Bucquoy  Frankrijk.
Shrine Cemetery.
Bucquoy Frankrijk.

Bucquoy ligt ongeveer 19 kilometer ten zuiden van Arras (Atrecht) en halverwege tussen Doullens en Bapaume. Het Britse Shrine Cemetery bevindt zich aan de rand van het dorp, in een buurtschap, dat er bekend is als le Bourg. Het Calvarie naast de begraafplaats zorgde er voor de begraafplaatsnaam Shrine Cemetery, shrine is een gewijde plek, een heiligdom.

 

Het dorp Bucquoy werd op 17 maart 1917 bezet door de Britse 7edivisie, maar het was de 46e (North Midland) divisie die hier in maart 1917 begon met de aanleg van de begraafplaats, en ze werd nadien in augustus 1918 uitgebreid door andere eenheden. Na de wapenstilstand werden er nog stoffelijke resten naar hier aangevoerd en herbegraven, die kwamen voornamelijk uit Le Barque en Eaucourt-L'Abbe. Er rusten nu 74 Britten, 8 Australiërs, 7 Nieuw-Zeelanders en 1 Duitser.

 

Eind 1916 waren de Duitse defensies op de zuidelijke oever van het Ancre-dal terug geduwd tot de oorspronkelijke frontlinie van 1 juli 1916, ze waren gefundeerd op de sites van de versterkte dorpjes en waren verbonden door netwerken van loopgraven, meestal lagen die op de achterzijde van de hellingen, zo waren ze beschut tegen waarnemingen vanuit het zuiden, vanuit het noorden werden de waarnemingen er vertroebeld door de convexe topografie. In die periode lag het dorpje Bucquoy verweven in de Duitse R. I Stellung. De Duitsers hadden toen op de noordoever van de rivier de Ancre ( Ancre is een rechtse zijrivier van de Somme) nog steeds het grootste deel van de uitloper bij Beaumont-Hamel in handen. Voorbij deze lag, noordwaarts, de oorspronkelijke frontverdedigingslijn. Die liep ten westen van Serre en vervolgens noordwaarts naar Gommecourt en Monchy-au-Bois. De Duitsers hadden er dus de R. I Stellung (Switch Trench I Position) gebouwd, dat was een dubbele lijn van loopgraven en prikkeldraad die verscheidene kilometers verder terug lag en diende als een nieuwe tweede verdedigingslinie langs de bergkam ten noorden van het dal van de Ancre.  De lijn liep van Essarts tot Bucquoy, ten westen van Achiet-le-Petit, Loupart Wood, ten zuiden van Grévillers, en ten westen van Bapaume, Le Transloy tot aan Sailly-Saillisel. Op de keerzijde van de helling van deze heuvelrug liep de R. II Stellung (Switch Trench II Position). Deze vertakte zich in Achiet-le-Grand  tot de R.III Stellung.

 

Op het einde van maart’17 was het bitter koud, achter het Britse front veranderde de dooi de wegen in modderstromen. De vernielingen die de Duitsers tijdens hun terugtocht naar de Siegfriedstellung hadden aangebracht zorgden er voor dat de Britten, eens de Britse opmars begon, heel wat herstellingswerken moesten uitvoeren aan de wegen. Maar het verkeer dat het nodige materiaal aanvoerde zorgde er al voor evenveel schade aan de wegen als het slechte weer. Pogingen om de artilleriestukken vooruit te brengen ondervonden ernstige vertragingen. In februari had men er immers de voorkeur aan gegeven om munitie i.p.v. wegmateriaal naar voor te brengen, ook de Duitse terugtrekking in het Ancre-dal zorgde er voor dat de Britse kanonnen de Duitsers niet konden bereiken. Maar de winter zorgde nog voor andere vertragingsproblemen, door de barre weersomstandigheden stierven er veel Britse trekpaarden, dat kwam vooral door de koude  en de dooi die zorgde voor overbelasting bij het te zware en vele werk en ook het gebrek aan voedsel verzwakte de weerstand van de uitgeputte dieren. Het Britse Vijfde leger had een tekort van 14.000 paarden.

 

De lijn van de weg van Serre naar Bucquoy, via Puisieux,  was bijna onmogelijk te achterhalen, maar op 27 februari bokste de 62e en 19e divisie, op de flanken van de 7e divisie (V Corps),  zich toch een weg tot in Puisieux. Op 2 maart begonnen de schermutselingen in de richting van Bucquoy. Op 10 maart omsingelde en veroverde de 18e divisie vlot Irles en de 7e en de 46e divisie kregen op 14 maart het bevel om Bucquoy te bezetten, uit luchtverkenningen bleek immers dat het dorp zo goed als verlaten was. Generaal-majoor G. de S. Barrow, de bevelhebber van de 7e divisie, brigadegeneraal H. Cumming de bevelhebber van de 91e brigade, generaal-majoor W. Thwaites van de 46e divisie en de bevelhebber van de 137e brigade protesteerden. Dat protest kwam er nadat patrouilles hen ingelicht hadden dat het dorp werd beschermd door heel wat mitrailleurs en ook door drie intacte prikkeldraadgordels, die hadden er ondanks de twee dagen van draad-snijdende bombardementen weinig schade geleden. Luitenant-generaal E. Fanshawe, de commandant van het Ve Corps, stond erop dat de aanval toch zou doorgaan, hij ging wel akkoord met een opschorting. De aanval werd verplaatst naar 01uur ‘s nachts, tot bij de opkomst van de maneschijn. De Britse artillerie vuurde van 22u tot 22u30 en alarmeerde daarmee de Duitse verdedigers die de aanval zouden afslaan. De 91e Brigade (7e divisie) verloor 262 man, de 137e Brigade (46e divisie) telde 312 slachtoffers. Twee dagen later trokken de Duitsers zich terug.

 

Onder de mannen hier begraven op Shrine Cemetery bevinden zich o.a. sergeant Arthur Linnell MM (onderscheidden met de Military Medal)  en soldaat  Job Allen,  beiden behoorden tot  het 1/5th  bataljon van het  North Staffordshire Regiment (137e brigade, 46e divisie). Beiden mannen sneuvelden tijdens de aanval op de Duitse stellingen in Bucquoy op 14 maart 1917. Arthur was toen 25, hij werd geboren in Bloxwich. Soldaat Job Allen werd in Blakenall geboren, zijn vader werkte er in de koolmijnen.  Job nam in mei 1915 dienst in het leger. Hij was 37 jaar oud toen hij in de actie bij Bucquoy dodelijk getroffen werd. Zij behoorden tot de eerste oorlogsslachtoffers die hier op deze begraafplaats door de 46e divisie ter ruste werden gelegd.

 

 

 

 

 

 


 

 

 

Meer artikels
Essex Farm Cemetery 'Pte C.C. Christmas'. 28-11-2016
Boezinge (Ieper) België.

Bijna halfweg de weg van Ieper naar Boezinge stond tijdens de oorlog een boerderij die de Britten Essex Farm noemden.

lees meer ...
Buttes New British Cemetery 'Pte John (Jack) Hunter'. 25-09-2017
Polygoonbos (Zonnebeke) België.

John Jack & Jim James Hunter twee broers  uit  Nanango (Queensland) melden zich vrijwillig  in het Australische leger en worden ingedeeld bij  het  49 AIF bataljon.

lees meer ...
Tussen de 2 'Petit Bois Craters'. 06-06-2016
Wijtschate (Heuvelland) België.

Toen de zomer op til was, hoorden we duidelijk de geluiden van de vijand die aan het werk was.

lees meer ...