Polygoonbos  (Zonnebeke)  België.
New Zeeland Memorial & Maori.
Polygoonbos (Zonnebeke) België.

Toen Nieuw Zeeland door de Europeanen werd ontdekt, was het gebied bewoond door de Maori. Volgens hun overlevering waren zij niet de oorspronkelijke bewoners, deze kwamen er enkele eeuwen eerder dan de Europeanen en verdrongen er de eigenlijke en oorspronkelijke bewoners. Sommige bronnen melden dat de Maori's al in de vroege middeleeuwen naar Nieuw-Zeeland kwamen. Volgens hun eigen verhalen woonden ze oorspronkelijk op Hawaiki en voeren ze in waka's (grote boten) weg, op zoek naar eten en nieuw land. In de eerste helft van de 18e eeuw kwamen er meer Europeanen naar Nieuw-Zeeland, die zouden een grote invloed op hebben op de Maori’s. De diverse Maori stammen maakten onderling vaak ruzie en voerden ook oorlog met elkaar. Door hun stammenoorlogen en door verschillende ziekten meegebracht door de Europeanen,stierven er steeds meer Maori's. In 1896 waren ze nog maar 42.000.

 

Toen in 1914 de oorlog uitbrak, reageerden de Maori-leiders op verschillende manieren. Sommigen voerden een totale oppositie tegen het inlijven van de Maori’s. Anderen waren de rekrutering van Maorisoldaten wel gunstig gezind en organiseerden zelf wervingsbijeenkomsten en wervingsbureaus, die rekruteringen vonden vooral plaats in de Waikato regio van Ngāti Maniapoto en aan de oostkust in de Ngāti Porou regio. Hun wervingscampagne was bijzonder succesvol in Ngāti Porou, deze leverde genoeg mannen om een eigen compagnie te vormen binnen het bataljon. Sommige compagnies werden aangevuld met rekruten van de Cookeilanden en Niue.

 

De belangrijkste Nieuw-Zeelandse eenheid waarin de meeste Maori tijdens de oorlog in dienden was het New Zealand (Maori) Pioneer Battalion of het Native Contingent and Pioneer Battalion van het de Nieuw-Zeelandse expeditie macht. Het bataljon werd opgericht in 1915. De eenheid vertrok in februari 1915 vanuit Nieuw-Zeeland richting Egypte waarna het na haar opleiding voor garnizoensdienst naar Malta vertrok. Ten gevolge van de toenemende verliezen bij de Nieuw-Zeelanders, die deel uitmaakten van de ANZAC troepen tijdens de strijd op het Turkse schiereiland Gallipoli werd het bataljon naar Anzac Cove (de plaats v.d. Australisch-Nieuw-Zeelandse landing op 25 april 1915) gestuurd, waar het op 3 juli 1915 aankwam. Daar werden de Maori’s toegevoegd aan de New Zealand Mounted Rifles en werden er als pioniers (genietroepen) ingezet. In deze periode werd het bataljon herbenoemd als het New Zealand (Māori) Pioneer Battalion. Er deden ook nog andere Maori dienst in andere bataljons. Ook een aantal Maori vrouwen meldden zich aan voor de dienst. 640 vrouwen namen vrijwillig dienst als verpleegster. Zeventien vrijwilligsters zouden hun engagement niet overleven, tien van hen verdronken toen het hospitaalschip de Marquette zonk.

 

Het nieuw gevormde Nieuw-Zeelandse pionier bataljon kwam in april 1916 in het Franse Marseille aan en was eind augustus de eerste eenheid van de Nieuw-Zeelandse divisie die naar het slagveld van de Somme trok. Die slag was begonnen op 1 juli 1916 en zorgde voor afschuwelijke verliezen bij de Britten. Het New Zealand (Māori) Pioneer Battalion werd vooruit gestuurd om er de komst van de rest van de Nieuw-Zeelanders voor te bereiden. De pioniers begonnen er met te werken aan een 8-km lange verbindingsloopgraaf. Deze loopgraf werd omgedoopt tot 'Turk Lane' en leidde de mannen tot in de frontlinie. Sommige infanteristen beschreven deze loopgraaf als een meesterwerk, maar dit werk kwam er tegen een zware prijs. De pioniers hadden er met pikhouweel en spade gezwoegd onder een constant en zwaar artillerievuur! Ze voltooiden er hun missie op 16 september, rond middernacht.

Samen met de verbindingsloopgraaf Vis Alley werd Turk Lane een deel van een 2 meter diepe 'slagader' die de mannen die zich verplaatsen van en naar de frontlinie enige dekking gaf. Naast het graven van loopgraven, bouwen van schuilplaatsen en het aanleggen van smalsporen moesten de Maori pioniers er ook nog een hele waaier van andere taken vervullen, vaak waren dit onaangename klussen. Zo werden er op 25 augustus 1916 mannen van het pionier bataljon gebruikt als executiepeloton. Zij moesten Private (soldaat) Frank Hughes die diende bij het Canterbury Battalion executeren! Hughes was veroordeeld voor desertie en het ontwijken van de dienst. Hij was de eerste van vijf Nieuw-Zeelanders die zouden geëxecuteerd worden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

 

In 1917 zou het bataljon nog o.a. deelnemen aan de Mesenslag (Messines Ridge), waarbij het 155 gewonden en 17 doden te betreuren had, en aan de gevechten bij Arras. Aan het eind van de oorlog hadden 2.227 Maori’s en 458 Zuidzee-eilandbewoners in dit bataljon gediend, 336 van hen werden gedood en 734 gewond. Ook bij andere eenheden kwamen er Maori’s om het leven. Na de oorlog reisde het bataljon als een volwaardige eenheid terug naar Nieuw-Zeeland, en begon er met een rondreis door het land.

 

Met de komst van de Europeanen naar Nieuw-Zeeland werden vele Maori's bekeerd tot het christendom, maar enkele Maori leiders hielden zich vast aan de oude waarden en normen en hebben ervoor gezorgd dat de oude cultuur niet verloren ging. Deze oude gebruiken speelden tijdens de oorlog, maar ook zeker nu nog en dat vooral tijdens herdenkingsplechtigheden een zeer voorname rol. De Maori's kennen veel verschillende volksoverleveringen en mythen, daarin spelen hun voorvaders vaak de hoofdrol. Deze voorvaders zijn voor de Maori's hun goden, en zij aanbidden die op verschillende wijzen. Doordat Nieuw Zeeland zo afgelegen lag ontwikkelden de eerste bewoners, de Maori, een unieke eigen cultuur. Veel van de begrippen uit deze cultuur zijn moeilijk goed over te brengen aan mensen die niet zelf in de cultuur hebben geleefd en de taal kennen. De Maori-mythologie bestaat uit een uitgebreide verzameling legenden die hoofdzakelijk met de schepping te maken hebben en het ontwikkelingsniveau en het geloof van dit volk diepgaand beïnvloed. De wortels van de Maori-mythologie liggen in Polynesië. De eerste Europeanen die met de mythologie van de Maori kennismaakten waren missionarissen. Zij beoordeelden de godsdienst en de rituelen van de Maori over het algemeen als kinderachtig, soms associeerden ze deze gebruiken zelfs met de duivel. Verwantschap was zeer belangrijk voor de Maori, hun genealogie was hun visitekaartje. Daarnaast haalden ze spirituele kracht en leiding bij hun voorouders. Bij sommige bijeenkomsten werd er een leer gereciteerd en die staat bekend onder de term 'Whakapapa'.

 

 

De mythologie van de Maori kent drie hoofdvormen:

 

  • Mondelinge geschiedenis: De Whakapapa was in de mondelinge overlevering van de Maori goed ontwikkeld en diende verschillende functies zoals het verklaren van het ontstaan van goden, mensen en dieren, het creëren van een universele tijdschaal evenals het verenigen van goden en legendarische figuren met het gewone volk. In sommige versies van deze genealogieën werd de evolutie van het heelal gekoppeld aan een duistere periode (pō) of een periode van leegte (kore), al dan niet gevolgd door en periode van licht (ao). In andere versies wordt gebruikgemaakt van andere metaforen om deze evolutie te beschrijven, bijvoorbeeld een boom die steeds nieuwe uitlopers krijgt of een kind dat nog in de schoot van zijn moeder ligt. Door het aanhalen van bepaalde citaten gaf de verteller van deze genealogieën blijk van zijn contact met de beschreven karakters, wat hem tegelijkertijd het recht van spreken gaf.

 

  • Poëzie: De poëzie van de Maori werd vrijwel uitsluitend gezongen, hierbij speelde de versmaat een veel belangrijker rol dan de taalkundige aspecten. Zaken als rijm en assonantie speelden geen enkele rol. Typerend aan de Maori-poëzie waren de talrijke woordherhalingen, het veelvuldig gebruik van synoniemen en het gebruik van archaïsmen zonder duidelijk omschreven betekenis.

 

  • Proza: Het grootste deel van de Maori mythologie bestaat uit verhalend proza over bijvoorbeeld esoterische of als heilig beschouwde onderwerpen, die vooral tijdens lange winteravond werden verteld. Deze verhalen dienden niet alleen ter vermaak maar ook om zaken als de herkomst van het vuur en de dood te verklaren.

 

De Maori-mythologie laat zich ook onderverdelen in subcategorieën.

 

Ook tatoeages speelden een belangrijke rol in de cultuur van de Maori. Tatoeages waren een teken van status voor de Maori en iemand zonder tatoeages werd als een persoon zonder sociale status beschouwd. Omdat het hoofd als het meest heilige deel van een lichaam werd gezien waren gezichtstatoeages dan ook zeer geliefd.

 

Ook het voeren van oorlog was bij de Maori aan een groot aantal rituelen onderhevig, en er waren aanhoudend oorlogen gaande tussen de diverse stammen. Rituelen die deel uitmaakten van het oorlogsproces waren de haka, de oorlogsdansen. Eén type werd uitgevoerd zonder wapens, het andere met wapens. En dan was er nog een soort van bijeenzijn dat de oorlog voorafging: de taua, dit werd opgedragen aan de god van de oorlog Tumatauenga. De krijgers waren onder een streng tapu, gedurende de taua en de daarna komende oorlog. Dat tapu moest na de strijd weer ongedaan gemaakt worden door een uitgebreid reinigingsritueel. De meeste oorlogen werden gevoerd tussen eind november en begin april, de zomer, wanneer er voldoende voedsel was om voor langere tijd op pad te gaan. De groep krijgers bestond uit 70 tot 140 mannen, het aantal dat een flinke oorlogskano (waka taua) kon bemannen.

 

De Maori (Nieuw-Zeeland) begroeven hun doden met het ei van een moa (kip)in één hand.

 

 

 

Meer artikels
Etaples Military Cemetery. 01-01-2018
Etaples Frankrijk.

Etaples Military Cemetery is met ruim 11.500 slachtoffers de grootste begraafplaats van het Gemenebest op Frans grondgebied.

lees meer ...
Lijssenthoek Military Cemetery. 20-08-2018
Poperinge België.

Op de Britse begraafplaats te Lijssenthoek werden ook Amerikaanse militairen uit WO1 begraven.

lees meer ...
Tank Cemetery. 19-03-2018
Guemappe Frankrijk.

Het dorpje Guemappe ligt in het departement Pas-de-Calais, 800 meter ten zuidwesten van de hoofdweg van Arras naar Cambrai.

lees meer ...