Zandvoorde (Zonnebeke)   België.
Zantvoorde British Cemetery.
Zandvoorde (Zonnebeke) België.

De Canadese troepen hadden al tijdens de Tweede Slag bij Ieper (22 april – 24 mei 1915) een zware tol aan mensenlevens betaald. Hun rangen werden aangevuld met verse, veelal jonge vrijwilligers. Het Canadese legerkorps werd in maart 1916 ingezet langs de Ieperboog, ten zuiden van de Meenseweg.  De Canadese 2e Divisie kende haar vuurdoop tijdens de gevechten nabij Sint-Elooi (27 maart – 16 april 1916). Deze Canadese divisie zou in deze korte tijd maar liefst 1.375 verliezen te betreuren hebben.

 

In het voorjaar van 1916, werd de Canadese 2e divisie dus naar de frontlinie bij St. Elooi gestuurd om er tegen de Duitsers te vechten. De Canadezen werden haastig naar het slagveld gestuurd, daardoor was er geen tijd genoeg om de aanval goed voor te bereiden. Het plan was dat de doorwinterde Britse troepen er zouden toeslaan en dat dan vervolgens de Canadezen het er van hen zouden over nemen en er de lijn houden.

 

In augustus 1915  was de 172nd Tunneling Compagnie nabij St Elooi begonnen met het graven van drie mijngangen, tot onder de Duitse stellingen en dat tot op een diepte van 17 tot 20m. Er werden op het einde zes kamers uitgegraven en allen gevuld met een totaal van 36.000 kg springstof. Op 27 maart 1916 om 04.15 uur werden de zes mijnen, met enkele seconden tussentijd, de lucht ingeblazen. De 3e Britse Divisie zette daarna de aanval in met steun van de 7e Belgian Field Artillery, die Belgische artilleristen waren opgenomen in het Brits leger. De zes Britse ondergrondse mijnen gingen dus de een na de ander, met gele rook en puin en met het schudden van de aarde "zoals de plotselinge uitbarsting van een vulkaan" de lucht in. De explosies waren kilometers ver te horen. Duitse loopgraven stortten in. De mijnen sloegen enorme kraters in het niemandsland. De Britse manschappen kropen van uit hun posities in de koude modder en trokken in de aanval, ze veroverden snel drie kraters en de derde Duitse lijn. De Britten streden er meerdere dagen, soms man tegen man, en rukten verder op tot de 3e april. Bij de Britten groeide de verwarring, de mijnen hadden het landschap hervormd en ze wisten niet meer juist waar ze waren. Vier mijnen waren dicht bij elkaar tot ontploffing gekomen en vormden een onpaseerbare vijver van 15 meter diep en 55 meter breed (Het werd later een recreatieve visvijver voor een zomerhuisje). Britse troepen vochten er in de kraters, ze deden dat gehurkt in de modder of staande in taille-diep water, zitten kon niet! Felle wind, ijzel en modder creëerden er nachtmerrieachtige gevechtscondities. Aan weerszijden werden er in een week van gedesoriënteerd vuren en beschietingen honderden mannen gedood. Op 4 april werden de uitgeputte Britten om 3 uur ’s nachts afgelost door de Canadezen.

 

 

De opgewonden Canadezen waren enthousiast, het was hun eerste gevechtservaring. Bij hun aankomst in St. Elooi was er een tekort van stalen helmen, mitrailleurs en defensieve posities. Ze hadden slechts een vaag idee waar ze waren en waar de Duitsers waren. Het 2de Canadese pionier bataljon verbeterde de verdediging posities en probeerde ook om er de loopgraven te draineren.

 

Tegelijkertijd kwam de hele frontlinie, op 4 en 5 april, onder voortdurende bombardementen te liggen, en opnieuw werden er honderden mannen gedood. De Canadese soldaat Donald Fraser, een voormalig 34-jarige bankbediende uit Calgary, beschreef de scène: "Wanneer de dag aanbrak, was het zicht die onze aanblik ontmoette zo afschuwelijk en moeilijk te beschrijven. Elke meter staken er hoofden, armen en benen uit de modder en wie weet hoeveel lichamen had de aarde ingeslikt. In de krater lagen op zijn minst dertig lijken en onder haar kleiachtige water moesten er zeker nog andere slachtoffers liggen, gedood en verdronken. Een jonge Engelse luitenant, lang en slank, lag  er uitgestrekt dood met een aangename en vredige blik op zijn jongensachtige gezicht. Een moeders zoon, vergaan in glorie”.

 

Frank Maheux, een andere Canadees schreef aan zijn vrouw, toen hij voorwaarts was getrokken: "We liepen op dode soldaten." Gewonde en getraumatiseerde mannen strompelden stroomgewijs terug naar de medische officieren. Sommige hadden 48 uren gevochten, rechtstaande in koud water en modder, de officieren waren al 100 uur wakker. Op 6 april om 3u30, vielen twee Duitse bataljons beneden de ruïnes van de hoofdweg aan. De verwarde Canadese troepen verloren vaak de communicatie met elkaar en werden snel teruggedrongen.  Tegen dat het zonnelicht toenam over de modderige woestenij hadden de Duitsers al alle grond die zij sinds het begin van de strijd verloren heroverd. De Canadezen weerden zich en vochten terug met handgranaten, maar ze geraakten niet vooruit in die zware regen. Troepen probeerden om twee kraters te heroveren maar ze kwamen vast te zitten in de modder en werden doodgeschoten nog voor ze hun handgranaten konden gooien. Een groep van de Canadezen heroverde de kraters 6 en 7, maar ze dachten dat ze in de kraters 4 en 5 waren. In de verwarring geraakten zij afgesneden en stonden er open en bloot voor de Duitsers.

 

Toen op 8 april de nacht viel trokken de Canadezen opnieuw in de aanval, maar Duitse geweren en mitrailleurs stopten hen af. De onophoudelijke regen maakte pap van het slagveld. De volgende dag vielen de Duitsers aan, maar ook deze actie werd afgeslagen. De Canadese leiding had geen idee welke kraters zij in handen hadden en welke er bezet werden door de Duitsers. De legerleiding wist niet wat er gebeurde aan het front, de gedesoriënteerde Canadezen werden vastgepind door artilleriegranaten en konden geen berichten doorsturen. Zelfs de duiven die gebruikt werden voor de overdracht van meldingen waren dood.

 

De beide kanten schoten, in de erbarmelijke omstandigheden van de kraters nog gedurende  twee weken, naar elkaar. Meer dan 1.370 Canadezen waren dood of verwond, aan Duitse kant waren er dat ongeveer 480. Op 16 april bleek uit luchtfoto’s dat de Canadezen zich in een vreselijke positie bevonden en het divisie hoofdkwartier gaf eindelijk het bevel om het gevecht te stoppen.

 

Toch bleven de Duitsers, gebruik makend van traangas, aanvallen. Op 17 april duwden de uitgeputte Canadezen de vijand weer achteruit. Een Duitse nachtraid, uitgevoerd in de plenzende regen dreef de Canadezen verder terug. De modder stopte de Canadese kanonnen, en die konden daarom niet in positie gebracht worden om te vuren. De helft van de resterende mannen in de kraters gaf zich over aan de Duitsers, en de andere helft kroop weg in de modder. De strijd van kraters van St. Elooi  eindigde en net als bij de start van de strijd bezaten de Duitsers hier terug de controle over het slagveld.

 

Op de Britse begraafplaats, Zantvoorde British Cemetery, ligt de 23 jarige Canadese Lance Sergeant Matheson H begraven, hij stierf op 05/04/1916. De datum van zijn overlijden liet vermoeden dat hij ook stierf tijdens de Canadese interventie bij St- Elooi. Na extra informatie over zijn bataljon ( het  52nd Battalion New Ontario CEF) te hebben geraadpleegd, bleek al vlug dat zijn eenheid niet bij de 2e maar wel bij de 3e Canadese Divisie behoorde. Die zou pas in juni 1916 in actie komen bij de Battle of Mount Sorrel, ook gekend als de Battle of Hill 62( 2 juni tot 16 juni 1916). Nu het leven in de Ieperboog was nooit zonder gevaar,...

 

 

Meer artikels
Brandhoek New Military Cemetery ' Noel Chavasse VC and bar MC' 31-07-2017
Vlameringe ( Ieper) België.

Brandhoek New Military Cemetery ligt nabij Vlameringe, twee kilometer ten westen van het dorpscentrum van Vlamertinge in het gehucht Brandhoek.

lees meer ...
Haggis Trench. 09-02-2015
Ploegsteert (Comines-Warneton) België.

Velen denken dat de infanteristen en andere militairen, meestal van lagere rang, die ingezet werden in de loopgraven constant in de voorste linies zaten.

lees meer ...
Mausoleum Maurizio Ferrante Gonzaga. 19-03-2018
Vodice Slovenië.

Op de Vodice berg werd  hevig gevochten, één van de Italiaanse aanvoerders hier was princepe (prins) Gonzaga.

lees meer ...