Gorizia Italië.
Monument 'Dante d'Italia''.
Gorizia Italië.

Mei 1917, tot nu had men binnen een periode van achttien maanden negen Isonzo Slagen gevoerd, doch die waren grotendeels mislukt. De Italianen boekten hun belangrijkste succes tijdens de Zesde Isonzo-slag die begon op 4 augustus 1916. Het lukte het Italiaans Derde Leger toen om de zuidelijke kant van het Karst-plateau te veroveren waaronder ook de strategisch belangrijke heuvel Monte San Michele. Ook de stad Görz (Gorizia) viel toen in Italiaanse handen. Het front schoof over een lengte van 20 kilometer ongeveer vijf kilometer op, maar de Italianen konden niet doorzetten. Dat probeerden ze dan later opnieuw in 1916 en in 1917.

 

De Italiaanse stafchef Luigi Cadorna, die verantwoordelijk was voor het lanceren van alle negen de slagen, voelde zich nu enigszins gespannen. Hij vreesde voor een eventuele Duitse inmenging aan het Italiaanse Front, het vooruitzicht dat de Duitsers hun verzwakkende Oostenrijks-Hongaarse bondgenoot te hulp zouden snellen baarde hem terecht zorgen. Het was duidelijk dat de uitputtingsslag aan het Italiaanse front het Oostenrijks-Hongaarse leger had laten lijden, maar dat kon ook gezegd worden van Cadorna ’s leger. Het slecht uitgeruste en onvoldoende getrainde Italiaanse leger had immers al heel wat zware klappen gekregen.

 

Toen Op 23 mei 1915 Italië had besloten om deel te gaan nemen aan de Eerste Wereldoorlog werd de Italiaanse bevolking rijpgemaakt voor een ‘heilige oorlog’ dat gebeurde o.a. door volksmenners als Gabrielle d’Annunzio en Benito Mussolini. De strijd uit de negentiende eeuw van de nationale held Guiseppe Garibaldi moest worden voortgezet, die vervloekte Habsburgers moesten uit het noorden van het land verdreven worden en de Adriatische Zee moest opnieuw een Italiaanse zee worden. De Risorgimento, de herrijzenis van het glorieuze Romeinse Rijk, moest afgerond worden. Of het Italiaanse leger in feite wel klaar was voor een dergelijke veroveringsoorlog was van totaal ondergeschikt belang. De politiek wilde het en de gewone Italiaan moest maar volgen! Om dit doel te verwezenlijken werd er een miljoenenleger uit de grond gestampt. Italië was immers nog een overwegend agrarisch land en was economisch zeker niet voorbereid op een materiaalslag, ze waren niet in staat om kanonnen, mitrailleurs, granaten en zo meer in grote hoeveelheden te gaan produceren.

 

Het Italiaanse leger stond toen onder het bevel van de in 1850 geboren generaal Luigi Cadorna. Gestaag was hij in de Italiaanse militaire hiërarchie opgeklommen, in 1904 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal en in 1914 tot opperbevelhebber. Hij was zeker geen nieuwe Julius Caesar.  Na de oorlog waren militaire historici zeker niet mild over hem en omschreven deze praalzuchtige despoot, waarschijnlijk terecht, als “de slechtste generaal aller tijden!” Cadorna had tegen mei 1917 in ieder geval heel weinig opgestoken van de al jaren durende strijd aan de andere oorlogsfronten. Aan het westelijk front waren aanvallen met de bajonet op het geweer door mitrailleurs en artillerievuur ontaard in bloedige slachtpartijen. Maar toch liet Cadorna het Italiaanse leger op dezelfde manier aanvallen en dat in een lastig berggebied waar de verdediger zeker in het voordeel was. Cadorna ging uit van de strategie: "We vallen aan en uiteindelijk lopen we de vijand omver". Toen de Italiaanse krijgers in de loop van 1915/1916 gewaarwerden dat ze door Cadorna ’s strategie alleen maar neergemaaid werden door de goed verschanste Oostenrijks-Hongaarse militairen dan weet Cadorna dit aan hun gebrek aan discipline en zeker niet aan zijn tactiek! Daarom handhaafde hij een kadaverdiscipline met doodstraffen voor deserteurs of voor hen die weigerden verder te vechten. Met 750 geëxecuteerde militairen had het Italiaanse leger het hoogste aantal van alle legers in WO1. De terechtgestelden hadden zelfs geen recht op de Laatste Sacramenten noch op een kerkelijke begrafenis. Tijdens de oorlog ontsloeg hij ook maar liefst 217 generaals en tijdens de Slag bij Caporetto ( Kobarid )(oktober 1917) zou hij zelfs opdracht hebben gegeven tot de executie van officieren van wie de troepen terugtrokken. Cadorna ’s onmenselijkheid en incompetentie leidden in 1917 tot oorlogsmoeheid en tot een crisis binnen het Italiaanse leger.

 

 

De nieuwe Britse premier David Lloyd George (premier sinds december 1916) geloofde toen niet dat de oorlog alleen aan het Westfront kon gewonnen worden. Hij was voorstander om Britse en Franse middelen van aan het Westelijk Front af te staan aan de Italianen die streden langs de Soča (Isonzo). Hij wou er de Centrale mogendheden knock-out kloppen. Doch Lloyd George's eigen veldheren, met inbegrip van opperbevelhebber Douglas Haig, maar ook de Franse legerleiders waren het hiermee fundamenteel oneens. Zij stelden dat er niet kon bespaard worden op de inzetmiddelen van het Westelijk Front. Vooral de Franse opperbevelhebber Robert Nivelle vond de gedachte beledigend, want hij was volop bezig met de planning van het Aisneoffensief, zijn plan was immers gericht op de beëindiging van de oorlog in het westen en dat binnen de 48 uren! Blijkbaar had ook Nivelle toen last van een tekort aan werkelijkheidszin! Nivelle stuurde generaal Ferdinand Foch een bericht dat hij samen met Cadorna de mogelijke steunopties aan de Italianen moest bekijken en bespreken. Tijdens die meeting werd er overeengekomen dat de Britse en Franse hulprush er alleen zou komen in noodgevallen, bijvoorbeeld: bij grootschalige Duitse militaire steun aan het Oostenrijks-Hongaarse leger, er werd dus een soort rampenplan ontwikkeld dat moest voldoen aan zulk een mogelijkheid. Het plan werd ontwikkeld maar zou pas eind oktober 1917, in de nasleep van de rampzalige Italiaanse prestaties bij Caporetto in de twaalfde slag aan de Isonzo, in werking treden.

 

 

Ondertussen moedigden de Fransen Cadorna aan om zelf een groot offensief, en dat liefst gelijktijdig met hun grootschalige Aisne offensief ( april 1917), te lanceren langs de Isonzo. Cadorna stemde toe. Het tiende Isonzo-offensief werd op 10 mei 1917 voorbereid met een artilleriebombardement. De 10e slag startte op 12 mei en zou duren tot 8 juni’17 (andere bronnen vermelden tot 5 juni ’17). De Italianen ontplooiden er 38 divisies, aan de Oostenrijks-Hongaarse kant telde men 14 divisies. De Italianen gebruikten nu een andere tactiek. Tijdens de vorige drie Isonzo veldslagen had Cadorna korte geconcentreerde scherpe initiatieven tegen nauw omschreven doelstellingen laten uitvoeren, in het algemeen waren die gericht op het uitbreiden van hun enige bruggenhoofd ten oosten van Gorizia. Ditmaal keerden de Italianen terug naar het Kras plateau ten zuidoosten van Gorizia en zetten er langsheen een 40 kilometer breed front een vorderende infanteriebeweging in gang, zo hoopte men om er een doorbraak naar Triëstte te kunnen forceren. De tweede doelstelling van het offensief was het veroveren van de Monte San Gabriele (Skabrijel) om zo de weg naar de Vipava-vallei te openen. Aanvankelijk verliep de aanval succesvol. Tegen het einde van mei was het Italiaanse leger opgeschoven tot op minder dan 15km van Trieste en bereikte het bijna de kuststad Duino, doch gelijkaardige aanvallen op andere plaatsen mislukten. Ook op de Monte (berg) Vodice werd gestreden, Italiaanse Alpine Bataljons veroverden er op 18 mei ’17 het noordwestelijk deel van Vodice. Op de top van de Vodice vinden we nu nog een monument ter nagedachtenis van de Alpijnse bergtroepen die hier toen streden, het herdenkt de mannen van het Battaglione Alpini Monte Levanna, het Battaglione Alpini Aosta  en van het Battaglione Alpini Val Toce.

 

Vodice 'Monument Alpine batllions Monte Levana,Aosta en Val Toce'

 

Maar tijdens een groot Oostenrijks-Hongaars tegenoffensief, dat gelanceerd werd op 3 juni’17, werd vrijwel al het door hen eerder verloren gebied teruggewonnen op de Italianen en tegen de tijd dat de strijd op 8 juni door Cadorna werd afgeblazen bleef er nog maar een kleine Italiaanse terreinwinst over. Ook in de noordelijke delen van het front in de Julische Alpen vonden er een aantal gevechten plaats, daar verstevigden de Oostenrijks-Hongaarse troepen hun posities langs de Vrsic-pas.

 

Opnieuw was het offer van die 10e zinloze slag hoog, de Italianen verloren 157.000 man en aan Oostenrijks-Hongaarse kant telde men 75.000 slachtoffers. Het moreel in het Italiaanse leger zakte steeds lager weg, maar toch begon Cadorna al met de planning en de voorbereiding van de Elfde Isonzo-Slag, deze zou losbarsten op 19 augustus 1917.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer artikels
Trenches 'Danger'. 28-09-2015
Vimy Frankrijk.

De gecombineerde  Frans-Britse  aanval in Artois  in september 1915, die geleid werd door de Franse generaal Foch, besloeg een front van 32 km breed.

lees meer ...
Russiche Kapel. 31-10-2016
Vrsic Slovenië.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de strijd tussen de Oostenrijks-Hongaarse en de Italiaanse legers aan de rivier de Isonzo in een reeks van 12 veldslagen beslecht.

lees meer ...
Ai Suoi Eroi Vittoriosi 1915-1918. 30-01-2017
Capovalle Italië.

Capovalle lag bij de grens tussen het Oostenrijkse - Hongaarse rijk en het Koninkrijk Italië.

lees meer ...