vielen drie gewonden. 12 januari, het was zeer koud! Op de 13e en 14e januari ging het bataljon geleidelijk op rust in Zillebeke en bij Zillebeke vijver. Op 13 januari werd luitenant Bennet aan de rug gewond. Op 15 januari vertrokken de mannen van het 9e East Surreys geleidelijk naar Poperinge.

 

 

De begraafplaats werd in gebruik genomen vanaf januari 1916 en werd tot de zomer van 1918 gebruikt door medische posten en gevechtseenheden. Ten noorden van de Meenseweg werd tijdens de oorlog de Menin Road North Military Cemetery gebruikt. Deze begraafplaats werd ontruimd na de oorlog en de ruim 130 graven werden overgebracht naar de begraafplaats aan de zuidkant van de weg, die nog verder werd uitgebreid met verschillende verspreide graven uit de slagvelden verder ten oosten.

Meer artikels
Souville Monument 'De gewonde leeuw'. 11-07-2016
Souville (Fleury-devant-Douaumont) Frankrijk.

De gewonde leeuw, het monument van de 130ste divisie, op wiens voetstuk de nummers van alle in deze sector ingezette divisies zijn gebeiteld, geeft dit uiterste punt van het Duitse offensief aan.

lees meer ...
The War-Scarred Christ. 09-03-2015
Neuve-Chapelle Frankrijk.

Neuve Chapelle is een dorpje gelegen tussen Bethune en Lille( Rijsel). Begin 1915 plande  Douglas Haig, toen bevelhebber van het Eerste Britse Leger, een voorbereide aanval, het was de eerste Britse set-piece aanval van de oorlog.

lees meer ...
Owl Trench Cemetery. 27-02-2017
Hébuterne Frankrijk.

Het dorpje Hébuterne was vanaf 1915 deels in geallieerde handen, het oostelijke deel van de gemeente bleef in Duitse handen tot februari 1917.

lees meer ...