St- Quentin Frankrijk.
St - Quentin Deutscher Soldatenfriedhof.
St- Quentin Frankrijk.

"Het is moeilijk, omdat degenen die de dagen, de weken, de pijnlijke maanden niet hebben meegemaakt het nooit zullen begrijpen. De pen staat machteloos om te beschrijven hoe een gebaar of een niet goed gefundeerd woord je blootstelde om gefusilleerd te worden.” Zo beschreef Irma Pillois, die een café uitbaatte op de Place de l’Hôtel-de-Ville in Saint-Quentin, de situatie van de stad in november 1914.

 

 

Al op 28 augustus 1914 trokken De Duitse soldaten de stad binnen. Vanaf oktober, twee maanden na de komst van de eerste Duitsers, nam het vijfde Duitse leger het commando van de stad. Tijdens de oorlog zou Saint-Quentin lijden onder de bombardementen en de bezetting. De Saint-Quentinois, net als de bewoners van vele andere Franse locaties leden onder de bezetting en maakten een heel ander oorlogsleven mee dan de bewoners in het onbezette en vrije Frankrijk. In tegenstelling tot België, die bijna volledig in de Duitse handen viel, bleef het grootste deel van Frankrijk onbezet. De bezetting begon volop, er werden 7 000 à 8.000 manschappen gekazerneerd in Saint-Quentin. De gemeente werd gedwongen om de 'solde' van de Duitse militairen te betalen: 3 FF (Franse Franken) voor soldaten, 4 FF voor onderofficieren en 8 FF voor officieren. Vanaf nu wapperde de Duitse vlag op de gevel van het stadhuis. De Duitsers voerden de Germanisering van het grondgebied door en wijzigden de straatnamen met Duitse namen. De burgers van Saint-Quentin maakten, (net als alle bezette gebieden ook de Belgische) kennis met een Duitse traditie die tot op heden in gebruik is gebleven: de kerstboom. De eerste bomen werden geïnstalleerd in december 1914 en terzelfder tijd ontdekten de burgers  ook de eerste kerstballen waar mee de bomen werden versierd.

 

Saint-Quentin werd een gesloten stad waar men een passeerpas nodig had om in de omliggende dorpen te komen, ook de avondklok werd  ingesteld. De logica van de Duitse oorlogsmachine vereiste dat de bezette gebieden rechtstreeks de troepen voedden die hun waren toegewezen. Geleidelijk aan begonnen de burgers  ook het tekort aan voedsel te voelen. Men had  wel het beroemde système hispano-américain ( voedselhulpprogramma gesteund door de U.S.A.) dat hulp bood aan de burgerbevolking, maar dit was geen geschenk hiervoor moest men betalen. Het dagelijkse leven werd lastiger, de voedseltekorten veroorzaakten ongemakken en ziekten bij jong en oud. In 1916 werden de stadsgrenzen gelukkig wat opgeschoven zodat de mensen weer meer volkstuinen konden aanleggen en bewerken.

 

Uiteraard ontsnapte de stad ook niet aan de nooit ophoudende en het brede gamma van Duitse opeisingen. Zij vorderden goederen en materialen op, en de diverse industrietakken van Saint-Quentin werden gedeeltelijk ontmanteld. De bezette gebieden werden beschouwd als een reservoir voor de oorlogsnoden. Ook hier werd de gedwongen arbeid ingevoerd en waren er gevangenisstraffen en boetes voor werkweigeraars.De burgers van Saint-Quentin mochten al die gebeurtenissen niet fotograferen, want het nemen van foto’s stond gelijk aan spionage en dat had zware gevolgen. De Duitse militairen daarentegen  namen wel heel wat souvenirfoto’s en lieten zelfs hun filmrolletjes ontwikkelen in de plaatselijke boetiekjes.

 

 

Saint-Quentin was een garnizoen stad maar voor de Duitsers was het ook een stad van "ontspanning, genot en behoeften!" Ja, er waren vele prostituees, sommige kwamen zelfs uit Duitsland. Volgens bepaalde bronnen dwong men in Saint-Quentin ook jonge meisjes om als serveerster te werken in de bordelen, of ze ook tot prostitutie werden gedwongen is niet duidelijk. Je had er bordelen voor officieren, maar ook voor de gewone soldaten. De Duitsers hadden hierbij wel twee grote angsten en die waren: de mogelijkheid dat de geslachtsziekten op hun troepen zouden overslaan en de angst voor spionage. Daarom besloot de Duitse militaire overheid om dit alles met de nodige 'Deutsche Gründlichkeit' op te lossen! Enkel de mannen met een vergunning zouden de cocottes mogen bezoeken, en de vrouwen die de matrasdienst verzorgden moesten zich om de twee weken grondig laten onderzoeken. Maar heel wat mannen die verlof kregen hielden niet van dat gedoe in de soldatenbordelen, waar ze aan de ingang in rij moesten aanschuiven. Veel liever veroverden ze met behulp van wat eetbare cadeaus, zoals worst en brood, een mooie Française. Dat ze voor deze dames in feite ook moesten betalen woog blijkbaar niet al te zwaar, het scheen een seksuele moraal te zijn die in geheel Duitsland, of toch in ieder geval door de Duitse troepen vrij algemeen aanvaard werd. Dus wanneer de Duitse militairen op verlof mochten gaf men ze voor alle zekerheid voorbehoedsmiddelen mee. Wie toch besmet geraakte vloog in afzondering en werd op water en brood geplaatst, zo hoopte men dat ze de volgende keer voorzichtiger zouden zijn!

 

Genot en ontspanning, het klinkt wel leuk maar de meerderheid van Duitse jongens en mannen hadden niet gevraagd om hier te zijn! Als ze ergens op rust waren probeerden ze vooral de ellende van het frontleven te vergeten. Hoe dan ook, voor de meeste Duitsers waren het zeker ook moeilijke en harde tijden, want in Saint-Quentin pleegden zelfs een aantal Duitse militairen zelfmoord, een Duitse soldaat sprong  in het kanaal en verdronk, een andere jaagde zichzelf een kogel door het hoofd, dit drama speelde zich af onder de galerijen van het stadhuisplein.

 

In maart 1917 werd de stad volledig geëvacueerd, van de 55.000 inwoners van in 1914 bleven er toen nog 42 300 over. Onder hen ook een paar Britse militairen die zich hier al sinds augustus 1914 verborgen hielden, werden toen ontdekt en acht van hen werden gefusilleerd. Dagelijks vertrokken er twee of drie treinen, met aan boord een 1200 tal personen, naar een onbekende bestemming. Zo waren de  inwoners van Saint-Quentin in twee weken tijd verdwenen uit de stad. Nauwelijks was de bevolking gedeporteerd of de Duitsers begonnen er de leegstaande huizen te plunderden. Tussen maart 1917 en november 1918 was er geen enkele Sint-Quentinois meer in de stad.

 

In de zelfde periode als het wegvoeren van de burgerbevolking, begin 1917, was het Duitse leger bezig met zich terug te trekken op hun onneembare geachte Siegfriedstellung, dat was een stelling van drie achter elkaar gelegen loopgraven voorzien van prikkeldraadversperringen en mitrailleur-posten. Dat was een strategische terugtocht, de Siegfriedstellung ( de Britten noemden die de  Hindenburgline) liep ten Oosten van de Somme, tussen Arras en Laon. Deze terugtocht was voor de Duitsers van levensbelang, door op die manier de lengte van de frontlinie te verkorten nam het aantal  militairen die nodig waren om de verdedigingslinies te bemannen af. Begin 1917 telden de Duitsers 154 divisies de geallieerden hadden 190 divisies! Toen de Duitsers zich terugtrokken pasten zij de tactiek van de verschroeide aarde toe. Zij vernielden bruggen, spoorlijnen, stations, vergiftigden  de waterbronnen en watertorens, ondermijnden wegen en woningen. De geallieerden vermoedden wel dat de Duitsers iets van plan waren, maar het was pas in de nacht van 14 op 15 maart 1917 dat de Britten de eerste verlaten Duitse loopgraven vonden. De Britse opmars kon beginnen, maar de voor hen gelegen vijandelijke loopgraven werden wel door Duitse achterhoedes verdedigd. De Britten trokken op en bezetten de achtergelaten Duitse loopgraven. Op 18 maart 1917 viel de stad Péronne in hun handen. Bapaume werd op 17 maart door Australiërs bezet, maar zij hadden wel enkele dagen nodig gehad om alle Duitse 'boobytraps' onschadelijk te maken. Beide kampen kraaiden victorie, de Duitsers omdat zij hun terugtocht zonder enig probleem voltooid hadden en de Britten omdat zij een terreinwinst van enkele kilometers hadden geboekt!

 

Vandaag is de vroegere aanwezigheid van de Duitse bezetter in de stad noch zichtbaar in de vorm van een Duitse militaire begraafplaats, het St - Quentin Deutscher Soldatenfriedhof, die in 1915 door Keizer Wilhelm II gefinancierd werd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Monument aux enfants de Verdun morts pour la France 'On ne passe pas'. 19-12-2016
Verdun Frankrijk.

In de stad Verdun sur Meuse werd na de oorlog en na de heropbouw, in het midden van de verbrede Rue Mazel, een plein aangelegd.

lees meer ...
Deutscher Soldatenfriedhof Vladslo. 20-10-2014
Vladslo (Diksmuide) België.

In één van de zalen van het In Flanders Fields Museum staat een klein houten kruis met het opschrift: Peter Kollwitz. R.I.R. 207.+ 23.10.1914. Dit kruisje stond oorspronkelijk op het Friedhof Roggeveld te Esen. In het begin van de oorlog kwam Peter terug van een vakantie in Noorwegen, hij wou als vrijwilliger dienst nemen in het leger.

lees meer ...
Cimetière Saint-Eloi 'Soldat Belge Inconnu'. 09-01-2017
Hazebrouck Frankrijk.

De ten zuiden van de stad gelegen begraafplaats van Saint-Eloi is beladen met geschiedenis.

lees meer ...