Poperinge België.
Poperinghe Old Military Cemetery.
Poperinge België.

Poperinge was gedurende bijna de gehele oorlog in Britse handen, de stad was een belangrijke plek omdat ze behoorlijk groot was en omdat het de dichtste plaats was bij Ieper waar men relatief veilig was voorartilleriebeschietingen. Het was een plek met een goede logistieke infrastructuur waar vele sociale en militaire activiteiten plaatsvonden. Poperinge werd o.a. ook een centrum voor Britse Casualty Clearing Stations. Maar in 1916 besloten de Britten om deze veldhospitalen verder terug te trekken en ze te vervangen door Field Ambulances, dit waren medische eenheden die actief waren in de gevechtszone van de divisie.

 

Al in oktober 1914 begon men met de aanleg van het Poperinghe Military Cemetery (later gewijzigd in Poperinghe Old Military Cemetery). Naast de Britse slachtoffers lagen er ook nog ongeveer 800 Franse en Belgische militairen begraven, de begraafplaats telde ook nog plusminus 500 burgerlijke graven. De meeste burgers die hier begraven lagen, stierven ten gevolge van een tyfusepidemie die uitgebroken was in oktober 1914. Zij werden toen verzorgd in het nu verdwenen kasteel dat in de zelfde straat gelegen was en dat  toen dienst deed als noodhospitaal. In mei 1915 was er geen plaats meer op het dodenakker en begonnen de Britten met de aanleg van het Poperinghe New Military Cemetery. In mei 1919 werd er nog één man van het Chinese Labour Corps op het Old Military Cemetery bergraven (Plot II rij O). Deze Chinees Ch’un Ch’ih Wang was een arbeider in het Chinese arbeiderskorps dat werkte voor het Britse leger, hij werd op 8 mei 1919 wegens moord geëxecuteerd.

 

Op de begraafplaats lagen ook een aantal Duitse militairen begraven. De burgers, de Franse, de Belgische en de Duitse militaire graven werden er na de oorlog in 1922 weggehaald.

 

Op de L-vormige begraafplaats liggen er nu 402 Britten (waaronder 22 niet geïdentificeerde), 48 Canadezen (waaronder 2 niet geïdentificeerde), 1 Chinees en 2 Duitsers begraven. Voor 7 slachtoffers werden er Special Memorials opgericht omdat men hun graven niet meer kon terugvinden en men aanneemt dat ze zich ergens onder de naamloze graven bevinden. Waarom de twee Duitsers, die daar nog steeds begraven liggen en niet te samen met hun landgenoten werden weggehaald is niet duidelijk, maar dat verschijnsel ziet men ook nog op heel wat andere Britse begraafplaatsen.

 

De 46 jarige Luitenant-kolonel William Frederick Richard Hart-McHarg, die diende bij het 7e bataljon van de C.E.F.( Canadian Expeditionary Force) is de hoogste in rang en tevens de oudste hier begraven militair. Op 23 april 1915, tijdens een verkenning van de Duitse frontlijn nabij St Julien, geraakte de luitenant-kolonel dodelijk gewond. Hij overleed de volgende dag, op 24 april 1915. Hij was één van de drie Canadese luitenant-kolonels die tussen 23 en 25 april 1915 aan het Ieperse front sneuvelden.

 

 

Meer artikels
Deutscher Soldatenfriedhof Maison Blanche. 27-03-2017
Neuville-Saint-Vaast Frankrijk.

Juni 2014, tijdens een schooluitstap naar de oude frontstreek nam een Britse 14 jarige jongen de onderstaande zwart-wit foto.

lees meer ...
Deutscher Soldatenfriedhof Menen Wald 'In Remembrance'. 12-01-2015
Menen België.

Eén van de vele slachtoffers die hier liggen is een ulaan en onderofficier Karl Best.

lees meer ...
Nécropole Nationale de Notre-Dame de Lorette. 06-10-2014
Ablain-Saint-Nazaire Frankrijk.

De heuvel van Notre-Dame-de-Lorette is een heuvelrug die in west-oost richting van het bos van Bouvigny loopt tot ten noorden van Souchez. De noordelijke hellingen zijn relatief zacht, terwijl de heuvel in het zuiden een relatief ruwe flank heeft, met een vijftal steile uitlopers die een belangrijke rol zullen spelen in de gevechten van 1914.

lees meer ...