Polygoonbos  (Zonnebeke)  België.
Buttes New British Cemetery 'Eerbetoon & Geweer'.
Polygoonbos (Zonnebeke) België.

Bij het uitbreken van de oorlog beschikten de Britse troepen over  een degelijk geweer, zij gebruikten het Lee Enfield repeteergeweer. In handen van een ervaren krijgsman had bereikte men met dit geweer een hoge vuursnelheid. Normaal gesproken was het mogelijk om ongeveer vijftien patronen per minuut afvuren, maar ervaren militairen overschreden dit aantal met gemak. In 1914 bij Mons dachten de Duitsers soms dat ze met mitrailleurs te doen hadden!

 

Zondag 23 augustus 1914 – 06u00, de Duitsers vielen in gesloten formatie aan, tegenover hen stond een zeer defensief ingestelde Britse troepenmacht. Niet alle bruggen over het kanaal Mons-Condé waren vernietigd (het vooropgestelde offensief moest nog kunnen doorgaan) en dat zou wel leiden tot de verovering van Mons, maar de Britten waren zeer behendig met hun Lee Enfield geweren en ze maaiden de gesloten Duitse formaties aan de overkant van het kanaal neer, het was precies een mitrailleurbeschieting. De Duitsers vielen bij bosjes neer en dat zou pas veranderen wanneer de Duitse artillerie de kanaaloever begon te beschieten. De goed getrainde manschappen van het Britse Expeditieleger behaalden hier een enorme vuursnelheid, ze maakten ten volle gebruik van de mogelijkheden van de No.1 Mk III.

 

Op het einde van de negentiende eeuw had het Britse leger gekozen voor het patroonhoudersysteem en grendelsysteem dat ontworpen werd door de Amerikaanse ingenieur James Paris Lee. Een langdurig testproces en diverse verbeteringen voerden tot een serie die bekend werd als de Lee-Enfield geweren. De toevoeging Enfield was afkomstig van de Royal Small Arms fabriek in Enfield Lock, Middlesex. Deze reeks leidde in 1907 tot een nieuw ontwerp, de Short Magazine Lee-Enfield (SMLE). Qua lengte bevond dit wapen zich tussen in de lengte van een toenmalig normaal geweer en een karabijn, want de SMLE was immers een geweer dat bedoeld was voor alle landmachtonderdelen, zowel van infanterie- tot cavalerie-eenheden.

 

Aanvankelijk waren er enkele aanloopproblemen toen de SMLE in gebruik werd genomen, maar dit werd opgelost door een paar aanpassingen. In 1914, toen de SMLE door het Britse Expeditieleger mee naar Frankrijk werd genomen, werd het geweer de Rifle No.1 Mk III genoemd. Dit geweer was een van de beste dienstwapens van zijn tijd. Het geweer had een massieve kolf en een nok onder de loop voor het plaatsen van een lange bajonet( P1907). Het geweer had een draaigrendel en maakte gebruik van achtergrendelnokken in tegenstelling tot de voorgrendelnokken van het Mausersysteem. In theorie betekende dit in feite dat het Lee-systeem minder veilig was dan het Mausersysteem, maar in de praktijk leidde dit niet tot problemen en de soepele mechaniek van Lee-Enfield zorgde ervoor dat het Britse geweer gemakkelijk en zeer snel te gebruiken was.

 

De afneembare box patroonhouder voor de geweertrekker bevatte tien patronen, dat was tweemaal zoveel als veel andere geweren uit die tijd. Er was ook een beveiliging die alle patronen in de patroonhouder hield, terwijl de enkele patronen met de hand naar de kamer moesten worden gebracht. Hierdoor werden de patroonhouderpatronen alleen gebruikt als dat daadwerkelijk nodig was. Het diopter vizier (diopter is kijkgaatje op een geweer) was gekalibreerd voor een afstand van 900 meter. Links van de kolf zat een langeafstandsvizier dat gebruikt werd om een groot gebied te dekken. Dit werd alleen gebruikt onder dekking van snelvuur. De No.1 Mk III  was een uitstekend dienstwapen maar was duur en arbeidsintensief om te maken, want vrijwel elk onderdeel moest apart met een machine of handgemaakt worden. Toen de loopgravenoorlog alsmaar intensiever werd en er steeds meer en meer geweren nodig waren, werden er enkele tijdbesparende productiemaatregelen genomen. Zo verdwenen de patroonhouderbeveiliging en het langeafstandsvizier. Het resultaat was de Rifle No.1 Mk III*. Dit type kan als het Brits standaardgeweer uit de Eerste Wereldoorlog beschouwd worden. Het werd in grote hoeveelheid geproduceerd, niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Indië en Australië, waar het nog tot 1955 in productie was. Het was een sterk en degelijk geweer, dat goed geschikt was voor de ontberingen van de loopgravengevechten. Er werden allerlei hulpmiddelen bedacht om de toepassingen te vergroten, variërend van periscopische vizieren tot middelen om granaten af te vuren.

 

De bajonet voor op het Short Magazine Lee Enfield geweer (SMLE) was de bajonet pattern (model) 1907, de bajonet was in feite een zwaard-mes. Het was te was lang om een mes te zijn en te kort om te dienen als zwaard. Deze bajonet werd gebruikt door alle legers van het Britse Gemenebest (British Commonwealth Forces). Het oorspronkelijke model was gebaseerd op de Japanse T30 en bezat aanvankelijk eveneens een pareerstang. Toen in 1914 bleek dat de pareerstang vaak achter prikkeldraadversperringen bleef hangen sleep men die er bij vele bestaande modellen af. De vanaf toen nieuw geproduceerde P1907 bajonetten hadden geen pareerstang meer. Deze nieuwe versie was wel voorzien van een poetsgaatje (vaak verkeerdelijk oliegaatje genoemd). Aan het begin van het lemmet, zowel links als rechts voor de pareerstang, stonden er op Britse bajonetten grote aantallen stempels. De grote 1907 duidt het type aan, P(pattern) 1907. Daar net onder stond meestal de fabricatiedatum als “4 17” voor april 1917. De “X” betekende, dat de bajonet de buigtest had doorstaan. Aangezien de voornaamste naties van de British Commonwealth elk hun eigen wapenfabrieken hadden, bestaan er zowel Britse, Canadese, Australische als Zuid-Afrikaanse versies van deze bajonet.

 

 

 

Meer artikels
Nécropole Nationale de Craonnelle. 21-05-2018
Nécropole Nationale de Craonnelle.

Tussen de vele Franse kruisen, zien we de grafstenen van twee onbekende Britse militairen die in Craonnelle een laatste rustplaats kregen.

lees meer ...
Lankhof Farm Bunkers. 17-11-2014
Voormezele- Zillebeke. België.

 Langhof farm, gelegen op het grondgebied van Voormezele,  dankt zijn benaming aan het 'Château de Langhof', een herenhuis dat vanaf de 17e eeuw werd gebruikt door de Ieperse bankier Adrien Destamaudt.

lees meer ...
Guards Division War Memorial. 30-01-2017
Londen Verenigd Koninkrijk.

Het Britse leger telde  bij het uitbreken van de oorlog  een aantal Guards (lijfwacht ) regimenten; de  Grenadier Guards, de Coldstream Guards,  de Irish Guards, de Scots Guards en de Welsh Guards.

lees meer ...