Ruminghem Frankrijk.
Ruminghem Chinese Cemetery.
Ruminghem Frankrijk.

Het Chinese Labour Corps (Chinees Arbeiderskorps) was een niet-gewapende afdeling in het Britse leger, bestaande uit burgerarbeiders uit China die tijdens de oorlog werden ingezet voor het uitvoeren van logistieke taken ter ondersteuning van de Britse troepen. Deze krachten werden meestal ' als zeer betrouwbaar ' omschreven.

 

 

Ook het Franse leger deed beroep op Chinese burgers. In april 1917 kwam een eerste duizendtal Chinese arbeiders in Europa aan, doch dit aantal zou oplopen tot ongeveer 95.000 in 1920. Door hun contract mochten zij niet als strijders ingezet worden, maar stonden wel onder militair gezag en ondergingen dan ook dezelfde discipline. Voor een werkdag van 10 uur kregen zij een dagloon van 1 franc. Dit was naar westerse normen laag maar het was toch vier maal hoger dan het dagloon voor gelijkwaardig werk in hun eigen land. Een deel ervan werd naar hun familie gestuurd. Bovenop hun loon kregen ze nog voedsel, kledij, onderdak en medische verzorging. De Chinese arbeiders aten driemaal daags. Het middagmaal gebruiken zij te velde. De twee overige maaltijden, het ontbijt en avondmaal namen zij in het kamp. Omdat koken buiten het kamp moeilijk was werd daar enkel brood met boter gegeten om de ergste honger te stillen.

 

De Britten besteedden bijzondere aandacht aan het eten en drinken van de Chinese arbeiders. Getuigenis van GU XINGQING, tolk bij het Chinese Labour Corps: “ Wij kwamen zowel uit het noorden als zuiden van China. De zuiderlingen onder ons aten rijst, de noordelingen deegwaren. Wel viel het eten dat de arbeiders van thuis gewoon waren hier moeilijk te vinden. Het voedsel dat de Britten ons ter beschikking stelden, was dus niet meteen naar ieders smaak. Zo gaf men ons in het begin bv. kaas en sneden tarwebrood te eten, maar wij konden daar niet aan wennen. Dat werd nadien vervangen door melk en noedels, iets wat wij meer gewoon waren. Zonder de aandacht van de Britten hadden wij ons nooit goed kunnen voeden en laven. Iedere arbeider had recht op een vast rantsoen, maar dat werd hem zomaar niet in handen gegeven. Iedere dag stuurde de compagnieoverste iemand naar het magazijn. Daar haalde die dan de voorraad op en bracht het naar de koks. Iedereen had recht op vier Engelse ons ( ons = 100 gram) schapen- of rundsvlees, tien ons rijst, tien ons brood, zes ons tarwebloem, acht ons groenten (aardappelen of uien), één ons suiker, twee ons ham, anderhalve ons kaas, drie achtsten thee, een vierde ons zout en één ons rundvet. Er was dus voldoende eten dat aangepast was aan de Chinese smaak. Iedereen kon eenmaal per week aan tabak en sigaretten geraken".In het Britse leger werd ook een soort zoete wijn(rum) ter beschikking gesteld die diende als inwendige versterker.”

 

 

 

Meer artikels
Monument Belgische Regimenten. 31-08-2015
Oud - Stuivekenskerke België.

Op de herinnering site te Oud - Stuivekenskerke worden er ook een aantal Belgische artillerie eenheden herdacht.

lees meer ...
Ferme de Beauséjour. 09-03-2015
Mesnil-les-Hurlus Frankrijk.

Léon Camille Arthur Degousée werd geboren op 1 juni 1881 te Fourmies (Noord Frankrijk). Voor zijn militaire dienstplicht was hij schrijnwerker en woonde in Avesnes-sur Helpe.

lees meer ...
On Passing The New Menin Gate. 18-12-2017
Ieper België.

Het bekende gedicht van de Britse veteraan kapitein Siegfried Loraine Sassoon (CBE MC) 'Bij het passeren van de nieuwe Menenpoort' was een inspiratiebron voor het nemen van deze foto.

lees meer ...