Wilrijk (Antwerpen) België.
Oorlogsmonument Begraafplaats Steytelinck.
Wilrijk (Antwerpen) België.

Dit monumentale beeldhouwwerk vervaardigd door Lode Eckermans staat vrij centraal op de begraafplaats Steytelinck. De namen van de gesneuvelde en overleden politieke gevangenen van Wilrijk uit beide wereldoorlogen staan gegraveerd op bronzen gedenkplaten bevestigd aan de bakstenen wand achter het monument. De oorlogsinvaliden en oud- strijders kregen rond het monument hun laatste rustplaats in de ereperken.

 

De beeldengroep met de stoere, vastberaden soldaat de armen in elkaar omstrengeld met moeder en vader straalt een krachtige symboliek uit. Hier  zijn de familieleden mooi samen verenigd maar in oorlogstijd  achter het front waren het andere tijden,...

 

 

De Belgische frontsoldaat kende de niet alleen materiële en militaire problemen maar ook psychosociale. Gezien België zo goed als volledige bezet was verbleven de meeste families van Belgische militairen dan ook in dit bezette en streng gereglementeerd gebied. Toch was en bleef de steun van familie en vrienden een belangrijke factor voor het moreel van de soldaat.  Briefcontact via de alledaagse postdienst was onmogelijk geworden! Enkel via smokkelroutes, neutrale landen of enkel via officiële instanties konden brieven de geadresseerden bereiken.  De geletterde militairen konden via deze organisaties met het thuisfront in contact komen, terwijl de andere mannen die amper konden lezen of schrijven vaak jaren niets van thuis vernamen.  Niet alleen het feit dat ze geen nieuws van thuis ontvingen speelde hen parten, ze waren ook ongerust over de situatie in hun familie, in hun dorp of stad want familie en vrienden hadden het al bijna even slecht als de mannen aan het front.  Zij leden immers ook onder de grillen van het Duitse bezettingsleger, onder een bezetting die soms met geweldplegingen gepaard ging.  Het was zo belangrijk om van de familie te vernemen dat ze het goed stelden en dat ze je niet vergeten waren. 

 

De tekorten van de frontsoldaat werden gedeeltelijk opgevangen, er werd hen geregeld enige ontspanning aangeboden en als de situatie aan het front het toeliet mochten ze om de zes maanden, op vakantie naar onder meer Frankrijk of Groot-Brittannië. Maar voor een aantal jongens, mannen werd het begrip vaderland zo wie zo een woord zonder inhoud, ze geloofden er niet meer in. De mannen die zich zo gingen opstellen bevonden zich in een hachelijke situatie. Het kon hen allemaal niet meer schelen en zij deden dan ook geen moeite meer om voor hun leven te vechten. 

 

Maar gelukkig konden een aantal van hen die nood hadden aan troost en motivatie die vinden bij de oorlogsmeters of beter bekend als 'les marrainnes de guerre' (soms ook oorlogsmoeders genoemd). Zij speelden een heel belangrijke rol. Een oorlogsmeter was een dame met wie ze via een krant, een advertentie van een organisatie, een vriend, een aalmoezenier of op verlof in contact mee waren gekomen. In Frankrijk bestond vanaf de zomer van 1915 een Comité des Amis de la Belgique, dat project werd gecoördineerd van uit Parijs. Via die weg namen soms klassen uit middelbare scholen het meterschap van een soldaat op zich. Door de aanhoudende briefwisseling met dezelfde soldaat konden de brieven van  de oorlogsmeter of oorlogsmoeder een vertrouwelijkere en hartelijke toon krijgen.

 

Door hun aangenomen petekinderen te troosten, door hen moed te geven en hun gedachten even van de oorlog af te leiden zorgden zij ervoor dat dergelijke neerslachtige denkbeelden afzwakten of zelfs verdwenen. Ze hadden weer iets om van te dromen, een toekomst om naar uit te zien.  Sommige meters reduceerden ook de materiële tekorten, ze stuurden hen karrenvrachten pakjes met eten en extra kleding. Een aantal kerels hadden meer dan één 'marrainne de guerre', zo had een zekere Adolf Pergoot meer dan tachtig weldoensters. Soms kon een soldaat, die bijvoorbeeld een Zwitserse oorlogsmeter had, via haar het contact met zijn familie herstellen. René Glatigny, die afkomstig was uit Wallonië, vroeg aan zijn oorlogsmeter om hem ontspanning te bieden onder de vorm van geschreven discussies over allerlei ideeën, maar hun contact draaide uit in een liefdesrelatie in wording. 

 

 

De marrainnes de guerre evolueerden tot vertrouwenspersonen aan wie men zijn emoties en frustraties kwijt kon, aan wie men zijn angsten en gevoelens toevertrouwde, bij wie men terecht kon wanneer het allemaal teveel werd. Ze nam de plaats in van de zus die hem niet kon plagen, of van de liefhebbende moeder die hem niet kon troosten.

 

 

 

 

 

Het belang van deze contacten waren duidelijk en werden gestimuleerd, dat leidde tot verenigingen en comités in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten van Amerika, Canada, Frankrijk, Zwitserland en Nederland. Duizenden adressen van militairen en bereidwillige dames circuleerden en werden bijeengebracht om de frontsoldaat wat gelukkiger te maken zodat hij misschien de oorlog toch al dan niet tot een goed einde kon brengen.  Nu het moet ook gezegd worden dat de oorlogsmeters niet altijd bezield waren met dezelfde belangloze gevoelens, er was veel kaf tussen het koren, en er was ook de taal Frans en Engels die de simpele Vlaamse soldaat belette om nauwer in contact te komen. Gelukkig stichtte mevrouw Em. Hullebroeck in Nederland ( in november 1916) het “Werk der Vlaamse Oorlogsmeters”. Deze organisatie had tot doel de Vlaamse en Nederlandse vrouwen aan te zetten om zich over het lot van de Vlaamse IJzersoldaat te ontfermen en dat voor den duur van de oorlog. Nu konden ook onze Vlaamse jongens, in hun taal, eens een troostbriefje ontvangen of schrijven. Maar dit Nederlandse initiatief werd door de Belgische legeroverheid gewantrouwd, want de initiatiefnemers waren gekend als flaminganten die wel trouw bleven aan België, maar die later hun werkterrein inderdaad zouden verleggen naar het voeren van propaganda ten voordele van het Vlaamse ongenoegen in het leger. Het project werd dan ook verboden.

 

In het Opwijks frontblaadje De Stem uit Opwijck (nr. 26 van 1 november 1917) verscheen:

OORLOGSMETERS.

Vele deftige dames en juffrouwen uit Canada bieden zich aan als oorlogsmeter voor brave Belgische soldaten. De briefwisseling zouin ‘t Engels of Fransch moeten geschieden. Indien er liefhebbers zijn onder onze lezers, dat ze mij hunnen naam sturen. Voor Engelsche of Fransche brieven kunnen ze desnoods een makker aanspreken.

 

Tijdens en na de oorlog werden ook heel wat huwelijken afgesloten tussen militairen en hun 'marrainnes de guerre'. Zo trouwde Roeselarenaar Jules Eggermont, die tijdens de oorlog diende bij het 1e grenadierregiment, met zijn oorlogsmeter Louise Marguerite Begue. Jules vertrok kort na de oorlog naar Parijs. Hij liet er zich naturaliseren, hij verkreeg er op 15 maart 1923 de Franse nationaliteit. De volgende maand op zaterdag 21 april 1923 huwde hij in Parijs met zijn Margot (Margot was haar koosnaam waarmee hij haar soms aanschreef). Op het ogenblik van het burgerlijke huwelijk anno 1923 woonden beiden te Parijs in de Boulevard Beaumarchais.

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Meerut Military Cemetery. 02-07-2018
Saint-Martin-lès-Boulogne Frankrijk.

Meerut Military Cemetery ligt in de Franse gemeente Saint-Martin-lès-Boulogne (Pas-de-Calais).

lees meer ...
Bailleul Communal Cemetery Extension Nord. 01-06-2015
Bailleul Frankrijk.

In het voorjaar van 1915 hadden de Duitsers opnieuw geprobeerd om bij Ieper een doorbraak te forceren.

lees meer ...
Monument 'Granatieri'. 12-10-2015
Monte San Michele Italië.

Aan de zuid – west kant van het Oostenrijks-Hongaarse bruggenhoofd Gorizia lag Monte San Michele, met haar hoogte van 275 meter was de heuvel zeker een belangrijke verdedigingspositie.

lees meer ...