Wisches Frankrijk.
Nécropole Nationale de Wisches.
Wisches Frankrijk.

Toen Frankrijk in 1871 Elzas-Lotharingen aan Duitsland moest afstaan, schoof de Frans-Duitse grens een flink stuk naar het westen op. Lag die oorspronkelijk aan de Rijn, nu liep die over de toppen van de Vogezen. Grote steden als Metz en Thionville in het noorden, Straatsburg, Colmar en Mulhouse in het zuiden werden Duits. Maar ook kleinere steden als Thann kregen een ander landsbestuur. De fraaie grenspalen met de adelaar en het opschrift Deutsches Reich stonden echter nóg verderop in de richting Parijs!  Na 1870 ontplooide de Franse verdediging zich in de richting van de Maas en de Moezel. Achter de Vogezen omvatte zij de grote versterkte steden Belfort, Epinal en Toul en een aantal forten. Deze vormden een front tussen Belfort en Epinal: de forten van de Boven Rijn, van de Ballon, van Servance, Rupt, Remiremont en Auches.  De verdediging was in handen van een leger, bestaande uit het 20e, het 21e (in de Vogezen) en het 7e korps (voor Belfort), met voorposten op de beboste hellingen van de Vogezen. Zij lagen tegenover eenheden van het Duitse XIVe en XVe  Korps.

 

Na de Duitse oorlogsverklaring aan Frankrijk van 4 augustus 1914, maakte het Franse leger zich direct op om Plan XVII uit te voeren. Dat Plan XVII beoogde o.a. de herovering van de in 1871 verloren gebieden. Het Franse opperbevel wou in Lotharingen een offensief beginnen om zo in dat gebied zoveel mogelijk Duitse troepen vast te houden. Dit offensief, in de richting van Sarrebourg – Morhange, moest rechts gedekt worden door de verovering van de toppen van de bergkammen van de Vogezen. Na een eerste inval op 7 augustus werd Altkirch, gelegen in het zuiden van de Elzas, als eerste stad na 1871 herovert. Op 8 augustus werd Mulhouse weer voor één dag Frans bezit, op 14 augustus begon de Slag om Lotharingen. Behalve de aanval in het zuiden, door het Leger van de Elzas onder generaal Pau, was het hoofdoffensief geconcentreerd ten zuidoosten van Metz. Het Eerste Leger (generaal Dubail) en het Tweede leger (generaal de Castelnau) rukten op in de richting van Sarrebourg. Gezien de Duitsers zoals gepland terugtrokken verliep de opmars aanvankelijk vlot. De toppen en passen in de Vogezen werden door de Fransen bezet en Sarrebourg viel op 18 augustus in hun handen.  Ondertussen was Mulhouse ook weer Frans geworden. De vreugde was echter van korte duur. Het Duitse Zesde Leger onder kroonprins Rupprecht van Beieren en het Zevende Leger, geleid door generaal von Heeringen zetten de tegenaanval in en dreven de Franse legers terug. 

 

De Fransen leden tijdens deze dagen zware verliezen. Tussen 20 en 23 augustus sneuvelden 40.000 Franse militairen, waarvan op de 22e maar liefst 27.000 dat waren de hoogste verliezen, op één dag, van het Franse leger gedurende WOI. 

Meer artikels
Maori Tribute. 30-04-2018
Zonnebeke België.

Nieuw-Zeeland is ongeveer even omvangrijk als Groot-Brittannië.

lees meer ...
Tyne Cot Cemetery. 02-10-2017
Passendale (Zonnebeke) België.

De heuvelrug van Passendale, bij de Britten bekent als 'Passchendaele Ridge' (scheiding tussen Leie- en IJzerbekken), vormde tijdens de eerste oorlogswinter 1914-1915 de verst vooruitgeschoven frontlinie van de Ieper salient.

lees meer ...
Nécropole Nationale Française Auvelais 'Le Phare Breton'. 01-09-2014
Auvelais België.

Het Franse cimetière militaire van Auvelais, met haar prachtige Bretoense vuurtoren, herinnert ons er aan dat het Franse leger bij quasi alle grote veldslagen in België aanwezig was, en dat van augustus 1914 tot november 1918. Ook tijdens de 'kalmere' periodes bleef altijd een detachement Fransen aanwezig aan het Belgische front. Minstens 50.000 Franse militairen stierven of werden dodelijk verwond aan dit front.

lees meer ...