Westvleteren ( Vleteren ) België.
Belgische Militaire Begraafplaats Westvleteren.
Westvleteren ( Vleteren ) België.

De militaire begraafplaats van Westvleteren werd aangelegd in de herfst van 1914 toen de Franse militaire overheid haar graven van in de sector Boezinge hier groepeerde. “Op het kerkhof van Westvleteren heb ik ze zien liggen, in de grote gemeenschappelijke put, de vroegere rode broeken en de blauwe turco’s, gesneuveld bij het Veerhuisla Maison du Passeur, ginder aan de Ieperlee. Gesneuveld, in de aarde gestopt, ongekend en vergeten voor immer. En zo zijn er duizenden, miljoenen! Heer, zo de mensen onmeedogend zijn, weest Gij toch barmhartig”.Dat noteerde student Jeroom Leuridan uit het naburige Oostvleteren op 20 april 1915 in zijn dagboek. De ‘rode broeken’ verwijzen naar Franse soldaten, de ‘blauwe turco’s’ naar de Algerijnen die met de Fransen meegevochten hadden aan de Ieperlee, een zijrivier van de IJzer. 

 

 

Later, in 1915, werd de meisjesschool naast de begraafplaats door de Belgen ingericht tot medische post. Westvleteren lag toen in het rustkantonnement van de sector Fort Knokke-Driegrachten (later Noordschote, Merkem). Het front lag 8km verder, meer naar het oosten, aan de Ieperlee. Het dorp Westvleteren lag op een medische evacuatielijn. De gewonden werden naar gelang de ernst van hun verwondingen in etappes naar het achterland vervoerd. Ze vertrokken vanuit een primitieve hulppost aan het front en arriveerden, als ze tocht overleefden, in een goed uitgebouwd hospitaal ver achter het front.

 

In de periode juni - september 1916 werden in het perk vooraan links (perk A) vooral militairen van de 5de Legerdivisie begraven. In de periode oktober 1916 tot februari 1917 werd perk C, vooraan rechts dan aangelegd, hier kwamen voornamelijk mannen van de 5de  en 6de  Legerdivisie te liggen. In de periode maart 1917  tot  juli 1917 werd perk B, achteraan links, aangelegd,  hier  werden weer voornamelijk manschappen van de 5de  Legerdivisie te ruste gelegd . Perk D (achteraan centraal) werd vanaf augustus 1917 aangelegd, perk F en E (uiterst rechts) vanaf april 1918. In perk F liggen vooral manschappen van de 3de Legerdivisie, zij kwamen om ten gevolge van de Slag bij Merkem (17 april 1918). De laatste oorlogsgraven dateren van het Geallieerd Eindoffensief (perk E).

 

Na de oorlog bij het opkuisen van de frontstreek werden de Belgische doden, verzameld uit de slagvelden ten westen van de weg Ieper-Diksmuide, naar hier overgebracht. Ook de 135 Belgische graven van op het burgerlijk kerkhof van Westvleteren werden naar hier verplaatst. Intussen vonden er ook ontgravingen plaats, de stoffelijke resten van de Fransen werden gerepatrieerd, terwijl er ook enkele Belgen herbegraven werden in hun woonplaats. In juni 1923 kocht het Ministerie van Landsverdediging de grond, die in feite privaat bezit was, aan. In 1924-1925 werd de wirwar van graftekens er vervangen door de eenvormige officiële Belgische grafstenen. Op vraag van de familie bleven er wel 14 Heldenhuldezerkjes staan. De korporaal de Waepenaert heeft een dubbele grafsteen: één officiële en één private. Tussen de Belgen rust er ook één Brit, kanonnier L. Kennedy, onder een Britse grafsteen.

 

 

 

Vóór hun overbrenging naar de crypte van de IJzertoren (21 augustus 1932), lagen ook Renaat De Rudder en de gebroeders Van Raemdonck met Amé Fiévez (de grafsteen van deze laatste staat er nog) hier begraven. De 3de IJzerbedevaart, op 27 augustus 1922, trok naar het graf van Renaat De Rudder. Adjudant Charles Dresse, die een monument heeft in Poelkapelle, ligt hier eveneens begraven. In 1968 werd de Belgische militaire begraafplaats van Westvleteren uitgebreid met 123 bijzettingen van de opgeheven Belgische militaire begraafplaats van Reninge. Vandaag liggen er 1208 doden begraven, waarvan er 2 herdacht worden. 33 onder hen konden niet meer geïdentificeerd worden.

 

Honderd jaar geleden, tussen 14 en 30 december 1916 werd de strijd aan het zogezegde rustige Belgisch front vooral uitgevochten door de artillerie. De 14e december waren er kanonduels ten noorden van Diksmuide, in de streek van Steenstrate en van Het Sas. Nachtelijke patrouilles werden door het kanonvuur tegengehouden. Twee dagen later, de 16e, woede er een heftige artilleriestrijd in de regio Diksmuide en naar Steenstrate toe. Op 18 december kreeg Steenstrate en het gebied iets meer ten noorden gelegen het weer hard te verduren van de Duitse artillerie. Al in de loop van de vorige week was er voor Diksmuide een felle toenemende bedrijvigheid door de gewone- en de loopgraafartillerie waargenomen. Dat zorgde voor een vinnig duel waarbij het Belgische geschut er in lukte om schade toe te brengen aan de Duitse posities, maar omgekeerd zal dat ook wel zo geweest zijn! Om nog een beter resultaat te behalen richtte men nu alle Belgische stukken van diverse kalibers, met een roffelvuur, op de Duitse verdedigingslinie van de regio Diksmuide. Dat gebeurde heel doelmatig. Ook in de sectoren van Steenstrate en Het Sas werden er dagelijks gedeeltelijke artillerie en loopgravenartillerie duels uitgevochten. Iedere nacht was er een aanhoudend geweer en mitrailleurvuur te horen, vooral bij Steenstrate. Elke nacht probeerden Duitse patrouilles de vooruit geschoven posten van Oud-Stuyvekenskerke en de omgeving van het Veerhuis te naderen. Maar de vijand werd er gemakkelijk, doormiddel van geweervuur en handgranaten, teruggedreven. In die periode was het slecht en nevelachtig weer, dat belemmerde er nagenoeg alle bedrijvigheid van de Belgische vliegeniers. Op 21 december was er opnieuw een actie van de artillerie, ditmaal bij Lizerne en ook weer bij Steenstrate. Twee dagen later vuurden de artilleristen hun obussen af op Diksmuide, Steenstrate en Boezinge. In die zelfde week van 16 tot 22 december 1916, was de Duitse artillerie tamelijk bedrijvig geweest  en had ze de omving van Steenstrate, Lizerne  en de Belgische posten aan de Ieperlee, Kaaskerke evenals de loopgraven voor Diksmuide bestookt. De Belgische kanonniers hadden hier telkens weer krachtig op gereageerd. In de nacht van 21 op 22 december poogden de Duitsers om een van de luisterposten bij het Veerhuis te verassen en te bemachtigen, doch hun actie kende geen succes. De Belgische kanonnen beschoten in de loop van diezelfde week ook de Duitse posities bij Zarren en Merkem. Ondanks het mistig weer en de aanhoudende regen hadden de luchtstrijdkrachten nu de artillerie wel flink geholpen bij het inschieten op de verre dracht. De piloten hadden meer dan 20 verre jachtvluchten boven de vijandelijke linies uitgevoerd. Rond kerst ging het er blijkbaar wat rustiger aan toe, maar vanaf de 26e december hervatte men er de gewone artilleriebedrijvigheid. De 26e barstte er een vinnige artilleriestrijd los aan de rechter frontkant en dat vooral bij Diksmuide en bij Het Sas. Die nacht werd ten noorden van Steenstrate een Duitse patrouille verjaagd, hierbij werden er verliezen geleden.

 

Meer dan drie jaar lang stopte dit zogezegde 'rustige front' hier elke aanval met een nog nooit geziene vernietiging van jonge levens die pas begonnen waren. Eén van de jongens die in die eindejaar periode van 1916 sneuvelde was soldaat 2e klas Dupont Joseph Jules Gaston. Hij werd geboren in Antwerpen op 29/01/1893 en diende als brancardier bij de 6e compagnie van het 2e  Jagers te Voet en sneuvelde op 20/12/1916 bij Boezinge aan Het Sas. Hij kreeg er een obusscherf in het hoofd. Joseph die tot de klasse 1913 behoorde was voor zijn militaire periode geestelijke bij de Congregatie van de Allerheiligste Verlosser (Congregatio Sanctissimi Redemptoris).Nu rust hij op de Belgische Militaire Begraafplaats van Westvleteren in graf n° 0396.

 

 

 

Meer artikels
The Brooding Soldier. 20-04-2015
Sint-Juliaan (Langemark-Poelkapelle) België

Op 22 april 1915 ontketenden de Duitsers in de regio van Poelkapelle - Langemark een aanval op het diepste punt van de Ieperboog.

lees meer ...
Resten van een Frans Monument. 01-06-2015
Morto Bay Turkije.

De op 18 maart 1915 gevormde 5/15 compagnie van het 2e Franse Genie Regiment (onder bevel van kapitein Varnier) bestond uit 3 officieren, 20 onderofficieren, 17 korporaals, 213 sappeurs-mineurs, 1 brigadier en 16 sappeurs-chauffeurs.

lees meer ...
Graf Majoor Binbasi Zeynel Abidin Bey. 24-04-2017
Yalova Turkije.

Op de dorpsbegraafplaats van het dorp Yalova rusten er naast de lokale bevolking ook een aantal Turkse militairen die overleden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

lees meer ...