Verdun  Frankrijk.
Cimetière Militaire du Faubourg Pavé.
Verdun Frankrijk.

Aan het front van Verdun veranderden de Duitsers, op zondag 9 april1916, hun aanvalstactiek. Ze hadden besloten om nu tegelijkertijd de beide Maasoevers aan te vallen.

 

 

Op de linkeroever werden Côte 304 en Le Mort-Homme simultaan aangevallen. Generaal Von Gallwitz kreeg het commando over alle troepen op de linkeroever ('Angriffsgruppe West'). De Duitsers wierpen extra materieel en manschappen in de strijd. Aan de Franse kant waren er op dat moment nog nauwelijks reservetroepen beschikbaar. De aanval begon weer met een zware inleidende beschieting, men telde vijf inslagen per minuut! De gehele top van Le Mort-Homme ( ook gekend als hoogte 295) was gehuld in rook en stof. De Duitse aanval boekte terreinwinst. Met een groot verlies aan manschappen bereikten ze de lagere top van Le Mort-Homme, ook gekend als hoogte 265. De hogere top was een paar honderd meter verder gelegen. De Duitse linies lagen nu doorlopend onder vuur vanaf Côte 304. De hele dag deinde de strijd heen en weer tussen deze beide heuveltoppen Het was een gruwelijke kamp. Langs beide kanten werden er compagnieën gedecimeerd. Een Franse compagnie van 165 man keerde terug van het front met amper 35 man. Eten en drinken zou er dagenlang niet beschikbaar zijn. Gewonden werden niet afgevoerd en de doden werden niet begraven. De Duitsers slaagden er niet in om Le Mort-Homme en de Côte 304 in te nemen. De Fransen hielden heldhaftig stand.

 

Generaal Pétain vaardigde de volgende dag, op 10 april, zijn beroemde dagorder nummer 94 uit waarin hij eindigde met de ondertussen beroemd geworden woorden 'Courage! On les aura!' (een uitspraak die uit een frontblaadje afkomstig schijnt te zijn).

 

 

Vanaf de Côte 304 beletten de Fransen met hun artillerievuur, geleid vanuit kabelballonnen en vliegtuigen, dat de Duitsers artilleriestellingen en waarnemingsposten inrichtten. De Duitse infanteristen konden zich nauwelijks ingraven want hun stellingen lagen dag en nacht onder spervuur.

 

Een ooggetuige verwoorde het als volgt: “al spoedig zijn er meer en meer verliezen. In stille berusting wacht elke soldaat stompzinnig op de granaat die voor hem bestemd is. En overal is er geschreeuw en gekreun, geloei en geknetter, vuil en bloed, dood en sterven”.

 

Generaal von Gallwitz slaagde er uiteindelijk in om zijn opperbevelhebber von Knobelsdorf ervan te overtuigen dat het zinloos was om Le Mort-Homme te bestormen voordat de Côte 304 definitief was veroverd. In de periode na 9 april zou het twaalf dagen achtereen regenen. De troepen stonden er letterlijk tot over hun knieën in het water. Niemand had nog een droog uniform om het lijf. Na deze regenperiode zouden er Franse tegenaanvallen volgen waardoor de Duitsers terug van de hellingen van Le Mort-Homme verdreven werden. Ondertussen waren de voorbereidingen voor de aanval op Côte 304 begonnen. Generaal von Gallwitz, een artillerieofficier, besloot om de zaak op grootschalig manier aan te pakken. 500 zware kanonnen namen een front van nauwelijks twee kilometer breed onder vuur.

 

Op de rechter oever werd gedurende de 9e april de sector ( sector du bois franco-boche, du bois Bride  en van de ravin du Monument) die in handen was van het Franse 78e R.I. (infanterieregiment), op brute wijze gebombardeerd. De loopgraven waren er verdwenen en de schuilplaatsen waren aan stukken geschoten. Een groot aantal mannen waren verward, doof, afgestompt of terneergeslagen. De rondvliegende aarde, steenbrokken en de andere rondslingerde rommel veroorzaakten er vele blessures. De stroompjes van druipend bloed op hun handen en gezichten vermengde zich met het ronddwarrelend stof en vormde afgrijselijke korsten op hun huid. ’s Avonds viel de vijand aan en drong door tot in de eerste Franse lijn. Het 78e RI leed zware verliezen, er werden 850 man buiten gevecht gesteld. De overlevenden trokken zich terug maar hun weerstand was toch nog hevig en de vijand werd afgestopt.

 

De 11e Compagnie van de 129e R.I. lanceerde van aan haar kant een aanval op de hellingen van het fort Douaumont en het bos van Morchée en kon 150 meter vorderen. In de loop van de avond kon een nieuwe aanval nog een vooruitgang van 70 meter op leveren. Terzelfder tijd viel links van hen ook de 4e compagnie aan en won er 80 meter terrein.

 

Ook hier werd de strijd de volgende dagen verbeten voortgezet,...

 

 

 

Meer artikels
Bunkerresten. 18-06-2018
Zillebeke (Ieper) België.

Zillebeke was voor de oorlog een rustig dorpje in de Westhoek, maar tegen 1918 lag het, wat er nog van overschoot, te midden van het slagveld.

lees meer ...
La main des Massiges. 07-09-2015
Massiges Frankrijk.

In een schitterend gebied tussen Reims en Verdun ligt la Main de Massiges.

lees meer ...
'Grande Rue'. 10-09-2018
Fey-en-Haye (Village Détruit) Frankrijk.

Voor het grootste deel van de oorlog lag het Franse dorpje Fey-en-Haye aan de frontlinie of in het niemandsland van de saillant van St. Mihiel.

lees meer ...