Gorjansko Slovenië.
Gorjansko Austro – Der österreichisch-ungarische Soldatenfriedhof.
Gorjansko Slovenië.

De militaire Oostenrijks-Hongaarse begraafplaats uit de eerste Wereldoorlog in Gorjansko ligt naast de gemeentelijke begraafplaats en bij de regionale weg die naar Klanec en Brestovica leidt. Op het militaire dodenakker werden er krijgsmannen begraven van het Oostenrijks-Hongaarse keizerlijke leger, zij sneuvelden er in de jaren 1915 -1917 aan het Isonzo front. Dit is het grootste Soldatenfriedhof van het Oostenrijks-Hongaarse leger aan dit front. Hier liggen meer dan 10.000 manschappen begraven, mannen van verschillende nationaliteiten die allemaal bij het voormalige keizerrijk behoorden. De begraafplaats heeft haar oorspronkelijk ontwerp, die zich met het Karst landschap vermengt, behouden.

 

 

Oostenrijk-Hongarije (ook de Oostenrijks-Hongaarse Monarchie, de Dubbelmonarchie, de Donaumonarchie of kortweg Oostenrijk genoemd, in het Duits: Österreich-Ungarn) was van 14 november 1868 tot 21 oktober 1918 de officiële benaming van het op één na grootste land van Europa. Het bestond uit het keizerrijk Oostenrijk, het koninkrijk Hongarije, uit Bosnië en Herzegowina, samen 676.615 km² groot en telde ( in 1910) 51.390.223 inwoners. Het staatshoofd was tegelijk keizer van Oostenrijk en koning van Hongarije: van 1848-1916 was dat Franz Joseph en van 1916-1918 Karl I. Oostenrijk en Hongarije hadden elk een eigen parlement, een eigen premier en afzonderlijke ministeries, maar Buitenlandse Zaken, Financiën en Defensie werden door gemeenschappelijke ministeries behartigd.

 

Wat de buitenlandse politiek betrof onderhield Oostenrijk-Hongarije sinds 1879 nauwe banden met Duitsland, waarbij zich in 1882 ook Italië aansloot. Maar de politieke betrekkingen met Italië, in de zogeheten Dreibund, waren nooit van de vertrouwdheid die de relatie met Duitsland kenmerkte. Met het aantreden van troonpretendent Franz Ferdinand en vooral sinds de aanstelling van Conrad von Hötzendorf tot chef van de generale staf in 1906 leek Oostenrijk-Hongarije een koers te varen die erop gericht was de evenwichten in de Donaumonarchie te vergroten, enerzijds door deels tegemoet te komen aan de overheersende onvrede onder de Slavische minderheden van het land, anderzijds door het hoofd te bieden aan het ageren van Servië, dat deze onvrede voortdurend aanwakkerde en dat vooral nadat de Groot-Servische droom na de Oostenrijks-Hongaarse annexatie van Bosnië-Herzegowina in 1908 was uiteengespat. Tevergeefs pleitte Conrad von Hötzendorf voor een preventieve oorlog tegen Servië, ja zelfs tegen het gewantrouwde Italië.

 

Franz Ferdinand (beter bekent als de echtgenoot van keizerin Sissi of Elisabeth von Bayern) wenste zeker geen oorlog, tenzij die hen werd opgedrongen. Na de Balkanoorlogen (1912/13), toen Servië en Montenegro uitdagende eisen aan de Donaumonarchie stelden, kon de oorlog nog ontweken worden, maar de moord of Franz Ferdinand en zijn echtgenote te Serajewo op 28 juni 1914 was er teveel aan. Nadat Oostenrijk-Hongarije Servië op 28 juli 1914 de oorlog verklaarde, volgde op 29 juli de mobilisatie van Rusland, dat het etnisch verwante Servië in bescherming nam. Daarop volgde oorlogsverklaring op oorlogsverklaring, de miserie kon beginnen…

Servië werd met de hulp van Duitsland moeizaam uitgerangeerd, voor Oostenrijk-Hongarije verliep de oorlog met een wisselend resultaat. Nog hachelijker dan het verloop van de strijd te velde was de situatie in het land zelf. Het grootste gevaar voor de cohesie van de Dubbelmonarchie school in het onafhankelijkheidsstreven van de Tsjechen. Talrijke Tsjechische militairen, hele bataljons, waren naar de Russen overgelopen. Invloedrijke Tsjechische politici gingen naar het buitenland om in Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Rusland en Amerika steun te zoeken voor een zelfstandige Tsjechische staat, anderen die in het land bleven werden in mei 1915 wegens hoogverraad gearresteerd en tot zware straffen veroordeeld. Ook de dood van keizer Franz Joseph op 21 november 1916 zorgde voor problemen. De jonge en onervaren, licht beïnvloedbare, keizer Karl I verving tijdens zijn korte regeerperiode van twee jaar vijf maal zijn minister-president. In maart 1917 onderhandelde hij via zijn zwager, prins Sixtus van Parma, rechtstreeks met de Entente over een afzonderlijke vrede.

 

Vanaf 1917 ontstond er een anti-Duitse stemming, het leek erop of de monarchie van binnenuit zou opgeblazen worden. Toen ook de totale militaire ineenstorting naderde, was de bodem onder de dynastie en Oostenrijk-Hongarije al weggeslagen. Op 16 oktober 1918 kondigde een keizerlijk manifest de omvorming van Oostenrijk in een statenbond aan, doch het was te laat. Al op 5 oktober had zich te Zagreb een comité gevormd dat het bestuur in Kroatië overnam. Hetzelfde gebeurde in Praag door de Tsjechische volksvertegenwoordiging op 28 oktober. De provincies ("Länder") die deel uitmaakten van het rijk maakten zich los van de dynastie. Daarmee hield de Oostenrijks-Hongaarse Monarchie op met te bestaan.

Meer artikels
Canove di Roana Monunento Ai Caduti. 30-04-2018
Cesuna Italië.

De Commonwealth troepen van het Britse XIVe corps (de 7e, 23e en de 48e divisie) kwamen in maart 1918 de Italiaanse troepen, die zich op de frontlinie tussen Asiago en Canove bevonden, aflossen.

lees meer ...
Loos. 31-08-2015
Loos (Loos-en_Gohelle) Frankrijk.

Vanuit Loos British Cemetery heb je zicht op de gemeente Loos.

lees meer ...
General Maiste en XXI Corps Memorial. 04-05-2015
Ablain-Saint-Nazaire Frankrijk.

Op de plaats waar de Franse generaal Maistre in de tweede slag om de Artois het bevel voerde, staat nu zijn standbeeld.

lees meer ...