Azannes-et-Soumazannes Frankrijk.
Deutscher Soldatenfriedhof Azannes I.
Azannes-et-Soumazannes Frankrijk.

Vanaf februari 1916 installeerden Duitse medische eenheden meerdere lazaretten en hoofdverbandplaatsen in het dorpje Azannes.  Eén daarvan lag nabij de huidige Duitse begraafplaats en zou alleen al in de periode van 7 tot 27 april 1916 bijna 3.500 gewonden behandelen. Degenen die bezweken aan hun verwondingen, kregen hier hun laatste rustplaats. Azannes en haar directe omgeving lagen in 1916 vlak achter het slagveld van Verdun. Van hieruit vertrokken heel wat Duitse jongens en mannen naar “de hel van Verdun”, een strijd die later door velen de grootste slag uit de wereldgeschiedenis genoemd zou worden! Nooit werd er zo langdurig, met inzet van zoveel mensen, strijd geleverd op zo een beperkt grondgebied!

 

De stad Verdun was van oudsher een belangrijke vestingplaats aan de oostelijke grens en speelde ook een belangrijke rol in de verdedigingslinie die in de periode na de Frans-Pruisische oorlog in 1870 was gebouwd. Verdun bewaakte tevens de noordelijke toegang tot de Champagne-vlakte en daarmee de toegang tot Parijs. Verdun was een garnizoensplaats die omringd werd door een dubbele ring van forten en versterkingen en lag in een moeilijk te penetreren heuvellandschap.

 

Doch de verdediging van Verdun was sinds het begin van de oorlog ernstig verwaarloosd. Na de vernietiging, door het zware Duitse geschut, van de Belgische fortificaties van Luik, Namen en het Franse Maubeuge in 1914, geloofde het Franse opperbevel niet langer in vestingwerken. Ten gevolge van het besluit van 5 augustus 1915 werden de kanonnen vanuit de forten rond Verdun verwijderd. Dat verminderde uiteraard hun operationele vermogen, maar de Franse opperbevelhebber Joffre had deze wapens nodig voor zijn offensief aan de Somme die hij aan het plannen was. Ook de fortgarnizoenen werden vaak gereduceerd tot een paar tientallen strijders, of zelfs minder. Daarbij kwam nog dat het verdedigingssysteem soms beperkt werd tot één loopgraaf in plaats van drie, ook de prikkeldraadversperringen verkeerden in slechte staat.

 

De definitieve Duitse beslissing om Verdun aan te vallen viel op 24 december 1915. De voorbereiding van de aanval kon beginnen. Er werden tien nieuwe spoorlijnen naar het front van het 5e leger aangelegd, wagonladingen met uitrustingsstukken werden aangevoerd. Gehele dorpen werden geëvacueerd om plaats te bieden aan 140.000 militairen die daar bijeen waren voor de aanval. De mankracht van het 5e leger werd opgetrokken met tien extra divisies, waaronder zes reguliere. Men  bracht 1.220 artilleriestukken  samen in een beperkt gebied, en 1.300 munitiewagens vervoerden twee en een half miljoen artilleriegranaten naar het front. Dag en nacht stroomden de kanonnen binnen over de nieuwe spoorlijnen, veel ervan kwamen uit het oosten en de Balkan. De Franse verdediging rondom Verdun en de citadel zelf boden een prachtig doelwit aan de artillerie. Wat de Duitsers hoopten uit te sparen aan mankracht, zouden zij overvloedig uitgeven aan zeer explosieve granaten, de vijand mocht zich nergens mag veilig voelen! Om het Franse voetvolk, de infanterie, te bestrijden werd het Duitse leger versterkt met heel wat kanonnen van het kaliber 7.7 cm tot 21 cm. De lange afstandskanonnen werden ingezet om de Franse bevoorradingslijnen te bestoken. Er werden ook mortieren van het kaliber 21 cm aangevoerd samen met zeventien mortieren van het kaliber 30,5 cm, dit waren bijzonder krachtige oorlogstuigen. De zwaarste Duitse wapens die naar het aanvalsgebied werden aangevoerd waren twee (andere bronnen spreken van drie) 38 cm kanonnen ("Lange Max") en dertien mortieren met een kaliber van 42 cm, ook bekend als de "Dikke Bertha".

 

Twaalf Flieger-Abteilungen (luchtmacht detachementen) en vier Kampfgeschwader (luchteenheden gespecialiseerd in het droppen van bommen) van het militaire opperbevel, of een totaal van 168 vliegtuigen werden zo toegevoegd aan het 5e Duitse Leger. Ieder korps kreeg een eskader gevechts- en verkenningsvliegtuigen, die laatste vlogen vooral in dienst van de artillerie. Ook de divisies kregen elk een Fliegerabteilung ter beschikking. Het gebied waar de strijd zou losbarsten werd volledig vanuit de lucht gefotografeerd. De Duitsers hadden toen door het lanceren van de Fokker-eendekker in oktober 1915 een voorsprong op de Geallieerden. Dit vliegtuig had een gesynchroniseerde versnelling en de kogels van de mitrailleur konden tussen de bladen van de propeller door geschoten worden. De Fokker, die snel en zeer wendbaar was, zou tot mei 1916 beter zijn dan alle andere types. Toen brachten de Fransen de 'Nieuport Scout 'uit.

 

Uiteraard was het belangrijk dat het plan om de vesting Verdun aan te vallen een goed bewaard geheim bleef. Daarom, om geen argwaan te trekken bij de Franse tegenstanders, gebeurde het inschieten van de kanonnen geleidelijk. Dit stapsgewijs afvuren van de artilleriestukken leidde tot een zeer lange voorbereidingstijd. De Duitsers hadden geleerd uit de fouten die de geallieerden in 1915 hadden gemaakt. Er werden geen bezoekers toegelaten, en men was weloverwogen bezig met de voorbereidingen van een om de tuin leidende actie bij Belfort. Zelf Oostenrijk - Hongarije  de bondgenoot van Duitsland werd - zeer tactloos - niet op de hoogte gesteld. Daarnaast werkte men ook nachtenlang aan de aanvalstellingen, dat waren betonnen ondergrondse galerijen, waarin de troepen zich voor de aanval verzamelden. Deze werden steeds weer zorgvuldig gecamoufleerd zodat de Franse verkenningsvliegtuigen ze niet zouden opmerken tijdens hun inspectievluchten. Om het luchtruim boven het operatie gebied te vergrendelen vlogen de Duitse gevechtsvliegtuigen in beurtrollen. Op die manier probeerde men zo de Franse verkenningsvluchten te verhinderen. Voor het eerst gebruikten de Duitsers hun vliegtuigen defensief, ze poogden om een soort luchtbarrière op te richten. Natuurlijk waren er Franse piloten die er wel doorheen vlogen, maar hun rapporten waren niet van die aard dat zij ook maar één rimpeling in de zelfgenoegzame rust van het Franse hoofdkwartier  konden  teweeg brengen.

 

Ondertussen was aan Franse zijde al herhaaldelijk gepleit voor versterking van de linies, vooral toen langzaam duidelijk werd dat de Duitsers een aanval voorbereidden. Het Franse hoofdkwartier had echter geen aandacht voor de problemen: 'Verdun vormde geen aanvalsdoel' was hun oordeel. Ondanks de herhaalde waarschuwingen van haar geheime dienst besefte de Franse militaire leiding pas op 10 februari ’16 dat een aanval op Verdun nabij was. Die was gepland voor 12 februari! Joffre gaf het beval om extra troepen naar Verdun te sturen. Het garnizoen van Verdun begon op bevel van de gouverneur van de stad, generaal Herr, met de bouw van geïmproviseerde veldfortificaties. De voorpost bij Verdun was echter zo lang rustig geweest dat de troepen  aan chronische lusteloosheid leden. Hun bevelvoerende generaal Herr, een bejaarde artillerist,  kon dit  'gevoel' niet onmiddellijk verjagen. In feite bestond er een eenvoudig systeem van loopgraven vóór de forten van Verdun, maar die waren niet geschikt om zich te verdedigen tegen een grootschalige aanval. De prikkeldraadversperringen waren niet optimaal aangebracht, er waren geen ondergrondse telefoonlijnen, geen bomvrije schuilplaatsen behalve in de forten en er waren ook geen verbindingsloopgraven. Tussen en achter de forten was alles vervallen, talloze loopgraven waren grotendeels ingestort, prikkeldraad hing los, paden en wegen waren in moerassen veranderd, het hout was verrot en het metaal roestig."

 

In de nacht van 11 op 12 februari 1916 werden de Duitse troepen in stelling gebracht maar door de slechte weersomstandigheden werd de aanval uitgesteld tot 21 februari. Waarschijnlijk heeft dit uitstel Frankrijk gered van de nederlaag! De twee Franse divisies die op het allerlaatste moment ter versterking aan het Verdun-front waren toegewezen konden daardoor nog in stelling worden gebracht. Het uitstel gaf de Fransen nog wat tijd om er haastig nog een aantal defensieve verbeteringen aan te brengen.

 

De Slag bij Verdun die zou woedden van 21 februari 1916 tot 19 december 1916, zou degenereren in een prestigeslag tussen twee volkeren...

 

 

 

 

Meer artikels
Hexenweiher Friedhof. 25-06-2018
Tête des Faux Frankrijk.

De Tête des Faux (in het Duits Buchenkopf) is een van de hoogste bergtoppen in de Vogezen,1208 meter.

lees meer ...
Guynemer Memorial. 11-09-2017
Poelkapelle (Langemark-Poelkapelle) België.

In de West-Vlaamse gemeente Poelkapelle staat een gedenkbeeld ter ere van de Franse piloot en luchtaas Georges Guynemer.

lees meer ...
Tyne Cot Cemetery 'Herbegrafenis van 3 Zuid Afrikanen'. 06-07-2015
Passendale (zonnebeke) België.

Op dinsdag 09 juli 2013 werden in de ochtend drie onbekende Zuid-Afrikaanse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op de Britse militaire begraafplaats Tyne Cot in Passendale begraven.

lees meer ...