Beaumont-Hamel Frankrijk.
Redan Ridge Cemetery Nr 3.
Beaumont-Hamel Frankrijk.

In de geschiedenis hebben zich frappante gebeurtenissen afgespeeld waarvan de afloop voor een groot deel bepaald werd door het weer. Een gebeurtenis die de loop van de geschiedenis ingrijpend veranderde en waarbij het weer een grote rol speelde, was de Slag bij Waterloo in 1815. De nacht voor de strijd, van 17op 18 juni, begon het te stortregenen. De meeste soldaten herinnerden zich die nacht als de ergste van hun leven. De regen veranderde de grond in een moeras en om Wellingtons troepen snel te kunnen verslaan, wilde Napoleon aanvallen zodra het licht werd zodat Wellington geen versterking zou krijgen van het Pruisische leger. Maar de aanval kon pas uren later dan gepland worden ingezet, de belangrijkste oorzaak van het uitstel was dat de grond eerst iets droger moest worden voordat de strijd kon beginnen. De modder verminderde ook de efficiëntie van de kanonnen, die Napoleon zo graag inzette. Het extreme weer speelde dus zeker een significante rol in de nederlaag van Napoleons leger. Ook honderd jaar later, tijdens de Eerste Wereldoorlog, hadden de weersomstandigheden een belangrijke invloed op de afloop van elk gevecht! In 1916 moesten de Duitsers hun geplande offensief bij Verdun negen dagen uitstellen. Door de slechte weersomstandigheden werd de aanval van 12 naar 21 februari verschoven. Waarschijnlijk redde dit uitstel Frankrijk van de nederlaag, want de twee Franse divisies die op het allerlaatste moment ter versterking aan het Verdun-front waren toegewezen konden daardoor nog in positie worden gebracht en konden er zo nog in allerijl defensieve verbeteringen aanbrengen. Later dat zelfde jaar startten ook de gevechten aan de Somme (1 juli- 18 november), ook hier zou het einde van het offensief beslist worden door de weersituatie.

 

Na de bewolkte eerst helft van september, die een beetje regenachtig en vrij zacht was, lanceerde men op 15 september een nieuw grootschalig offensief aan de Somme. Hier gebruikten de Britten voor de eerste keer hun nieuwe Mark I tanks. De Britten zouden tot 2.5 km diep doordringen in de vijandelijke linies en dat op een front van 10 km breed, maar toch zouden hun doelstellingen niet bereikt worden. De veranderende weersomstandigheden zorgden hier zeker voor een storende factor, want de regen die de volgende dagen viel evenals de aanwakkerende wind maakte de aanvoer van munitie moeilijk. Het verslechterende weer dwong de Britse legerleiding om zich vragen te stellen over de strategie die ze nu verder moesten gaan volgen. Generaal Haig (de latere veldmaarschalk) was de mening toegedaan dat de operaties moesten doorgaan totdat er geen verse troepen meer beschikbaar waren, of tot dat de meteorologische omstandigheden te slecht zouden worden. De volgende aanval op Thiepval Ridge, die oorspronkelijk gepland was op 20 september, werd uitgesteld tot de 23 september en vervolgens, na de terugkeer van het juiste en droge weer op de 22e, naar 25 september. De gevechten om Thiepval Ridge ( 26 tot 28 september) vonden vooral plaats, en dat ondanks een paar regenbuien, onder een redelijke open hemel en milde temperaturen voor het seizoen, deze schommelde van 22 tot 23 °C. Doch in oktober zou de weersituatie omslaan.

 

Aangemoedigd door hun recente succes op Thiepval wilden de Britten nu een grootscheeps offensief lanceren. Maar behalve de twee mooie dagen van 30 september en 1 oktober, zag men de volgende weken het weer sterk verslechteren. Op 2 oktober zorgde de regen en de nevel ervoor dat de vliegtuigen niet konden opstijgen. De regen van de dagen erna bemoeilijkten de transporten en de geplande operaties werden voor 48 uur opgeschoven. Op 6 oktober bevestigde generaal Haig zijn wil om te blijven aanvallen, toch zolang het weer dit toeliet. 7 oktober was de datum van het nieuw offensief, de weercondities aan de grond waren lichtjes verbeterd, maar het regende nog steeds met tussenpozen. Er ging een typisch herfstweer in de lucht. De sterke westenwind en de lage wolken, veroorzaakt door de aanwezigheid van een redelijke holle depressie ten zuiden van Noorwegen verstoorde hier de luchtoperaties. In loop van de volgende dagen installeerde een anticycloon zich geleidelijk boven Europa, hierdoor werden de weerscondities rustiger. Een nieuwe zeer holle depressie (966 hPa) boven Noorwegen zorgde op 15 oktober voor de aanvoer van een nieuwe storing. Opnieuw begon het te regenen boven de gevechtszones. De storing trok weg op de 16e, de luchtdruk ging omhoog maar de regenachtige passages bleven zich op volgen. Ondertussen werd het ook koeler, de temperaturen daalden en de eerst witte vorst verscheen op het slagveld.

 

De condities aan de grond in deze oktober waren verschrikkelijk. Het slagveld was een moeras. De komst van koude weer verergerde het ongemak van de manschappen. De Britse majoor Dudley Ward, die tijdens de slag van de Somme in de 56e Britse divisie diende vertelde: "Het landschap was meer dat ooit verstoken van elk oriëntatiepunt, het was nog slechts een enorme uitgestrektheid van granaattrechters in een donkere bruine, bijna zwarte aarde, en niemand wist op een paar honderd meter na zijn positie noch die van de vijand. Het weer was snel verslechterd, en hoewel het verondersteld wordt dat het water naar beneden zou lopen, en de divisie op de heuvelflank zat, bevond de troep zich precies in het midden van een vijver. "(Dudley Ward, 1921).

 

Tussen 20 en 22 oktober, deed het vriesweer echt haar intrede. De hemel was mooi maar de temperaturen waren laag, in sommige plaatsen was het tot - 2 °C onder de beschutting. De regen keerde krachtig terug en viel tussen 23 oktober en 4 november elke dag. De situatie aan de grond werd nu steeds moeilijker, deze regenperiode zorgde voor modderige wegen, overstroomde loopgraven en een desastreuse bevoorrading. De geplande operaties werden tweemaal uitgesteld. Generaal Rawlinson was van mening dat het weer niet meer slechter kon worden. Ondanks de storende weersomstandigheden met opeenvolgende passages van min of meer actieve storingen werden de gevechten dan toch hervat. Op 7 november werden de hemelsluizen opnieuw geopend, er viel weer veel regen. Van 9 tot 17 november was er  hoge druk met beter weer als gevolg. Afhankelijk van de dag, was de hemel open of bedekt met mist. Tussen 9 en 11 november schommelden de nachtelijke temperaturen tussen-1 en 0 °C. De 13e november begonnen de gevechten aan de Ancre, dat zou het laatste gevecht van de Sommeslag worden. De aanvallers trokken er ten aanval in de mist. Een vijftal dagen later op 18 november veranderden de weersomstandigheden opnieuw, een storing aangevoerd door een depressie op de nabije Atlantische Oceaan bracht opnieuw regen.

 

 

Het is de dag van de laatste aanval, het vroor tot min 3° en in de loop van de nacht begon het ook nog te sneeuwen. Een zeer holle Depressie (760 hPa) ten zuiden van Bretagne genereerde een snelle stroom van uit het Zuidoosten naar het slagveld. De weercondities waren de hele dag verschrikkelijk. Kapitein W. Miles getuigde hierover: "Tijdens de nacht, viel de eerste sneeuw van de winter, en op 18 november om 6u10, werd de aanval gelanceerd in wervelende sneeuwvlagen die later in regen veranderden. Men kon zich moeilijk slechter weersomstandigheden bedenken om militaire operaties uit te voeren: de infanteristen, waren sombere figuren die op de witte bodem enkel op een korte afstand zichtbaar waren, ze vorderden zo goed als ze konden in de deels bevroren modder die al vlug zou veranderen in een dikke krijtachtige massa. "(Miles, 1938).

 

Strategische, politieke en klimaat overwegingen zorgden hier voor een onvermijdelijk besluit, de gevechten aan de Somme werden op 19 november gestaakt! Doch hiermee was de lijdensweg van de manschappen nog lang niet ten einde de Australische infanterie soldaat Edward Lynch getuigde: “Het is het einde van de winter van 1916 en de condities zijn bijna ongelooflijk. We leven in de wereld van de modder van de Somme. We slapen erin, wij werken erin, wij strijden erin, we ploeteren erin en velen van ons sterven er in. We zien, voelen, eten en vervloeken haar maar we kunnen er niet aan ontsnappen, zelfs niet als we sterven. "

 

 

Zwaarbeproefd, kromgebogen als oude kerels, vloekten we ons hijgend hoestend door het slijk.
Achter ons verdween de gruwel van het front. Voort ploeterden we, naar verder weg gelegen onderkomens.( een stukje uit een gedicht van Jessie Pope)

 

 

Meer artikels
Sanctuary Wood. 17-11-2014
Zillebeke (Ieper) België.

Het bos dat ten N.O. van de huidige begraafplaats Sanctuary Wood Cemetery lag werd door de Britten 'Sanctuary Wood' geheten.

lees meer ...
Kemmel Chateau Military Cemetery. 13-06-2016
Kemmel (Heuvelland) België.

Vanaf de zomer van 1915 werden in de omgeving van Petit Bois verschillende mijnladingen tot ontploffing gebracht.

lees meer ...
V Beach Cemetery. 20-04-2015
Seddülbahir Turkije.

Sedd el Bahr (In modern Turks Seddülbahir, betekent in het Ottomaans “ Muren van de Zee”.)

lees meer ...