Ramskapelle België.
Belgische Militaire Begraafplaats Ramskapelle.
Ramskapelle België.

Het dorpje Ramskapelle lag gedurende de ganse oorlog aan het IJzerfront. In de tweede helft van oktober 1914 werd er hier tijdens de Slag om de IJzer fel gestreden, vooral op 30 en 31 oktober laaide er hier een verbeten strijd op. Al vroeg in de morgen van 30 oktober ’14, en dat ondanks de stromende regen, vielen de Duitsers op zowat alle plaatsen aan de IJzer aan. Hiervoor gebruikten ze frisse troepen. Het Duitse geschut opende het vuur, en daarna was het de beurt aan de Duitse infanterie om hier in actie te treden. Aanvankelijk werden er successen geboekt. De Duitsers geraakten over de spoorberm (Nieuwpoort-Diksmuide) en omstreeks 07 uur vielen Ramskapelle en Pervijze (station) in handen van de manschappen van generaal von Beseler. Dit waren de enige punten waar de Belgische linie doorbroken kon worden. Naast Belgische werden er ook Franse troepen ingezet om Ramskapelle te heroveren. De kamp in Ramskapelle zou er beslecht worden door het 6e linieregiment, door één bataljon van het 7e linieregiment en door twee compagnies van het 14e Linieregiment, de Belgen kregen er ook de hulp van twee Franse bataljons, het  16e  Franse bataljon jagers te voet (16e BCP) en een bataljon Algerijnse tirailleurs ( Franse koloniale eenheid). Omstreeks 11 uur vonden er in Ramskapelle lijf-aan-lijf-gevechten plaats, die zouden de hele middag en ook ‘s nachts voortgezet worden. Het dorpje kon slechts gedeeltelijk heroverd worden. De Duitse eenheden waren er van overtuigd dat ze de volgende dag hun tegenstander de genadeslag zouden toebrengen, maar zij die bij Ramskapelle en Pervijze op het punt stonden de Belgische stellingen te overrompelen, zagen achter zich langzaam de bodem verdwijnen in het water!

 

Ondertussen had hertog Albrecht von Württemberg, de bevelhebber van het Duitse Vierde Leger, in de loop van de avond van 30 oktober al het bevel tot een algemene terugtocht tot op de oostelijke walkant van de IJzer gegeven. De afmars gebeurde in een totale ordeloosheid en de Duitsers moesten er hun artilleriestukken, mitrailleurs en zwaar materieel achterlaten. Honderden Duitsers verdronken of werden vanaf de eerste Belgische lijn, de spoorweg Nieuwpoort-Diksmuide, neergeschoten. De Duitse kapitein Otto Schwink schreef over die gebeurtenissen: “…tegen 23u30’ meldt een stafofficier van de 6de Divisie dat, wegens het stijgen van het water, de aanval afgelast wordt. Wat gebeurt er? Onze heldhaftige soldaten blijven op post, maar het water reikt op enkele plaatsen tot aan hun knieën. De modder zuigt hen vast en wie gaat liggen, is verloren…”

 

De frontlijnpositie van Ramskapelle leidde tot de complete vernieling van dit polderdorpje.

 

Na de oorlog werd in Ramskapelle de huidige militaire verzamelbegraafplaats aangelegd. Het Ministerie van Landsverdediging kocht het terrein in september 1922. De begraafplaats ligt langs de Ramskapellestraat, op ongeveer 500 meter ten Noorden van het dorp. Hier werden de overblijfselen bijeengebracht van militairen die sneuvelden te Nieuwpoort, Westende, Lombardsijde, St-Joris, Mannekesvere, Ramskapelle, en deze die ter plaatse ter aarde werden besteld gedurende de gevechten (veldgraven) of op de kleine dorpskerkhoven. Op de B.M.B. Ramskapelle rusten 632 Belgische gevallenen meer dan 400 van hen liggen hier als onbekend begraven. De onbekenden liggen er in individuele graven, per twee en in één geval per drie. Op deze begraafplaats liggen o.m. 27 doden van het 10de Linieregiment (4de Legerdivisie) die omkwamen bij de inslag van een zware granaat op een kelder in Nieuwpoort op 2 januari 1915.

 

In 1952 werd in Stuivekenskerke, tijdens het ploegen, het lichaam van de Belgische militair Louis Notaert gevonden. Louis was soldaat bij het 8ste Linieregiment. Hij was afkomstig uit Sint-Jans Molenbeek en sneuvelde tijdens de Slag aan de IJzer tussen 22 en 31 oktober 1914. Louis werd nog datzelfde jaar op de militaire begraafplaats van Ramskapelle herbegraven, in het gras rechts van de ingang. Doch voor soldaat Louis Notaert werd echter geen grafsteen voorzien, en meer dan zestig jaar later stond er noch steeds geen steen! Gelukkig maken Kristof Jacobs en Bert Gunst nu werk van een ultiem eerherstel voor soldaat Louis Notaert. Ze hebben ondertussen al een voorlopig kruis geplaatst in het grasperk waar Louis Notaert ligt begraven en ze hopen terecht dat de overheid nu zal zorgen voor een grafzerk.

 

Op deze B.M.B rusten er vermoedelijk ook een aantal die ooit wacht liepen bij het Bruggenhoofd Maison du Passeur in Noordschote. J. Blasse die overgeplaatst werd naar de sector Steenstraate, niet ver van het Maison du Passeur (het huis van de Veerman) beschreef in zijn dagboek ‘Souvenirs d'un Fantassin’ de sector van de voorpost Maison du Passeur als volgt: “ Na het leven tussen de zandzakjes van Ramskapelle en Diksmuide is deze sector een verademing. Het landschap is vrij ongeschonden. In de 1e linies zijn er vele bloemen- en groentetuintjes aangelegd. De verschillende linies dragen hier bloemennamen of namen van steden. Maar het leven aan de rechterkant bij de voorpost ‘Maison du Passeur’ is heel anders. Regelmatig worden de soldaten opgeschrikt door zware bombardementen. De Belgische legerleiding geeft de post niet op, omdat hij zó dicht bij de vijandelijke linies gelegen is en er van daaruit gemakkelijk verkenningstochten kunnen ondernomen worden.

 

Maison du Passeur was de naam die de Fransen tijdens de oorlog aan de herberg ‘Het Witte Huis’ gaven. Hij stond op de linkeroever van de iets meer naar het westen gelegen vroegere Ieperlee. Het kanaal lag een stukje verder. Zoals vele cafés aan de IJzer en het kanaal, had ook deze een eigen veerdienst. Het gebied tussen Ieperlee en het kanaal evenals de rechteroever van het kanaal was al overstroomd. De herberg en de directe omgeving viel in Duitse handen na de Slag aan de IJzer van oktober 1914. Er werd een loopgravennet aangelegd en de herberg werd versterkt, maar op 28 november werd het gebouw totaal verwoest, het gebied werd nu door de Fransen gecontroleerd.Vanaf maart 1915 kregen de Belgen de taak om het kanaal van aan Drie Grachten tot Steenstrate te verdedigen, maar daarmee was de strijd nog niet ten einde. Vanaf nu kwam elk Belgisch regiment hier om beurt deze strategische positie, die toegang gaf tot de andere oeverkant, bewaken. Voor het ‘Maison du Passeur’ werd er een brug over het kanaal Ieper-IJzer gelegd en het werd ook versterkt tot een redan, een soort bruggenhoofd. Deze positie was meermaals een doelwit tijdens de zware gevechten bij Steenstrate in april 1915, waar de Duitsers o.m. ook een gasaanval uitvoerden.

 

In ‘Le tiroir aux souvenirs’ lezen we dat de Duitse voorpost zich op 400 m ten noorden van de herberg op de kanaaloever bevond. Nadat de Belgen al tweemaal de Duitse post hadden overvallen en er ook krijgsgevangenen hadden gemaakt, beslisten de Duitsers om er één grote en stevige betonnen schuilplaats te bouwen, die werd beschermd door een dubbele prikkeldraadversperring.  Honderd jaar geleden, op maandag 16 oktober 1916, vielen de Belgen weer aan. Mede door hun grote terreinkennis en met een goede artillerieondersteuning konden de Belgische aanvallers snel doorstoten, de Duitsers waren verrast en gaven zich over. De Duitse betonnen post werd gedynamiteerd, en enkele dagen later werd de Duitse positie dan volledig verlaten. De rust zou er echt pas weerkeren na de derde Slag om Ieper (30 juli-6 november 1917). Op 11 november’ 17 nam het Belgische leger de sector Merkem over. Net zoals Drie Grachten en Luigem lag het ‘Maison du Passeur’ nu ver genoeg weg van de plaatsen waar er in 1918 nog zware gevechten zouden uitgevochten worden.

 

 

 

 

Meer artikels
Martinsart British Cemetery. 02-04-2018
Martinsart ( Mesnil) Frankrijk.

Martinsart (Somme) lag dicht bij de geallieerde frontlinie tot september 1916, en dan opnieuw vanaf maart tot en met augustus 1918.

lees meer ...
Österreichisch-Ungarische Heldenfriedhof Soca 'ein einsames Grab'. 23-10-2017
Soca Slovenië.

Een kruisje met een sombere zwart-wit foto maar zonder naam.

lees meer ...
'Schuilplaats'. 08-09-2014
Massiges ( La Main des Massiges) Frankrijk.

De dwars door Champagne lopende linie Vaudesincourt – Aubérive – Souain – Perthes les Hurlus – Massiges vormde in de oorlog sinds de Duitse terugtocht van de Marne ( Slag aan de Marne, 12 sept. 1914) een van de meest betwiste sectoren van de loopgravenoorlog, waar felle gevechten plaatsvonden.

lees meer ...