Zonnebeke België.
Black Watch.
Zonnebeke België.

De rijke geschiedenis van het Schotse Black Watch Regiment vindt haar oorsprong in 1725. De eerste gevechtsoperatie van het regiment vond plaats in België, in 1745 streed het mee in de slag bij Fontenoy. Het Schotse regiment vocht ook mee in een aantal grote veldslagen van de napoleontische oorlogen, waaronder ook in de Slag bij Waterloo ( 1815) waar het 73e  bataljon zich in de meest intense gevechten bevond en er 289 man verloor. The Black Watch nam als onderdeel van de Highland Division ook deel aan de Krimoorlog (1854 tot 1856 ) en aan de Tweede Boerenoorlog (1899 tot 1902).  De naam van het regiment komt voort van de donkere kilt die de manschappen droegen en van hun rol als wachters over de Schotse Hooglanden.

 

Gedurende de Grote Oorlog vochten er 25 bataljons van de Black Watch mee in de strijd, en dat deden ze hoofdzakelijk in Frankrijk en Vlaanderen. Blijkbaar waren de Duitsers nogal onder de indruk van de gevechtsstijl van schotten en gaven hen de bijnaam "Ladies from Hell".

 

In de loopgraven aan het front was de aflossing van troepen vaak een risicovol gebeuren. Op het ogenblik waarop twee eenheden in de frontlijn van plaats wisselden heerste er onvermijdelijk enige wanorde en drukte. Terwijl de afgeloste mannen er zo snel mogelijk weg wilden probeerden de nieuwkomers hun weg te vinden in hun nieuwe te verdedigen frontlijn. Op die aflossingsmomenten waren de loopgraven uiteraard dichtbevolkt en indien de vijand dit bemerkte dan werden die posities een aanlokkelijk doelwit voor hun artillerie. En zo het gebeurde het dan ook in de nacht van 12 januari 1917. Het Schotse  4/5e bataljon ( 4/5th  Angus and Dundee Battalion) Black Watch (Royal Highlanders) vertrok van aan de oever van de Ieperlee om het 16th Battalion Kings Royal Rifle Corps dat zich in de loopraven aan de Potijze  bevond te gaan aflossen. Hun tocht naar de frontlijn verliep er onder een regen van exploderende artilleriegranaten. Twee van de Schotse compagnies werden op de Meenseweg, bij het gevreesde wegenknooppunt Helfire Corner ( Hellevuur Hoek, nu is het de grootste rotonde van Ieper waar de Kruiskalsijdestraat, Zuiderring, Zillebekevoetweg, Maaldestedestraat en de Meenseweg op uitkomen) in open veld onder vuur genomen. De Duitse eenheden lagen er hoger gestationeerd ten noordoosten en zuidoosten van het knooppunt, zo hadden ze een goed zicht. Deze plaats werd dan ook geregeld zwaar bestookt door de Duitse artillerie, vandaar de naam Hellfire Corner. 

 

 

Ook de mannen van het afgeloste Rifle Corps konden er maar met de grootste moeite wegkomen. In de annalen van de historiek van “The  Black Watch”  staat  er te lezen  dat die dag het aantal doden en gewonden er gezien de omstandigheden verassend laag was, of de familie van Lance Sergeant (dienstdoend sergeant) William Smith uit Forfar en zijn drie kameraden ( Pte McAulay J, Pte Galbraith D en Pte Campbell Geoffrey William ) het daar mee eens zullen geweest zijn is een andere vraag! De 4 mannen sneuvelden op12 januari en liggen begraven op Vlamertinghe Military Cemetery.

 

Nog in de loop van de zelfde maand zou het 4/5e bataljon, dat nog steeds in de Ieperboog verbleef, nog manschappen verliezen.

 

In de aanvang van 1917 was de middeleeuwse stad Ieper al veranderd in een puinhoop. In de historiek van de 50e (Northumbrian) Infanteriedivisie werd de stad als volgt beschreven: “Als je van de vestingen van Ieper oostwaarts keek, zag je een rokend landschap, alsof verschillende reusachtige kookketels rookkringetjes naar de hemel stuurden, zo vaak sloegen er granaten in. In de stad zelf had de dood zijn intrek genomen. In de straten hing er niemand rond, gedurende de dag waren ze, op het afschuwelijke gebrul van inslaande granaten na, stil en verlaten. Plekken als de Menenpoort en de Rijselpoort werden geschuwd en gemeden als waren het plaatsen waar de pest heerste, dat kwam omdat de Duitse artilleristen ze regelmatig onder vuur namen en “poort” was overigens al lang een verkeerde benaming! Zelfs nu was Ieper vreselijk spookachtig…”  Eén van de nog weinige betrekkelijk veilige stekken in de stad was de gevangenis aan de Elverdingsestraat. De Ieperse gevangenis was een plomp, stevig en onaantrekkelijk gebouw uit de 19e eeuw maar bood de hele oorlog door wel beschutting en accommodatie aan troepen op rust en administratieve eenheden waaronder ook het bureau van de Town Major.

 

Op 18 januari 1917 kwamen de manschappen van het 4/5e bataljon Black Watch terug van de loopgraven in de buurt van de Potijze en mochten op rust in de gevangenis. Hoewel het dak van het gebouw toen grotendeels verdwenen was, waren de oude cellen en kelders nog intact en boden die meestal een goede bescherming. Hoewel ‘goede bescherming‘ was een relatief begrip in Ieper, men kon er immers nergens de absolute veiligheid vinden noch garanderen.

 

Op 24 januari 1917 werd de gevangenis door de Duitsers bestookt, blijkbaar waren ze goed op de hoogte waarvoor het oude gebouw gebruikt werd, twee voltreffers van een zwaar kaliber veroorzaakten er een moordpartij. Twee mannen van de Black Watch kwamen er om en drie anderen raakten gewond. Eén van de dodelijk slachtoffers was Lance-Korporaal (eerste soldaat) Thomas Kelly, een 24 jarige kerel uit Dundee. Zijn lichaam werd eveneens overgebracht naar Vlamertinge waar hij nu nog steeds op  het Vlamertinghe Military Cemetery rust.

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Lancashire Landing Cemetery 'William Stephen Kenealy VC'. 29-06-2015
Helles Turkije.

De aankomst van het 18e regiment dat werd toegevoegd aan Kemal’s 19e divisie gaf hem de kans om op 29 juni een nieuwe nachtaanval uit te voeren.

lees meer ...
Mort Homme Memorial 'Ils n'ont pas passé'. 16-05-2016
Le Mort-Homme Frankrijk.

Het Duitse offensief bij Verdun (februari 1916) was aanvankelijk alleen geconcentreerd op de rechter (oostelijke) maasoever.

lees meer ...
Fort Troyon 'Le Ravelin'. 10-09-2018
Troyon Frankrijk.

Ondanks de heldhaftige weerstand van het Fort de Troyon kon men niet voorkomen dat het stadje Saint-Mihiel werd ingenomen door de Duitsers.

lees meer ...