Saint-Hilaire-le-Grand Frankrijk.
Cimetière Militaire Russe et Chapele St. Hilaire.
Saint-Hilaire-le-Grand Frankrijk.

In Moskou werd er in 1916, tijdens een ontmoeting van de Franse senator Paul Doumer met tsaar Nicolaas II, afgesproken dat een Russisch expeditiekorps de Franse gelederen zou versterken. Dit Russisch korps zou bestaan uit vier brigades. De Fransen hadden in 1916 een gebrek aan manschappen en Rusland aan wapens, dus in ruil voor Russische mankracht leverde Frankrijk de Russen het nodige oorlogsmaterieel. Twee van de Russische brigades werden naar het Macedonische front in Saloniki gestuurd en twee, de eerste- en de derde brigade, naar het Franse front. De twee Russische brigades bestonden ieder uit twee regimenten, maar verschilden nogal qua samenstelling.

 

De Eerste Brigade, onder bevel van generaal Lokhvitzky, bestond vooral uit manschappen zonder oorlogservaring maar ze stonden wel onder het bevel van officieren en onderofficieren die aan het Oostelijk Front hadden gevochten. In april 1916 kwamen ze aan in Marseille. De Derde Brigade was samengesteld uit regimenten afkomstig uit militaire opleidingscentra in Siberië. Zij kwamen een paar maanden later aan in de havens van Brest en La Rochelle. Hun mascotte, een echte Russische beer, kwam ook mee. De brigade stond onder bevel van generaal Marouchevski.

 

 

De bijna 20.000 Russen werden gestationeerd in de Champagne streek rond Reims. In juni 1916 werd de Eerste Brigade naar het front gestuurd bij Aubérive ten oosten van Reims. In oktober 1916 was het dan de beurt aan de Derde Brigade die de Eerste Brigade kwam aflossen. Het front rond Reims was in 1916 relatief rustig, maar in april 1917 zou dat veranderen, want de nieuwe Franse opperbevelhebber generaal Robert Nivelle plande er een groot voorjaarsoffensief.

 

De Russische brigades vochten zo in april 1917 mee in het Franse offensief aan de Chemin des Dames. Twee Franse legers met 54 divisies moesten er voor een doorbraak zorgen. De Russische brigades waren toegevoegd aan het Franse Vijfde Leger van generaal Mazel. Hun strijd op de rechtervleugel duurde slechts enkele dagen maar was intens. Om zes uur in de ochtend van 16 april 1917 begon het offensief, het vond plaats op een circa 50 kilometer lang front. De Russische Eerste Brigade was toegevoegd aan het Franse Zevende Korps en vocht op de flank van de Franse 151e divisie, in de richting van de ruïnes van het dorp Courcy. De Russen boekten een gering succes want de Duitse tegenstand was hier, evenals op de rest van de frontlijn, niet uitgeschakeld door de artilleriebarrage. Courcy werd veroverd maar men kon er toch geen echte doorbraak forceren.

 

De Russische Derde Brigade was toegevoegd aan het Franse 32e Korps en streed naast de Franse 40e divisie. De eerste Duitse stellingen konden worden ingenomen en de Derde Brigade veroverde Côte 108, Le Mont Spin en Le Mont Sapigneul in het gebied ten zuiden van het dorp Berry-au-Bac. Daarbij werden de Duitse strijders op Le Mont Spin zelfs omsingeld en gevangen genomen. De Russen, maar ook de Franse troepen, moesten hier in de eerste dagen van het offensief geweldige verliezen incasseren. Op 20 april 1917 waren bij de Russen al bijna 4.500 man uitgeschakeld, daaronder ook 70 officieren. Diezelfde dag werden de Russen teruggetrokken van het front. De Russen hadden manhaftig gestreden maar konden uiteraard niet voorkomen dat het Franse offensief  scheefliep. Voor hun optreden kregen de beide brigades een eervolle vermelding in het zogenaamde ‘Citation à l’Ordre de l’Armée’.

 

Ondertussen waaide in Rusland een revolutionaire wind! De in Frankrijk verblijvende Russische militairen beoordeelden uitvoerig de situatie in hun vaderland en dat leidde tot een scheiding der geesten. De mannen van de Eerste Brigade, gerekruteerd uit arbeiders en boeren uit het Russische thuisland, kozen in meerderheid voor het socialisme of communisme en vormden soldatenraden. De uit Siberië afkomstige militairen van de Derde Brigade waren meer gezagsgetrouw, en waren overwegend bereid het regime van de politieke leider Kerenski te steunen en wilden doorvechten. Over een ding waren alle Russen het wel roerend eens; ze voelden zich achter gesteld door de Fransen en verlangden om terug te keren naar Rusland. De Franse legerleiding vond dit zeker problematisch, en dat vooral door de muiterijen in het Franse leger die ontstaan waren te gevolge het slecht afgelopen Nivelle-offensief. De verspreiding van revolutionaire denkbeelden moest dus zeker voorkomen worden en dus werden de Russische ‘rooie rakkers’ geïsoleerd. Eind juni/begin juli 1917 werden de Russische brigades weggehaald van aan het front en overgebracht naar het militaire kamp La Courtine, ver weg van het front in het achterland. Ze werden niet ontwapend. De nervositeit tussen de militairen van de twee brigades nam in La Courtine meer en meer toe, discussies en toespraken hadden er de gebruikelijke militaire activiteiten vervangen. De toestand in het legerkamp verslechterde, de Russen splitsten zich op in twee groepen: de Roden en de Witten. Dit leidde tot ruzies met doden als gevolg. Een scheiding was noodzakelijk. Een groot deel van de manschappen van de Derde Brigade verliet het kamp, uiteindelijk werd de brigade overgeplaatst naar het kamp van Courneau in de Gironde.

 

 

De Fransen kregen genoeg van die heel vervelende situatie en vroegen Kerenski om de Russen terug te halen maar die zag dat niet zitten. Aleksandr Fjodorovitsj Kerenski was een belangrijk politiek leider vóór en tijdens de Russische Revolutie van 1917 en er waren naar zijn inziens al genoeg revolutionaire militairen in Rusland. Begin augustus besloot de Franse regering om het kamp in La Courtine te laten omsingelen door Franse troepen maar ze lieten het vuile werk, het veroveren van het kamp, over aan de Russen zelf. Een bataljon loyale Russen van de Derde Brigade, onder bevel van kolonel Gothoua, werd door de Fransen van zwaar geschut voorzien en die maakte medio september een einde aan de situatie. Hierbij kwamen een tiental revolutionaire soldaten om.  Het was in feite een voorbode van wat zich vanaf 1918 in Rusland zou gaan afspelen. De terugweg naar Rusland was definitief afgesloten. Zo glorieus als de Russen waren onthaald in 1916, zo vernederend was een jaar later hun aftocht. Honderden Russen werden naar Franse strafkampen gestuurd, ruim 10.000 kozen er uiteindelijk voor om te gaan werken op het Franse platteland of in fabrieken en wie dat niet wilde werd verbannen naar werkkampen in Algerije.

 

Een kleine groep die wel door wilde vechten, vormde “La Légion Russe” en stond onder het bevel van kolonel Goutoua. Dit legioen had aanvankelijk slechts de sterkte van een bataljon maar groeide langzaam uit tot ongeveer 2.000 man en bleef, als onderdeel van de Franse Marokkaanse divisie, tot het einde van de oorlog meestrijden aan het Westelijk Front. Wegens hun prestaties kregen ze de eretitel La Légion Russe d’honneur. Na het sluiten van de vrede van Brest-Litovsk op 3 maart 1918 verkeerde dit Russisch legioen in een vreemde positie, hun land was nu niet meer in oorlog met Duitsland. Daarom werden de Russische uniformen en emblemen afgeschaft en vervangen door die van de Franse koloniale troepen.

 

In Frankrijk liggen nu ruim 7.000 Russen begraven die gedurende de Eerste Wereldoorlog omkwamen. Het merendeel van hen zijn gesneuvelden, maar er liggen ook overleden krijgsgevangenen. Die laatsten werden door de Duitsers aan het Oostfront gevangen genomen en dan achter het Westelijk front ingezet voor allerlei werkzaamheden. Men vindt dan ook Russische graven op zowel Franse militaire begraafplaatsen als op civiele begraafplaatsen.

 

Bij het dorp Saint-Hilaire-le-Grand, ten noorden van de stad Châlons-sur-Marne, ligt een Russische militaire begraafplaats. Daarop werden 916 gesneuvelde Russen bijgezet, 426 van hen rusten in twee massagraven. De begraafplaats dateert uit 1925 en werd in 1998 gerenoveerd. De doden van beide Russische brigades liggen hier netjes bijeen onder witte Franse kruizen. Onder de Russische namen staat: “Mort pour la France”. Ook gesneuvelden van het Légion d’honneur Russe werden later naar hier overgebracht. Gelukkig kende de dood geen onderscheid tussen de aanhangers van het oude regime en de revolutionairen, geen van hen ligt onder een grafsteen voorzien van een hamer en een sikkel.

 

Naast het Russische godsakker staat een kleine witgekalkte Russisch-orthodoxe kapel. De kapel dateert uit 1936 - 1937 en is normaal alleen op zondagmiddag open. Aan de overkant van de weg, midden in het veld, staat een monumentje dat al in de oorlog werd opgericht. Het draagt de volgende tekst in het Russisch en het Frans: “Enfants de France! Quand l’ennemi sera vaincu et que vous pourrez librement cueillir des fleurs sur ces champs, souvenez-vous de nous vos amis russes et apportez-nous des fleurs” ( vrij vertaald  klinkt dat als volgt : "Kinderen van Frankrijk! "Wanneer de vijand verslagen zal zijn en u vrij bloemen op deze velden kunt plukken, herinner u aan ons, uw Russische vrienden en breng ons bloemen ".

 

De Russen Smirnoff Alexandre en Romanoff Ivan  " Mort pour la France" 

 

 

Meer artikels
Loopgraven & Banken. 07-12-2015
Chunuk Bair Turkije.

Op 7 december 1915 had het Britse kabinet in Londen besloten om de troepen aan het vastgelopen front op het schiereiland Gallipoli volledig te evacueren.

lees meer ...
General Maiste en XXI Corps Memorial. 04-05-2015
Ablain-Saint-Nazaire Frankrijk.

Op de plaats waar de Franse generaal Maistre in de tweede slag om de Artois het bevel voerde, staat nu zijn standbeeld.

lees meer ...
Nabij Canakkale Memorial voor de Turkse Martelelaren. 13-04-2015
Morto Bay ( Seddülbahir) Turkije.

De Turken waren door de gebrekkige geheimhouding volledig op de hoogte van de geallieerde plannen.

lees meer ...