Machemont Frankrijk.
Carrières de Montigny 'Soldatenkunst'.
Machemont Frankrijk.

De carrières (steengroeven) hier in de omgeving werden vooral actief uitgebaat vanaf de 18de en 19de eeuw. Alhoewel reeds in 1612 startte men met het ontginnen van stenen in de carrières van Montigny. Deze steengroeven in de regio van de Oise werden na het uitbreken van de oorlog bijna onmiddellijk door de strijdende partijen in gebruik genomen. Door de snelle opmars van de Duitse troepen in de zomer van 1914 werden de dorpen, gehuchten en de steengroeven in de streek van Machemont haastig verlaten door de burgerbevolking.

 

 

Op 16 september 1914 raakte het Franse 38e R.I. (Infanterie Regiment) er ter hoogte van het gehucht Écouvilleon, op enkele honderden meters van de steengroeven, slaags met het Duitse leger. Ook het Franse 86e R.I. en het Franse 35e veldartillerieregiment waren in de buurt van Machemont. Zowel op de hoogten rond als in Machemont zelf waren de gevechten gewelddadig. In de stromende regen vielen de Fransen driemaal aan, dat gebeurde met de bajonet op het geweer en ze knokten zich van huis tot huis. In Écouvilleon namen de Fransen 42 Duitsers krijgsgevangen. De Franse troepen slaagden erin om de Duitse opmars bij Machemont af te stoppen.

 

Op 19 september 1914 begonnen de Duitsers zich terug te trekken. Op 23 september lagen de posities vast, beide legers groeven zich in. Ook hier was de loopgravenoorlog begonnen. Het Franse leger nam positie in de carrières van Montigny (ook gekend als la Machemontoise). Het Duitse leger bevond  zich recht tegenover de Fransen, in de steengroeve van La Botte, gelegen op de hoogten van Thiescourt. De Duitse troepen construeerden er galerijen, en dat vaak over meerdere niveaus. Ze hielden er zich schuil tot in 1917. De afstand tussen de Franse linie en de Duitsers bedroeg minder dan twee kilometer.

 

De steengroeven en de leefgebieden die nu bezet waren door militairen werden heringericht, men bouwde kantonnementen, commandoposten, hulpposten, keukens, kantines, kapellen… De carrières pasten goed in het defensieve loopgraaf systeem van beide legers, door het aanleggen van tunnels gingen de Duitsers zelfs nog een aantal steengroeven verlengen.

 

Aan Franse kant volgden er heel wat eenheden elkaar op. Een aantal van hen die hier verbleven waren o.a. het 11e en 295e R.I.T. (territoriale infanterie regimenten), het 149e en 408e R.I., het 8e regiment Zouaven, het 4e en 8e regiment Tirailleurs maar daarnaast verbleven er ook manschappen van het Légion Étrangère ( vreemdelingenlegioen) o.a. van de 5e compagnie, bij welk regiment de Compagnie hoorde is niet duidelijk.  Hun sterk, veel betekend motto:  "Passer .... Jamais!!" is een blijvende herinnering gebeiteld op de rotswand in de carriere.

 

 

De steengroeve werd een rustplaats voor militairen van alle rangen en standen. Wanneer de militairen vanuit de loopgraven naar hier kwamen vonden ze er een zekere rust en ontspanning. Machemont, die relatief gespaard bleef tijdens de bombardementen van 1914, werd beschouwd als een plek waar de 'poilus' toch een vleugje deugddoende tijd kon doorbrengen alvorens terug naar de frontlijn te trekken.. Anderen konden er profiteren van de nodige zorgen want er was ook militair hospitaal in de steengroeve. Gemiddeld verbleven er hier continu 500 Franse militairen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens de oorlog bleven de steengroeven in Frans bezit, zo kon men beter Compiègne en Parijs beschermen. Veel regimenten waren er ook op transit en trokken van hier naar de Marne, de Somme de Franse Ardennen of omgekeerd. Het front liep er over de hoogten van Montigny, de militaire aanwezigheid bleef er constant tot begin 1917. Tijdens het Duitse offensief in het voorjaar 1918 werd Machemont nagenoeg volledig vernietigd!

 

Na de oorlog kwamen nieuwe bewoners (burgers) zich instaleren in de steengroeve, een aantal mensen bleven er wonen tot in de jaren 1970. Maar toch is de aanwezigheid van de Franse poilus uit de Grote Oorlog er nu nog steeds duidelijk en frappant zichtbaar. We vinden er nog veel sculpturen, graffiti, oude schoenennagels en zelfs beenderen van slachtvee hier achtergelaten door de militaire beenhouwers. Vooral de vele sculpturen herinneren ons aan de militairen die hier verbleven. Onder hen bevonden zich ook twee bekende kunstenaars. Een van hen was Maréchal Léopold, die diende bij het 86e R.I. Hij  trachtte zonder al te vele militaire inzet de oorlog door te komen. Léopold was een vlotte verteller maar vooral was hij een goede tekenaar en aquarellist. Hij schilderde een aantal aquarellen die het dagelijks leven in de steengroeve van Montigny illustreren, vooral het werk van de mis gehouden in de plaatselijke kapel van  de groeve kreeg enige bekendheid. 

 

 

 

De tweede kunstenaar die hier verbleef was Cropait Marius, beter bekend als Marius Corpait, dat was zijn artiestennaam. In de groeve zijn enkele sculpturen, die hij tijdens zijn verblijf van 1 juni tot 20 december 1916 beeldhouwde bewaard gebleven. Ondermeer 'le lion terrassant le dragon' en 'Athéna symbol de la Victoire'. Hij signeerde deze sculpuren met M Corpait. Marius werd op 18 december 1877 geboren in Lyon. Van 1903 tot 1905 studeerde hij aan het conservatorium van Parijs en in 1906 maakte hij zijn debuut in het Opéra-Comique. Hij vertolkte er Ourrias in Gounod’s ‘‘Mireille’’. Voor de oorlog was hij dus operazanger, hij kwam echter ook aan de kost als zangleraar. In tegenstelling met Maréchal was hij wel een bezige militair die zich ook vaak als vrijwilliger aanmeldde. Toen de oorlog losbarstte diende Marius bij de 5e compagnie van het 11e (R.I.T.) Territoriaal Infanterie Regiment en kreeg er de job van fietsend verbindingsagent. Tijdens het uitvoeren van zijn functie werd hij op 26 september 1914, tijdens de hevige gevechten in Vaulx-Vraucourt (Pas-de-Calais), aan zijn gezicht verwond. Na zijn herstel, trok hij met zijn eenheid mee naar het Belgische front. Samen met andere Franse territoriale regimenten kwam zijn regiment er op de rechter IJzer oever terecht. Tot oktober 1915 bleef zijn eenheid, samen met de Zouaven en de Fusiliers Marins, Nieuwpoort verdedigen. Zij stonden er onder het bevel van de Franse admiraal Ronarc’h, die toen vooral bekendheid oogstte als de held van Diksmuide. Daarna trok Marius voor korte tijd naar Frankrijk, maar begin 1916 was hij al terug aan het Belgische front waar hij met zijn makkers van het 11e R.I.T. loopgraven moest graven in de sector Boezinge. In de periode van maart tot mei ’16 leed het territoriale regiment verliezen in de sectoren Het Sas en Steenstraate. Daarna keerde Marius Cropait terug, en dat voor de rest van de oorlog, naar het Franse front. Na zijn verblijf in de steengroeven van Montigny werd hij eind 1916 overgeplaatst naar het 20e escadron du Train (logistiek-transport). Hij zou de oorlog beëindigen als onderluitenant. Cropait Marius, alias Marius Corpait, overleed in 1955 te Puteaux.

 

 

 

 

Meer artikels
Ara Pacis Mundi. 02-05-2016
Medea Italië.

De Ara Pacis Mundi van Medea is een monument dat opgericht werd in 1951, deze symbolische herdenkingsplaats moet de doden van alle oorlogen memoreren, maar vooral die van de Tweede Wereldoorlog.

lees meer ...
Bunker Scott's Post. 25-09-2017
Polygoonbos (Zonnebeke) België.

Een belangrijk overblijfsel van de Groote Oorlog in het Polygoon bos is een Duitse bunker.

lees meer ...
Kerstmis in de loopgraven 25-12-2017
Ploegsteert ( Comines-Warneton ) België.

Na de val van het Russische leger op het Oostfront, ten gevolge van de Oktoberrevolutie, besloot het Duitse leger eind 1917 om aan het Westelijk Front over te gaan tot een beslissende actie.

lees meer ...