Monchy-le-Preux Frankrijk.
Newfoundland Caribou Memorial.
Monchy-le-Preux Frankrijk.

Newfoundland is een eiland in de Atlantische Oceaan,vlak voor de noordoostkust van Noord-Amerika. Tijdens de Groote Oorlog bestond het als het Dominion Newfoundland, toen nog een  dominion van het Britse Rijk. In die periode namen iets meer dan 3000 Newfoundlanders dienst als strijdkrachten van het British Empire.

 

Tijdens het op 9 april’17 uitgebroken offensief bij Arras trok het Newfoundland Regiment op 14 april 1917, vlak voor middernacht en in een lijn, naar de vuurloopgraven in de oostelijke buitenwijken van Monchy-le-Preux. Dit Frans dorpje bevond zich op ongeveer 8 km ten zuidenoosten van Arras. In de donkerte van de nacht trokken de mannen met een slakkengangetje door de omwoelde velden, ze zochten hun weg tussen de ongeordende en opeengehoopte dode paarden, de krengen waren bedekt met een dun laagje sneeuw. Het duurde twee uur voordat het bataljon hun nieuwe positie bereikte.

 

De 88e Brigade (29e Britse infanterie divisie)  waarin het 1e bataljon Newfoundlanders toen diende had de taak om de vijandelijke frontlijn bij Shrapnel Trench en de heuvel Infantry Hill, die ongeveer 1km ten oosten van Monchy-le-Preux lag, te veroveren. Het was de bedoeling dat de oprukkende detachementen langsheen het front en de flanken van de opmars verdedigende en versterkte punten zouden instaleren. De aanval zou uitgevoerd worden door twee bataljons, op links door de mannen van het 1e bataljon van het Essex regiment en op rechts door het bataljon van het Newfoundland Regiment. De bataljons zouden er achter een kruipende artilleriebarrage oprukken. Bij de Newfoundlanders waren het de ‘D’- en de ‘C’ compagnie die aangeduid werden om ten aanval te trekken. De D compagnie van kapitein Herbert Rendell werd op de linkerzijde opgesteld en de C compagnie die aangevoerd werd door kapitein Rex Rowsell kreeg de rechter aanvalszijde. De beide eenheden zouden in twee aanvalsgolven oprukken. Het aanhouden van de juiste richting zou geen probleem vormen want de plaatsen waarlangs ze moesten oprukken waren immers duidelijk herkenbaar en zichtbaar.

 

De opmars van het Essex bataljon zou de linkerflank van de Newfoundlanders dekken, maar aan hun rechterkant was er geen dergelijke externe bescherming, dus werd de belangrijke opdracht om deze flank tijdens de aanval veilig te stellen gegeven aan de ‘A’ compagnie van luitenant I. G. Bemister. Eerder die nacht had de A compagnie al een versterkt punt in gereedheid gebracht, het was het eerste van vier gelijkaardige pelotonsposten die ze er langs de zuidelijke bataljonsflank zouden installeren. Van deze posten lag de sleutelpositie in een bosje dat Machine Gun Wood werd genoemd, dit bevond zich rechts, op ongeveer 500 meter, van het objectief van de C compagnie en op ongeveer 700 meter voor het Bois du Vert.

 

De staf van de brigade veronderstelde dat de uitvoering van hun plan zou slagen en gaven daarom ook al directieven voor na de opmars! Wanneer de vooropgestelde doeleinden zouden bereikt zijn dan voorzag het Brigadeorder voor de Newfoundlanders een volgende taak: terwijl de artilleriebarrage op het Bois du Vert verder bleef hameren moesten de sluipschutters en scouts van het regiment, zestien van elk, vorderen op de rechterkant van de B compagnie, dat zou uitgevoerd worden onder de leiding van luitenant Bert Holloway, hij was de inlichtingenofficier van het bataljon. Dan moesten ze proberen om zo ver als mogelijk vooruit te komen en wanneer het artillerievuur dan stopte moesten ze proberen om tot bij het bos te geraken. Als zij daarin slaagden dan kon de C en D compagnie elk een peloton naar voor sturen om er op de oostelijke rand van het Bois du Vert versterkte punten in te richten. De sluipschutters en scouts zouden dan opnieuw vooruit trekken….. op papier leek dit allemaal zo simpel, maar zou de aanval werkelijk zo gemakkelijk verlopen?

 

 

Gedurende het grootste deel van de nacht en  ook tijdens het ochtendgloren  van de 14e  april werden de Britse troepen in Monchy  gestoord door  Duitse beschietingen. Terwijl de Newfoundlanders in hun aanvalsloopgraaf op 'Zero Hour' (het aanval uur) wachtten heerste er plots een ongewone gelaten rust. De kolonel werkte er zijn laatste inspectierondes af, gaf hier en daar een schouderklopje en checkte of alle horloges gesynchroniseerd waren. Een officier merkte op: "Het is een mooie morgen, Sir." "Ik hoop dat dit zo zal zijn", antwoordde de Commanding Officer (bevelvoerend officier). Plots, nog 30 minuten voor zero hour, zag men Duitsers! Ze trokken in de richting van de ruïnes van de windmolen die in het niemandsland lag. Een geknal van geweervuur van uit de rechtse posities van de Newfoundlanders joeg hen uiteen.

 

Om 05u30 signaleerde een eenzame overvliegende artilleriegranaat het begin van de barrage. De leidende aanvalsgolven van de C- en D de compagnie kropen over de borstwering van hun loopgraaf en liepen naar hun afzonderlijke doelwitten. Doch de artilleriebarrage wast te zwak en vormde zeker geen gesloten gordijn! De beschieting slaagde er niet in om de Duitse mitrailleurs het zwijgen op te leggen, de vijandelijke MG ’s openden dan ook dadelijk, over de ganse frontlijn, hun ratelende vuur. Ook de Duitse kanonnen reageerden al na enkele minuten met een spervuur.

 

De Newfoundlanders bereikten Shrapnel Trench, maar die was onbemand want de Duitsers hadden er zich bij het begin van de Britse artilleriebeschieting teruggetrokken. Monchy werd zwaar bestookt, en toen de Newfoundlanders langsheen de lange helling van 'Infantry Hill' oprukten, vielen daar al vlug slachtoffers. Links, nabij de bataljonsgrens, overschreed de D compagnie een Duitse loopgraaf (Dale Trench), ze bereikte haar doelstelling op de top en begon er zich in te graven.Een aantal van kapitein Rendells mannen vorderden verder tot in het verder gelegen kleine bosje, maar men zou hen nooit meer terug zien! De leidende aanvalsgolf van de C compagnie, die 30% van haar manschappen verloor, bereikte haar aangewezen doel op de heuvel, ze stopte om de tweede golf te laten passeren. Kapitein Captain Rowsell stuurde twee Lewis guns (lichte mitrailleurs) naar de top van de heuvel. Ze moesten er de pelotons van de tweede aanvalsgolf, die zich aan de verste zijde hadden ingegraven, vuurdekking verschaffen. Hoewel men later de mitrailleurs met tussenpozen hoorde vuren werden noch zij, noch de infanteristen van de tweede golf ooit weergezien.Op de zuidelijke flank veroverde de A compagnie de windmolen, nam er een kleine groep Duitsers gevangen en stuurde een peloton 500 meter oostwaarts, de mannen van het peloton verankerden er zich met de hulp van een Lewis gun. Het oorspronkelijke plan om er scouts en sluipschutters uit te zenden mislukte volledig! De meesten van hen werden al kort na de aanval door vijandelijke beschietingen uitgeschakeld, luitenant Holloway werd toen hij terug kwam met de melding dat het Bois du Vert niet kon worden ingenomen dodelijk getroffen.

 

Dit alles gebeurde in de eerste negentig minuten van de actie. Op het Brigade hoofdkwartier ontving men om 07u20 een telefonisch verslag van de Essex. Zij hadden hun doel bereikt en konden het consolideren, maar van het Newfoundland Regiment had men geen nieuws! Lopers met berichten voor het bataljonshoofdkwartier en gewonde manschappen die terug probeerden te keren werden neergeschoten door sluipschutters of door mitrailleurvuur afkomstig uit het zuidelijke dal. Tien minuten nadat het bataljon van het Essex Regiment hun succes had gemeld rapporteerde het dat de vijand zich aan het opeenhopen was op hun linker front, in de buurt van het Bois du Sart.

 

De Duitsers bleven geloven in hun doctrine van de "elastische verdediging". In deze verdedigingswijze was men niet langer afhankelijk van de sterk versterkte voorwaartse posities waarin de infanterist tegen zich zichzelf moest zeggen: "hier moet ik staan of vallen". De frontlijn werd slechts op een aantal plaatsen fel verdedigd, van daar vuurde men dan in samenspraak en met de steun van hun artillerie op de oprukkende Britse infanterie. De Duitsers hielden het grootste deel van hun troepen in de achterste linies en trokken dan in de tegenaanval op een plaats die ze zelf uitkozen en liefst waar ze buiten het bereik en het zicht van de Britse artillerie konden opereren.

 

Ondertussen was het bijna negen uur. De Newfoundlanders werden van drie kanten aangevallen en er was geen teken dat er versterking op komst was! De overlevenden maakten zich klaar voor een wanhopige strijd zonder verwachtingen. De voorwaartse pelotons van de D compagnie werden bijna geheel omringd door, naar schatting, 500 Duitsers uit het Bois du Sart en een 200 tal vanuit het Bois du Vert. De Newfoundlanders weerden zich, maar toen de Duitsers tot op 50 meter genaderd waren moesten ze zich noodgedwongen overgeven. Aan de rechterkant probeerden een tiental mannen zich een weg te banen doorheen de vijandelijke troepen, doch slechts één man slaagde er in om Monchy te bereiken. Bij de C compagnie was het verhaal al even grimmig men bleef er strijden totdat men gedood of gevangen genomen werd. De overlevenden van de pelotons die de versterkte punten bemanden probeerden zich terug te trekken, maar slechts een klein aantal van hen ontsnapte aan het geweervuur dat van uit de zuidelijke flank kwam. Meer naar achteren aan het zuidelijke einde van de aanvalslinie kon een peloton van de A compagnie met geweervuur en met een Lewis gun (lichte mitrailleur) tijdelijk twee Duitse compagnies tegenhouden, maar toen een Duitse obus de mitrailleur uitschakelde was ook hier het verzet gebroken.

 

Op het bataljons hoofdkwartier had geen enkel bericht, dat aan de compagnielopers toevertrouwt werd, lt. kolonel Forbes-Robertson bereikt. De enige verwarrende informatie die hij had over het rampzalige verloop bij het Newfoundland Regiment kwam van opgewonden en gewonde overlevenden. Kort na tienen strompelde er een gewonde man van het Essex Regiment binnen op het HQ en berichte dat heel zijn bataljon gedood of gevangen genomen was! Lt. kolonel Forbes-Robertson stuurde hierop dadelijk zijn signaalofficier, luitenant Kevin Keegan, naar voor om er de situatie te gaan verkennen. Binnen de twintig minuten was Keegan al terug, hij bracht alarmerend nieuws mee! Hij berichtte dat er ten oosten van Monchy-le-Preux geen enkele Newfoundlander meer was die niet gewond was en dat hij op minder dan 400 meter ongeveer twee- a driehonderd Duitsers had zien vorderen. Het was hoogtijd voor een snelle tussenkomst. Forbes-Robertson beval Regimental Sergeant-Major (RSM) White om onmiddellijk al het personeel van het hoofdkwartier te verzamelen, elke man die hij kon vinden! De luitenant-kolonel wou ten alle koste de Duitsers tegenhouden totdat de versterkingen hen bereikten. De telefoonlijn naar het brigadehoofdkwartier was verbroken, daarom stuurde hij adjudant Raley naar het HQ om er de kritieke situatie te melden. Dan leidde hij zijn kleine groep van ongeveer twintig man de heuvel af in de richting van de vijand. Ze zochten er hun weg door de vernielde huizen van Monchy en bewapenden zich met de wapens en munitie van de gedode of gewonde soldaten.  Doch de vijandelijke kanonnen bleven het dorp onder vuur nemen en een aantal van hen raakten gewond. Maar het intens bombardement was tevens een bemoedigend bewijs dat de Duitsers Monchy nog niet hadden ingenomen.

Bij een huis, op de zuidoostelijke hoek van Monchy, stopte de lt.-kolonel samen met zijn groepje. Daar klom hij via een ladder omhoog naar een gat van een granaatinslag hoog in de muur. Hij nam er door de opening in de huismuur haastig polshoogte van de situatie. Hij zag vijandelijke veldgrijze uniformen rondlopen in de loopgraaf van waar de Newfoundlanders deze morgen in de aanval waren vertrokken. Halverwege tussen de loopgraaf en zijn observatiepunt was er een goed dwarsliggende haag, dat leek een goed plaats te zijn van waaruit de vijand gecontroleerd kon worden. Met een snelle rush van 100 meter over opentuinpercelen kon deze plaats bereikt worden.

 

In deze laatste run en in het volle zicht van de Duitsers werden ten minste twee mannen neergeschoten door de vijand. In totaal bereikten negen man hun doel, onder hen twee officieren. Een van die mannen was een soldaat van het Essex-Regiment.

Lieutenant-colonel James Forbes-Robertson, C.O.

Lieutenant Kevin J. Keegan, Signalling Officer

Sgt. J. Ross Waterfield, Provost Sergeant

Cpl. Charles Parsons,  Signalling Corporal

Lance-Cpl. Walter werper, Provost Corporal

Pte. Frederick Curran, Signaller

Pte. Jafet Hounsell, Signaller

Pte. Albert S. Rose, Batallion Runner.

Pte. V. M. Parsons, 1st Batallion, ( Essex Regiment.

 

Aan deze lijst moet nog de naam van Orderly Room Corporal John H. Hillier, van het St Johns, worden toegevoegd. Deze verpleger was tijdens de voorwaartse run tijdelijke gevloerd door een granaatinslag, maar ongeveer 90 minuten later zou hij dan toch het groepje kunnen vervoegen.

 

Ze bestookten er onmiddellijk de vijand, ze deden dit met vlagen van snelvuur. De Duitsers dachten dat ze aangevallen werden door een krachtige eenheid en wierpen zich op de grond. Het was nu 10u50, gedurende de komende vier uur zouden deze tien vastberaden mannen zo de vijand tegenhouden, dit was toen één van de meest vitale posities nabij Monchy. Zodra het donker was kwam een peloton van de Hampshires naar voren om er de resterende Newfoundlanders af te lossen. Hier eindigden de gevechten van 14 april.

 

De Duitsers hadden al het veroverde gebied dat ze in de ochtend hadden verloren  weer heroverd en  ook twee bataljons van de tegenstanders in stukken gehakt. De kans om Monchy terug in te nemen had ze echter weggegooid! De frontlinie bleef  ondanks al het menselijke leed en verlies ongewijzigd.

 

De volgende dag werden de verliezen geteld, een vierde van de Newfoundlandse officieren en manschappen die in actie kwamen in Monchy-le-Preux werd krijgsgevangenen genomen. Van 12 tot en met 15 april 1917 verloor het bataljon 460 man, 7 officieren en 159 onderofficieren en manschappen waren gedood (of gestorven aan verwondingen), 7 officieren en 134 mannen van andere rangen raakten gewond, 3 officieren en 150 onderofficieren en soldaten werden krijgsgevangen genomen. Van deze laatste stierven er, terwijl ze in gevangenschap waren, 28 aan hun wonden of aan andere oorzaken. De tien mannen die Monchy als leeuwen verdedigen kregen allen hoge onderscheidingen toegekend.

 

Op een heuvel naast de kerk in de Monchy staat er nu een trotse Newfoundlandse kariboe weemoedig over het vroegere slagveld te staren!

 

 

Meer artikels
Loos. 30-08-2015
Loos (Loos-en_Gohelle) Frankrijk.

Vanuit Loos British Cemetery heb je zicht op de gemeente Loos.

lees meer ...
Crypte. 03-01-2016
Hartmannswillerkopf (Vieil Armand) Frankrijk.

De Hartmannswillerkopf, de heuvel die de Duitse commandant afgekort ‘HK’ noemde, is een piramidale rots hoogte die uitkijkt op de zuidelijke vlakte van de Elzas.

lees meer ...
Hedge Row Trench Cemetery. 11-12-2016
Zillebeke ( Ieper ) Belgiƫ.

Deze Britse militaire bergraafplaats bevindt zich in het noordwestelijk deel van het provinciedomein De Palingbeek, ten westen van het Molenbos en ten noorden van de kanaalbedding Ieper-Komen.

lees meer ...