Aquileia Italië.
Graven van gesneuvelden.
Aquileia Italië.

 

Op het moment dat de bijna 22 jarige cavalerist Umberto Orazi stierf, op 8 juli 1916, was het relatief rustig aan het Italiaanse front. In die zelfde periode, midden 1916, verwierf de Italiaanse luchtmacht nieuwe Nieuport13 toestellen, deze waren bewapend met Lewismitrailleurs. Een van de Italiaanse piloten toen, zelf een voormalig cavalerist, was Prins Fulco Ruffo Di Calabria.

 

 

 

Fulco Ruffo di Calabria werd geboren te Napels op 12 augustus 1884. Hij was de zoon van Don Beniamino en van Laure Mosselman du Chenoy, (een adellijke Belgische familie). Zijn vader afkomstig uit een gerenommeerd en oud geslacht uit het Zuiden van Italië was gedurende vele jaren burgemeester van Napels geweest. Na het beëindigen van zijn secundaire studies vervulde hij vanaf 01 december 1904 een jaar vrijwillige militaire dienstplicht bij het 11e Cavallerie Regiment “Foggia”. Op 31 mei 1905 werd hij aangesteld tot korporaal. Op 30 november werd hij bevorderd tot sergeant en overgeplaatst naar het Regiment Jagers te paard te Napels. Na zijn bevordering tot onderluitenant in de reserve op 18 februari 1906 zou Ruffo vanaf 01 april 1907 drie maanden dienen bij het Regiment “Foggia”. Op 29 juni werd hij ingedeeld bij de reserve. Na deze militaire episode scheepte Ruffo in voor Afrika, eerst als agent, dan als vicedirecteur van de Belgisch Italiaanse maatschappij Wégimont uit Antwerpen. In 1914 keerde hij terug naar zijn land met de hoop om in Italië en in België de nodige fondsen te vinden om zijn eigen handelsmaatschappij op te richten maar door het uitbreken van de vijandelijkheden werd hij gedwongen om zijn project op te geven. Op 23 mei 1915 verklaarde Italië de oorlog aan het Oostenrijks Hongaarse Rijk.

 

Na een korte wederoproeping in september 1915 bij het 15e Regiment Jagers te paard in Lodi, vroeg en verkreeg Onderluitenant Ruffo di Calabria zijn overgang naar het Luchtkorps om er vliegenier te worden. Op 20 december kwam hij aan in de school te Mirafiori (Turijn) om er vlieglessen te volgen. Na zijn bevordering tot luitenant op 18 februari 1915, stapte hij in augustus over naar de school van Pisa. Bij het beëindigen van zijn opleiding op Blériot 80 CV verkreeg hij er het brevet van piloot. Op 28 september 1915 werd Ruffo piloot in oorlogsdienst. De volgende dag werd hij naar de operatiezone gestuurd en ingedeeld bij het 4e Smaldeel Artillerie om er op Caudron G3 te vliegen. De hoofdopdracht van de eenheid bestond in het bijstellen van het vuur van de veldbatterijen voor lange afstand en van het voeren van verkenningsvluchten (op zicht en fotografisch) achter de vijandelijke Oostenrijkse linies. De Caudron die Rufo gebruikte voor deze zendingen was een gestroomlijnde dubbeldekker die, hoewel deze sinds het begin van de vijandelijkheden werd afgekeurd, toch in dienst zou blijven tot eind 1916. De bemanning van het toestel bestond uit een piloot en een waarnemer. Het toestel haalde met moeite 100 km/u. Gezien zijn gering motorvermogen werd het ontwapend want er moest gekozen worden tussen het gewicht van de radio en dit van de mitrailleurs.

 

Op 5 oktober 1915 werd het smaldeel ontplooid op het vliegveld van Gonars. Vanaf zijn aankomst al liet Ruffo zijn grote kwaliteiten als vliegenier zien. Gemiddeld voerden de bemanningen drie vluchten per dag uit. Op 12 november 1915 liet Ruffo zich tijdens een gewaagde verkenningsvlucht onder hevig vijandelijk vuur langs de Isonzorivier opmerken. Op 26 januari 1916 werd Ruffo gemuteerd naar het 2e Smaldeel dat zich had ontplooid te Risano op het vliegveld van Chiassotis. Op 15 april veranderde de eenheid van naam en werd nu het 42e Smaldeel van de Ve Groep Vliegtuigen en stond onder bevel van Kapitein Santi. Nog altijd aan boord van zijn Caudron probeerde Luitenant Ruffo zich te verdedigen tegen de luchtafweer die steeds maar intenser en nauwkeuriger werd.Op 11 februari 1916 vloog hij boven een Oostenrijkse batterij in de zone van Lokvica om er de positie van te bepalen. Deze zending alsook deze van 12 november leverden hem een eerste Militaire Verdienste op, de eerste van vier Bronzen Medailles. Twee maanden later, op 8 en 9 april, nog altijd in de vallei van de Isonzo vervulde de luitenant opnieuw twee zendingen die hem een tweede Bronzen Medaille opleverden.

 

Al sinds de eerste weken van de oorlog verlangde hij ernaar om over te stappen naar de jachtvliegtuigen. Op 1 mei werd zijn wens werkelijkheid! Hij werd naar het vliegveld van Cascina Costa nabij Gallarate gezonden om er een omscholing aan te vatten op Nieuport-Bébé, het eerste jachtvliegtuig van de Italiaanse luchtvaart. Na de conversie op dit toestel keerde luitenant Ruffo terug naar het front. Op 28 juli werd hij ingedeeld bij het 70e Jachtsmaldeel van de luchtverdediging die werd overgeplaatst naar de gevechtszone van Aviano. Op 23 augustus 1916, zesentwintig dagen na zijn aanvang als jachtpiloot, haalde hij nabij de Corona (Gorizia), tussen Bucovina en Ranziano, op enkele kilometers van de bevriende linies, zijn eerste vijandelijk vliegtuig neer. Op 3 oktober beschadigde luitenant Ruffo tijdens een noodlanding zijn vliegtuig en kwam er zelf met de schrik van af. Na deze zegevolle gevechten zouden de slechte weersomstandigheden over gans het front de luchtactiviteiten sterk verminderen.

 

Op 1 januari’17 vonden er twee uitzonderlijke gevechten plaats. Om 15.15 u, ging luitenant Ruffo op 3000 meter boven Sagrado een duel aan met een vijandelijke Albatros. Hij bestookte hem met zijn mitrailleur en vuurde honderdvijftig schoten af. De vijandelijke mitrailleurschutter werd geraakt, zijn borst hing uit de stuurhut. Het vliegtuig daalde tot op 700 meter hoogte alvorens het terug keerde naar de eigen linies. Tijdens diezelfde namiddag haalde Ruffo na een kort gevecht zijn derde vliegtuig neer. Tijdens de maand februari zou luitenant Ruffo vijf luchtoverwinningen behalen. Op 10 maart bevorderde het opperbevel hem tot de graad van luitenant in P.A.D. (Permanente Actieve Dienst).Tijdens de maand april was de vliegactiviteit door het regenweer gedeeltelijk verminderd. Op 1 mei 1917 veranderde het 70e Smaldeel van naam en werd nu het 91e Smaldeel, dat echter wel op het vliegveld van San Catarina di Udine bleef. Nieuwe Spad-toestellen werden toegevoegd aan de vier Spad XIII en de drie Nieuport vliegtuigen waarover het smaldeel al beschikte. Zij werden toevertrouwd aan enkele uitverkoren piloten, o.a. aan Luitenant Fulco Ruffo di Calabria…

 

Tijdens de meimaand hernam de luchtactiviteit in alle hevigheid. De oorlogszendingen van Ruffo werden zorgvuldig opgetekend in zijn velddagboek. Op 12 mei behaalde Ruffo boven San Marco zijn zevende overwinning. Hij beschreef dit als volgt: “ Vertrokken voor een tweede patrouillevlucht, ik zie boven Vertoiba drie vijandelijke vliegtuigen, zeven of achthonderd meter hoger dan ik. Ik trek mij onmiddellijk terug in bevriend gebied om hoogte te winnen en de indruk te geven dat ik vlucht. Zodra ik de hoogte van de drie vijanden heb bereikt merk ik dat twee van hen zich klaar maken om een tweemotorige Caudron aan te vallen die zich tussen Podgora en Gorizia bevindt. Terwijl deze ons verkenningsvliegtuig in de tang nemen neem ik ongemerkt positie achter een van hen en open het vuur met mijn wapen. Deze waarop ik schoot begint te duiken, de andere vlucht en terwijl ik het dalend toestel in duikvlucht achtervolg, zet het derde vijandelijk vliegtuig dat op zijn hoogte gebleven was de achtervolging in. Hij probeert mij te raken met salvo’s uit zijn voorste machinegeweer, maar tevergeefs. Het vliegtuig dat ik heb geraakt stort neer nabij San Marco “.

 

Op 26 mei 1917 behaalde luitenant Ruffo zijn negende overwinning. Hij kreeg zijn tweede Zilveren Medaille voor de belangrijke operaties die hij uitvoerde tussen 5 en 26 mei, boven de Neder en de Midden Isonzo. Met elf overwinningen op zijn actief op het einde van de maand juni zal de daaropvolgende maand een andere “glorierijke periode” inluiden voor Luitenant Ruffo di Calabria. Hij zal voortaan kunnen strijden aan boord van een nieuwe Spad-VII, een vliegtuig dat rechtstreeks uit Frankrijk is ingevoerd en dat beschouwd wordt als het beste jachtvliegtuig van de geallieerden. Op 20 juli 1917 bracht hij tijdens een episch gevecht zijn aantal erkende overwinningen op vijftien.1 augustus 1917, Luitenant Ruffo werd ter verzorging opgenomen in het hospitaal van Napels en pas twee maanden later, op 5 oktober zou hij zijn dienst heropnemen. Ondertussen werd de inmiddels door het brede publiek bekende en onoverwinnelijke geachte “luchtridder” op 13 augustus 1917 tot kapitein bevorderd. De luchtactiviteit hernam in alle hevigheid, in het bijzonder tijdens de cruciale fase van terugtrekking uit Caporetto. Na de terugtrekking uit Caporetto op 10 november 1917 werd het 91e Smaldeel van Baracca overgebracht naar de basis van Padua. Kapitein Ruffo di Calabria en zijn vrienden zouden er de droevige dagen van de terugtrekking beleven.

 

Op 6 februari 1918 waren Albert de 1ste, Koning der Belgen en zijn echtgenote, Koningin Elisabeth, op bezoek in Italië. Koning Victor Emmanuel III en Koningin Elena begaven zich naar het station van Battaglia (Padua) om er hun gasten te ontvangen. Gedurende de namiddag van dezelfde dag begaven de twee Koninklijke families zich naar het vliegveld van Padua om er de troepen te schouwen en om er eretekens uit te reiken. Koning Albert onderscheidde er Kapitein Fulco Ruffo di Calabria met de Medaille van Ridder in de Leopoldsorde.Op 20 mei 1918 voerd Ruffo met Sergeant D’Urso een zending uit boven Montello. Zij bemerkten er op grote hoogte een formatie van negen vliegtuigen. Ruffo attaqueerde een van de toestellen dat wat van de groep was losgeraakt. Hij achtervolgde het, maar zijn wapen weigerde herhaaldelijk. In zijn zendingsverslag verklaarde zijn vleugelman niettemin dat hij het Oostenrijks vliegtuig had zien neervallen. Op dezelfde tijd melde een bericht van de IXe Luchtvaartgroep en een ander verslag van de 2e Groepering Luchtafweerbatterijen dat op het ogenblik van de vlucht enkele waarnemers een vijandelijk vliegtuig hadden zien neerstorten nabij Susegana. Dit werd de voorlaatste van zijn twintig erkende overwinningen.Kapitein Ruffo di Calabria behaalt zijn twintigste en laatste overwinning op 15 juni boven Grave di Papadopoli, ten Oosten van Negrisia.Op 29 oktober 1918 voerde Ruffo di Calabria tijdens het eindoffensief beschietingen uit op de weg Conegliano – Vittorio Veneto en wierp er ook brandgranaten af. Hij werd geraakt aan de brandstoftank en moest noodgedwongen een noodlanding maken nabij Marano, daar waren er nog vijandelijke troepen aanwezig. Hij slaagde er in om aan het krijgsgevangenschap te ontkomen en om de bevriende Britse linies te vervoegen …

 

Officieel beëindigde het conflict met 109 gevechtsvluchten op zijn actief. Op 06 april 1934 werd hij benoemd tot Senator. Ruffo di Calabria overleed op 23 augustus 1946 te Ronchi di Apuania (Carrara). Hij werd postuum de schoonvader van koning Albert II van België toen zijn jongste dochter  Paola Ruffo di Calabria,  de zesde Koningin der Belgen, met de dan Belgische prins Albert in het huwelijk trad. Prins Fulco heeft nooit geweten hoe zijn dochter met een telg van het Belgisch vorstenhuis huwde in dezelfde sluier die zijn moeder bij het huwelijk van zijn ouders droeg. Koningin Paola verloor haar vader op achtjarige leeftijd.

 

Meer artikels
Sacrario Militaire Redpuglia. 10-10-2016
Fogliano Redipuglia Italië.

Op zaterdag 13 september 2015 reisde Paus Franciscus naar de Noord-Italiaanse gemeente Fogliano Redipuglia om er deel te nemen aan de herdenking van de 100e verjaardag van de Eerste Wereldoorlog.

lees meer ...
Kerk en Belgische Militaire Begraafplaats Oeren.' Het bataillon de travailleurs'. 29-02-2016
Oeren (Alveringem) België.

Eind 1915 begin 1916 werden verscheidene bataljons voor een aantal weken van hun vaste frontdienst ontslagen en kregen een nieuwe taak.

lees meer ...
Estrées Communal Cemetery. 01-10-2018
Estrées Frankrijk.

Het dorp Estrées ligt 14 km ten noorden van St Quentin.

lees meer ...