Beaumont-Hamel Frankrijk.
8th Argyll and Sutherland Highlanders Memorial.
Beaumont-Hamel Frankrijk.

De laatste actie van de reeks gevechten aan de Somme in 1916 werd uitgevoerd tussen 13 en 18 november. Die actie speelde zich af langs de rivier de Ancre, die ten noorden van Thiepval loopt. Sir Douglas Haig’s (de Britse opperbevelhebber) beslissing om hier aan te vallen was meer een gevolg van politieke redenen dan van een militair denken. Met de intrede van de winter was de mogelijkheid om het front te doorbreken nu wel verdwenen. Eigenlijk hoopte Haig alleen om zo nog vlug een overwinning op zak te kunnen steken en dan met dit behaalde succes te kunnen pronken bij de Franse bevelhebbers die hij op 15 november in Chantilly zou ontmoeten.

 

Na heel wat vergaderingen, discussies en het enkele malen uitstellen van de aanval werd er op 8 november, op het HQ van het Vijfde Britse leger door luitenant-generaal Kiggell, Haig’s chef van de generale staf, en generaal Hubert Gough beslist om aan te vallen op 13 november, maar dat enkel als het weer droog bleef. Na heel wat heen en weer gepalaver tussen de diverse brigade commandanten stelde generaal Gough op 10 november de definitieve datum en het aanval uur vast: “13 november om 5u.45”. Na het bestuderen van de plannen van het Vijfde leger gaf opperbevelhebber Haig zijn zegen om tot de aanval over te gaan.

 

De slag van Ancre vond dus plaats in november 1916. Voor de Schotse 51e Highland Division zou dit gevecht herinnerd worden als de slag van Beaumont Hamel. De slag van Beaumont Hamel is het fundament waarop de reputatie van de Highland divisie werd opgebouwd. Het dorp Beaumont-Hamel werd al aangevallen op de eerste dag van het Sommeoffensief, op 1 juli 1916, maar de aanval flopte en het zwaar versterkte gebied werd toen als bijna onneembaar beschouwd.

 

De nieuwe aanval aan de Ancre werd uitgevoerd door het Britse Vijfde leger, met in het zuiden van de rivierbank het IIe Korps en het Ve Korps ten noorden van de rivier. Het Ve Korps viel aan met de 63e divisie aan de rechterkant, met de 51e Highland divisie en de 2e divisie in het centrum en de 3e divisie  aan de linkerkant, de 37e divisie werd in reserve gehouden.

 

Het doel van de 51e Highland Division was de inname van Beaumont Hamel. Hun objectief liep vanaf het zuidoosten van het dorp Beaumont Hamel tot aan de Y ravijn, dat was een zwaar versterkte Y vormige ravijn met steile kanten die in de richting van de Britse linie liep. Er was nog een tweede vallei waarin beneden de oude weg van Beaumont liep. Om te helpen bij het monitoren van de vorderingen tijdens de aanval werden er een aantal descriptielijnen aangebracht, de eerste doelstelling was een groene lijn en een tweede objectief was een gele lijn. Er waren ook tussentijdse descriptielijnen, die waren rood, blauw en paars.

 

Men had er bij Generaal Harper, de commandant van de 51e Highland Division, op aangedrongen om de aanval uit te voeren op een frontbreedte van drie brigades, maar hij was van oordeel dat het beter zou zijn om een gefaseerde aanval uit te voeren en een deel van de troepen in reserve te houden. Daarom besliste hij vastberaden om op te rukken met twee brigades, de 152e aan de linkerkant, de 153e rechts en de 154e brigade zou hij in reserve houden.

 

Omdat de aanval in feite al voor eerder gepland was had men al op het einde van oktober een prikkeldraad vernietigende artilleriebeschieting gelanceerd, naast kanonnen werden er ook 2 inch mortieren gebruikt om de draadversperringen door te snijden. Patrouilles die het resultaat van de beschietingen gingen evalueren rapporteerden dat dit zeer succesvol was verlopen. Details over de omvang van de schade en van de plaatsen waar de route vrij was gemaakt werden bijgehouden. Doch wat men toen niet wist was dat de ondergrondse schuilplaatsen, gebouwd onder de dorpen in de buurt van de frontlijn, geen of weinig schade hadden opgelopen.

 

Tijdens de diverse voorbereidingen van de aanval werden er kleine groepjes verkenners en patrouilles naar de vijandelijke loopgraven gestuurd. Daar moesten zij dan in de Duitse loopgraven gaan kijken welke Duitse eenheden daar aanwezig waren, zo wisten ze dan met welke vijandelijke troepen ze zouden geconfronteerd worden op de dag van de aanval. Dit was bijzonder belangrijk, want het gaf een duidelijke indicatie van de omvang en het aantal verdedigers. Op 26 oktober waren zowel  verkenners van het 6e bataljon Black Watch en  het 7e bataljon Gordon Highlanders (153e  brigade) de vijandelijke frontlijn binnengedrongen, de Gordon Highlanders slaagden er in om een Duitser van het 62e regiment gevangen te nemen. Gedurende die raid van het 7e Gordon Highlanders werd lance sergeant Morrison, die vier Duitsers doodde en 50 van hen ontwapende, gevangen genomen. Op dat moment had sergeant Morrison eigenlijk alles al gevisiteerd, maar hij had geen handgranaten meer en twee Duitsers hielden hem nu met hun op het geweer gefixeerde bajonetten in bedwang. Soldaat Louis Thompson zag het gebeuren, hij snelde voorbij sergeant Morrison en doodde de eerste Duitser met zijn 'entrenching tool' (soort infanterieschopje). Vervolgens raapte hij vliegensvlug het gevallen Duitse geweer op en dode er de tweede Duitser mee. Voor deze daad kregen zowel Simon Morrison als Louis Thompson de Military Medal (militaire medaille). In de loop van de zelfde nacht voerden verkenners van het 7e bataljon Sutherland Highlanders (154e brigade) een soortgelijke poging uit, zij vonden echter geen doorgang in de vijandelijke draadversperringen.

 

Op 9 en 10 november 1916 verhinderde de modder er alle troepenbewegingen. Op 11 november voerden mortieren van het IIe Britse Korps een gas bombardement uit op Beaumont Hamel. 180 mortiergranaten gevuld met traangaas werden afgevuurd vanuit 4-inch Stokes-mortieren, om 5u00 en 15u00 werden er dan 47 gascilinders afgevuurd op het dorp en 37 op Y ravijn. Om middernacht vielen twee bataljons van de 10e brigade en een compagnie uit een bataljon van de 11 brigade van de 4e Canadese divisie het oostelijke uiteinde van Regina Trench (Staufen Riegel) aan, en installeerden er ten noordoosten vooruit geschoven posten dicht bij de Duitse stellingen van de lijn Le Sars-Pys.

 

De eerste bewegingen van de strijd aan de Ancre waren in feite een kopie van de aanval van 1 juli 16, dit ging ook weer gepaard met de ontploffing van twee ondergrondse mijngalerijen op de top van Hawthorn en in Beaumont Hamel. Door het afschuwelijke weer in de dagen vóór de aanval was de grond een doorweekte brij geworden. De nachtelijke tocht naar de startlijn verliep moeilijk. Zij die er het eerst arriveerden moesten lang wachten op de rest van de troepen, die kwamen maar traag vooruit en hadden heel wat tijd nodig om tot bij hun startpositie te geraken. Dat de bodem veranderd was in een modderpoel blijkt uit de belevenis van een koerier van het 6e bataljon Seaforth’s.  De koerier zonk weg in de modderbrij en was niet in staat om zichzelf te bevrijden, hij bleef daar vijf uur vastzitten vooraleer hij dan toch gevonden en er uitgetrokken werd!

 

Om 5u45, op het geplande aanvalsuur, ontplofte er een ondergrondse mijn, Hawthorn mine, daarna begon er een intensief bombardement van de Duitse linies. Er was geen voorbereidende beschieting geweest want men wou niet dat de voorbereidingen al voor de aanval opgemerkt zouden worden. Die ochtend was er nevel! Een dikke mist hielp bij het camoufleren van de aanval en zorgde voor een vertraagde reactie van de Duitsers. Het oprukken in het niemandsland achter de artilleriebarrage verliep voorzichtig een traag. De staat van de aardbodem maakte het onmogelijk om snel te vorderen, het tempo bedroeg ongeveer 25 meter per minuut. De Duitsers boden wel weerstand maar tegen 7u50 uur bereikten de beide oprukkende brigades de derde lijn. Alhoewel achter hen er nog steeds vijandelijke weerstandnesten, opkomende van uit de tunnels, actief waren.

 

Luitenant James Bliss van het 6e bataljon Seaforth’s was in staat om een groep samen te stellen met mannen uit C en D compagnie en enkele manschappen van het 1/5e bataljon Seaforth’s. De groep bleef verder oprukken in de richting van Beaumont Hamel, ze bereikten de rand ven het dorp maar werden er dan door vijandelijk mitrailleurvuur teruggedreven naar de tweede Duitse loopgraaflinie. Hier bemerkten ze dat de linie nog niet volledig gezuiverd was en dat een aantal schuilplaatsen nog Duitse troepen bevatte. De groep ontruimde de ondergrondse schuilplaatsen en de gevangenen werden naar achteren afgevoerd. Er werd ook hard gewerkt aan het versterken van de positie. Zij bleven er hun werk nog in de loop van de middag voortzetten, dan trokken ze mee met de rest van de 1/5th Seaforth’s  om het dorp te zuiveren van de nog resterende Duitsers.

 

Het weerwerk bij "Y" ravijn bleek bijzonder hardnekkig te zijn, en ondanks de elders geboekte vooruitgang duurde het hier toch de ganse dag vooraleer men er de tegenstand kon overwinnen. Op andere plaatsen had de groene lijn bereikt en in één geval rukte men verder op in de richting van de gele lijn. Doch het aantal slachtoffers lag te hoog voor een voortdurende aanval op de gele lijn, en dus vielen zij terug tot op de gelijkaardige flankerende bewegingen. De nacht werd besteed aan de consolidatie van de positie op de groene lijn, en aan de voorbereiding van het voortzetten van de aanval de volgende ochtend.

 

In het dagboek van soldaat MacPherson van het 9e bataljon Royal Scots (154e brigade) lezen we het volgende over de aanval op Beaumont Hamel: “Op 14 november werden er in combinatie met 2e divisie opnieuw aanvallen uitgevoerd. Hierbij moest men Munich Trench (een loopgraaf die de naam München droeg), die kort voor de Frankfurt Trench bij de gele lijn lag, innemen. In de loop van 15 november nam de 154e brigade de linie van de 152e en 153e brigades over en op 17 november werd de divisie afgelost door de 32e divisie.”

 

De dag nadat de 51e divisie hier bij Beaumont Hamel aflost werd, 18 november 1916, zou dus later in de geschiedenisboeken beschouwd worden als de laatste dag van de Sommeslag. Na 4 ½ maand strijd waren de Geallieerden maximaal een tiental kilometer gevorderd op een breedte van 25 km. Fundamenteel was er echter niets veranderd, Bapaume en Péronne waren nog altijd in Duitse handen. Intussen had men hier aan beide zijden wel gigantische verliezen geleden. De totale verliezen (doden, gewonden en vermisten) aan de Somme bedroegen minstens een miljoen. Een record voor de Grote Oorlog, dat alleen overtroffen zou worden door enkele slagen aan het Oostfront tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Behoedzame schattingen laten uitschijnen dat er hier ongeveer 160.000 Duitsers, 96.000 manschappen van het Britse Rijk en 50.000 Fransen sneuvelden. Een totaal van meer dan 300.000 doden. Dus ongeveer evenveel, of iets meer, dan de slag om Verdun, die tegelijkertijd woedde maar wel veel langer duurde. Sir Douglas Haig zou later beweren dat het niet zozeer zijn bedoeling was geweest om aan de Somme door te breken, maar wel om er de Duitsers uit te putten. Zelfs als dat sarcastisch voornemen gemeend was, dan was het toch niet echt gelukt! Volgens bepaalde historici zorgde de slag aan de Somme wel voor een psychologische opdoffer bij de Duitsers. Opvallend veel Duitse militairen gaven zich over of meldden zich ziek en intelligente Duitsers begonnen te beseffen dat de oorlog voor hen uitzichtloos werd. De Geallieerden waren duidelijk in het overwicht.

 

Het gedenkkruis van de het 8e bataljon Argyll & Sutherland Highlanders (152e brigade) werd opgericht dicht bij de plaats waar ze hun bataljonshoofdkwartier hadden ( nabij Sunken Road) tijdens de inname van Beaumont Hamel. Het Keltisch kruis werd onthuld in 1923 door de hertog van Argyll. Dit Schotse bataljon was actief van 1 mei 1915 tot aan het einde van de oorlog, 51 officieren en 831 onderofficieren en mannen werden gedood, 105 officieren en 2.527 onderofficieren en mannen raakten gewond.

 

Meer artikels
Sanctuary Wood. 17-11-2014
Zillebeke (Ieper) België.

Het bos dat ten N.O. van de huidige begraafplaats Sanctuary Wood Cemetery lag werd door de Britten 'Sanctuary Wood' geheten.

lees meer ...
Place des Martyrs. 18-08-2014
Tamines België

Na de Duitse inval, met de bedoeling om Frankrijk vanuit het noorden aan te vallen, bood het kleine Belgische leger hardnekkig weerstand. Maar de Duitse overmacht was te groot zelfs de hulp van het Franse leger kon daar niets aan veranderen. Om geen last te hebben van de Naamse forten wilden de Duitsers hier te Tamines op 19 en 20 augustus 1914 over de Samber trekken. Maar ze werden er twee dagen tegengehouden door de Fransen die aan de overkant van de rivier zaten.

lees meer ...
New Zealand Memorial Polygon 09-10-2017
Polygoonbos ( Zonnebeke ) België.

Tijdens een reflectie moment gedurende de Nieuw Zeelandse 'Sunset Ceremony' werd onder meer de periode van na de Passendale Slag van oktober 1917 uitgebeeld.

lees meer ...