Ashford Verenigd Koninkrijk.
Tank 'Mark IV'.
Ashford Verenigd Koninkrijk.

De Ashford Mark IV tank die al bijna een eeuw het centrum van de stad bewaakt is de laatste van zijn soort die buiten tentoongesteld wordt aan het publiek. De tank werd in augustus 1919 door kapitein Ferrar aan de stad en haar bewoners geschonken, dat als teken van erkenning voor hun gulle giften tijdens de Nationale geldinzamelingen voor de oorlogsinspanningen. De tank was een van 1.220 gebouwde exemplaren voor de gevechten in de Belgische Westhoek en aan het Franse front. Hij wordt beschouwd als één van de nog acht in deze toestand verkerende Mark IV tanks, en is de enige in het Verenigd Koninkrijk die nog permanent publiekelijk te bezichtigen is. Na de oorlog waren een aantal steden in het hele Verenigd Koninkrijk, met inbegrip van Canterbury, Maidstone en Folkestone de ontvangers van tanks die geschonken werden als soort dankmonument voor de geleverde oorlogsinspanning. In het hele land werden er meer dan 200 uitgedeeld, maar na enige jaren te hebben buiten gestaan, zonder af en toe  een likje verf te hebben gekregen, begonnen de  verouderende tanks te verroesten en olie te verliezen, op sommige plaatsen vormden de doorroestte tuigen ook een veiligheidsprobleem, en dus werden de meeste tanks afgevoerd, in andere steden bleven de tanks wel staan, of toch tenminste tot dat hun metaal er tijdens de Tweede Wereldoorlog gerecycleerd werd.

 

 

Hoewel men geloofd dat de Ashford tank nooit werd ingezet op het slagveld is men in Ashford blij nu te beschikken over dit historisch vehikel. Een van de redenen dat de Mark IV van Ashford in de stad is blijven staan komt omdat men er in 1929 de achterkant van de tank verwijderde, evenals de mechanische werking binnenin, en dat men in de tank een elektriciteits-sub-cabine installeerde. Dat het gemeentebestuur ieder jaar de moeite deed om de tot elektriciteitscabine omgetoverde tank te schilderen droeg er ook toe bij dat de tank goed bewaard bleef, ondertussen doet de tank geen dienst meer als elektriciteitshuisje en werd de binnenkant opnieuw leeggehaald. Vandaag is de MARK IV er een belangrijke toeristische trekpleister die iedereen wil gaan fotograferen. Het model hier in Ashford is een Mark IV ‘Female’ (van het vrouwelijk type) d.w.z. dat de tank bewapend was met  zes Lewis machineguns (mitrailleurs) de ‘Male’ tank ( de mannelijke versie) daarentegen  was uitgerust met vier Lewis machineguns en twee zesponder (57mm) kanonnen. De tank is 8.06 meter lang, 3.89 meter breed en 2.49 meter hoog.

 

 

De tank werd tijdens de oorlog bediend door een achtkoppige bemanning, en had ook twee postduiven aan boord. Het voertuig haalde een snelheid van 6 kilometer per uur en had een actieradius van 56 km. De Mark IV werd voor het eerst ingezet op 7 juni 1917, tijdens de aanval op Messine Ridge (Slag van Mesen). Het terrein bij Mesen was zeer robuust, zwaar bezaaid met kraters, maar wel koud en droog, dat zorgde er voor dat het zestigtal tanks die daar ingezet werden er wel enig succes kenden, dat in tegenstelling tot hun inzet tijdens de Derde Slag bij Ieper (31 juli) waar ze zouden verzinken in de modder! Dit nieuwe wapen zou pas voor de eerste keer echt succes kennen op 20 november 1917, tijdens de slag bij Cambrai, hierbij werden door de Britten 476 tanks ingezet.

 

 

Wie denkt dat men toen in een tank veilig verscholen zat heeft het mis voor, het was een rijdende doodskist! Binnenin was het pikdonker en dat ondanks het feit dat de binnenkant wit geschilderd was. Binnenin was het gevaarlijk doordat er metaalsplinters lossprongen als de tank geraakt werd, daarom moest de bemanning gezichtsmaskers dragen. Het zicht en de observatie vanuit de tank was zeer beperkt. Binnenin de tank liep de temperatuur op tot 45° Celsius. De ingeademde lucht was er verpest van de verbrande olie, benzine en uitlaatgassen, door de stoom uit het koelsysteem en door de zwavel en cordietlucht van de afgevuurde munitie. De crew liep vaak brandwonden op door dat ze in aanraking kwamen met de gloeiende motordelen binnenin de tank. Na enkele uren van actie in de tank werd de crew misselijk. Ze moesten vaak overgeven, of ze dreigden flauw te vallen of raakte zelfs bewusteloosdoor de giftige dampen en koolmonoxidevergiftiging.

 

Kapitein F.R.J. Jefford (MBE) van het Royal Tank corps getuigde hier over: “Na verloop van tijd waren alleen de chauffeur en ikzelf nog bij bewustzijn, dankzij het feit dat wij voor in de tank geen last hadden van de uitlaatgassen van de motor. Wij profiteerden van de frisse lucht die door de kijkgaten naar binnen kwam. Al eerder tijdens de slag merkte ik dat mijn bemanning buiten bewustzijn raakte. De motor kwam tot stilstand en de vijand begon mijn tank te beschieten. Ik had vier man nodig om de tank weer aan te zwengelen en ik moest eerst met veel moeite drie man wakker schudden voordat we de motor konden starten om onszelf in veiligheid te brengen. De bemanning bleek er later zo slecht aan toe dat ze onmiddellijk naar Engeland werden overgebracht.

De meeste slachtoffers bij de tanks kwamen om het leven door verbranding. De gebruikte benzine was zeer vluchtig en kwam tot ontbranding door de kleinste vonkjes. Bij een voltreffer explodeerde de in de tank aanwezige munitie en explodeerden ook de benzinetanks. Bij een voltreffer raakten de deuren vaak ontzet en konden dan niet worden geopend. Bovendien waren de uitgangen zeer nauw waardoor men in noodgevallen de tank onmogelijk snel kon verlaten.

De communicatie met het hoofdkwartier vond plaats door middel van duiven die voorzien waren van een boodschap. Doordat de duiven aan dezelfde ontberingen als de bemanningen werden blootgesteld, waren zij na het loslaten vaak niet meer in staat te vliegen. Verder beschikte men over vlaggen, vaantjes en gekleurde borden om de communicatie tussen infanterie en bijbehorende tanks op het slagveld te onderhouden. Met deze borden konden 39 verschillende berichten worden gegeven, zoals: ‘We are ditched’ of ‘OK. Infantery forward!’ Tijdens de gevechten bleken deze vlaggen, vaantjes en signaalborden vaak volkomen onbruikbaar.”

 

 

Naast de gevechtstanks waren er ook Tank Banks. In 1917 deden twee Mark IV's mee aan de Lord Mayor's Show, een jaarlijkse parade in Londen. Het was de eerste keer dat tanks in het echt te zien waren en ze trokken daarom veel bekijks. Dit trok weer de aandacht van het National War Savings Committee, het orgaan dat het Britse publiek moest overreden afstand te doen van zijn spaarcentjes in ruil voor oorlogsleningen (War Bonds). Ze haalden vier Mark IV's bij Bovington vandaan en één gehavende tank, Egbert, van aan het front om het hele land rond te toeren. In iedere stad waar een tank aankwam, werd hij door de burgemeester van het station afgehaald en in een feestelijke stoet naar het marktplein gereden. Na een aantal patriottische toespraken begeleid door zang en dans kon de toegestroomde mensenmassa zijn geld bij de tank inleveren in ruil voor een zegelboekje en een papieren tankvlaggetje (om op je hoed te prikken) en een tankslabbetje als beloning, Eén van de barbettes van de tank was omgebouwd tot een loket waar een aantrekkelijke jongedame plaats mocht nemen om het geld te ontvangen. Naar analogie met het Engelse woord voor spaarvarken: Piggy banks, heette men de pantservoertuigen al snel Tank Banks, de commerce sprong hierop in door aardewerk holle tankjes met gleuf te produceren waarin de vaderlandslievende Brit voor de oorlogsinspanning kon sparen. Gedurende deze Tank Weeks haalden de vijf tanks bij elkaar ongeveer 300 miljoen pond op, het equivalent van ongeveer 10 miljard euro in huidig geld.

 

 

Meer artikels
Graf Majoor Binbasi Zeynel Abidin Bey. 24-04-2017
Yalova Turkije.

Op de dorpsbegraafplaats van het dorp Yalova rusten er naast de lokale bevolking ook een aantal Turkse militairen die overleden tijdens de Eerste Wereldoorlog.

lees meer ...
Nabij 'Birdcage'. 03-10-2016
Comines-Warneton Belgiƫ.

Ik veronderstel dat je nooit een olifant sectie gedragen hebt?

lees meer ...
Executieplaats. 14-12-2015
Poperinge Belgiƫ.

Desertie was en is in alle legers een misdrijf, ook in vredestijd.

lees meer ...