Ieper België.
Birr Cross Roads Cemetery '7th Australian Infantry Battalion'.
Ieper België.

Na het uitbreken van de eerste Wereldoorlog, besloot de Australische regering om een vrijwillige strijdkracht voor overzeese dienst op te richten. Deze krijgsmacht zou deels samengesteld worden met elementen van  het bestaande leger dat bestond de parttime Citizens Force (reserve eenheden)  en de Permanent Military Force (actieve eenheden) maar het grootste deel van de nieuwe strijdmacht die bekend zou worden als het Australian Imperial Force (AIF), zou bestaan uit rekruten die geen militaire ervaring hadden. Het AIF bestond aanvankelijk uit 20.000 man en vormde zo één infanteriedivisie en één lichte cavaleriebrigade. De rekrutering voor de eerste lichting begon op 10 augustus 1914. Het 7e bataljon werd na minder dan twee weken na de oorlogsverklaring opgericht en behoorde zo tot de eerste nieuwe eenheden.

 

Onder het commando van luitenant-kolonel Harold Elliot, werd het bataljon samen met de bataljons 5, 6 en 8 ondergebracht in de tot de 2e Brigade, die stond onder het bevel van Brigadegeneraal James Whiteside McCay. Elliott nam persoonlijk de controle over het wervingsproces in handen, als zijn compagniecommandanten selecteerde hij alleen officieren die hij kende van uit zijn diensttijd in de Citizens Force, die hij dan op zijn beurt belaste met het kiezen van hun eigen ondergeschikten. De aanwerving werd verricht gedurende een periode van drie weken. Aanvankelijk telde het bataljon acht compagnieën, die aangeduid werden met de letters 'A' tot en met 'H', maar dat werd later teruggebracht tot, zoals gebruikelijk, tot vier compagnies, aangeduid met de letters 'A' tot en met ‘D’.

 

In september marcheerde het bataljon door Melbourne en twee weken later scheepten het in op de HMT Hororata, hun bestemming was het Midden-Oosten. Op 2 december 1914 ontscheepten ze in Egypte en kregen er verder opleiding tot ze er, na het eerste mislukte Turkse Suez offensief in februari 1915, werden opgeroepen om defensieve taken uit te voeren langs het Suezkanaal. Het bataljon mocht niet deelnemen aan de rechtstreekse strijd, maar gedurende deze tijd mochten een aantal onderofficieren solliciteren om officier te worden in een of andere Britse legereenheid.

 

In de morgen van 25 april 1915 nam het bataljon deel aan de landing op ANZAC Cove, hun kruistocht op Gallipoli was begonnen! Na haar veldtocht in Gallipoli keerde het 7e BN (bataljon) terug naar Egypte, waar het AIF een periode van reorganisatie en uitbreiding onderging. Het 7e bataljon werd gesplitst, de weghaalde manschappen moesten nu het kader vormen voor het pas opgerichte 59e AIF bataljon. In maart 1916 voer het 7e BN naar Frankrijk waar ze voor de volgende twee jaar en een half zou deelnemen aan de gevechten in de loopgraven langs het Westelijk Front.

 

Bij haar aankomst werd het bataljon naar de Somme gestuurd, haar eerste grote actie daar vond plaats in juli tijdens de gevechten bij Pozières. Na er zware verliezen te hebben geleden aan het Sommefront werd het 7e BN eind augustus overgeplaatst naar de regio Ieper, waar ze de loopgraven in de buurt van het kanaal van Ieper – Komen bemande. Gedurende deze tijd waren ze niet betrokken in een grote aanvallen. Er werden wel elke nacht patrouilles uitgestuurd naar het niemandsland en   luisterposten geïnstalleerd om informatie te verzamelen. Op 30 september, voerde het 7e bataljon, samen met haar zusterbataljon, het 8e, een raid uit op de Duitse linie bij Hollebeke. De raid werd met de kracht van twee peloton uitgevoerd en was succesvol. De Australiërs overweldigden de verdedigers en namen een deel van de Duitse positie in en doodden er 13 Duitsers voor ze zich terugtrokken.

 

In oktober keerde het bataljon terug naar de Somme waar ze in de wintermaanden de loopgraven bemanden of opleiding kregen. Begin 1917, versneld door het verlies van de hoger gelegen gronden rondom Pozières, trokken de Duitsers zich terug naar de Hindenburglinie. In de nacht van 26 op 27 februari, lanceerde het 7e bataljon een trench raid (loopgravenraid), maar die wijzigde zich in een opmars en ze konden hun linie 2,5 kilometer vooruitschuiven. Doch omdat de Duitsers hun krachten hadden gebundeld was geallieerde opmars slechts van korte duur en werd uiteindelijk bij Bullecourt gestopt.

 

In mei werd het bataljon voor reorganisatie en opleiding weggetrokken van aan de frontlinie. De eenheid keerde in september en oktober 1917, tijdens de derde slag om Ieper, terug naar het front. Ze kwamen in actie tijdens de gevechten aan de Menin Road ( weg naar Menen), in deze fase telde het 7e BN 57 doden, en vervolgens werden er nog 98 man gedood bij de gevechten om Broodseinde (Zonnebeke). In december verliet het bataljon het front. In maart 1918, na het begin van het Duits lente offensief, werd het 7e bataljon teruggeroepen om te helpen met het indammen van de Duitse opmars. Op 8 augustus 1918 nam het 7e deel aan het geallieerde Honderddagenoffensief, dat werd gelanceerd in de buurt van Amiens.

 

Als deelnemers van dit offensief vocht het bataljon van 9 tot 11 augustus belangrijke acties uit op Lihons en op 23 augustus streden ze bij Herleville Woods. De eenheid bleef actief tot eind september’18. Toen ze van het front terugtrokken werd telde het bataljon nog 410 man. Op 11 november, op wapenstilstand, bevond het bataljon zich niet in de frontlijn. Kort daarna begon het demobilisatieproces. Het 7e bataljon telde 4 Victoria Cros winners, maar daarnaast waren er o.a. ook nog 20 officieren die het Military Cross kregen en  werden  er 100 onderofficieren of manschappen onderscheiden met de Military Medal.

 

Een van de VC winners was  Majoor Frederick Harold Tubb (28 november 1881 – 20 september 1917) De majoor werd op 20 september tijdens het gevecht om Polygon Wood  (Polygoonbos -Zonnebeke) dodelijk gewond door het schot van een scherpschutter. Hij stierf in de verbandpost bij Lijssenthoek en werd begraven op Lijssenthoek Military Cemetery te Poperinge.

 

Er zijn minstens 4 manschappen van het '7th Australian Infantery Battalion' begraven op Birr Cross Roads Cemetery. De soldaten  Charles Eacott  (24 j),  Harry Huntsman (24 j) en Gilbert William Grace ( 38j) sneuvelden ook op die bewuste 20 september 1917. De 31 jarige  Company Sergeant Major John Leslie Smith sneuvelde op 4 oktober 1917.  Van de 833 manschappen hier begraven zijn er ruim 1/3  niet geïdentificeerd, misschien vonden nog enkele van het 7e bataljon hier hun laatste rustplaats?

 

 

 

Meer artikels
Crête des Eparges 'Mine Crater'. 16-02-2015
Les Eparges Frankrijk.

De heuvelrug van Les Eparges is 1400 meter lang en 348 meter hoog en ligt ongeveer 20 km ten zuidoosten van Verdun.

lees meer ...
Bunkerresten. 18-06-2018
Zillebeke (Ieper) België.

Zillebeke was voor de oorlog een rustig dorpje in de Westhoek, maar tegen 1918 lag het, wat er nog van overschoot, te midden van het slagveld.

lees meer ...
Autel de la Patrie. 04-09-2017
Hartmannswillerkopf ( Vieil Armand) Frankrijk.

Het altaar van het vaderland is oorspronkelijk een symbool van het burgerschap en de natie tijdens de Franse Revolutie.

lees meer ...