Longueval Frankrijk.
Pipers Memorial.
Longueval Frankrijk.

In het centrum van het dorpje Longueval (Somme) staat een monument waar alle Britse bussen stil houden. Het herdenkingsmonument is er gekend als het Piper’s memorial. Het beeld representeert een Piper (doedelzakspeler) in gevechtskledij die uit een loopgraaf komt en op de borstwering, met de tonen van zijn instrument, zijn medestrijders aanmoedigt. Een goede doedelzakspeler was de trots van een Schots regiment. De muziek kondigde de vijand aan dat ze tegenover Schotten stonden. Het werk is van de hand van de Britse beeldhouwer Andy De Comyn en werd onthuld op 20 juli 2002. Het drie meter hoge beeld is een eerbetoon aan alle Pipers (doedelzakspelers) van de Commonwealth troepen die tijdens de oorlog omkwamen. Op de stenen muur rondom het beeld staan de emblemen van de regimenten waartoe de gesneuvelde doedelzakspelers behoorden. Op de plaquette aan de voet van het beeld staat de eerste strofe van het gedicht ‘Cha Till Maccruimein’ van de Schotse oorlogsdichter Ewart MacKintosh en tevens luitenant bij het 5e Bataljon Seaforth Highlanders.

 

The pipes in the street were marching bravely,
The marching lads went by,
With merry hearts and voices singing,
My friends marching off to die;
But I was hearing a lonely pibroch out of an older war,
“Farewell, farewell, farewell, MacCrimmon,
MacCrimmon comes no more”.

 

 

Longueval paalde gedurende de oorlog aan het Bois d’Elville (Delville Wood), aan de andere kant van dat bos lag het dorp Ginchy. Dit dorp was begin september 1916 een objectief van de Britten tijdens de slag om de Somme. Na het einde van de strijd om Guillemont uitgevoerd door 16e Ierse Divisie (XIV Corps onder bevel van generaal-majoor Hickie) op 3 september 1916, moesten de Britse troepen opschuiven naar posities die een overzicht zouden bieden op de derde Duitse linie. Dat beliefde te gebeuren opdat de Britse troepen gereed zouden zijn voor de algemene aanval die gepland was medio september. Het dorp Ginchy dat in Duitse handen was bleek een geschikte uitgangspositie te zijn, want van hieruit had men zicht op Combles. Ginchy lag 1,5 km ten noordoosten van Guillemont en bij het kruispunt van de zeswegen, 4 km ten zuidoosten.

 

Britse troepen van, het 9e bataljon van het Devonshire regiment (7e divisie) vielen al op 4 september, om 8 uur, vanuit Leuze Wood het noordwaarts gelegen dorpje Ginchy aan. De Devons veroverden het dorp maar werden er een uur later door een Duitse tegenaanval terug weggejaagd.

 

Om 7 uur in de ochtend van 9 september 1916 ontketenden de Britten een artilleriebombardement op Ginchy, maar ze zouden er pas laat in de namiddag, om 16u45, in de aanval trekken. Dat deden ze bewust, ze hoopten zo te kunnen vermijden dat de Duitsers er nog voor het vallen van de duisternis in de tegenaanval zouden gaan. In het centrum kende de aanval geen succes, de belagers werden er teruggeslagen.

 

De Britse aanval in het zuiden werd uitgevoerd door de 56e divisie, links van hen opereerden de Ieren van de 16e divisie. De mannen van de 56e divisie rukten op achter een kruipende artilleriebarrage die 100 yards (91m) per minuut opschoof, deze beschieting werd georkestreerd door de helft van de divisieartillerie. Wanneer de kruipende artilleriebarrage het doel van het stilstaande spervuur had bereikt, dat uitgevoerd werd door de andere helft van de afgesplitste divisieartillerie, dan verlegde de stilstaande barrage haar vuur naar het volgende doel.

 

De 16e Ierse divisie moest het dorp Ginchy ontruimen en veroveren. De twee aanvallende brigades van de divisie, de 47e en de 48e, werden aan de rechterkant dus ondersteund door de 56e divisie. Op het aller laatste moment besliste de legerleiding dat de aanval twee minuten later moest starten, ze wilden de Duits linies nog bestoken  met een finaal  en intens artilleriebombardement, doch alleen de 47e brigade ontving tijdig de nieuwe orders. Precies om 16u45 snelde de 48e brigade vanuit het zuidwesten in de richting van Ginchy. De 48e brigade, onder het bevel van brigadegeneraal Ramsey, viel aan met vier bataljons en had twee bataljons van de 49e brigade in ondersteuning. Doch de 48e brigade werd er onmiddellijk gehinderd door een woeste Duitse artilleriebarrage. Om 16u47, dus twee minuten later, zette de 47e brigade de aanval in vanuit het zuiden. Doch de aanvallers werden er direct afgestopt door hevig vijandelijk mitrailleurvuur vanuit de eerste Duitse frontlijn. Die voorste linie was immers nog intact omdat de Britse beschieting de tweede Duitse linie in plaats van de eerste had geraakt!

 

In natte omstandigheden, slecht zicht en in verwarring zwenkten de aanvalselementen van het 1e bataljon Royal Munster Fusiliers (47e brigade) naar de flank. Daar werden ze geconfronteerd met de vijand, maar vastberaden drukten ze de Duitsers achteruit. De troepen van de 48e brigade zetten de druk voort en waren tegen 17u30 doorheen het dorp, het gewonnen terrein kon geconsolideerd worden. Een deel van de Duitse frontlijn bij Ginchy werd bezet door het Ie bataljon van het Beierse 19e infanterieregiment. In het midden van de linie had de 48e brigade een volledig Beierse compagnie opgerold, ze namen 200 Duitsers gevangen. Doordat de Duitsers die zich aan de beide zijkanten  van het dorp bevonden wel stand hielden ontstond er een Britse uitstulping, deze saillant werd aangevallen door het IIe bataljon van het Beierse 19e infanterie regiment, maar het resultaat was onsuccesvol. De 48e brigade leed die dag zware verliezen, onder de slachtoffers telde men ook twee (van de zes) bataljonscommandanten, de ongelukkigen waren luitenant-kolonel H. P. Dalzell-Walton van het 8e bataljon Royal Inniskilling Fusiliers en kapitein W. J. Murphy van het 9e bataljon Royal Dublin Fusiliers.

 

De aanval werd gekenmerkt door snelheid, chaos en zware verliezen. In de loop van de avond ondernamen de Duitsers verschillende pogingen om het dorp opnieuw in te nemen, ook nog later in de avond en nacht toen het 1e bataljon Welsh Guards de uitgeputte 48e brigade had afgelost werden de gevechten voortgezet. Door de verovering van Ginchy werden ook de resterende Duitse verdedigers die zich aan de oostelijke rand van Delville Wood bevonden gedwongen om zich terug te trekken, doch de nieuwe Britse linie vormde een saillant die kwetsbaar was voor Duitse tegenaanvallen. Het verlies van Ginchy beroofde de Duitsers van een aantal belangrijke observatieposten. De verovering van Ginchy en het succes van het Zesde Franse leger op 12 september, zorgde ervoor dat beide legers nu veel grotere aanvallen konden uitvoeren. Hierdoor slaagden ze erin om gedurende de rest van de maand heel wat terrein te winnen en dat zorgde er ook voor dat er bij de Duitse verdedigers circa 130.000 slachtoffers vielen.

 


 

 

  

Meer artikels
Ouvrage de Thiaumont. 11-07-2016
Douaumont Frankrijk.

In een brief naar huis beschreef infanterist Anton Steiger, een twintigjarige student theologie, zijn belevenissen, van de laatste dagen voor Verdun maar ook de verschrikkelijkste!

lees meer ...
Ramparts Cemetery. 24-11-2014
Ieper Belgiƫ.

De Rijselpoort was een belangrijke doorgang naar het front en werd meer gebruikt dan de Menenpoort, want deze weg kon beter beschermd worden tegen vijandelijke artillerie.

lees meer ...
Tilleul Farm Bunker. 31-07-2017
Bikschote (Langemark-Poelkapelle) Belgiƫ.

Deze Duitse betonconstructie 2km ten ZO van Bikschote maakte deel uit van  Querriegel-Nord, dat was een Duitse stelling die hier tegen de vooravond van de Derde Slag om Ieper uitgebouwd was.

lees meer ...