Passendale ( Zonnebeke) België
Tyne Cot Cemetery 'Ceremonie'.
Passendale ( Zonnebeke) België

Net zoals men nu in 2017 volop bezig is met de voorbereidingen voor de  herdenkingsplechtigheden voor de gevechten die zich hier honderd jaar geleden in de regio van Ieper afpeelden, was men begin 1917 bezig met de voorbereiding van een grootschalig offensief dat geleid zou worden  door de Britse opperbevelhebber Douglas Haig. Dit moordend offensief, het 'Flanders Offensive' zou in de geschiedenisboeken bekend worden als de Derde Slag om Ieper, maar die slag wordt bij velen  ook herinnerd als de Slag om Passendale, internationaal spreekt men zelfs van the Battle of Passchendaele,de  Flandernschlacht  of van la Deuxième Bataille des Flandres.

 

Na de mislukkingen van 1916 bij Verdun en aan de Somme kozen de Duitsers resoluut voor de verdediging. Maar de Britten bleven geloven in de doorbraak. In Vlaanderen plaatsen de Duitsers hun Vierde en Zesde Leger onder het bevel van Kroonprins Rupprecht von Bayern. Als stafchef van het Vierde Leger kreeg hij de beste Duitse defensiespecialist, kolonel von Lossberg, die er de grote 'Abwehrschlacht' moest voorbereiden.

 

De Britse opperbevelhebber veldmaarschalk Haig wou de Ieperboog doorbreken in de richting van Passendale om dan zo verder op te trekken naar Oostende en Zeebrugge, de basissen van de zogezegd onheil stichtende Duitse onderzeeërs. Achteraf zou echter blijken dat die Belgische havens hierin een minder cruciale rol speelden dan dat men aanvankelijk dacht.

 

Maar om de Ieperboog te kunnen doorbreken, moest eerst het front ten zuiden van Ieper rechtgetrokken worden, dat was de Wijtschateboog, beter bekend als Messines Ridge. De ideeën voor die grootscheepse mijnenslag bij Mesen werden door de Britse legerstaf geïntegreerd in de plannen om de frontboog tussen de Ieperboog en de Franse grens recht te trekken. Deze proloog van de Derde Slag bij Ieper zou starten in de vroege ochtend van 7 juni 1917, men zou er 19 dieptemijnen simultaan tot ontploffing brengen. Aan de voorbereiding van deze Mijnenslag bij Mesen (7 – 14 juni 1917) begon men al in het najaar van 1915, toen waren Britse Tunnelling Companies gestart met het uitgraven van diepe mijnschachten en tunnels in de richting van de Duitse stellingen. Dat gebeurde over een front van 15 kilometer breed, tussen Hill 60 tot aan het Bos van Ploegsteert. In het totaal voorzag men er de aanleg van er 24 dieptemijnen. Het ondergronds werk van de Tunnellers en een briljant strategisch aanvalsplan van Plumers Tweede Leger zouden er zorgen voor een welslagen, want in een week tijd zou de hele Wijtschateboog opgerold zijn en kon de Britse opperbevelhebber Douglas Haig zich gaan concentreren op zijn 'Flanders Offensive'. Een plan dat hij ondanks de tegenwerking van de Britse premier David Lloyd George, die toen als minister van Oorlog zijn politieke meerdere was, toch wist door te zetten. Lloyd George gruwde ondertussen van de opgelopen menselijke verliezen, maar toch had hij niet de moed om Haig te vervangen! Inderdaad, niet iedereen was enthousiast over Haigs plannen, want op het Britse thuisfront begon de oorlogsmoeheid meer en meer de kop op te steken en er heerste ook een industriële verwarring. Doch Douglas Haig, die na de gevechten in de Somme door zijn politieke en militaire tegenstanders de "Butcher of the Somme" ("slager van de Somme") werd genoemd, lag niet wakker van die sociale onvrede en zette zijn conservatieve werk- en denkwijze verder.

 

Op 1 mei 1917 schreef Haig een brief aan het oorlogskabinet en schetste daarin de situatie en zijn toekomstige plannen: “De voorbereidingen die me in staat moeten stellen om de operaties te ondernemen om de Belgische kust te zuiveren zijn begonnen en schieten tamelijk goed op. Zodra Rusland en Italië gaan meedoen, moeten mijn belangrijkste inspanningen gericht zijn op de voltooiing van die maatregelen, zodat de operaties zo vroeg mogelijk in de zomer kunnen beginnen. Opdat de operaties een redelijke kans op slagen zouden hebben is het nochtans in de eerste plaats nodig dat de Fransen ten minste zoveel van mijn gevechtslijn zouden overnemen als ik van hen heb overgenomen sinds generaal Nivelle het commando kreeg, en mogelijks nog meer. Het zal hun gemakkelijker vallen dit te doen, als ze het front dat ze nu bezetten aan de kust bij Nieuwpoort aan mij overdragen. In verband met mijn aanvalsplan is het van groot belang dat die kust bezet zou worden door Engelse troepen onder mijn bevel. Ten tweede moeten de Fransen, tegelijk met mijn voorgestelde aanval in België, een beperkt offensief beginnen, dat voldoende kracht heeft om de vijand aan hun front te houden. Ten derde moeten mijn divisies en mijn zware artillerie enigszins op sterkte worden gebracht.”

 

Dat het toen op het thuisfront niet zo vlotte bleek uit een artikel dat op 12 mei 1917 verscheen in de Britse krant The Harald: “We bevinden ons volop in de grootste industriële ontreddering sinds de oorlog is begonnen. Diegenen onder ons die aandacht schenken aan die zaken, mogen echter niet uit het oog verliezen dat het grootste deel van die onrust niet is toe te schrijven aan één oorzaak, maar verscheidene oorzaken heeft, die wel allen terug te voeren zijn tot het feit dat we in oorlog zijn.

 

 

Op 26 mei 1917 schreef generaal Sir William Robertson een brief naar veldmaarschalk Douglas Haig. Daarin vertelde hij hem dat de situatie op het thuisfront alles behalve florissant was: “Het is nodig dat u en ik een gesprek hebben over uw voorgestelde plannen opdat er geen misverstanden zouden zijn over de gevolgen die ze zouden hebben. Ik zeg dit vooral in verband met het aantal manschappen, gelet op het vooruitzicht dat de toestand in dit opzicht niet zo rooskleurig is. Lord Derby en ik hadden gisterenavond een lang gesprek over dit onderwerp en om u een idee te geven hoe de zaken ervoor staan kan ik u zeggen dat de eerste minister vreesde dat het ogenblik gekomen was om onder ogen te zien dat we in de toekomst niet meer hoeven te rekenen om een groot aantal manschappen. Hij zei dat dit het gevolg was van de grote vraag van de scheepsbouw en de voedingsindustrie en van de onrust die er bij de arbeiders heerst. Ik vrees dat we het feit niet kunnen omzeilen, dat de onrust die in ons land heerst, gedeeltelijk het gevolg is van de Russische revolutie. Er zijn gisteren zelfs aankondigingen in de kranten verschenen in verband met de bijeenroeping van een raad van arbeiders en soldaten om de politieke situatie te bekijken. Dit toont aan uit welke hoek de wind waait.”

 

Hoe dan ook het 'Flanders Offensive' zou er komen! Maar de bekende Britse militaire denker en schrijver Liddle Hart zou achteraf het offensief waar er 245.000 Britse slachtoffers zouden vallen, beoordelen als: “The battle was lost before it began”(de slag was al verloren voor dat hij begon).   Veel van die gesneuvelde jongens en mannen liggen nu op het Tyne Cot Cemetery. Maar wie was die Haig? Douglas Haig (Edinburgh 19 juni 1861 - Londen januari 1928 ) was een telg van de Schotse familie die de Haig whisky distilleerde, hij groeide op in Edinburgh.  In de Grote oorlog was hij van 1915 tot 1918 de Britse opperbevelhebber aan het westelijk front. Als cavalerieofficier was Haig op zijn best in de openingsfase van de Eerste Wereldoorlog. Haig was onvermoeibaar en onverstoorbaar. Hij was onberispelijk van uiterlijk en veelal te paard. Hij leidde en maande zijn manschappen, o.a. tijdens de gevechten Mons en Le Cateau, aan. Haig trad daarbij ook hard en meedogenloos op! Ook bij zware omstandigheden  als hitte, uitputting en zware verliezen eiste hij de stipte uitvoering van orders en sleepte hij de betrokkenen indien nodig voor de krijgsraad. Twee  van zijn onsterfelijke uitspraken klonken als volgt: “ de mitrailleur is een zwaar overschat wapen” en “de manier om een mitrailleurnest te veroveren is lef en vastberadenheid”.

 

Men beschreef hem nadien o.a. als matig intelligent, ijverig, ambitieus, een typische 19e -eeuwse cavalerieofficier, niet vernieuwend, stug en hard, volhoudend, niet welbespraakt, had wel een goed schriftelijk uitdrukkingsvermogen, was moedig, onbewogen, hij was ook een netwerker. Over hem vinden we nog wel meer, weliswaar veelal negatieve, kwalificaties zoals: “hij had het charisma van een karper”, “hij was zo zeer overtuigd van zijn oordeel dat hij nooit luisterde naar de opinie van anderen” (veldmaarschalk Wavell), “moeilijk te doorgronden”, “ kende geen medelijden”, “général de chateau” (kasteelgeneraal).  Doch dat laatste was onjuist! Hoewel hij volgens zijn rang regelmatig in zijn, naar verhouding bescheiden, commandopost behoorde te zijn trok hij er toch ook veel op uit. Vaak bezocht hij, te paard, zijn ondercommandanten en eenheden, soms bezocht hij ook de loopgraven. Bang was hij zeker niet.

 

Lloyd George had hem al enkele malen willen ontslaan, maar toch durfde die dat niet want Haig werd, ondanks alle negatieve kritiek van collega’s en sommige politiekers, door het Britse volk toch nog op handen gedragen en in januari ’17 werd hij zelfs nog bevorderd tot veldmaarschalk, dat was zondermeer een mooi nieuwjaarscadeau. Hij was immers de weergave van een man die ondanks alle tegenslagen toch onverstoorbaar voortging. Daar tegenover stond, als addendum, een uitspraak van een Engelsman die zei: “Haig is van alle tijden de Schot die de kans zag om de meeste Engelsen om zeep te helpen”. Doch alvorens men de vraag stelt of Haig al dan niet de juiste man op de juiste plaats was, is het goed om eens na te denken over de vraag: “had je het zelf in die situatie anders, of beter gedaan?”. En dat in samenhang met de vraag; “had je zelf zo lang de verantwoordelijkheid kunnen en willen dragen voor die onthutsende verliezen en al dat menselijk leed, of had je je pet aan de kapstok gehangen?” Als dat laatste in de politiek-militaire context van toen al had gekund! Veldmaarschalk Haig heeft dat nooit overwogen, anderen trouwens ook niet. De gedachte was en bleef dat men moest volhouden tot de tegenstander omviel of tot dat deze wilde praten op basis van reële uitgangspunten. En dat wilden de Duitsers voorlopig nog niet!  1917 zou voor Flanders Fields dus een gedenkwaardig maar bloedig jaar worden!

 

Haig was en is zeker een omstreden figuur, maar de geschiedenis mogen we niet enkel bekijken vanuit onze huidige westerse visie en waarden. We moeten de gebeurtenissen en haar personages in de context en tijdssfeer van toen plaatsen, een mensleven was toen zeker niet zoveel waard als nu. Voor veel mensen waren de leefomstandigheden nog verre van goed en de vrouwen hadden nog geen gelijke rechten. Er kwamen veel onvolledige gezinnen voor omdat de sterfte in het kraambed en bij achtergestelde groepen, zoals arbeiders, hoog was. Bovendien stierf 1 op de 5 zuigelingen. Velen zien Haig als een massamoordenaar maar verschilde hij echt zoveel van al die andere Britse, geallieerde of Duitse generaals? Hoe behandelden de fabrieks- en mijndirecteurs toen hun werknemers?...

 

Meer artikels
Guard Alpine. ( Alpijnse Schildwacht). 03-07-2017
Pocol Italië.

De Sacrario militare di Pocol (ook bekend als Ossario di Pocol) is een ossuarium, begraafplaats, bedehuis en vooral een gedenkplaats voor oorlogsslachtoffers van de Grote Oorlog die hier in de regio het leven lieten.

lees meer ...
Vittoriale degli Italiani 'Arengo'. 06-02-2017
Gardone Riviera Italië.

Het 'Vittoriale Degli Italiani', gelegen in de stad Gardone Riviera (aan het Gardameer) is een park omschreven als 'het Heiligdom van de Italiaanse overwinningen’.

lees meer ...
Monument 'Korporaal Seyit'. 16-03-2015
Kilitbahir Turkije.

Een van de vele Turkse heldenverhalen is de vertelling van korporaal Seyit. Op 18 maart 1915 waren alle 61 kameraden van de artillerist Seyit buiten gevecht gesteld.

lees meer ...