Tête des Faux   Frankrijk.
Deutscher Soldatenfriedhof Rabenbühl 'Hier Ruht In Gott'.
Tête des Faux Frankrijk.

Door de gevechten in de bergen, met in de winter ijs en sneeuw, moesten beide partijen zich aanpassen. Men moest zorgen voor allerlei hulpmiddelen zoals: ski’s, sneeuwschoenen en witte kledij of witte overalls voor de manschappen. De organisatie en bevoorrading vereiste aparte maatregelen.  Men had ezels en muilezels nodig om voorraden, munitie en bouwmaterialen te transporteren langs en op de steile hellingen. De Duitsers bouwden zelfs kabelbanen naar de toppen. Maar er was vooral behoefte aan manschappen die thuis waren in de bergen. 

 

Het Franse leger beschikte met haar bataljons Chasseurs Alpins over gespecialiseerde bergtroepen. In het Duitse leger ontbraken dergelijke speciale eenheden. De noodzaak om over bergtroepen, zoals de Oostenrijkse Kaiserjäger, te beschikken, was er ook nooit geweest. Maar al vlug richtten de Duitsers het Württembergisches Gebirgs-Bataillon op, waarvan ene, een in WO II beroemt geworden, luitenant Erwin Rommel deel uitmaakte. Het bataljon werd structureel ondergebracht bij de Jäger-divisies, dat was het begin van het Duitse Alpenkorps. 

 

De Franse Chasseurs Alpins werden in 1888 gevormd uit de al langer bestaande bataljons Chasseurs à Pied. Het waren feitelijk jagers te voet die zich gespecialiseerd hadden in de bergen. Ze werden opgericht als tegenhanger van de Italiaanse bergtroepen om de Alpengrens met de nieuwe staat Italië te bewaken. Hun uniform was, met een korte donkerblauwe jas, nogal afwijkend van de reguliere Franse infanterie met de lange kapotjassen en rode broeken. Kenmerkend was verder de grote zwarte baret met het gele embleem van een jachthoorn. De Alpenjagers waren elitetroepen en verkregen in de oorlog de bijnaam ‘Les diables bleus’. Ze waren georganiseerd in bataljons die als zelfstandige eenheden aan een divisie werden toegevoegd.

 

Van beide van deze speciale eenheden sneuvelden er velen voor de zo gezegde 'goede zaak' en ze werden begraven in de bergachtige heuvels.  Zoals ook de  25 jarige Duitse soldaat Konrad Burkhardt. (Sterfdata 15 april 1916).

 

Het 'soldatenfriedhof' Rabenbühl werd later ontruimd, nog slechts enkele grafstenen zijn bewaard gebleven. De stoffelijke resten van Konrad Burkhardt werden na de Eerste Wereldoorlog overgebracht naar de begraafplaats Hohrod-Bärenstall. De laatste rustplaats voor 2460 Duitse soldaten die sneuvelden in de regio van de Linge.  ''Hier Ruht In Gott".

 

Meer artikels
Crypte Ijzertoren 'Steen van Merkem'. 16-10-2017
Diksmuide België.

 

“Hier ons bloed, wanneer ons recht''.

lees meer ...
Owl Trench Cemetery. 27-02-2017
Hébuterne Frankrijk.

Het dorpje Hébuterne was vanaf 1915 deels in geallieerde handen, het oostelijke deel van de gemeente bleef in Duitse handen tot februari 1917.

lees meer ...
'Schuilplaats'. 08-09-2014
Massiges ( La Main des Massiges) Frankrijk.

De dwars door Champagne lopende linie Vaudesincourt – Aubérive – Souain – Perthes les Hurlus – Massiges vormde in de oorlog sinds de Duitse terugtocht van de Marne ( Slag aan de Marne, 12 sept. 1914) een van de meest betwiste sectoren van de loopgravenoorlog, waar felle gevechten plaatsvonden.

lees meer ...