Alveringem  België.
Belgische Militaire Begraafplaats Alveringem.
Alveringem België.

In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog hadden sommige Vlamingen een afkeer ontwikkeld tegen de Franstaligen in België, ze voelden zich al jarenlang onderdrukt door die franskiljons. En aan de vooravond van de oorlog had dat Vlaamse ongenoegen een eerste hoogtepunt bereikt. De Vlaamsgezinden zagen een omhooglopend Belgisch nationalisme en werden daarbij ook nog geconfronteerd met een nieuw agressief wallingantisme die op dat ogenblik ijverde voor een splitsing van België. In 1913 verwierp het parlement de zogenaamde Legerwet, die had er moeten voor zorgen dat er in het Belgisch leger Vlaamse regimenten werden opgericht. Deze verwerping zou zeker een aantal gevolgen hebben voor de Vlamingen aan het front.

 

Bij het uitbreken van de oorlog en na de oproep van koning Albert I om het Belgisch grondgebied te verdedigen, traden verschillende van die misnoegde flaminganten toe tot het leger, zij hoopten dat hun Vlaamse eisen (onder meer de vernederlandsing van de universiteit van Gent) zo vlotter zouden worden ingewilligd. Dat was met de toen heersende tijdsgeest eigenlijk ondenkbaar!

 

De spanningen in het leger situeerden zich op verschillende gebieden. Zo waren er veel officieren Franstalig, dat kon soms een onoverbrugbare kloof creëren voor een deel van de Vlamingen. Men mag niet vergeten dat het Frans toen ook de taal was van heel wat Vlaamse elitaire burgers en middenstanders die het chiquer vonden dan het Vlaams dat vooral de taal was van de lagere middenklasse, arbeiders en de kleinere boerkes. In vele Vlaamse gemeenten werd door de notabelen Frans gesproken, niet zo verwonderlijk want als men studeerde dan was de studietaal het Frans. In vele kleine Vlaamse dorpen spraken ook de pastoor, de notaris, de dokter en de burgemeester Frans onder elkaar als ze er samen konkelfoesden over de lokale dorpspolitiek.

 

In het leger was de voertaal Frans, er was weinig Vlaamse instroom in het officierenkorps. Maar ook dat was niet verwonderlijk want wie werd er toen officier? Het officierenkorps was vooral samengesteld uit mannen van adel, mannen van rijke afkomst of uit de beter behoede middenklasse die gestudeerd hadden, in de loop van de oorlog zou dat verander en zouden jongens van armere afkomst zich ook van soldaat tot onderofficier, of van onderofficier tot officier kunnen opwerken. Deze zouden al dichter bij hun manschappen staan.Het leger was ook overwegend vrijzinnig, dat was in schril contrast met de overwegend katholieke Vlamingen. Deze spanningen konden soms resulteren in een nadelige behandeling van de Vlamingen aan het front. Daar liep alles fout doordat gewone soldaten de bevelen van hun meerderen niet begrepen, dat werd na de oorlog toch vaak beweerd! Dit is althans de Vlaams-nationalistische visie op de gebeurtenissen in de Eerste Wereldoorlog, doch de werkelijke geschiedenis dient genuanceerder benaderd te worden. Dit is een ideologische constructie die vooral na de oorlog, vanaf de jaren twintig geestdriftig werd verspreid. De precieze oorsprong is moeilijk te achterhalen, maar het paste duidelijk binnen de inspanningen van de Frontbeweging, die na de oorlog geleidelijk werd ingepalmd door Vlaamse collaborateurs. Iedereen die ooit zijn dienstplicht vervulde weet dat het leger vooral draaide met de inzet van de onderofficieren en korporaals. Het waren vooral zij die de mannen bevolen, want het aantal officieren in de eerste linies was toch beperkt, dat met alle respect voor de lagere officieren die zowel vooraan of verder achteraan de gevaren van de oorlog trotseerden! Dus er zal wel al eens iets mis gelopen zijn, maar alles is zeker overdreven! Vooral we weten allen dat Vlamingen plantrekkers waren (zijn) die al vlug wel enkele woordjes Frans zullen begrepen hebben.

 

Van oktober 14 tot september 18 ging het Belgische leger noch vooruit noch achteruit en in tegenstelling met de vier tussenliggende oorlogsjaren vielen de meeste Belgische doden bij de Duitse inval in 1914 en bij het Belgische eindoffensief in september 1918. De legerleiding was bij tijden misschien wel dwaas, maar toch niet achterlijk, en was zich wel bewust van feit dat bevelen in beide landstalen dienden te worden overgebracht. Men haalde ook aan dat 80% van de militairen Vlamingen waren, en zij vooral in de frontlinie streden en zo als kanonnenvlees dienden, later bleek ook die 80% sterk overschat en een mythe te zijn.

 

Het was in die situatie dat een aantal Vlaamse intellectuelen die zich aan het front bevonden begonnen te  ijveren voor de Vlaamse belangen. De drie voornaamste figuren waren Adiel Debeuckelaere (als voorzitter), Filip De Pillecyn en Hendrik Borginon. Adiel Debeuckelaere was na zijn middelbare studies aan het Sint-Vincentiuscollege in Ieper naar de universiteit van Gent getrokken. In 1911 studeerde hij af in de klassieke filologie en promoveerde er tot doctor in de wijsbegeerte en letteren. Hij studeerde verder nog in Marburg, Leiden en Rijsel en gaf ook ad interim les. Toen de oorlog uitbrak werd hij opgeroepen voor het leger. Hij vertikte het om er de officiersopleiding te volgen en werd liever korporaal. In het najaar van 1916 richtte Debeuckelaere als "ruwaard" (leider) de Frontbeweging op. Op 18 september 1918 werd hij tijdens gevechten in Bikshote door de Duitsers gevangengenomen en naar Duitsland afgevoerd. De Duitsers hoopten hem te kunnen gebruiken voor hun propaganda maar Debeuckelaere weigerde, ook tegenover de activisten. De mede door hem ontstane Frontbeweging was een groepering die de sociaal-culturele actie onder de frontsoldaten organiseerde en was zoals eigen aan de tijd Vlaams-nationalistisch en katholiek gekleurd. De beweging hield zich vooral bezig met het informeren van het front door de verspreiding van brochures en blaadjes met streeknieuws. De Frontbeweging diende vooral als politieke drukkingsgroep. Debeuckelaere schreef o.a. Open Brieven aan koning Albert I en zijn inzet leidde ook tot de affaire van Sublieme Deserteurs.

 

In de schrijfkamer aan het front van de flamingantische kapelaan Cyriel Verschaeve stelden een tiental leiders van de Frontbeweging hun ideeën en eisen op. Ze wilden Vlaams zelfbestuur, splitsing van openbare diensten in Vlaamse en Waalse afdelingen en zelfbeschikkingsrecht voor kleine volkeren. Die teksten moesten dan doorheen de linies naar mensen als Lodewijk Dosfel en Alfons Depla gebracht worden. Deze moeilijke en gevaarlijke taak zou door de Sublieme Deserteurs ( door een aantal van hen) worden uitgevoerd. De Sublieme Deserteurs was een bijnaam die men na de oorlog in het Vlaamsgezinde milieu gaf aan een groep van 7 Vlaamse deserteurs. Net zoals de Tsjechische en Slowaakse militairen die uit het Oostenrijks-Hongaarse leger deserteerden en door de Franstalig Belgische pers werden opgehemeld als les déserteurs sublimes’, zo gingen ook, enige jaren na de oorlog, de Vlaams-nationalisten deze overlopers ‘de sublieme deserteurs’ noemen. 

 

De aanvoerder van de Sublieme Deserteurs was Jules Charpentier, hij was vanwege zijn Vlaamsgezinde overtuiging gestraft en gedegradeerd. Op aanraden van Berten Willems, de hulpafgevaardigde voor de 2e L.A (tweede legerafdeling), stelde Gravez voor contact op te nemen met Vital Haesaert,  de Vlaamse afgevaardigde van de Genie de 2e L.A., die meestal in de loopgraven verbleef en vertrouwd was met de voorposten. In de nacht van 30 april op 1 mei 1918 staken de korporaals Jules Charpentier, Karel De Schaepdrijver de frontlijn over, de soldaat-vrijwilliger Bernard Coolen, soldaat Marcel Torreele en brancardier Vital Haesaert zouden volgens het plan de beide deserteurs door de linies gidsen en dan terugkeren naar de eigen linies. Ze trokken de linie over aan de Kloosterhoek in Stuivekenskerke, ten noorden van Diksmuide. Toen de vijf overlopers de Duitsers bereikten legden zij hun wapens neer, en verklaarden aan de vijand de reden van hun komst. Ze werden gearresteerd en moesten hun documenten afgeven.Omdat in tegenstellig tot het plan niemand terugkeerde, besloot men aan het Vlaamse front na enkele dagen om de brancardier Carlos Van Sante en Lode De Pryck, ( andere bronnen vermelden de naam van soldaat tweede klasse Isidoor De Rocker ) een persoonlijk gezant van Cyriel Verschaeve, op pad te sturen. Vier nachten later dan de eerste vaandelvluchtigen, op 4 mei, staken de twee ten zuiden van het dorpje aan de IJzer de frontlijn over.

 

Deze zeven overlopers vormden een zeer gemengd gezelschap, het waren twintigers afkomstig uit alle hoeken van het Vlaamse land en waren van verschillende afkomst. Merkwaardig; de grote meerderheid van hen, vijf van de zeven, Vlaams voelend of niet, had zich vrijwillig voor de dienst in het Belgische leger aangemeld. Voor elk van hen draaide dat uit op een bittere deceptie, een ontgoocheling die hen zelfs tot desertie en het meewerken met de vijand dreef. Dat onderstreepte uiteraard het bekende verhaal van de argeloze Vlaamse gewone soldaat in dat ‘anti-Vlaamse Belgische leger, waar Franstalige officieren hem de dood injoegen door hem bevelen toe te brullen in een taal die hij niet begreep. Al staat het ondertussen gelukkig wel vast dat de Fronters en de activisten bij het vertellen van dit verhaal behoorlijk hebben overdreven, doch het staat eveneens vast dat het geen totaal uit de lucht gegrepen fabeltje is.Wat deden de overlopers nu precies, of toch in ieder geval Charpentier, De Schaepdrijver, Haesaert en Van Sante, in die zes maanden dat hen nog van het einde van de oorlog scheidde? Met goedkeuring van de Duitsers maakten ze propaganda voor het programma van de Frontbeweging. Hun boodschap bestond er voornamelijk in om Vlaamse krijgsgevangenen tot het activisme te bekeren. Ze zochten contact met de activisten en lichtten hen in over de toestand achter het IJzerfront. Ze publiceerden enkele brochures, hielden toespraken op Activistische bijeenkomsten en hielpen de Duitsers met het opstallen van propagandistische vlugschriften die de Vlaamse frontsoldaten moesten aanzetten om de wapens neer te leggen.

 

Wat het uiteindelijk opgeleverde is een moeilijke te beantwoorden vraag, Duitsland verloor de oorlog en Vlaanderen is zoals bekend nog niet onafhankelijk. Na de  wapenstilstand weken de Sublieme Deserteurs uit naar  Nederland om zo aan de gerechtelijke vervolging te ontsnappen. Charpentier, De Schaepdrijver, Haesaert en Van Sante werden in België in 1922 bij verstek veroordeeld tot de dood met de kogel.

 

 

Meer artikels
Ossuarium Monte Grappa. 27-11-2017
Monte Grappa Italië.

De eerste slag van Monte Grappa, ook bekend als eerste slag bij de Piave in Italië, was een veldslag tussen de legers van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en het Koninkrijk Italië.

lees meer ...
Oorlog en Voetbal. 24-08-2015
Ploegsteert (Comines-Warneton) België.

Oorlog en sport, ook voetbal, werden ooit gezien als een spel waar moed, onverbiddelijkheid en een gemeenschapsgevoel voor nodig waren.

lees meer ...
Nabij 'Birdcage'. 03-10-2016
Comines-Warneton België.

Ik veronderstel dat je nooit een olifant sectie gedragen hebt?

lees meer ...