Houthulst België.
Flanders Fields Chapter Belgium.
Houthulst België.

In 1916, werden er in Frankrijk twee nietsontziende slagen uitgevochten. Alle ogen waren gericht op de strijd in de Somme en Verdun, aan het IJzerfront was het rustig. Maar was dat zo?

 

Een Belgisch hoofdstuk ( chapter ) in de Vlaamse velden :

 

De Belgische legerleiding gaf op geregelde tijdstippen het bevel tot het uitvoeren van Raids. Deze blits overvallen werden uitgevoerd door een kleine groep. Hierbij bezette men gedurende een beperkte tijd een klein gedeelte van de Duitse linie. Naast het nemen en uithoren van Duitse gevangenen, dus het inwinnen van allerlei inlichtingen, waren deze raids een middel om de offensieve mentaliteit van de eigen manschappen aan te scherpen. De mannen die deze raids uitvoerden waren in praktijk meestal vrijwilligers, en het waren meestal dezelfde militairen die zich steeds opnieuw aandienden voor een dergelijke actie.

 

In de nacht van 11 op 12 augustus 1916 voerden de Belgen zo een raid uit op een Duitse voorpost in Poesele. De aanval werd uitgevoerd onder de leiding van onderluitenant Fernand Van Den Heuvel van het 6e Linieregiment (2e bataljon, 4e compagnie en behorende tot de 2e legerdivisie). De plaats van het gebeuren lag halverwege Steenstraat en Drie Grachten. De Belgische vuurlinie liep toen langsheen de Ieperlee tot de Redan du Passeur aan het kanaal, waar zij de linkeroever volgde tot aan Steenstraat. Ten noorden van het Redan stond het gebied tussen de linies en het kanaal onder water. In de nabijheid van de linker kanaaloever bevonden er zich wel een zestal voorposten. Aan Duitse kant was de situatie nagenoeg identiek. Hun eerste linie lag ter hoogte van de huidige Poeselestraat de 300 meter die hen scheidde van de rechter kanaaloever stond eveneens blank. De Duitsers hadden ten noorden van de Redan ook een aantal vooruitgeschoven luisterposten aan de oever.

 

Een van die Duitse luisterposten, bij de Belgen in code aangeduid als P.C.7 met de coördinaten 41675-61400, was het doelwit van deze raid. Deze post bevond zich aan de Duitse kan van het kanaal, op ongeveer 500 meter ten noorden van de Redan du Passeur. P.C.7 was via een passerelle bereikbaar vanuit de Duitse linie (een afstand van ongeveer 200m.) ter hoogte van de vroegere hoeve Masui (op de Belgische stafkaarten aangeduid als F13). Deze post was heel kwetsbaar, want de dichtstbijzijnde Duitse voorpost bevond zich op 500m. ten noorden van de Redan. De Duitsers beseften dat en hadden een kleinere versterking gebouwd op een kleine 30 m. ten zuiden van de hoofdpost. De Belgen waren hier doormiddel van luchtfoto’s van op de hoogte.

 

De opdracht klonk eenvoudig, een precieze artilleriebeschieting moest P.C.7 isoleren en nadien moest een kleine, tot in de tanden bewapende, groep er de bezetters overrompelen en gevangen genomen.

 

In de ochtend van 11 augustus 1916 begon men de voorbereidingen van de raid, de bemanningen van de Belgische luisterposten werden terug getrokken tot in de eerste linie. De artilleriewaarnemers deden hun werk en om 15 uur namen de Belgische kanonnen de Duitse voorposten onder handen. De eerste kanonnade duurde 25 minuten, nadien openden de Belgische artilleriebatterijen  om de twee uur het vuur. De vijandelijke reactie was gematigd.

 

Bij het vallen van de duisternis verzamelden de mannen van onderluitenant Fernand Van Den Heuvel zich in de stelling achter de Redan. Wapens werden gecontroleerd en de laatste bevelen en consignes werden uitgewisseld. Het afgesproken herkenningsteken was de kreet van het waterhoen, die moest tweemaal na elkaar herhaald worden. De mannen namen naast hun gewone bewapening ook een viertal dolken en 54 handgranaten mee. Ze droegen ook een 5 meter lange passerelle en een brancard mee. De groep bestond alleen uit vrijwilligers. De sfeer was uitstekend want onderluitenant Van Den Heuvel had een goed reputatie, wanneer hij om vrijwilligers vroeg dan maakten de mannen onderling ruzie om mee te mogen gaan.

 

De groep die er op uit trok bestond uit:

  • 1 officier: onderluitenant Fernand Van Den Heuvel
  • 1 onderofficier: sergeant De Pauw
  • 2 korporaals: Mathieu, Dockx
  • 3 grenadiers: Rochlus, Nuyts, Vernelen
  • 7 soldaten: Beauregard, Lecomte, Huyghens, Janssens, Van Malder, Ring, Van Zwijgenhoven

 

Met deze groep infanteristen trokken ook korporaal Leruth en de soldaten Mussche en Ceelen van de Genie mee op pad.

 

Om 21u50 begon de laatste Belgische kanonnade. Na een laatste handdruk van majoor Delfosse, de commandant van de Sous-sector, stak de groep om 22uur het kanaal over aan het Redan. Terwijl de laatste obussen vielen vertrokken zij langsheen het jaagpad. Hun weg naar het doelwit werd schaars belicht door de maan. Sporadisch klonken er geweerschoten, allicht dachten de Duitsers dat er iets op til was. De eerste 400 meter werd vlug afgelegd. Op 60 meter voor de kleine zuidelijke post, dwars over het jaagpad, stootte de groep op een dubbele rij Friese ruiters die serieus versterkt waren met prikkeldraad. De hindernis werd snel overwonnen en voorzichtig slopen ze verder. Twintig meter verder stootten ze plots op een groep Duitsers. Vanaf nu ging alles bliksemsnel! De Duitsers stonden langs de berm tot aan de knieën in het water. Ze waren gewapend maar ze gaven zich zonder slag of stoot gewonnen. Het groepje gevangenen bestond uit een onderofficier, een brancardier en vier soldaten. De gevangengenomen Duitsers verrieden de aanwezigheid van een tweede groep wat verder in de versterking. Zonder tijd verlies werden de gevangen genomen Duitsers onder bewaking van een paar Belgen achtergelaten.

 

Opnieuw versperde een dubbele rij Friese ruiters, die gestut waren met boomstronken, de weg. De hindernis werd in ware commandostijl genomen, de mannen balanceerden als koorddansers over het prikkeldraad. Daarna bestormden ze de post maar deze bleek onbemand. Vlakbij bemerkten ze twee Duitsers maar die gaven zich onmiddellijk zonder enig verzet over.  Terwijl de twee werden afgevoerd trok er een patrouille naar de hoofdpost die zich slechts op een afstand van een dertigtal meter bevond. Weer versperden dubbele rijen Friese ruiters het jaagpad, maar uiteindelijk kon de kleine groep de hoofdpost bereiken. Sergeant De Pauw en korporaal Leruth sprongen over de borstwering en stonden er oog in oog met vier Duitsers die er aanstalten maakten om weerstand te bieden! Doch het vastberaden gedrag van de Belgische overvallers en het dreigend vertoon van hun bajonetten deed hen bliksemsnel van gedachten veranderen. Naast de vier overmeesterden troffen ze er ook een zwaar gewonde Duitser aan. Zijn voet was afgerukt. Nadat hij verzorgd was werd hij op een brancard gelegd en samen met de andere vier Duitsers afgevoerd.

 

Terwijl vier man de noordelijke toegang bewaakten werd de versterkte post grondig doorzocht. Alles wat niet te zwaar was werd als buit meegenomen. Vervolgens plaatsten de mannen van de Genie in de betonnen schuilplaats 2 kg springstof. Terwijl iedereen zich terugtrok bracht men het vuur aan de lont. Na de ontploffing werden er aan Duitse zijde onmiddellijk vuurpijlen afgeschoten en weerklonk er zwaar geweervuur. Dat alles veranderde de terugtocht in een hachelijk avontuur, maar toch bereikte de groep ongedeerd de Redan du Passeur. Op dat moment sloeg het noodlot toe. Soldaat Janssens, die mee de brancard droeg, verloor juist voor de Redan zijn geweer. Nadat ze de gewonde Duitser in veiligheid hadden gebracht, keerde hij terug om zijn geweer te zoeken. Tijdens die zoektocht werd hij dodelijk getroffen door een kogel.

 

De raid werd beschouwd als een groot succes, de actie werd uitgevoerd in 40 minuten. Het enige minpunt was uiteraard de dood van soldaat Janssens. De verkregen informatie leverde kennis op over hoe de Duitse voorposten gebouwd, ingericht en beschermd werden. Zowel onderluitenant Van Den Heuvel als korporaal Leruth voegden bij hun rapport schetsen van zowel de kleine als van de hoofdpost. Uit het verhoor van de gevangenen, Saksen ( van het 2e bataljon van het Infanterie-Regiment Nr. 416), verkreeg men een nauwkeurig inzicht over de organisatie van de stellingen en het leven achter de linies. De sector van de Saksen liep van de “Canon Revolver” tot ten zuiden van F13 (hoeve Masui). Twee van hun compagnieën waren van wacht in de loopgraven een andere bevond zich in de 2e linie, de vierde compagnie was op rust te Merkem. Het IR 416 was vertrokken in Breslau  met de trein via Hanau, Keulen, Brussel, Kortrijk en Roeselare  kwamen ze op 26 juli 1916 aan in Kortemark. Van daar trokken ze te voet via Handzame en Zarren naar Merkem waar ze op 2 augustus arriveerden.

 

De raid op Poesele was geen alleenstaand gebeuren, twee dagen later overvielen de Belgen opnieuw een Duitse voorpost. Vier mannen van het 5e Linie overvielen een versterking die ongeveer 100 meter ten westen van Driegrachten lag. Het scenario van de actie was identiek aan de vorige bij Poesele, men nam er 5 Duitsers van het 415e infanterieregiment gevangen.

 

Deze acties bewijzen dat als men spreekt van een rustige periode aan het front het er, zeker op lokaal vlak, toch woelig aan toe kon gaan.

 

Soldaat 2de klasse Janssens Désiré  (Desiderius) Lucianus Antonius die sneuvelde op het einde van de raid te Poesele werd geboren te Geel op zondag 26 april 1896. Hij was student tuinbouwkunde. Désiré zou de zaak van vader Jules, in de Statiestraat in Geel, overnemen. In de winter werd er gehandeld in kolen en wijn, in de lente en zomer verhandelden ze meststoffen. Het was een succesvolle en befaamde zaak.

 

Désiré had net zijn examen aan de tuinbouwschool in Carlsbourg afgelegd als de oorlog uitbrak. De school was gelegen in het provincie Luxemburg en was op dat moment de enige tuinbouwschool in België met enige bekendheid. Désiré verbleef een volledig trimester op internaat en kwam zelden naar huis. Door het besloten leven in het internaat kreeg Désiré niet de gelegenheid om een liefdesrelatie te hebben. Désiré nam vlak na zijn eindexamens dienst als oorlogsvrijwilliger, hij deed dit met de woorden: “het is beter dat ik ga in plaats van mijn nonkels”. Désiré heeft zijn diploma van de tuinbouwschool nooit persoonlijk in handen gekregen! De beslissing om dienst te nemen viel de familie zeer zwaar, want na zijn vele jonggestorven broers en zussen en Désiré’s lange afwezigheid door de studies, moesten ze nu hun zoon afstaan aan het leger.

 

Toen vader Jules op het gemeentehuis het nieuws van het overlijden van zijn enige overblijvende zoon ontving, was hij begrijpelijk erg geëmotioneerd. Désiré werd eerst begraven op de militaire begraafplaats van de Molenhoek tussen Oostvleteren en Reninge, hij was 20 jaar en 108 dagen oud toen hij stierf. Iemand uit zijn eenheid hield bij de begrafenis een lijkrede, de tekst bleef tot op vandaag in het bezit van de familie. Na de oorlog werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar de militaire begraafplaats van Westvleteren, waar hij vandaag nog steeds rust.

 

 

 

 

Meer artikels
Monument aux enfants de Verdun morts pour la France 'On ne passe pas'. 19-12-2016
Verdun Frankrijk.

In de stad Verdun sur Meuse werd na de oorlog en na de heropbouw, in het midden van de verbrede Rue Mazel, een plein aangelegd.

lees meer ...
'Winter 14-15' 02-02-2015
Hooge ( Zillebeke) (Ieper) België.

In die vergeten winter, zoals hij later genoemd werd, was, er hier en daar ook sprake van verbroederingen, hierbij wisselden soldaten souvenirs en voedsel met de vijand uit.

lees meer ...
Bunker Scott's Post. 25-09-2017
Polygoonbos (Zonnebeke) België.

Een belangrijk overblijfsel van de Groote Oorlog in het Polygoon bos is een Duitse bunker.

lees meer ...