Log Pod Mangartom Slovenië.
Log Pod Mangartom Austro-Hungarian Cemetery.
Log Pod Mangartom Slovenië.

Op het Log Pod Mangartom Soldatenfriedhof rusten 859 Oostenrijks - Hongaarse militairen, velen van hen behoorden tot het BHIR 4 ( het 4e infanterieregiment uit Bosnië-Herzegovina). Tot in de helft van 2007 stond de begraafplaats vol met kruisen, die werden daar in de jaren 1930 door de Italianen geplaatst. Ook 105 Bosnische moslims (ook Bosniakken genoemd) werden er onder een kruis begraven! Hun kruisen werden pas in augustus 2007 vervangen door islamitische grafstenen, deze zijn te herkennen aan het uitzicht  als een 'sarcofaag'.

 

Het Oostenrijks-Hongaarse leger telde verscheidene nationaliteiten, één van de volkeren die deel uitmaakten van het toenmalige Oostenrijk–Hongaarse Rijk waren de Bosniakken. Dat waren hoofdzakelijk Slavische moslims en behoorden blijkbaar overwegend tot het soennisme. De Bosniakken werden daarom ook wel Bosnische moslims genoemd, maar dat is feitelijk onjuist. Bosniakken woonden niet alleen in Bosnië, maar bijvoorbeeld ook in Kroatië, Servië, Macedonië, Montenegro  en Slovenië en lang niet alle Bosniakken waren moslim.

 

De Bosniakken hadden een goede reputatie en werden beschouwd als elitesoldaten. Eén van die Bosnische krijgers was kind soldaat Elez Dervisevic. Elez werd geboren in 1901 in Bijeljina, een kleine stad in Noordoost Bosnië – Herzegovina. Zijn ouders waren Sulejman en Munevera, vader was een rijke koopman. Elez had twee broers Osman en Mehmed, en één zus die Safia heette. Volgens bepaalde bronnen sneuvelde zijn broer Mehmed, die kapitein was, in het begin van de vijandelijkheden toen de Oostenrijkse troepen Servië wilden binnendringen. Hij werd gedood toen ze de rivier Drina wilden oversteken, Elez zou er zijn dode broer gezien hebben.

 

 

Toen Italië de oorlog verklaarde aan Oostenrijk-Hongarije, 23 mei 1915, moest het Tsjechische 91e infanterie bataljon vertrekken naar het Isonzo front. De tiener Elez Dervišević hielp hier toen vrijwillig mee met de voedselbevoorrading van het bataljon. De hier gestationeerde Tsjechische officier Alois Martinek verzocht de commandant van het lokale verdedigingscorps om hem te helpen, hij wou dat hij hem begeleide via de rivier Sava en de regio Slavonië, de commandant ging akkoord. Elez zag dat het bataljon zich klaar maakte om aan boord te gaan van de trein die de mannen naar hun bestemming moest brengen. Hij wou mee, hij wou ook gaan vechten. Elez kroop aan boord van de trein en verdook zich. Elez werd pas ontdekt toen ze al aan het Isonzofront waren toegekomen. Van Martinek mocht hij niet in de frontlijn komen en werd daarom aanvankelijk ingezet als koerier. Als dertien of veertien jarige was hij toen de jongste militair in het Oostenrijks-Hongaarse leger.  Een commandant nam hem mee naar voor en toonde er hem Bosnische troepen in actie.  Van op een veilige afstand zag hij het 3e Bosnische regiment de Italiaanse posities overrompelen.  Op de een of andere manier slaagde Elez erin om samen met een officier drie Italianen gevangen te nemen, door deze daad werd de jongen bevorderd tot korporaal. Na negentien maanden aan het front werd Elez gewond, een granaatscherf raakte hem in zijn onderkaak. Martinek stuurde hem voor verzorging naar een ziekenhuis in Wenen, maar voor Elez naar Wenen vertrok kreeg hij van zijn officier Martinek nog een uurwerk, daarin stonden de woorden “Aan mij zoon Elez…”

 

In Wenen was Elez heel populair. Tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis had hij zelfs een persoonlijke Imam die hem er de leer van de islam bijbracht. Toen hij hersteld was werd hij gestationeerd in het kasteel Wielburg. De familie Ernsthaler zorgde voor hem en schreef Elez in als leerling voor de Kadettenschool in Bratislava. Na de oorlog keerde hij terug naar Bijeljina waar hij een succesvol ondernemer werd. Na WO II trok hij naar Syrie en werd er majoor in het Syrische leger, hij overleed in 1988 in Damascus en werd er ook begraven.

 

 

 

 

 

 

De infanteriesoldaten 'Dobroslav Piskab' en 'Peter Falatar' hadden minder geluk. Beiden sneuvelden op 4 mei 1916.  Johann  Verner sneuvelde  op 27 oktober 1917.  Voor alle drie  werd de begraafplaats van  Log Pod Mangartom hun laatste rustplaats,...

 

 

 

 

Meer artikels
Necropolis van Grimde. 12-06-2017
Grimde (Tienen) België.

Na de Duitse inval in de ochtend van 4 augustus 1914 verwachtte het Belgische leger steun van Groot-Brittannië en Frankrijk maar men wist dat die steun niet direct ter plaatse zou zijn!

lees meer ...
Talana Farm Cemetery. 24-07-2017
Boezinge ( Ieper) België.

De begraafplaats ligt anderhalve kilometer ten zuiden van het dorpscentrum van Boezinge, en een halve kilometer ten westen van de Ieperlee.

lees meer ...
Menenpoort. 07-08-2017
Ieper België.

Gedurende de Mesenslag (7 juni 1917) en de Derde slag om Ieper in1917, ook bekent als De Slag om Passendale (31 juli t/m 10 november 1917) vochten diverse bataljons van het Britse regiment The Queen's (Royal Surrey Regiment) hier in de Vlaamse velden als eenheden van verschillende brigades.

lees meer ...