Menen België.
Deutscher Soldatenfriedhof Menen Wald 'Na de zondvloed'
Menen België.

Menen was van half oktober 1914 tot half oktober 1918 een Duits kantonnement. Door zijn geografische ligging werd de stad door de bezetter gebruikt als een logistieke draaischijf. De stad lag slechts op een boogscheut van de Ypres Salient (Ieperboog), en haar belangrijke verkeersaders zorgden er voor een vlotte bereikbaarheid. De Leie, het station, de hoofdweg Menen-Ieper (Ypernstrasse of Menin Road voor de Britten) en ook de steenweg naar Roeselare speelden een grote rol tijdens deze periode. Menen werd dus volledig ingericht om te voldoen aan de noden van de Duitse frontsoldaten. Er ontstonden veldkeukens, veldbakkerijen, munitiedepots, pionierparken, vliegvelden, veldhospitalen… De stad telde dus zoals gezegd een aantal Duitse militaire veldhospitalen en uiteraard ook de daar bijhorende begraafplaatsen. In 1917 begonnen de Duitsers in de Groenestraat met het aanleggen van een nieuw dodenakker. Deze nieuwe begraafplaats kreeg de naam 'Ehrenfriedhof Meenen Wald n° 62'. Wald verwees naar het bos dat in die tijd vlakbij de dodenakker lag.

 

De begraafplaats werd in juli 1917 tijdens en na de 3e Slag om Ieper in gebruik genomen. Het nieuwe oord werd ook vaak aangeduid als “Moskou bos", "Cimétière allemande Porte de Courtrai" of als het Duitse kerkhof "Meenen-Bosch n°62". Het was gelegen langs de grindweg van Menen naar Wevelgem, aan de Kijkuithoek. Op het einde van de oorlog lagen er een 6400 tal doden begraven. Kort na de oorlog werden de Duitse militaire graven, die maar liefst over 700 gemeenten in België verspreid lagen, samengebracht tot 184 begraafplaatsen. In 1952 besloten de regering van België en de Bondsrepubliek Duitsland om de Duitse begraafplaatsen samen te brengen tot vier grote Duitse begraafplaatsen in West-Vlaanderen: Vladslo, Hooglede, Menen en Langemark.

 

 

De begraafplaats bij Menen bos werd bijgevolg in de periode 1955 – 1957 uitgebreid met zo'n 40.000 geïdentificeerde doden.  Deze waren afkomstig uit een 50 tal plaatsen in de regio, of van kleinere begraafplaatsen of uit veldgraven. Het grafveld werd ingedeeld in 15 perken. De doden die al op deze begraafplaats lagen, werden herbegraven in perk M. De doden van de stedelijke begraafplaats van Menen  werden herbegraven in perk H. De begraafplaats werd ingericht o.l.v. de architect Robert Tischler. Nu is dit de grootste Duitse militaire begraafplaats uit WOI in Europa. Hier liggen officieel 48049 hoofdzakelijk Duitse militairen begraven.

 

In de zelfde periode van de aanleg van de nieuwe Duitse militaire begraafplaats ontvluchtten meer en meer Menenaars de stad. Wie over de middelen beschikte had de stad al in het begin van de oorlog verlaten, ze waren vertrokken naar veiliger oorden of naar familie die in ongevaarlijkere streken woonden. Vanaf begin juni 1917 trokken meer en meer stedelingen weg uit Menen. Ze voelden er zich niet langer meer veilig voor de Britse bommenwerpers en het Britse kanongeschut. Britse vliegtuigen kwamen de spoorweg tussen Menen en Wevelgem bombarderen. De Menenaars voelden aan dat er een groot Brits offensief op komst was. Iets later zou de Duitse legerleiding de burgerbevolking verplichten om de stad te verlaten en zich naar het veiliger deel van het bezette gebied in het binnenland te begeven. Op 20 juni ’17 werden de leerlingen van het college naar huis gestuurd en twee dagen later, de 22e, werd het Benedictinessenklooster ontruimd. De 83 patiënten en de 45 personeelsleden trokken naar Gent.

 

De systematisch geëvacueerde Menenaars vertrokken niet via het station, maar ze werden meestal opgeladen aan de spoorweg ten oosten van de stad, aan de Poezelhoek (nu Processieweg). Met volgeladen karren en kruiwagens verlieten ze hun woonst en trokken ze naar de Poezelhoek. Maar betreffende het meesleuren van bagage waren de Duitsers zeer streng. Te zware et te grote pakken dienden achter te blijven. Duizenden inwoners zouden de stad verlaten. Eerst was het de beurt aan de families met kleine kinderen en bejaarden, daarna kwamen dan de families met grotere kinderen aan bod. Op 24 juni spoorden twee treinen volgeladen met Menenaars naar Vilvoorde. De 25e werden de bewoners van de Rijselstraat en de Grote Markt geëvacueerd. Ook de Priesters werden op 25 juni verplicht om de stad te verlaten. Met maximum 25 kg bagage, de rest van hun bezittingen moesten ze achterlaten, stonden de geestelijken klaar aan de spoorweg. Op beestenwagons vertrokken ze dan richting Brabant. In juli 1917 werd ook het oostelijke deel van de stad ontruimd, maar ook de bewoners van Stationskwartier moesten hun woningen verlaten. Tegen eind 1917 was het overgrote deel van bevolking weg uit de stad, vooral de westkant van de stad was ontruimd.

 

Veel van de vluchtelingen waren naar Vilvoorde gebracht en vandaar dan naar hun eindbestemming vervoerd. Er kwamen Menenaars terecht in o.a. Hoeilaart, Overijse, Jezus -Eik, Opwijk, Machelen, Diegem, Mechelen, Peutie, Zemst, Weerde, Ganshoren, Sint Truiden, Brustem,  Zepperen en Hasselt. Anderen trokken minder ver weg en brachten de rest van de oorlog door in Wevelgem, Bissegem, Kortrijk, Gent, Deurne, Deinze en nog zovele andere gemeenten.

 

Het was toen jammer genoeg ook al zo dat de vluchtelingen niet overal welkom waren! Vooral de lokale parochiepriesters en een deel van de bevolking beklaagden er zich over het gedrag van de in 1917 aangekomen inwoners uit Halluin (Franse buurgemeente van Menen), Menen en Wervik. Men verweet deze ontheemden van crimineel gedrag en zedenverwildering, maar blijkbaar voldeden hun danspartijen ook niet altijd aan de plaatselijke puriteinse katholieke normen. Zoals altijd bezorgde een kleine minderheid van losbandigere en niet zo rechtschapen vluchtelingen er voor al deze heisa.

 

Doch in Vilvoorde waar ook heel wat Menenaars op de vlucht waren speelde de plaatselijke deken een lofwaardige rol, zijn goedheid voor de ontheemden was een voorbeeld van hoe christelijk gedrag altijd zou moeten zijn. Maar op andere plaatsen was de verdraagzaamheid dan soms weer ver zoek, dat kwam mede omdat veel inwijkelingen het Nederlands of het lokale dialect niet machtig waren en omdat het West Vlaams dialect voor de plaatselijk bewoners als chinees klonk.

 

Een rapport van 7 februari 1919 naar de arrondissementscommissaris met de beschrijving van de oorlogsperiode in Zemst vermelde dat de Noord Fransen uit Halluin en de Menenaars uit de wijk de Barraken beaucoup de difficultés (veel moeilijkheden) veroorzaakten. Op 13 maart 1919 was er een brief van de Generaal van het Comité voor de vluchtelingen met de dringende vraag om de 260 resterende Menenaars zo snel mogelijk te repatriëren en uit Zemst te verwijderen! Toch daarnaast waren er gelukkig ook mooie verhalen, sommigen oefenden er hun vroegere beroep uit en zijn er dan nadien ook gebleven. Heel wat vluchtelingen en werkwilligen hielpen er bij de plaatselijke landbouwers om de oogst binnen te halen, in Hoeilaart plukten ze druiven of op andere plaatsen boden ze hulp in scholen, kloosters, wasserijen, hospitalen enz. Sommige vluchtelingen werden daar geboren en anderen huwden er met een lokale schoonheid of jongeman.

 

Na de evacuatie van haar burgerbevolking ging de stad steeds meer littekens vertonen, de geallieerde beschietingen en luchtbombardementen zorgden er voor de verdere afbrokkeling van de gebouwen. Op 30 september 1917 teisterde een luchtaanval de Koningstraat en op 4 oktober 1917 was de Ieperstraat aan de beurt, telkens vielen er drie doden. Zo zou de stad tot op het einde van de oorlog na elk nieuw bombardement geleidelijk verder denigreren tot een spookstad!

 

 

Meer artikels
Mort Homme Memorial 'Ils n'ont pas passé'. 16-05-2016
Le Mort-Homme Frankrijk.

Het Duitse offensief bij Verdun (februari 1916) was aanvankelijk alleen geconcentreerd op de rechter (oostelijke) maasoever.

lees meer ...
Poppies in de Vlaamse velden. 13-06-2016
Geluveld ( Zonnebeke) België.

 

In 1916 speelde het zwaartepunt van de oorlog zich vooral af in Frankrijk, bij Verdun en in de Somme.

lees meer ...
Belgische Militaire Begraafplaats Hoogstade. 01-05-2017
Hoogstade (Alveringem) België.

Omdat  zoveel Belgische militairen stierven in het veldhospitaal Clep werd  in april 1915 op de grond van de kerkfabriek een nieuwe begraafplaats aangelegd langs de Brouwerijstraat bij de dorpsplaats van Hoogstade.

lees meer ...