Ariburnu (Gallipoli) Turkije.
Turks Standbeeld 'Askerine Saygi Aniti'
Ariburnu (Gallipoli) Turkije.

Dat de Grote Oorlog ontaarde in een vastgelopen oorlog is algemeen geweten. Halverwege 1916 was die stellingoorlog al meer dan een anderhalf jaar bezig en zorgde, zowel aan het Turkse front als aan het Oostelijk- en Westelijkfront voor heel wat gezondheidsproblemen.

 

Oververmoeidheid, rondslingerende lijken, vuil, urine, uitwerpselen en een gebrek aan hygiëne stonden borg voor het massaal voorkomen van vrijwel iedere vorm van ziekte die met dergelijke omstandigheden samenhangt. Al deze factoren zorgden er voor dat er veel ongedierte in de loopgraven aanwezig was. Ratten, ook 'tranchee-konijnen genoemd', teisterden de manschappen terwijl ze sliepen, stalen eten en knaagden aan de overblijfselen van omgekomen militairen. De ratten veroorzaakten niet alleen ongemak en afschuw, ze waren ook de dragers van talloze ziekten. Een andere taaie klant in de tranchee was de mug, soms ook 'vliegeniersjonkskens' of 'moteurs sans petrole' genoemd. Ook allerlei andere insecten kwamen af op de etensresten of op het relatief propere water dat soldaten dronken of gebruikten, ook de manschappen zelf waren vaak het doelwit van de beestjes. Als een soldaat zich ’s morgens scheerde dan zaten er soms wel vijftig vliegen in zijn scheerkom. Zodra je een deel van je lichaam ontblootte dan zat je onder de vliegen. Ze zaten om je hele mond en ook op snijwondjes of zweren, die vervolgens gingen ontsteken. Miljoenen en miljoenen vliegen vormden voor de frontsoldaat een echte kwelling. Bij warm weer kon de hele binnenkant van de loopgraaf veranderen in één zwarte, krioelende massa. Als je wat openmaakte om te eten dan kwam er meteen een zwerm vliegen op je af.

 

 

Proper water was vaak een zeldzaamheid, menig soldaat liep vergiftigingsverschijnselen op na het drinken uit poelen waar letterlijk een gifgroen laagje op dreef, of waarin opgezwollen en half tot heel ontbonden lijken ronddreven. Ook de menselijke ontlastingen zorgden voor stank en ongedierte aan het front, in de loopgraven waren er in het beste geval wel ergens een aantal primitieve latrines voor de grote ontlasting, voor de officieren was er meestal een iets luxueuzere versie aanwezig. Het urineren vond vaak plaats ergens dicht bij of op de plaats waar de strijder zich bevond, vaak werd beweerd dat de Fransen hier het minst hygiënisch mee omsprongen. De toiletten, vaak niet meer dan een balk om op te zitten met een ton eronder, werden met de nodige luister omschreven. Ze heetten 'het salon du front' of  '‘t wachthuisje voor de sansculotten'. Een soldaat die hoogdringend moest, kwam er 'zijn batterijen opstellen' en 'pointeren' (een zinspeling op het richten van kanonnen). Op het toilet kon je ook rustig zitten om 'een portret te trekken' of 'een brief naar Willem' (de Duitse keizer Wilhelm II) te sturen.

 

 

Fuselier Harold Pilling – 1/6th Lancashire Fuseliers schreef het volgende over de latrines: “Als je een kijkje had genomen in de latrines, zou je acuut onpasselijk zijn geworden. Je zou de indruk hebben gekregen dat mensen zich hier hadden ontlast van hun complete buik- en darminhoud. Het was walgelijk. Je moest het bedekken en een andere graven. De rand mocht niet te hoog zijn, omdat je er anders in kon vallen. Er waren geen leuningen of iets dergelijks, het was gewoon een open loopgraaf, maar hij was wel vrij diep.

 

 

Aan het front zal er ook wel weinig toiletpapier aanwezig geweest zijn, want toiletpapier kwam relatief laat in gebruik. In 1857 kwam het eerste speciaal geproduceerde toiletpapier op de markt. Joseph Gayetty lanceerde stukjes papier die waren bevochtigd met aloë vera. 14 jaar later kwam Seth Wheeler met de moderne toiletrol. In Vlaanderen was het tot aan de Eerste Wereldoorlog de gewoonte om zich met een vinger af te vegen en deze dan aan de rand van de poepdoos af te wrijven. Dit gebeurde altijd met een vinger van de linkerhand, vandaar dat men elkaar tot op de dag van vandaag de rechterhand geeft en iets met de rechterhand aangeeft of ontvangt. Behalve papier gebruikte men aan het front hooi, gras, mos, platte steentjes (de zogenaamde 'gatkrabbers'), schelpen, houtspaanders, dennenappels, mos, zand of tot lappen gescheurde vodden, of die gebruiksmiddelen hygiënisch waren valt betwijfelen, en wat bij diarree? Inderdaad diarree was een grote vijand van de frontsoldaat, die werd veroorzaakt door dysenterie, een ziekte die epidemische vormen aannam. Veel mannen konden het volhouden zonder zich ziek te melden, anderen raakten zo verzwakt dat ze zelfs niet meer in staat waren naar de latrines te gaan.

 

 

Tijdens de strijd op Gallipoli in 1915 getuigde Lichtmatroos Joe Murray ( Hood Battalion – Royal Naval Division) over het probleem van: dysenterie “ Dysenterie was echt een afschuwelijke ziekte die een man kon beroven van de laatste resten van zijn menselijke waardigheid voordat hij eraan overleed. Een paar weken voordat hij het kreeg, was mijn beste kameraad nog zo keurig en kaarsrecht als een echte gardesoldaat. Maar het was heel erg om hem na ongeveer tien dagen te zien rondkruipen met zijn broek rond zijn enkels, met blote billen en een totaal besmeurd overhemd, alles zat onder de drek. Hij kon zelfs niet meer lopen. Daarom nam ik hem onder de arm en een andere makker ondersteunde hem aan de andere kant, en zo sleepten we hem naar de latrine. Het was ontluisterend als je bedacht hoe hij kort geleden nog was geweest. Mijn andere kameraad en ik waren er ook niet al te best aan toe, maar zo erg nog niet. Hoe dan ook, we lieten hem zakken naast de latrine. We probeerden de vliegen van hem af te slaan en hem om te draaien, zodat hij met zijn achterwerk boven de loopgraaf zou hangen. Maar hij rolde gewoon achterover in die loopgraaf van zo' n 30 centimeter breed, half zijdelings, zijn hoofd eerst, in die slijmerige derrie. We konden hem er niet uit trekken, daarvoor hadden we de kracht niet meer, en hijzelf was totaal niet meer in staat om op te krabbelen. Uiteindelijk kregen we hem er toch uit, maar toen was hij al dood, hij was verdronken in zijn eigen uitwerpselen.”

Meer artikels
Aurisina Österreichisch-ungarischer Soldatenfriedhof. 08-08-2016
Aurisina Italië.

Op deze begraafplaats begroef men de Oostenrijks-Hongaarse militairen die, tussen 1915 en 1917, in het gebied dat zich uitstrekte van Monfalcone tot Monte Ermada het leven lieten.

lees meer ...
Vrsic Pass ' De Onbekende Rus'. 07-03-2016
Soca Slovenië.

Begin 1915 werd de kleine stad van Kranjska Gora, door de nabijheid van het Isonzo Front, plots van strategisch belang.

lees meer ...
Lancashire Landing Cemetery 'William Stephen Kenealy VC'. 29-06-2015
Helles Turkije.

De aankomst van het 18e regiment dat werd toegevoegd aan Kemal’s 19e divisie gaf hem de kans om op 29 juni een nieuwe nachtaanval uit te voeren.

lees meer ...