Antwerpen België.
Schoonselhof 'Belgisch Militair Ereperk'.
Antwerpen België.

Op weinig plaatsen is de Eerste Wereldoorlog in Antwerpen nog zo tastbaar aanwezig als op het Schoonselhof. De Groote Oorlog en deze begraafplaats zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het oord ligt op het grondgebied van de Hoboken en Wilrijk. Het aristocratisch domein Schoonselhof werd kort voor het uitbreken van de oorlog, in 1911, aangekocht om veranderd te worden in een nieuwe begraafplaats. Hoofdstadsarchitect Alexis Van Mechelen en zijn ploeg waren bezig met een studie ter voorbereiding van de aanleg. Maar op 8 augustus 1914 kregen ze van het stadsbestuur de opdracht om er een Krijgsbegraafplaats in te richten. Het toenmalige stadsbestuur beschreef het als volgt: “Om op waardige wijze de nagedachtenis te huldigen der krijgslieden die voor de verdediging van den Belgische grond gevallen zijn”. De officiële opening zou pas plaats vinden op 1 september 1921 plaats.

 

De Krijgsbegraafplaats werd dus al in 1914 op de droogste plek van het landgoed Schoonselhof aangelegd. De beginplaats was gelegen ten zuidoosten van het kasteel Schoonselhof, en ten westen van Fort VII. In de wolkeloze nacht van 24 op 25 augustus 1914 werd Antwerpen vanuit de lucht gebombardeerd door een zeppelin. Dertien Antwerpenaars kwamen daarbij om, maar ironisch genoeg was het eerste graf op het Schoonselhof bestemd voor een Duitser. Die Duitse militair was cavalerist Otto Zschocke, die als ulaan een verkenningstocht uitvoerde nabij de Gete, daar raakte hij gewond en viel er in Belgische handen. Diezelfde dag werd er ook een Belgische militair begraven, dat was Frans Joseph Neels (°Leuven, 22-5-1893/ 26-8-1914). Hij was soldaat 2de klasse bij het 1e grenadiers. Zowel Otto als Frans waren gestorven in het militair hospitaal aan de Marialei en werden op 29 augustus 1914 begraven.. 

 

De meeste militairen hier kwamen niet op het slagveld om, maar wel in de noodhospitalen die in de stad waren ingericht, zoals in de Zoo en de Diamond Club. Daar werden gewonden verzorgd door priesters en leerkrachten die wilden helpen zonder dat ze de wapens moesten opnemen. De weken die volgden op 28 augustus werden er op dit domein nog honderden mensen begraven, tot bij de val van Antwerpen op 10 oktober 1914. Het ging o.a. om Belgen, omgekomen of gewond in het hele land en overleden in het Maria gasthuis, zoals het militair hospitaal toen werd genoemd, maar ook om Britse mariniers die hier in de laatste dagen voor de val van Antwerpen werden ingezet, verder werden er ook Duitsers en enkele vluchtelingen begraven, in totaal 354 personen. 

 

In de daarop volgende maanden, die jaren werden, werden er hier minder militairen begraven. Toch rusten hier nu veel militairen die deelnamen aan de loopgravenoorlog in de Westhoek of overleden in Frankrijk. Zij werden later gerepatrieerd. Zo werden hier mannen die bij aanvang van WOI in Antwerpen gestorven en begraven werden, bv vanuit Alveringem, na de oorlog overgebracht naar hun West-Vlaamse gemeente, en werden Antwerpenaren die in Alveringem sneuvelden overgebracht naar het Schoonselhof. Gedurende de oorlog stelde de stad voor aan alle partijen, inclusief aan de Duitsers, dat ze best wachtten met het oprichten van gedenktekens, en verzekerde dat men: “…na het einde van den oorlog zijn plicht zal vervullen, dat men de slachtoffers van den oorlog zal vereeren, dat op het kerkhof alle vijandschap verdwijnt."

 

Achter de grafstenen op het Schoonselhof schuilen soms sterke verhalen. Soms zijn het verhalen van pijn en lijden, soms van moed en verzet. Op de militaire begraafplaats liggen spionnen, priesters en piloten die en rol speelden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Burgers die gefusilleerd zijn binnen de vesten van Antwerpen en Antwerpenaren die elders gefusilleerd werden, zijn in 1919 met een grote plechtigheid overgebracht naar het centrum van het militair ereperk op Schoonselhof. Daarbij werd gesteld: Onze gefusilleerden zullen voortaan rusten op Schoonselhof en hunne tombe zal een bedevaartsoord worden, waar wij alle zullen gaan leeren hoe men zijn vaderland moet beminnen.

 

Een van de gefusilleerden die er liggen is priester Felix Moons, hij werd door de Duitse Krijgsraad bestempeld als één van de gevaarlijkste spionnen die ooit werden gevat en die het meest nadeel berokkend hadden aan het Duitse leger. Verder rust hier ook de jonge Leo Parant (1895-1915) uit het Waalse Voneche die met een kruiwagen eten bracht aan Britten en Fransen die zich verborgen hielden. Nog een ander hier begraven slachtoffer is metser Henri Duerloo uit Essen, hij was een smokkelaar van documenten en andere zaken en werd neergeschoten bij de sperdraadzone op de grens met Nederland.

 

Een vaak onderbelicht aspect van de oorlog was het krijgsgevangenschap. In beide kampen werden er grote groepen krijgsgevangenen ingezet. Ze dienden als werkkrachten in het binnenland en werden nadien ook ingezet aan het front voor karweien zoals het bouwen van betonnen schuilplaatsen en loopgraven. De Portugezen, de Russen, de Italianen, één Roemeen, Fransen en Britten die hier begraven zijn in 1918 waren krijgsgevangenen die stierven in het Militair hospitaal aan de Marialei. Daar crepeerden ook veel andere militairen, zeker toen op het einde van de oorlog de Spaanse griep wild om zich heen sloeg. Voor de militairen duurde de oorlog immers nog tot in 1919, want ze bleven in de wapens tot aan het Vredesverdrag van Versailles op 28 juni 1919.

 

Op het groot militair ereperk van Schoonselhof werd de oorlog nu herdacht op een serene manier. De gelijkvormige graf- en gedenktekens van militaire oorlogsdoden én oud-strijders vormen er een sterk en homogeen beeld. Dit is te danken aan stadsarchitect Van Mechelen, en zijn eveneens talentvolle plaatsvervanger Emiel Van Averbeke. Ze waakten erover dat de harmonie en vooral de zielenrust er werd bewaard, zeker toen vanaf 1925 de houten kruisen vervangen werden door stenen graftekens. Ondanks hun uniformiteit gaven de grafstèles toch heel wat individuele gegevens prijs.

Ook andere architecten waren hierbij betrokken. Architect Jos Ritzen richtte in 1928 het Duitse ereperk in en Max Winders werd door de inwoners van Antwerpen aangetrokken om het Franse deel te ontwerpen. Mooi was het gebaar van Armand Lheureux, consul van Joegoslavië, die uit mededogen arduinen stèles op het graf van de 13 Russen liet plaatsen, want daar Rusland geen vertegenwoordiger had in België waren ze de enigen die toen, in 1934, nog houten kruisjes op hun graf hadden. Vanaf 5 december 1945 werden de Britse gesneuvelden vanuit perk 1 overgebracht naar perk 4. Hier lag de verantwoordelijkheid bij de Britse architecten Philip Dalton Hepworth en M.E. Jenner. De meeste hier begraven Britten kwamen om het leven tijdens de tweede wereldbrand. Als gevolg van het besluit van 1952 zijn de graven van het perk voor de Duitse militairen later overgebracht naar één van de vier grote Duitse begraafplaatsen in België en werd de Duitse begraafplaats op het Schoonselhof ontmanteld.

 

 

Thans rusten er 969 Belgen, gesneuvelden en oud-strijders, op het militaire deel. Onder hen o.a. Jan Olieslagers (Antwerpen 04-05-1883 - Berchem + 23-03-1942).Hij was een Belgische motor- en wielrenner, luchtvaartpionier en luchtaas als piloot in de  Eerste Wereldoorlog. Hij was ook bekend als "den Antwerpschen Duivel". Hij behaalde 6 officiële luchtoverwinningen, maar aangezien hij 491 vluchten maakte en verwikkeld raakte in 92 luchtgevechten had hij waarschijnlijk veel meer overwinningen op zijn naam staan.

 

Tussen de Belgen rust ook de Congolees Antoine Bomjo. Hij was één van de 32 zwarte soldaten met Belgische nationaliteit. Antoine werd geboren in 1895 en werkte in 1914 als portier in een Brusselse bar. Bij het uitbreken van de oorlog diende hij zich aan als oorlogsvrijwilliger bij het 1e regiment Grenadiers. Hij vocht als soldaat in Antwerpen en werd er vermoedelijk gewond want hij overleed er in 1915 en kreeg dus een laatste rustplaats op het Schoonselhof.

 

Op het Britse perk rust Grenville Carson Hopkins uit Saskatoon, Saskatchewan in Canada. Hij diende als soldaat bij het Princess Patricia’s Canadian Light Infantry Regiment (Eastern Ontario Regiment), en sneuvelde op 14 november 1917 bij Passendale. Zijn lijk werd voorlopig begraven bij de ruïnes van de kerk van Passendale. Het graf werd aangeduid met een rechtopstaand geweer. Na de oorlog, in 1920, kreeg zijn lichaam een plaats onder een individuele grafsteen op het Tyne Cot Cementery. In januari 1921 wou de familie zijn stoffelijke resten laten overbrengen naar Canada, maar dit werd zoals bij alle gesneuvelden van het Gemenebest geweigerd. In de nacht van 17 op 18 mei 1921 werd het lichaam illegaal ontgraven en overgebracht naar een mortuarium in Antwerpen. Men wou zijn stoffelijke resten verschepen naar zijn homeland. Doch de volgende ochtend werd het geschonden graf en de ontvreemding ontdekt. Het lichaam werd opgespoord en ook gevonden. Grenville Carson Hopkins werd herbegraven op Schoonselhof. Hij ligt nu ver van zijn regimentsmakkers die samen met hem sneuvelden op het slagveld bij Ieper.

 

Naast de vele militairen kregen ook tal van Vlaamse schrijvers en dichters, naast andere kunstenaars en beroemde personen, hier een plek. En dat te midden van een uitgestrekte en parkachtige omgeving, waar je op je gemak uren kunt dwalen,...

 

 

 

Meer artikels
Tyne Cot Cemetery 'Lance Cpl Richard Verhaeghe MM' 30-10-2017
Passendale (Zonnebeke) België.

Het Ultieme relaas van Lance Corporal Richard Verhaeghe.

lees meer ...
Ijskoude Black Watch Soldaat. 29-01-2018
Black Watch Corner Zonnebeke België.

De Highlander op Black Watch Corner werd afgebeeld met het Britse standaardwapen: met een Schort Magazine Lee-Enfield (S.M.L.E.) rifle No.1 Mk I.

lees meer ...
New Zeeland Memorial & Maori. 05-12-2016
Polygoonbos (Zonnebeke) België.

Toen Nieuw Zeeland door de Europeanen werd ontdekt, was het gebied bewoond door de Maori.

lees meer ...