Serre en Puissieux Frankrijk.
Chapelle de Souvenir 'A nous le Souvenir, à eux l'Imortalité'.
Serre en Puissieux Frankrijk.

De dorpen Hébuterne en Serre leenden hun namen aan een ingrijpende actie (de Tweede Slag van Artois ( Artesië)) die hier door de Fransen van 7 tot 13 juni 1915 uitgevochten werd. Hopend om hier ten zuiden van Arras, waar zijn mannen om Vimy Ridge vochten, een afleidingsmanoeuvre te creëren beval de Franse generaal Joffre zijn 2e Leger, aangevoerd door generaal de Castelnau, om een offensief in de Sector van de Somme te ontketenen. Op 7 juni 1915 lanceerde de Castelnau zijn openingsaanval op de ferme de Toutvent (Touvent hoeve). De hoeve was toen een goed versterkte Duitse positie en werd bezet door mannen van het 170e regiment uit Baden. De aanval vertrok vanuit een steengroeve op de Hébuterne-Colincamps weg, vandaag staat die plaats gekend als la Briqueterie. Die dag trokken de infanterieregimenten nummers 64, 65, 75, 93, 118, 135, 140, 162 en 361 ten aanval op een 1200 meter breed front dat tussen Hébuterne en Puisieux lag. De ferme de Toutvent die ten zuidoosten van Hébuterne lag, werd ingenomen door de 21e D.I. (infanteriedivisie). Ook de rest van de Duitse frontlijn werd er veroverd, maar de Duitsers legden zich daar niet bij neer en er volgden een aantal agressieve Duitse tegenaanvallen, doch de Fransen hielden stand en handhaafden er de veroverde linies. De strijd zou er bijna een week duren. De volgende dag, op 8 juni, trok de 101ste brigade (51e divisie) naar het zuiden van het dorp. De brigade telde 5.000 man en was samengesteld uit het 233e, het 243e en het 327e RI (infanterieregiment), dit waren de reserveregimenten van de regimenten afkomstig uit van Arras, Lille en Valenciennes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De 10e juni was het voorbereidende artilleriebombardement dat aan de nieuwe aanval vooraf ging onbevredigend. De beschieting kon het prikkeldraadnetwerk niet vermorzelen en dat vertraagde de aanval twaalf uur. Gedurende die tijd bestookte de Duitse artillerie de overvolle loopgraven van de Poilus. Toen de aanval ten slotte toch begon moesten de Fransen een dal, van 350 meter en dat gedomineerd werd door de vijandelijke mitrailleurs, doorkruisen. De eerste linie werd ten koste van zware verliezen ingenomen. De volgende dag, zorgden de artillerie en drie Duitse tegenaanvallen er opnieuw voor veel slachtoffers. De 13e hervatte de aanval en de tweede Duitse linie werd eindelijk veroverd. Tussen de 10e en de 13e waren de verliezen er als volgt: bij het 243e RI werden er 15 officieren en 400 manschappen gedood en waren er 500 gewonden, het 327e RI telde 4 officieren en 200 manschappen die gesneuveld waren, daarnaast waren er ook 500 gewonden. Bij het 233e RI, hoewel het in reserve was, telde men ook 50 doden en gewonden. De Fransen verloren hier  heel wat manschappen,een aantal van hen rusten nu hier op de Nécropole française de Serre-Hébuterne. De Franse militaire begraafplaats groepeert de overblijfselen van 834 Poilus, 240 van hen liggen in een collectief graf dat zich aan de achterkant van het oord bevindt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Op 14 juni 1925 werd er op de begraafplaats een gedenkteken ter eer aan de Franse regimenten die hier streden onthuld. Elf jaar later in 1936 begon men dan aan de overkant van de dodenakker met de bouw van een kleine herdenkingskapel, “la Chapelle de Souvenir”. Op de trappen die naar de kapel leidden werd er door de vereniging Souvenir Français een kleine herdenkingsplaquette geplaatst, dit is een eerbetoon aan de Franse eenheden die hier streden, maar ook de Duitsers werden niet vergeten! Op de gedenkplaat lezen we: “ Vous tous, soldats Allemand et Français mëlés à ces sanglants combats reposez en paix” (U allen, Duitse en Franse soldaten verwikkelt in deze bloedige gevechten rust in vrede). Aan de linkerkant van de kapel bevindt zich een grote plaquette maar die is moeilijk te lezen. Deze gedenkplaat werd er aangebracht ter nagedachtenis van Maître Joseph de la Rue, hij was tijdens de grote oorlog de aalmoezenier van het Franse 243e en het 233e infanterieregiment, ook tijdens de Tweede  Wereldoorlog diende hij in het Franse leger. De aalmoezenier speelde ook een actieve rol in de oprichting van de tegenoverliggende Franse begraafplaats. Aan de rechter overkant van de kapel ligt  ook een Britse militaire begraafplaats, deze kreeg de naam Serre Road Cemetery No 1.

 

 

 

In juni 1916 kwam de weg uit Mailly-Maillet naar Serre en Puisieux ongeveer 1.300 meter ten zuidwesten van Serre in het niemandsland te liggen. Op 1 juli 1916 vielen twee Britse divisie, de 31e en de 4e, ten noorden en ten zuiden van deze weg aan. Hoewel eenheden van 31e divisie Serre wisten te bereiken flopte de aanval toch. Op 13 november 1916 waren het de 3e en de 31e divisie die er opnieuw in de aanval trokken, maar deze Britse actie kende weer geen succes. Begin 1917 trokken de Duitsers zich dan terug naar hun nieuwe Siegfriedstellung, op hun kaarten wezen de Britten die stelling aan als de Hindenburg Line (Hindenburglinie).

 

 

Op de prachtige maar mistige ochtend van de 24e februari 1917 bereikten drie patrouilles van het 21e bataljon van het Manchester Regiment de westelijke rand van Serre, de vijand was er niet te zien! De bataljonscommandant kolonel W. W. Norman rapporteerde aan het hoofdkwartier van de 91e Infanterie Brigade: “Het bovenstaande verslag lijkt bijna ongelooflijk, maar ik ben van oordeel dat het betrouwbaar is. Indien zo, dan toont het aan dat de vijand Serre evacueerde." Tegen de avond wees alles erop dat de vijand zich over de gehele frontlengte van het Ve korps had teruggetrokken. De mannen van het Manchester Regiment kregen het bevel om de volgende ochtend naar Serre op te rukken. In het oorlogsdagboek van het 21e Manchesters lezen we: “ In loopgraven. Serre aangevallen en bezet. Bn HQ (bataljonshoofdkwartier) verhuisde naar Mouse Post. Bataljon werd in de loopgraven rond Serre afgelost door het 1e RWF (1e bataljon Royal Welsh Fusiliers),de aflossing was om 20u14 voltooid. Marcheerden terug naar het kampement in Mailly-Maillet. 1 O.R. (other ranks = hiermee bedoelde men onderofficieren en manschappen) gedood, 7 O.R. gewond. " Zo werd het dorp Serre Op 25 februari’17 zonder al teveel problemen tijdelijk bezet door de 21e Bataljon van het Manchester Regiment. Serre en haar omgeving was eindelijk in Britse handen maar in maart 1918 zou het dorp weer door de Duitsers veroverd worden. De Duitse bezetter bleef er dan tot hun definitieve terugtocht van augustus 1918.

 

In het voorjaar van 1917 werden de slagvelden van de Somme en de Ancre opgeruimd door het Britse Ve Korps, dit leidde tot de aanleg van een aantal nieuwe begraafplaatsen. Drie van die begraafplaats kregen de benaming Serre Road Cemetery met daar achter het nummer 1,2 of 3. De aanleg van Serre Road Cemetery No 1 begon in mei 1917. Na de oorlog werd de plaats uitgebreid met graven afkomstig van kleinere Britse maar ook van Duitse begraafplaatsen uit de regio. De graven van de jongens en mannen die hier oorspronkelijk begraven lagen kan me nu terug vinden in Plot I, rijen A tot G. Vandaag rusten hier 2.426 Britse casualties (oorlogsslachtoffers), onder hen twee broers die op de zelfde dag sneuvelden. Beide jongemannen, de 26 jarige  Private (soldaat) Paul Destrube en de 27 jarige Lance Corporal (1e soldaat) Charles Destrube dienden bij de zelfde eenheid, het 22e bataljon Royal Fusiliers. Deze jonge kerels sneuvelden op 17 februari 1917.

 

 

'A nous le Souvenir, à eux l'Imortalité'

 

 

Meer artikels
St-Jan 'Scherven'. 07-03-2016
St-Jan (Ieper) België.

Toen in 1919 de eerste vluchtelingen 'vroege pioniers' terug kwamen, staarden ze verbijsterd naar de verwoeste dorpen en steden.

lees meer ...
Necropolis van Grimde. 18-08-2014
Grimde (Tienen) België.

Op 16 augustus 1914 stelde de 1ste Belgische legerafdeling zich op in een boog rond de stad Tienen. De Belgische legerstaf wou beletten dat de Duitsers langs de Grote Gete en door Tienen zouden oprukken. De tweede gemengde brigade bezette de sector tussen de Leuvensesteenweg en Oplinter. Het 22ste Linieregiment verdedigde de stellingen van aan de Diestsesteenweg tot aan de hoogte van de Oplintersesteenweg op het grondgebied van Sint-Margriete-Houtem.

lees meer ...
The Indian Forces Memorial. 03-11-2014
Ieper België.

Het 129th Duke of Connaught's Own Baluchis was een van de eerste Indische Regimenten die in actie kwam aan het Westelijk Front. 

lees meer ...