Londen Verenigd Koninkrijk.
Southwark War Memorial.
Londen Verenigd Koninkrijk.

Wanneer we spreken over “Londen in oorlog” dan denken de meesten bij ons direct aan World War II, aan de Blitz, aan de Duitse bombardementen op de Britse hoofdstad tijdens de slag om Engeland en later. Het denkbeeld aan Londen in oorlogstijd wordt terecht overheerst door dit immense drama, en dit in zoverre dat men het zich moeilijk kan voorstellen dat de hoofdstad en haar inwoners toch ook door de Eerste Wereldoorlog op een bepaalde manier getroffen werden. Ja, ook de Londenaren deelden in de ellende en de offers die verbonden waren aan de Great War, de afschuwelijkste van alle Britse oorlogen.

 

Toen op dinsdag 4 augustus 1914 om 23 uur de oorlog werd verklaard, veranderde de Britse hoofdstad in de uitvalsbasis van het alsmaar groter wordende monster van de totale oorlog. De Londenaren werden er nagenoeg zonder exceptie met huid en haar door opgeslokt. Het leven in de stad werd er compleet gedomineerd door de oorlog. Alles veranderde! Londen was in’14 de hoofdstad van een Brits Rijk die toen nog een meer overheersende rol speelde dan het dat nog deed bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, en dat had een impact, zowel in het land als in het gehele Britse Rijk. De meeste oorlogsactiviteiten van zowel het land als het Rijk en dat op vrijwel ieder krijgstoneel werden vanuit Londen gestuurd. Een groot deel van de munitie werd er gefabriceerd. Bijna elke Britse militair die op weg was naar het front, trok door Londen en de meesten verbleven er ook een tijdje. Honderdduizenden militairen uit Australië en Nieuw-Zeeland, Canada, de VS en ook uit België bezochten er de trekpleisters van de stad. Gewonden werden vanuit Frankrijk en België, en zelfs vanuit Gallipoli en Mesopotamië, naar Londen overgebracht. Ook vluchtelingen uit de door de oorlog getroffen gebieden zochten hun heil in Londen en probeerden er een nieuw leven te beginnen.

 

Al van bij het uitbreken van de oorlog bleek dat de Londense mannen tot de meest enthousiaste groepen behoorde die zich vrijwillig bij het leger aanmeldden. Het merendeel van die vrijwilligers waren arbeiders, dat kwam omdat de meeste jonge mannen in Londen tot de arbeidersklasse behoorden. Maar om tal van redenen was het toch de lagere middenklasse en die daarboven die oververtegenwoordigd waren, vooral in Londen.De Londense arbeiders waren over het algemeen minder goed gevoed en ook minder gezond dan de middenklasse. De fysieke conditie van de Londense arbeidersklasse was in 1914 zo slecht dat velen niet voldeden aan de strenge legernormen die toen werden opgelegd. Bijvoorbeeld: tijdens een werving in het Londense East End, in september 1914, gaven 150 mannen zich op als vrijwilliger. Slechts vijftien van hen geraakten door de eerste medische keuring, de rest werd naar huis gestuurd. Maar de oorlog sleepte langer aan dan verwacht en daarom zouden de vereisten alsmaar verder afgezwakt worden. De lagere middenklasse was over het algemeen toch beter gevoed en waarschijnlijk speelde de oververtegenwoordiging van de Londense middenklasse dan ook een rol in het relatief hoge rekruteringsaantal bij de Londense mannen van de in aanmerking komende leeftijd, op 12 november 1914 telde men er 107.000 rekruten.

 

Doch niet alle Londense mannen met de geschikte militaire leeftijd kwamen in aanmerking om te gaan strijden want een beduidend deel van de Londense bevolking bestond immers uit migranten. Londen oefende immers een aantrekkingskracht uit op de jonge en werkende klasse uit de landen van het Britse Rijk of de Engelse provincies. Maar gedurende de laatste dertig jaar trok Londen ook meer en meer Europeanen aan. De grootste van deze bevolkingsgroep bestond uit Russen en Russische Polen, voornamelijk Joden, die vooral in het Londense East End samenstroomden. De tweede grootste migrantengroep waren veruit de Duitsers. Ze waren met meer dan 30 000 in het graafschap Londen en met 5.000 of meer in de buitenwijken. Twee op drie van hen waren mannen. Aan deze Duitstalige minderheid in Londen moest men nog een 10 000 tal inwijkelingen uit Oostenrijk-Hongarije, voornamelijk Oostenrijkers, toevoegen. Ze waren veel talrijker dan de Fransen en de Italianen.

 

 

De Duitsers hadden zich al gedurende een lange tijd in East End en in West End gesetteld. Er leefden ook gemeenschappen in alle voorsteden rond de hoofdstad. Charlotte Street, ten westen van Tottenham Court Road, was de slagader van West End en stond bekend als “Charlottenstrasse”. In Londen waren er een twaalftal Duitse kerken, een Duits korps van het Leger des Heils, een Duits ziekenhuis, twee Duitstalige kranten, een groot Duits gymnasium bij King’s Cross en verenigingen allerhande. Duitse handelaars, effectenmakelaars en bankiers hadden in Londen een belangrijke niche gecreëerd. Geen enkele allochtone gemeenschap was beter geïntegreerd dan de Duitsers, dankzij het hoge percentage gemengde huwelijken met Britse vrouwen en hun bereidheid om in Londen te blijven in plaats van terug te keren naar de “heimat”, maar in augustus 1914 zou dat allemaal veranderen. Het uitbreken van de oorlog tegen Duitsland bracht een procedure op gang waarbij elke Duitse invloed op het Londense leven werd uitgeroeid! Overal werden de in Duitsland geboren Londenaren ontslagen. Zelfs prins Lodewijk van Battenberg (later Mountbatten), de First Sea Lord, werd door toedoen van de pers, door afgunstige opponenten en door een toevloed van ondertekende en anonieme brieven waarin men zijn ontslag eiste, verplicht om de Admiraliteit te verlaten. Duitse familienamen werden verengelst of achterwege gelaten. Ook pubs veranderden van naam zo werd bijv. de voorheen populaire Londense pub in Tooley Street “The King of Prussia” veranderd in de “The King of Belgium”. In de metropool voerden de inwoners campagne voor de verwijdering van de Germaanse smet uit hun straatnamen, zo werd de Wiesbaden Road in Stoke Newington omgedoopt tot Belgrade Road. Dat alles veroorzaakte veel ellende en het leidde tot een groot aantal vervolgingen van Duitsers. In september 1914 verschenen er ook een paar persberichten over de zelfmoord van Duitse Londenaren die van de ene dag op de andere vreemdelingen waren geworden!

 

Direct na de oorlogsverklaring ontstonden er in de armere winkelstraten van Londen haarden van sporadisch geweld tegen de Duitse winkeliers. Tegen eind ‘14 werd de situatie nog erger en volgden er collectieve geweldplegingen. Slagerijen en bakkerijen werden vernield en geplunderd, winkeliers vluchtten met hun gezin ter bescherming naar vriendelijke Engelse buren. Men ging er zo driest te werk dat de politie er de hulp van het leger moest inroepen. Deze verontrustende rellen waren plaatselijk mede ontstaan door de aankomst van Belgische vluchtelingen in Zuid-Londen. De ontheemden waren na de val van Antwerpen op de vlucht geslagen en waren in Londen aangekomen met weinig meer dan de kleren die ze droegen.

 

Door het torpederen van de RMS Lusitania, een oceaanstomer, op vrijdag 7 mei 1915 werd de toestand nog erger! Bij het kelderen van de Lusitania, kwamen er 1.198 opvarenden om het leven, onder hen veel vrouwen en kinderen en 124 Amerikaanse staatsburgers. Het vreselijk nieuws bereikte Londen via de avondkranten. In het weekend van 8 en 9 mei braken er zware anti-Duitse rellen uit in Liverpool, de thuishaven van de Lusitania. Enkele  dagen erna vielen de Londense Duitsers dan  ten prooi aan een gewelddadige razernij die op 11 mei begon in Canning Town, West Ham en andere delen van Oost-Londen en op woensdag 12 mei stonden heel veel plaatsen in Londen in vuur en vlam. Het werd de ergste uitbarsting van geweld tegen de Duitsers in Londen, later waren er ook nog wel, vooral na luchtaanvallen door zeppelins, sporadische gewelduitbraken. Aanvallen van Duitse zeppelins kostten ongeveer 700 mensen het leven. Officieel werd er de hele oorlog actie tegen hen ondernomen dat gebeurde door de internering van mannen tot zelfs ver boven de mobilisatieleeftijd, en de repatriëring van duizenden Duitse mannen, vrouwen en kinderen naar Nederland.

 

 

Natuurlijk nam de haat tegen de Duitsers ook toe door het verdriet dat de Londenaren leden door het verlies van hun dierbaren die ergens aan het front actief waren. Ook voor de oorlog was de hoofdstad van het British Empire al rijk bezaaid met herdenkingsmonumenten, niet verwonderlijk als men hun rijk gevulde geschiedenis naleest! Na 11 november 1918 zouden er nog een pak nieuwe War Memorials bijkomen, zowel grootse als bescheiden kleinere exemplaren. Ook ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van het uitbarsten van dit toen ondenkbaar groots wereldconflict werden er in Londen in 2014 nieuwe gedenktekens geplaatst. Zo werd er op 31 juli 2014, in de Borough High Street, een mooie War Memorial onthuld die de in de grote oorlog omgekomen mannen van St. Saviours Southwark herdenkt. Maar in het hart van het Londense East End (Bethnal Green om precies te zijn) in de rustige Cyprus Street, vinden we een gedenkteken die enigszins anders is... hoewel de gedenktekens vergelijkbaar met die van in Cyprus Street werden een collectief zicht in Groot-Brittannië.   Het waren en zijn onofficiële heiligdommen ter ere aan lokale mannen die gedood waren in de strijd. Deze gedenktekens werden gebouwd op een tijdelijke basis en werden later, in de jaren na de wapenstilstand, dan vaak vervangen door grotere, officiële monumenten. De herdenkingsplaquette in Cyprus Street werd oorspronkelijk betaald door de hertog van Wellington, ontslagen en gedemobiliseerde soldaten en door matrozen. In de jaren 1960, toen de lokale woningbouwvereniging besloot om op de site van het monument een modern flatgebouw neer te poten, ging het Cyprus Street memorial bijna voorgoed verloren. Tijdens de sloop van het huis waarop de gedenksteen was aangebracht werd de plaquette beschadigd. Gelukkig werden de stukken gered en in een kroeg ter bewaring afgeven. Na deze wrede aanslag, richtte de lokale huurdersvereniging een fonds op die ervoor zorgde dat er replica van het monument kon gemaakt worden, dat is de versie die men er vandaag kan zien. Die werd aangebracht op een huis dat op korte afstand gelegen is van de oorspronkelijke locatie. De memorial op Cyprus Street herdenkt zo haar 26 straatbewoners die sneuvelden in de Grote Oorlog. Geen enkele andere Londense straat had zoveel doden te betreuren! Vandaag, wordt het Cyprus Street memorial liefdevol onderhouden door twee oudere bewoners, dat zijn Ron Sale en Dave Stanley, zij hopen dat hun werk zal worden verdergezet, wanneer zij er niet meer zijn.

 

 

Meer artikels
Hurlus 'village détruit'. 16-02-2015
Hurlus Frankrijk.

De loopgravenoorlog zorgde ervoor dat de strijd aan het westelijke front vastliep. Na verschillende mislukte Britse en Franse plaatselijke doorbraakpogingen begin 1915, planden ze een gezamenlijk groot offensief in de Franse Champagnestreek.

lees meer ...
Bocchetta del Cannone. 09-01-2017
Care Alto ( Adamello) Italië.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog trok het westelijke uiteinde van het Italiaans-Oostenrijkse front door de twee imposante bergketens, Ortles-Cevedale en Adamello-Presanella.

lees meer ...
Poppies in de Vlaamse velden. 13-06-2016
Geluveld ( Zonnebeke) België.

 

In 1916 speelde het zwaartepunt van de oorlog zich vooral af in Frankrijk, bij Verdun en in de Somme.

lees meer ...