Cannock Chase  (Staffordshire) Verenigd Koninkrijk.
Deutcher Soldatenfriedhof 'Ein Gefallenen Soldaten'.
Cannock Chase (Staffordshire) Verenigd Koninkrijk.

Deze fraaie  bronzen sculptuur is van Hans Wimmer (1907- 1992),hij was een eminent Duits beeldhouwer. Via een ceremoniële hal waar de beeldtenis “Einen Gefallenen Soldaten” (Een Gevallen Soldaat)  zich bevind, komt men in de  Duitse begraafplaats van Cannock Chase. Hier liggen enkele bijzondere figuren, twee van hen zijn Ernst Busch, hij was een 'Pour le Mérite' winnaar uit WOI en was veldmaarschalk in WOII en de SS generaal Maximiliaan von Herff (WOII).

 

In Cannock Chase liggen ook de bemanningsleden van vier Duitse luchtschepen begraven. De crews die hier laatste rustplaats hebben, behoorden tot de zeppelins SL11, L32, L31 en de L48. De eerste werd neergehaald boven Cuffley, Hertfordshire op 03 september 1916 de tweede boven South Green, Great Burstead op 24 september 1916, de derde crashte in  Oakmere Park nu herdoopt tot ( Tempest Avenue, Potters Bar). De laatste zeppelin crew die hier begraven werd  zijn de mannen van de L48 die neerkwam boven Holly Tree Farm, Theberton, Leiston, Suffolk, hun zeppelin werd neer gehaald om 02 uur op 17 juni 1917.

 

 

Van alle oorlogvoerende landen stond Duitsland het verst aangaande de luchtscheepvaart. Het opvallendste Duitse luchtschip was zonder twijfel de zeppelin (LZ = Luft Zeppelin). Het Duitse leger zette aanvankelijk sterk in op luchtschepen, dat waren de kolossale sigaarvormige ballons die nu algemeen bekend staan onder de naam zeppelins, zo genoemd naar hun uitvinder Ferdinand Graf von Zeppelin. Deze luchtschepen konden hoger vliegen, langer in de lucht blijven en hadden een veel groter vliegbereik en een groter draagvermogen dan de toen nog tamelijk primitieve vliegtuigen. Ze leken het ideale middel om verkenningsvluchten uit te voeren en om vanaf grote hoogte doelen op de grond te bestoken met bommen. Bij het uitbreken van de oorlog beschikte het Duitse leger in totaal over twaalf vliegklare zeppelins, de Duitse marine had er één. Het was de eerste keer dat een luchtschip actief meevocht. Zijn imposante verschijning zorgde voor heel wat consternatie bij de burgerbevolking. Het Belgische Luik heeft de twijfelachtige eer om de eerste stad in de grote oorlog te zijn geweest die een luchtbombardement vanuit een zeppelin te incasseren kreeg.

 

Tijdens de oorlog werden er zeppelins aan een hoog tempo geproduceerd. In de topjaren 1916-1917 duurde de bouw van een zeppelin zo’n zes weken. De werf in Friedrichshafen stelde in 1917 circa 7.200 mensen te werk. In totaal zette Duitsland 88 zeppelins in tijdens de vijandelijkheden.

 

Vanaf januari 1915 werden zeppelins ook gebruikt voor het bombarderen van Britse steden. Keizer Wilhelm II verzette zich hevig tegen directe aanvallen op burgers in Groot-Brittannië, vooral rond Londen, misschien waren zijn familiebanden met het Britse koningshuis de reden voor zijn bezorgdheid. Daarom moesten de doelen van enig militair belang zijn, zoals bijvoorbeeld havens en kazernes. De eerste aanvallen op Groot-Brittannië vonden plaats in de nacht van 19 op 20 januari 1915, toen drie Duitse zeppelins de LZ 24, LZ 27 en LZ 31 van de Keizerlijke Duitse Marine opstegen. De eerste twee zeppelins moesten fabrieken aanvallen langs de rivier de Humber, terwijl de LZ 31 militaire bases langs de Thames moest gaan bestoken. De zeppelinbemanningen hadden al snel door dat het slechte weer, gecombineerd met de moeilijkheden bij het richten van de bommen, hun missie veel moeilijker zou maken dan was gepland. Vanwege ernstige ijsvorming moest de LZ 31 zijn missie al afbreken nog voordat hij Groot-Brittannië bereikte. De LZ 24 en LZ 27 gingen wel op hun doelen af maar werden uit koers geblazen door sterke rukwinden en wierpen daardoor hun bommen af boven Norfolk. De LZ 24 bombardeerde King's Lynn en de LZ 27 trof Great Yarmouth. Doordat de bommen  van LZ 27 lukraak werden afgeworpen kwamen hier twee personen om het leven, ze waren de eerste slachtoffers van een luchtaanval op Groot-Brittannië.

 

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1915 werd het midden van Engeland getroffen door negen zeppelins van de Duitse Keizerlijke Marine, De aanvallende luchtschepen waren van een nieuw type, ze vlogen sneller, konden veel verder vliegen en hadden een veel grotere bommenlading dan de eerdere modellen. Ze probeerden vanuit de Noordzee over Engeland te vliegen, om zo de grote havenstad Liverpool aan de westkust te bereiken. Door de duisternis en het slechte weer raakten de zeppelins echter uit elkaar. Ze dropten hun bommen op verscheidene plaatsen, daarbij vielen er minstens zestig doden en een honderdtal gewonden, maar er werd geen enkel belangrijk doelwit getroffen. Liverpool werd bijlange niet bereikt. Enkele zeppelins hadden bij de terugkeer problemen met hun motoren en navigatie. Eén ervan, de L 19, raakte met motorpech boven het Nederlandse eiland Ameland en werd vandaar beschoten. Daarop dreef hij terug zeewaarts en zakte de nacht daarop in zee. Het Britse visserschip  de “King Stephen” was vlakbij, maar weigerde om de bemanning van de zinkende L 19 ter hulp te komen en dat  ondanks de uitdrukkelijke oproepen. De zestien inzittenden van de zeppelin werden aan hun droevig lot overgelaten. De kapitein van de “King Stephen” zei achteraf dat hij bevreesd was dat de Duitsers, indien hij hen redde, zijn schip zouden overmeesteren. De houding van de kapitein van de “King Stephen” werd zwaar aangevallen in de Duitse pers, die sprak van een misdaad. Geallieerde kranten spraken van een gerechtvaardigde straf voor de “piraten” die onschuldige burgers hadden gebombardeerd.

 

Op 31 mei 1915 lukte een zeppelin erin om voor de eerste maal Londen te bereiken. De LZ38 van het leger, onder commando van Hauptmann Erich Linnarz, gooide rond middernacht een brandbom op de woning van boekhouder Albert Lovell, 16 Alkham Road. Het projectiel viel door het dak en zette de slaapkamer in brand. Het gezin Lovell en twee gasten kwamen er met de schrik van af. Na in totaal ongeveer 120 bommen (1360 kg), het merendeel brandbommen, op verschillende delen van de stad te hebben gegooid, keerde Hauptmann Linnarz ongestoord terug naar zijn basis in bezet België.

 

De succesvolste raid was die van de L13, die vloog op de avond van 8 september 1915 recht over het hart van Londen. Kapitänleutnant Heinrich Mathy loste vanaf circa 2.500 meter hoogte en met een snelheid van 60 km/u 45 brandbommen en 13 gewone bommen op het industriële Cripplegate district. Men had bijna de gehele Londense brandweer nodig om het vuur onder controle te krijgen. Kapitänleutnant Mathy steeg naar een hoogte van 3.500 meter en vloog terug naar zijn basis in Noord-Duitsland, hij liet 22 doden, 87 gewonden en een half miljoen pond schade achter zich.

 

Aanvankelijk was er in Groot- Brittannië amper sprake van enige luchtafweer, daarom werd de minister van Marine, Winston Churchill, als verantwoordelijke aangesteld voor de verdediging van de militaire bases en de steden. De organisatie van de Britse luchtafweer verbeterde en zorgde ervoor dat de zeppelins op een steeds grotere hoogte moesten gaan vliegen. Bovendien vielen de zeppelins altijd aan onder de dekking van de nacht. Ook voor de Britse BE2c vliegtuigen, die het vasteland moesten verdedigen, vlogen de zeppelins te hoog. Het duurde immers 50 minuten voor zij hoog genoeg waren om daadwerkelijk op de luchtschepen te kunnen schieten, en die waren tegen die tijd al vaak weg. Tot hier verandering in kwam, hadden de zeppelins vrij spel. De Britse nieuwe fosforprojectielen (brandkogels) bleken nu eindelijk wel een efficiënt wapen tegen de Luft Zeppelins te zijn. De Duitse luchtschepen waren immers gevuld met zeer brandbaar waterstofgas. Het veilige heliumgas was ook wel geschikt, maar de Verenigde Staten hadden daar een monopolie op en weigerden om het gas te exporteren. De onaantastbaarheid van de luchtmastodonten was voorbij! De eerste zeppelin die uit de lucht werd geschoten was de L15, dat gebeurde op 31 maart 1916.

 

De Duitse luchtaanvallen bereikten een hoogtepunt in het najaar van 1916, toen enkele keren een vloot van meer dan tien schepen koers zette richting Groot-Brittannië. De Britten sloegen hard terug en brachten Duitsland enkele zware verliezen toe. Vooral bij slechte(re) weersomstandigheden probeerden zij de zeppelins, vooral de nieuwste High Climbers (hoge klimmers), te onderscheppen.

 

 

                           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 3 september 1916 schoot Royal Flying Corps-piloot luitenant William Leefe  Robinson een luchtschip dat zich boven Britse bodem bevond uit de lucht voor deze actie kreeg hij later het 'Victoria Cross'.  Zijn vuurkogels schoten het waterstofgas van de SL11 in brand. Het legerschip viel als een brandende kaars naar de grond.  Om gewicht te besparen hadden de zeppelins geen parachutes aan boord…dus geen enkel bemanningslid overleefde de crash, de volledige crew ( 16 man ) ligt nu samen in een massagraf in  Cannock Chase.

 

 

Bij een nieuwe massale aanval op Groot-Brittannië op 19 oktober 1916 gingen er 6 van de 11 ingezette zeppelins verloren. Ten gevolge van deze verliezen liquideerde het Duitse landleger zijn afdeling Luchtschepen, maar de Duitse Marine hield koppig vol. De Britse Royal Navy vernietigde nu niet alleen de zeppelins boven de Britse eilanden, zij probeerde hen zo veel mogelijk boven de Noordzee of in hun thuisbasissen aan te vallen. Het belangrijkste resultaat van deze wedloop was de ontwikkeling van het vliegdekschip. Tijdens de oorlog verbouwden zij kruisers tot primitieve 'aircraftcarriers'. Dankzij de inzet van het vliegdekschip Furious slaagden de Britten er bijvoorbeeld in om de luchtmachtbasis Tondern in Noord-Duitsland te vernietigen.

 

In de laatste jaren van de oorlog liepen de verliezen voor de zeppelins verder op. Ook de nieuwe types die hoger konden vliegen waren geen succes. De laatste raid vond plaats op 5 augustus 1918. De L70 met aan boord Peter Strasser werd op 4.000 meter hoogte boven de zee uit de lucht geschoten door twee DeHaviland DH-4 vliegtuigen van de pas opgerichte Royal Air Force. In minder dan een minuut was de L70 door het vuur verteerd, niemand overleefde die vuurzee.

 

Van de 26 ondernomen raids bereikten er maar 9 daadwerkelijk Londen. De effectiviteit van de oorlogszeppelin was niet groot.

 

 

 

Meer artikels
Tyne Cot Cemetery 'Remembrance Ceremony'. 19-12-2016
Passendale (Zonnebeke) België.

De plaatselijke bevolking van de Westhoek keken heel verwondert toen ze in hun rustige en door God vergeten dorpjes, opeens militairen met rokken zagen marcheren.

lees meer ...
Menenpoort. 07-08-2017
Ieper België.

Gedurende de Mesenslag (7 juni 1917) en de Derde slag om Ieper in1917, ook bekent als De Slag om Passendale (31 juli t/m 10 november 1917) vochten diverse bataljons van het Britse regiment The Queen's (Royal Surrey Regiment) hier in de Vlaamse velden als eenheden van verschillende brigades.

lees meer ...
Toronto Avenue Cemetery 'Last Post'. 22-06-2015
Ploegsteert (Comines-Warneton) België.

In het begin van de 17e  eeuw werd het  een gewoonte om de soldaten  via een signaal ( via tromgeroffel of trompetgeschal) te laten weten wanneer deze zich naar hun slaapplaatsen  moesten begeven.

lees meer ...