Passendale België.
Vuurfakkels.
Passendale België.

Ieder jaar op 10 november vindt in Passendale de 'Passchendaele Ceremony' plaats. Tijdens deze herdenkingsplechtigheid aan Crest Farm Canadian Memorial wordt de inname van de puinen van Passendale door de Canadese troepen op 10 november 1917 herdacht. Na de ceremonie volgt er een ingetogen fakkeltocht die zich stapsgewijs door de Canadalaan begeeft en dan zo naar het centrum van Passendale voortschrijdt. Een vreedzame, menselijke optocht waarbij de vlammen en de uitstralende warmte van de fakkels de gevallen stervelingen van toen een warm hart toedragen! Hoe warmhartig we de herinnering aan hen ook houden toch staat dat in schril contrast met de werkelijkheid van het dagelijkse leven van hen die in de frontlinie zaten, in tegenstelling tot de meeste hogere officieren, leden zij hier in de wintermaanden vooral kou en vaak ook honger!

 

De koude was in de najaar- en winterperiode soms onvoorstelbaar, de mannen waren uitgedost met alles wat maar enigszins warmte kon geven. Ze gebruikten niet alleen militaire kledij, maar onder hun dikke kapotjassen droegen ze allerlei burgerkleren en ondergoed die ze ergens in een verlaten huis of ruïne gewonden hadden, ook schapenvellen en andere dierenhuiden kwamen goed van pas. Geblauwbekt lagen en stonden de manschappen te velde te wachten tot in het ochtendgloren op  een waterig zonnetje die hen dan de illusie van enige warmte bood. Ook het drogen en het droog houden van die verschillende lagen kledij was geen eenvoudige opdracht. In de loopgraven kwamen onderkoeling- en bevriezingsverschijnselen vaak voor! Vingers, neuzen en oren moesten vaak behandeld worden, amputaties ten gevolge van bevriezing kwamen helaas ook af en toe voor.  In de loopgraven stonden op verschillende plaatsen wel metalen vuurmanden of lege metalen vaatjes waarin men 'met alles die brandbaar was' een vuurtje stookte. Precies zo'n vuurtje die we nu op onze kerstmarkten zien. Ieder van ons weet dat men al redelijk dicht bij zo een vuurtje moet staan om zich op te warmen! Meer dan eventjes de handen en dan vlug nog een beetje de rug een gloeiend gevoel te geven zat er waarschijnlijk niet in voor de soldaten.

 

Vaak deed het verhaal de ronde dat de Britten vanaf de barre winter van 1914-1915 aan hun manschappen rum verstrekten om zich te verwarmen. Hoogstwaarschijnlijk is dit ook een van de vele fabeltjes uit de Grote Oorlog, want men kan zich met sterke drank niet verwarmen, sterker nog, alcohol doet het lichaam afkoelen! Deze rum werd bijna nooit puur gedronken, eigenlijk diende deze drank om toe te voegen aan de warme thee, die door de Britten in grote mate geconsumeerd werd.

 

Het weer was vaak de gemeenschappelijke vijand, toen na hevige regenval de loopgraven waren ondergelopen klommen de Britten en de Duitsers bij ‘t Hooge (Zillebeke), zonder dat ze aandacht aan elkaar schonken, elk aan hun kant boven op de borstweringen. Waarschijnlijk was dit voor de beide partijen de enige manier om zich droog te houden en de onderkoeling af te weren. In de koude winter van 1915 stapten bij Armentières Britten en Duitsers uit hun loopgraven en begonnen aan de borstweringen te werken om zich warm te houden. Overal langsheen dit gebied werden vuurtjes aangestoken waaraan men zich kon warmen. Als strafmaatregel besloot het Britse hoofdkwartier om drie weken lang geen brieven uit te laten reiken in deze sector van het front. Gemakkelijke maatregel van het hoofdkwartier  als je daar dicht bij een kachel, of beter nog, bij een gezellige openhaard zat! In Franse dagboeken lezen we vaak dat wanneer ze niet direct in de eerste linie of bij een of ander gevecht betrokken waren dat de poilus dan hout kapten om het warm te krijgen, nee het hout diende niet om een vuurtje stoken maar het werd gebruikt om de loopgraven te verstevigen!

 

In de betonen onderstanden, pillboxes of in de uitgegraven ondergrondse schuilplaatsen gebruikten men wel de officiële militaire kacheltjes of ook  allerlei  burgerlijke verwarming toestelletjes die men ergens vanuit een in de nabij gelegen boerderij of huis had gesleept naar de schuilplaats. Toch deze konden onvoldoende de ruimtes verwarmen, laat staan alle natte uniformen en ondergoed te drogen. Vaak liet de rook afzuiging in de schuilplaatsen te wensen over en voelde men zich na enige tijd precies een gerookte haring die nood had aan frisse lucht. In de winter moesten de jongens zich behelpen met hun vindingrijkheid en de middelen die ze vonden, à la guerre comme à la guerre zouden de Fransen zeggen! Toen ze op rust trokken in hun kampement dat achter het front lag konden ze eindelijk even bekomen van de kou en alle andere ellende.

 

 

 

 

Wie dacht dat ze zich aan het front konden verwarmen met een warme kom soep heeft het ook mis. In de voorste linies voerde men 's nachts het eten aan, toch als de beschietingen dit tenminste niet verhinderden. Het eten en de soep dat werd opgehaald door etensdragers, was bijna altijd koud en bedekt met gestold vet, het brood was meestal dagen oud en geraakte bij het transport vaak besmeurd met allerlei vuiligheid, zo zag het dagelijks winterrantsoen eruit in de voorste linies. Men spreekt vaak over die winterse toestanden aan het front, maar men mag niet vergeten dat de mannen er ook letterlijk en figuurlijk snikhete dagen beleefden, waar ze soms dagenlang verwikkeld waren in een strijd. Vaak lagen ze ergens in een stuk geschoten loopgraaf of obus put onder een verhittende zon. Ze vonden er geen schaduw en kregen een kurkdroge keel van de slagveldrook en de warmte! Ook dat was afzien!

 

Het oorlogsgeweld zorgde voor veel doden maar ook de ziektes o.a. opgelopen door de kou zorgde voor heel wat slachtoffers. In ons kleine Belgisch leger stierven er ook veel jongens ten gevolge van allerlei ziektes en ontberingen, sommige bronnen beweren dat er zelfs meer Belgische militairen omkwamen door ziekte dan in de strijd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Poperinghe Old Military Cemetery. 19-09-2016
Poperinge België.

Poperinge was gedurende bijna de gehele oorlog in Britse handen, de stad was een belangrijke plek omdat ze behoorlijk groot was en omdat het de dichtste plaats was bij Ieper waar men relatief veilig was voorartilleriebeschietingen.

lees meer ...
Monument 'Korporaal Seyit'. 16-03-2015
Kilitbahir Turkije.

Een van de vele Turkse heldenverhalen is de vertelling van korporaal Seyit. Op 18 maart 1915 waren alle 61 kameraden van de artillerist Seyit buiten gevecht gesteld.

lees meer ...
MEBU voor MG compagnie 'In Treue Fest' 04-04-2016
Apremont Frankrijk.

Wanneer wij het oude front gaan bezoeken spreken de gidsen er vaak over Engeland, meestal bedoelen ze hier eigenlijk het Britse Rijk mee.

lees meer ...