Alrewas Verenigd Koninkrijk.
National Naval Memorial
Alrewas Verenigd Koninkrijk.

Waarschijnlijk werd de Engelse Marine in de 9e eeuw door ‘King Alfred the Great’ opgericht. Hij was van 871 tot 899 koning van Wessex, en de eerste koning van Wessex die zichzelf ook de "koning van de Angelsaksen" noemde. Omdat hij vaak strijd moest voeren tegen de Denen en hun invasievloten begon de koning van Wessex met de oprichting van georganiseerde zeestrijdkrachten. Die nieuwe zeemacht kende weinig succes, maar zorgde er wel voor dat koning Alfred the Great beschouwd werd als de grondlegger van de Britse marine. In de 16e eeuw toen er verkenningsexpedities naar de Nieuwe Wereld gestuurd werden richtte men de Admiralty (Admiraliteit) van Engeland op. Later escorteerden ze ook de Indiëvaarders. In de zelfde eeuw kwam Engeland meermalen in conflict met Spanje, in 1588 behaalde de Engelse vloot en belangrijke overwinning en stuurde ze heel wat schepen van de Spaanse Armada de dieperik in. Vanaf 1707, na de samensmelting van de koninkrijken Engeland en Schotland in het Verenigd Koninkrijk, werd de officiële benaming van de militaire vloot de Royal Navy. De Royal Navy groeide uit tot de grootste marine van Europa en daardoor ook van de wereld, en dat zeker na de Napoleontische oorlogen. De Royal Navy wist deze status te behouden tot aan de Eerste Wereldoorlog waarin zij werd geëvenaard door de U.S. Navy, de marine van de Verenigde Staten. Intussen was in Azië, Japan als nieuwe maritieme mogendheid opgestaan.

 

 

Tijdens de 'Groote Oorlog' speelde de Royal Navy, door haar strijd tegen de onbeperkte  Duitse duikbotenoorlog in de Atlantische Oceaan, een vitale rol bij de bescherming van de voedsel, munitie en grondstoffen stroom naar Groot-Brittannië. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de kracht van de Royal Navy meestal in de Grand Fleet ingezet. De Grand Fleet was de benaming van de Britse  zeevloot ten tijde van de Eerste Werldoorlog, deze vloot was ontstaan door samenvoeging van de 'Home Fleet' met de 'Atlantic Fleet' De Grand Fleet was actief op het plaatselijke zee front waar ze op de Noordzee de confrontatie met Duitse Hochseeflotte aanging. De Hochseeflotte was de belangrijkste oorlogsvloot van de Kaiserliche Marine gedurende W.O. I.

 

Al van bij het uitbreken van de oorlog bewerkstelligde de Royal Navy een zeeblokkade voor Duitsland. De Northern Patrol (noordelijke patrouille) van de Britse marine sloot de toegang tot de Noordzee af en de Dover Patrol bewaakte en sloot de toegang tot het kanaal af. Een andere taak van de Britse zeemacht was het leggen van zeemijnen in de Noordzee, maar ze verhinderde ook de Duitse keizerlijke marine de toegang tot de Atlantische oceaan. De blokkade blokkeerde er hoofdzakelijk de neutrale koopvaartschepen naar of vanuit Duitsland. De blokkade zou er nog gedurende acht maanden na de wapenstilstand gehandhaafd worden, zo wou men Duitsland forceren om het Verdrag van Versailles te ondertekenen.

 

De gevreesde aanvallen van de Duitse U-boten (Unterseeboot = onderzeeboot) waren gedurende gans de oorlog het grootste probleem van de Royal Navy. In de aanvang van de oorlog volgende de U-boten de regel dat de koopvaardijschepen gewaarschuwd werden voordat ze getorpedeerd werden, zo kon men de opvarenden evacueren voordat de onderzeeër het schip tot zinken bracht. In 1915 verwierpen de Duitsers deze regel en brachten ze de koopvaardijschepen direct na de waarneming tot zinken. Doch even later, om de neutrale opinie wat te sussen, respecteerden ze terug die regel.

 

De Britse marine joeg op zee naar een handjevol superficiële en vluchtige Duitse aanvallers. Tijdens de campagne tegen het Ottomaanse Rijk, op de Dardanellen in 1915, leed de Royal Navy zware verliezen toen ze er een poging ondernam om er door een zeemijnsysteem te breken, tegelijkertijd werden de schepen ook bestookt door de kustbatterijen die er van op de wal de zeestraat verdedigden.

 

De twee vijandelijke marines vochten een aantal onbesliste kampen uit. Het belangrijkste treffen was de Zeeslag bij Jutland in 1916. De Zeeslag bij Jutland, ook 'Slag voor het Skagerrak' genoemd, werd op 31mei 1916 tot 1 juni 1916 uitgevochten door de Britse en Duitse marine. Dit was de grootste zeeslag tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het was na de  Slag bij de Doggersbank ( 1915) de laatste, van slechts twee ontmoetingen, waarbij er  dreadnoughts ( type slagschip ) van de beide partijen elkaar bekampten.

 

Op 31 mei 1916 voer bevelhebber admiraal Reinhard Scheer met zijn Duitse  'Hochseeflotte' van de keizerlijke marine, bestaande uit 22 slagschepen, 5 slagkruisers, 11  lichte kruisers en 61 torpedoboten, weg vanuit Wilhelmshaven. Zijn koers liep noordwaarts en daar stuitte hij ter hoogte van het Skagerrak op de Britse Grand Fleet van bevelhebber admiraal (graaf) John Rushworth Jellicoe, die uit het westen naderde. De Britse navy telde meer oorlogsschepen, hun vloot bestond uit 28 slagschepen, 9 slagkruisers, 8 pantserschepen, 26 lichte kruisers, 77 torpedobootjagers en 3 flottielje leiders. Het kaliber van de Duitse scheepskanonnen (max. 305 mm) was kleiner dan dat van de Britse vloot (max. 381 mm), maar daar tegenover stond dat de Duitse schepen wel zwaarder waren bepantserd. Bovendien beschikten de Duitsers over accuratere optische afstandsmeters. Verder hadden de Duitse schepen ook een betere compartimentering en waren hun munitiemagazijnen minder kwetsbaar.

 

De zeeslag begon, om 13 uur 45, met een treffen tussen de slagkruiservloten van beide partijen die voor de slagschepen uitvoeren. De Duitsers, onder bevel van konteradmiral  Franz von Hipper,  poogden om de Britten, onder bevel van viceadmiraal David Beatty, mee te lokken in de richting van de Duitse hoofdmacht. Viceadmiraal Beatty volgde onmiddellijk en er ontvlamde een aanhoudend zeegevecht dat zich afspeelde op een onderlinge afstand die varieerde tussen de 9.000 en de15.000 meter. De Britse schepen lagen scherp afgetekend tegen de westelijke hemel en vormden daardoor een helder mikpunt, en dat terwijl het zicht van de Royal Navy op de Duitse slagkruisers, die zich in laaghangende mist bevonden, aanzienlijk minder was.

 

 

De Britse slagkruisers Tiger en Lion kregen zware treffers te incasseren. Even later werd de Britse  HMS Indefatigable (HMS = His Majesty’s Ship) geraakt door een voltreffer en explodeerde: 1.015 officieren en manschappen kwamen om, er waren slechts twee overlevenden. Ondertussen bereikten vier nieuwe snelle Britse slagschepen het krijgstoneel. Een van 17.000 meter, door de HMS Barham afgevuurde 381 mm-granaat doorboorde het pantser van de slagkruiser de SMS (Seiner Majestät Schiff)  Von der Tann, maar door het adequaat optreden van de lekdienst kon het Duitse schip behouden worden. Om 4 uur 26 raakte een voltreffer de Britse slagkruiser de HMS Queen Mary, het oorlogsschip explodeerde en van de 1.275 opvarenden overleefden er slechts 9 man. Toen de Duitse hoofdmacht zich rond 4 uur 50 aansloot bij de slagkruisers, verlegde viceadmiraal Beatty zijn koers in noordelijke richting.

 

Niet alleen de Britse vloot leed verliezen, ook de Duitse schepen en vooral de slagkruisers die al vanaf het begin bij de strijd betrokken waren liepen zware averij op. Om 18 uur waren bijna alle kanonnen van de Von der Tann buiten gevecht gesteld. De Seydlitz stond in brand en maakte water, de Derfflinger en de Lützow waren eveneens zwaar gehavend. Om 18 uur 31 trof een salvo van de zwaar beschadigde Derfflinger de Britse slagkruiser HMS Invincible, waarna de moeder van alle slagkruisers de lucht in vloog, van de bezetting van 1.037 man werden nadien slechts 6 overlevenden opgevist.

 

De Britse overmacht was echter overweldigend en admiraal Scheer trachtte met tactische zwenkingen (met een omtrekkende beweging naar het noorden) zich aan de druk te ontworstelen en om zo ook de zinkende Wiesbaden en Lützow bij te staan. Toen echter de voorhoede van de Duitse vloot onder vuur van 33 Britse dreadnoughts kwam te liggen, moest Scheer onder dekking van een laatste aanval van zijn gehavende slagkruisers gesteund door torpedoboten (waarna de Britse schepen afdraaiden) de terugtocht accepteren. Hiermee was rond 19.30 uur het hoofdgevecht afgelopen,er waren echter nog tot in de morgen van 1 juni 1916 verspreide achterhoedegevechten tussen lichte eenheden van beide vloten. Aan Britse kant verloor men 6.094 man en 115.025 ton aan oorlogsschepen: 3 slagkruisers, 3 zware kruisers en 8 torpedobootjagers. Dit verlies was groter dan het Duitse, zij verloren 2.551 man en 60.180 ton aan oorlogsbodems. De Duitsers vuurden 3.597 zware granaten af, waarvan er 120 (3,33%) doel troffen. De Britten vuurden 4.598 maal en telde 100 treffers (2,17%). Het gebulder van de enorme scheepskanonnen was tot in het Nederlandse Friesland hoorbaar. Dit alles veranderde echter niets aan de strategische situatie. De Britse superioriteit ter zee bleef onaangetast en de Duitse keizerlijke vloot waagde nooit meer een dergelijke uitbraakpoging. Gerekend naar de totale tonnage van de rechtstreeks betrokken vaartuigen, de slagschepen, kruisers en torpedobootjagers, was de slag de grootste uit de gehele maritieme geschiedenis! Zoals een nauwkeurige berekening ons leert ging er 2,01 miljoen ton verloren.

 

Een hervatting van een totale en ongenadige duikbotenoorlog in 1917 verhoogde het vooruitzicht dat Groot-Brittannië en hun bondgenoten uitgehongerd zouden worden. De Britse reactie op deze nieuwe vorm van oorlogsvoering bleek ontoereikend, ze weigerden om met de koopvaardijschepen in konvooi te gaan varen, hoewel deze aanpak al haar effectiviteit bewezen had bij het escorteren en beschermen van de transportschepen van troepen. Uiteindelijk kwam de invoering van het konvooivaren er toch en dat  verminderde sterk de verliezen, zo werd de dreiging van de U-boten  eindelijk ook onder controle gebracht.

 

Op 15 juni 2014 werd het 'National Naval Memorial' onthuld in het 'National Memorial Arboretum' (een park met meer dan 300 memorials) in het Britse Alrewas ( Staffordshire). Het is een gedenkteken voor het marine personeel ( Royal Navy) van het verleden, heden en de  toekomst. Niet specifiek voor degenen die sneuvelden. Het is de bedoeling om iedereen die in de marine dienst deed nooit te vergeten en/of iedereen die in de toekomst bij de marine zal dienen er eren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Guard Alpine. ( Alpijnse Schildwacht). 03-07-2017
Pocol Italiƫ.

De Sacrario militare di Pocol (ook bekend als Ossario di Pocol) is een ossuarium, begraafplaats, bedehuis en vooral een gedenkplaats voor oorlogsslachtoffers van de Grote Oorlog die hier in de regio het leven lieten.

lees meer ...
Graf Mustafa Endi. 14-09-2015
Helles Turkije.

De vallei van de Falcon stroom (Sahindere) die een van de zijrivieren van de Onion (Soganli) stroom is, lag dicht bij het front maar kon niet rechtstreeks getroffen worden door het vijandelijke vuur.

lees meer ...
A moonlight massacre. 04-12-2017
Passendale (Zonnebeke) Belgiƫ.

Officieel was de Derde Slag om Ieper beëindigd op 10 november’ 17 doch amper tien dag later, op 20 november ’17, lanceerde veldmaarschalk Sir Douglas Haig al een nieuwe veldslag.

lees meer ...