Zillebeke (Ieper) België.
Larch Wood ( Railway Cutting ) Cemetery.
Zillebeke (Ieper) België.

Larch Wood Cemetery werd, in april 1915, ten noorden van een lorkenbosje (“larch” = “lariks” of “lork”) aan de noordoostzijde van de spoorweg aangelegd. De begraafplaats lag ook ten zuiden op relatief korte afstand, van de beruchte Hill 60! In die omgeving werd er gedurende ganse oorlog zwaar gevochten. De begraafplaats werd gebruikt door de troepen die in deze sector verbleven, in het bijzonder door de '46th (North Midland) Division' en de '1st Dorsets' tot in april 1918 (Duits Lente-offensief).

 

In perk IV, rij G liggen er onder meer Canadese infanteristen van het Manitoba Regiment, dat deel uitmaakte van het Canadian Expeditionary Force, samen begraven. Volgens bepaalde bronnen kwamen zij begin augustus 1916 om bij een foutieve berekening in de ondergrondse mijnenoorlog nabij Hill 60. Het was de bedoeling om twee mijnen te laten ontploffen onder de Duitse loopgraven, maar de mijnen explodeerden verkeerdelijk onder de Canadese loopgraven... Andere bronnen spreken hier over slachtoffers van het 16e Canadese bataljon, maar in die rij liggen enkel mannen van het Manitoba Regiment, en die behoorden zeker niet tot het 16e bataljon! Verder noodzakelijk onderzoek zou hier misschien meer duidelijkheid kunnen brengen! Wie voelt er zich geroepen om dit gebeuren verder uit te diepen?

 

Na de oorlog werd de begraafplaats uitgebreid door de concentratie van 245 graven uit de slagvelden rondom Ieper en van Duitse begraafplaatsen in België.

 

Larch Wood ligt dicht bij Hill 60 en de Caterpillar. Hill 60 is een helling die rond 1850 kunstmatig verhoogd werd met de grond die uitgegraven werd om de diepe sleuf voor de spoorlijn leper-Kortrijk aan te leggen. Daardoor reikte de hoogte van de heuvel tot op ongeveer 60 meter boven het zeeniveau. In die periode kreeg de heuvel een romantische naam, hij werd de ‘Côte des Amants’ of ‘Vrijersheuvel ’genoemd, maar de oorlog zou daar duidelijk verandering in brengen.

Ook aan de andere zijde van de spoorwegsleuf, in het jachtdomein De Vierlingen, werd er aarde opgeworpen. Daar kreeg de ophoging een merkwaardige gekronkelde vorm. De gelijkenis met de gelede romp van een rups zou de hoogte haar naam “The Caterpillar” bezorgen.

 

De Vrijersheuvel was aan het begin van de oorlog strategisch eigenlijk niet zo belangrijk. In december 1914 werden de Franse troepen, die deze sector verdedigden, van de heuvel verdreven door de Duitse aanvallers. Twintig dagen lang voerden de Fransen er dramatische  tegenaanvallen uit, zonder succes. Ook de ontploffing van drie ondergrondse mijnen in januari 1915 konden de Fransen de ‘Côte 60’ niet teruggeven. In februari werden de Fransen afgelost door de Britten, toen bleek dat de heuvel, die intussen omgedoopt was tot Hill 60, een ideale uitkijkpost vormde voor de Duitsers vanwaar ze de Britse stellingen richting Ieper konden observeren. De geallieerden wilden het gebied kost wat kost terugwinnen. Pas op 17 april 1915 veroverde de Britse 5e divisie de heuvel, dat gebeurde nadat ze er vijf ondergrondse mijnen onder de Duitse stellingen tot ontploffing gebracht hadden. Nauwelijks drie weken later, op 5 mei 1915, heroverde het Duitse XV Korps er terug de Britse posities, bij die aanval werd er gifgas gebruikt (een eerdere Duitse gasaanval op 1 mei was mislukt). De Brittén verloren er meer dan 3.000 mannen. In de volgende jaren zou er zowel op als onder de heuvel een grote bedrijvigheid heersen.

 

In augustus 1915 hadden de Britten een plan, ze wilden vóór de eerste linies ondergrondse luisterposten installeren om zo de eventuele ondergrondse activiteiten van de Duitsers te kunnen lokaliseren. In zomer van 1915 startte de ‘175th Tunnelling Company’ met het graven van achter de Britse linies. De Duitse pioniers deden het zelfde, er werden galerijen gegraven en die werden dan volgepropt met (tegen)mijnen. Vanachter de luisterposten, en dieper dan deze groeven de Britten een 500 meter lange gang, de zgn. Berlin Sap (tunnel), om zo die van de Duitsers af te snijden. De Britten groeven diep (tot 30 meter) onder de Duitse posities door om deze zo op te blazen. Er ontwikkelde zich een ondergrondse strijd. De Britten slaagden erin om dieper in de klei door te dringen, mede omdat zij vanuit lager gelegen terrein konden beginnen met graven. De laatste 100 meter werd gesplitst, In april 1916 nam de ‘3rd Canadian Tunnelling Company’ het hier over. In tegenstelling tot zijn twee tegenhangers, werd de 3e compagnie gevormd uit de bestaande mijnbouw secties binnen de 1e en 2e Canadese divisies. De eenheid was in januari 1916 de eerste om te dienen aan het front van het Franse St. Marie-Cappel. De eerste opdracht van de eenheid betreffende de bouw van mijnen onder de Duitse frontlinie vond plaats in de buurt van Wulveringhem in België. In maart 1916 verhuisden de Canadezen dan naar Hill 60. Daar werkten ze verder aan de Berlin Sap een diep offensief systeem dat aangelegd werd van uit Larch Wood. Zij begonnen er in de al gegraven galerij richting Hill 60 (‘Hill 60 A’ genoemd) met een aftakking richting Caterpillar (‘Hill 60 B’). In die laatste 100 meter liep dus een gang onder Hill 60 (27 meter diep) en een andere gang liep door onder de spoorlijn tot 'The Caterpillar" (30 meter diep), een uitloper aan de andere kant van de spoorlijn. Het graven van tunnels en plaatsen van mijnen was allesbehalve een plezante job. De heuvel, ontstaan bij het uitgraven van de spoorwegbedding, bestond uit een mengelmoes van vast en los zand en klei, dat was een ware nachtmerrie voor de mijnwerkers. Niet alleen was het een bijzonder hard labeur in de smalle tunnels en schachten met de dreiging voor instortingen, maar er waren ook ondergrondse gevechten, vijandelijke tegenmijnen, ook gas was er een heel reëel gevaar. De mijnwerkers waren bovendien genoodzaakt om in de grootste stilte te werken, want de vijand luisterde alert mee. In de ondergrond speelde er zich een dodelijk kat en muisspel af. De site van Hill 60 werd uiteindelijk de begraafplaats van honderden Britten en Duitsers, die het slachtoffer werden van deze ondergrondse oorlog.

 

De mijnlading onder Hill 60 zou geplaatst worden in juli 1916 en werd geladen met 24.290 kg springstof op een diepte van 27,4m. De mijn onder de Caterpillar zou in oktober 1916 geladen worden met 31.780kg springstof op een diepte van 30,5m. Vanaf toen moest men de mijnen beschermen tegen Duitse tegenacties. Deze ondankbare taak zou vanaf november 1916 door de ‘1st Australian Tunnelling Company’ uitgevoerd worden. Duitse pogingen om de mijnladingen te vernietigen, konden slechts op het nippertje afgewend worden. De mijnen onder Hill 60 en de Caterpillar zouden pas op 7 juni 1917, om 3.10u in de morgen, tot ontploffing gebracht worden.

 

De tunnels van Larch Wood werden in 1917 gebruikt als hoofdkwartieren voor reservebataljons en als medisch hoofdkwartier.

 

 

 

 

Meer artikels
Loopgraven Sasso Di Stria. 24-04-2017
Sasso Di Stria (Passo Falzarego) Italië.

De Sasso di Stria ( in het Duits de Hexenstein of Hexenfels ) is een berg in de Dolomieten (provincie Belluno, Veneto, Italië).

lees meer ...
Son Ok Aniti. (Last Arrow Memorial) 01-06-2015
Helles Turkije.

Het drie meter hoge monument, Last Arrow,  werd gebouwd in 1948.

lees meer ...
Monument Aux Morts. 23-01-2017
Steenwerck Frankrijk.

Steenwerck is een Noord-Franse gemeente in Frans-Vlaanderen (de Franse Westhoek).

lees meer ...